Premium

John Buijsman: ‘Het zal mij worst wezen hoe ik eruitzie’

Hij speelt even makkelijk volkse types als jazzmuzikanten en is de ‘scène-steler’ in filmkomedie De Tatta’s, waarvan deze maand deel 2 in première ging. Op z’n 70ste heeft acteur John Buijsman het drukker dan ooit. En als hij iets moet rechtzetten in zijn geliefde Rotterdam, haalt hij de 010 Sheriff uit de kast. Vanuit zijn torenhoge appartement: ‘Ik kan slecht tegen hufterig gedrag.’

John Buijsman

Nieuwe Revu ontmoet John Buijsman
Waar? In zijn Rotterdamse appartement hoog boven de Wilhelminapier op de Kop van Zuid, met uitzicht op Katendrecht.
Nog iets genuttigd? Ja, allebei een cappuccino. En een typisch Franse traktatie: canelés van Harvest Café & Bakery, die John zelf even ging halen.
Verder nog iets? Opvallend was de hoeveelheid kunst, boeken en stapels vinyl. John stamt uit een muzikaal geslacht. En een gesprek met hem vliegt pijlsnel alle kanten op.

Deze maand neemt De Tatta’s 2 het op tegen Bon Bini Bangkok Nights voor de titel van best bezochte Nederlandse speelfilm, gemaakt in 2023. Een geheim wapen dat de makers van De Tatta’s nadrukkelijk in stelling brengen is de vader van hoofdrolspeler Erik (Leo Alkemade), opa Richard. Een Rotterdamse patjepeeër met een veel te jonge echtgenote en een enorme waffel. Acteur John Buijsman had in de eerste Tatta’s een kleine rol, maar stal wel de scènes waarin hij zat. En dus keert het ongeleid projectiel nadrukkelijk terug in het vervolg.

Het zijn sowieso drukke tijden voor Buijsman, die als een van de weinige witte acteurs te zien is in het bejubelde tv-misdaaddrama Santos. En de theatervoorstelling De Recreanten kreeg dit jaar een tweede reeks voorstellingen.

Krijg je ooit genoeg van dit uitzicht?
‘Ja, in Rotterdam scoren we met onze flats en skyline. Maar ik zou liever zien dat we sociaal wat beter scoren. Dat we eens een keertje níet bovenaan het lijstje armste steden staan. Het goedkoopste dat ze nu in de stad kunnen bouwen is 350.000 euro. Met zulke bedragen hoef je in de Afrikaanderwijk niet aan te komen, dat kan niemand daar betalen. Er zal echt goedkoper gebouwd moeten worden. Ken je de film Twee Vierkante Kilometer van Carel van Hees? Dat gaat exact over dit gebied, van de Kop van Zuid naar de Afrikaanderwijk. Hier op het eiland worden miljardenafspraken gemaakt, en aan de overkant heeft niemand wat. Dat zit heel dicht op elkaar. Zie je die hoge flats daar? ’s Avonds zijn de bovenverdiepingen altijd donker. Dat zijn puur investeringsobjecten.’

Gaat de politiek dat oplossen?
‘Ik zit in de kunst en nu wil de VVD de btw op de kaartjes weer verhogen. Terwijl ik juist denk dat als je iedereen naar de schouwburg wil hebben, je dat níet moet doen. Die VVD’ers maakt het niet uit, die betalen rustig 75 euro om in het Concertgebouw te kunnen zitten. Terwijl je eigenlijk iedereen binnen wil halen. En die maatregel levert niks op omdat hierdoor minder mensen naar cultuur gaan. Voor ons theatermakers is het straks niet meer te doen. Ik ben bezig om een volksmusical voor 7,50 per ticket op te zetten, om ook de mensen met een kleine beurs binnen te krijgen. Voor hen is dat al veel geld.’

Je kan je er echt over opwinden, hè?
‘Ik ben geen moraalridder maar ik kan slecht tegen hufterig gedrag. Mijn vrouw Janny en ik hebben een huisje op Recreatieoord Hoek van Holland. Eind 2020 kregen alle huurders een brief dat de gemeente het ging verkopen. Door corona had ik geen werk, en ik werd gek van machteloosheid. Toen heb ik de 010 Sheriff van stal gehaald. Hij is een man in een Amerikaans politie-uniform met een grote hoed die ergernissen in de stad aanpakt. Ik ben toen als 010 Sheriff naar de raadsvergadering over het recreatieoord gegaan. Daar heb ik alleen maar voorgelezen wat de raadsleden van plan waren met de coalitie. Er staat immers altijd wel ergens op papier wat ze de mensen ooit hebben beloofd. Als je politici hun eigen woorden voorleest, hoef je eigenlijk niks anders meer te doen (toont een fragmentje van een tierende sheriff die de ambtenaren de mantel uitveegt, red.). Ja, ik was hels, alle ergernis kwam naar buiten. Maar het heeft geholpen, want nu is het plan afgeblazen.’

Opa Richard zit een stuk prominenter in De Tatta’s 2.
‘Ja, op het affiche duwt hij zo’n beetje iedereen opzij, haha. Ik werd drie jaar geleden gebeld door regisseur Jamel Aattache, of ik in Casanova’s de vader van Jim Bakkum wilde spelen. Hij waarschuwde me: “Het is wel in een onderbroek en op slippers.” Ik zei: “Ik kom er nu aan.” Want het zal mij worst wezen hoe ik eruitzie. Richard is heerlijk om te spelen. Binnenstappen in een Turkse koffietent, en dan keihard roepen “Geen koffie? Doe mij dan maar drie vliegende tapijten en een leren jas.” Dat vliegt er bij mij zo uit, en op de set vonden ze dat allemaal prima. Leo Alkemade is daar trouwens ook goed in.’

Van oudere Nederlanders pikken we zulk lomp gedrag toch eerder.
‘Precies. Richard komt uit een andere tijd en heeft schijt aan alles. Als hij in dat koffiehuis zegt: “Zeg jongens, derde generatie en nog steeds spreekt er niemand Nederlands?” dan wordt dat gewoon gepikt. Want je weet wat je aan hem hebt. Wat ik echt te gek vind aan De Tatta’s: het maakt de mensen bekend met straattaal. En qua integratie is het ook fantastisch. Als je de film in Rotterdam-Zuid gaat zien, zit je met een enorm gemêleerd publiek in de zaal. En als ik hier naar de Albert Heijn ga, moet ik met elke moslima op de foto. Zo grappig.’

Zit jij in het laatje authentieke Rotterdammers?
‘Kan zijn, terwijl ik het liever niet te dik aanzet. Vaak vragen ze aan mij: mag het ietsje meer Rotterdams? Terwijl ik een hekel heb aan de natte t. Je weet wel, gozert. Martin van Waardenberg douwt dat er graag in, maar bij hem past dat ook goed. Ikzelf hou er niet zo van. Bij mij wordt het al snel iets van voor de oorlog. Met een handkar met appels langs de deuren, dat idee. Ik heb ook wel eens een Amsterdammer gespeeld, toen zeiden ze het ook al: mag het wat vetter? Maar ik krijg dat er niet uit. Ik speel sowieso altijd meer variaties van mezelf. Vroeger kwam ik nog wel eens op met een snor en een dikmaakpak, maar dat heb ik niet meer nodig. Ach, ik ben zeventig, het zal ook wel eens tijd worden!’

Voor Santos hoefde je niet ver te reizen.
‘Heerlijk, ik had het idee dat ik voor het eerst van mijn leven in Rotterdam aan het filmen was. Ik ben geboren in de Jozephstraat, tussen de Binnenweg en de Kruiskade in, en Santos is daar bijna helemaal opgenomen. Het fijne van in Rotterdam filmen is dat niemand daar problemen mee heeft. Als je in Rotterdamse straten filmt, krijg je koffie van de mensen. Niemand vindt het erg als ze vijf minuten moeten wachten of dat je straat een dag afgesloten is.

Ik speel een oude Rotterdamse rechercheur die het allemaal niet meer ziet zitten. Hij heeft alles meegemaakt, de heftige jaren tachtig, en nu ziet hij het weer helemaal mis gaan. Hij is bevriend met een Rotterdamse zakenvrouw van Surinaamse komaf, hij is zelfs toezien voogd van haar kinderen. Ondertussen heeft hij totaal niet in de gaten dat ze in de dope zit. Dat maakt mij gelijk de domste rechercheur van de stad. Ik heb een goed contact met de Rotterdamse recherche, maar ik weet niet of ze mij dit in dank afnemen.’

‘Het fijne van in Rotterdam filmen is dat niemand daar problemen mee heeft. Als je in Rotterdamse straten filmt, krijg je koffie van de mensen’

Gaat het inderdaad weer mis in Rotterdam?
‘Volgens mij heeft de crack zijn intrede gedaan. Ik zie op straat van die mannen staan die er een kwartier over doen om een stap te zetten. Heel treurig. Er is een periode geweest dat het heel slecht was in Rotterdam, en eigenlijk ging het de laatste tijd best goed. Ik kan me herinneren dat er in de jaren tachtig drie keer op rij ingebroken werd in mijn auto. Ik woonde toen aan de Beukelsdijk, daar liep veel junkieverkeer van het centrum naar Spangen. Die gasten pakten elke auto die er stond, zelfs als mensen zo’n briefje onder het raam hadden gedaan dat de wagen open was en er niks inlag. Ik had een programma op TV Rijnmond waarvoor ik heel mooie pruiken gebruikte. Had ik even in de auto laten liggen: weg.’

Jouw vader zat in de Kilima Hawaiians, immens populair rond de oorlog.
‘Dat was de band van mijn oom en tante, Bill en Mary. Mijn vader Luut was als gitarist de jongste van het stel. Het was Hawaii-muziek, maar dan op zijn Europees, dus een beetje netjes. Bij ons thuis hoorde je de hele dag jazzmuziek. Mijn vader was gek van jazzgitaristen, hij was zelf gespecialiseerd in latin. Toen hij stierf zat ik met een paar honderd gitaarplaten: Kenny Burrell, Wes Montgomery, Joe Pass. Terwijl ik zelf meer van de blazers ben. Hij had ook een boekje met handtekeningen, daar zit zelfs Django Reinhardt bij. Uit het Kurhaus 1939, oom Bill heeft daar uren voor in de rij gestaan. Leuk hoor, maar wat moet ik met de handtekening van Django Reinhardt?’

Het heeft bij jou tot twee solovoorstellingen over jazzhelden geleid.
‘Jules Deelder schreef voor mij de voorstelling over Chet Baker. Dat was letterlijk anderhalf uur kankeren. Een witte trompettist in een zwarte wereld, die alleen maar schold op de anderen, Miles Davis, Dizzy, én op het publiek (gaat loos in een Deelderiaanse tirade, red.) Dan waren er altijd mensen die daar kwaad om wegliepen, maar het was natuurlijk nooit persoonlijk. Heel fijn om te doen. Chet Baker was een man die er eigenlijk niet wilde zijn. Een van de knapste mannen van zijn tijd met een van de mooiste stemmen. Een gezegend mens die zichzelf helemaal naar de kloten hielp. Jules zei altijd over die drugsartiesten, op zijn zo bekende toon: “Je weet natuurlijk nooit of ze slechter of beter hadden gespeeld zonder drugs.”’

De andere was de bijna blinde saxofonist Roland Kirk, een zwarte artiest.
‘Ik liet een foto van mezelf maken als Roland Kirk, en ging ermee naar Jules. Ik zie hem nog zitten met een bak Chinees achter zijn bureau. “Ja, ja, wat gaan we daar nu over zeggen?” Samen kwamen we erachter dat het leukste was dat hij blind was, en dácht dat hij zwart was. We hadden in de schouwburg alles afgeplakt, dus het eerste kwartier van de voorstelling zaten de mensen in het pikkedonker. Daar kregen sommigen het behoorlijk benauwd van. Zag je af en toe een aansteker aangaan. Ik kwam op met drie saxofoons om en speelde ook dwarsfluit. Zat het Artvark saxofoonkwartet in de zaal weddenschappen af te sluiten of ik wel echt speelde. Kirk was een opvliegende man. Hij kreeg een keer te weinig geld terug van een taxichauffeur, en dat wérd een ruzie. Binnen twee minuten zit hij boven op die vent, en begint op hem in te beuken. Zegt die chauffeur: “Hoe kan dat nou, je bent blind maar slaat me iedere keer op m’n bek.” Zegt Kirk: “Just keep talking.”’

‘Filmen voor de GAMMA in Zuid-Afrika zou goedkoper zijn. Onzin natuurlijk, het was puur een statusding. Daar was het echt afgrijselijk, ik schaamde me kapot’

Je hebt zeventien toneelvoorstellingen gemaakt. Zit daar nog een rode lijn in?
‘Ze gaan allemaal over mannen die hopelijk empathie oproepen, zodat de bezoeker dat mee kan nemen naar buiten. Dat je denkt: nou, zo erg is het bij mij nog niet. Want ze zijn altijd nogal gemankeerd en aan de treurige kant. Mijn vrouw zegt altijd: “Godverdomme, je gaat toch niet wéér dood?” Maar dat is juist het fijnste eind van een voorstelling.

Mijn laatste voorstelling De Recreanten ontstond door de hele toestand op Recreatieoord Hoek van Holland. Het gaat over twee oude gays die een vakantiehuisje hebben en een brief in de bus krijgen dat het afgelopen is. De Recreanten maakte ik samen met Toneelgroep Jan Vos, hun voorstellingen hebben altijd een sociale context. Meestal zijn mijn solovoorstellingen geschreven door Peer Wittenbols, voor mij de fijnste toneelschrijver van Nederland. Zijn teksten zijn van zo’n schoonheid, tegen poëzie aan.’

Een zwarte muzikant, een homo: worden dat soort rollen lastiger?
‘Er gaan momenteel voorstellingen niet door omdat een acteur in een rolstoel niet echt gehandicapt is. Moeilijk, als je alleen maar een homo mag spelen als je zelf homoseksueel bent. Als de voorstelling echt over geaardheid gaat kan ik het me nog voorstellen. In De Recreanten speelden Helmert Woudenberg en ik een homostel op leeftijd, maar het was geen plotpoint. Een relatie is een relatie. Helmert was de intellectueel, ik was meer van de straat. Dat was de clash, niet hun seksualiteit. Gays uit Hoek van Holland vonden dat prachtig.’

Met Martin van Waardenberg heb je ook zo’n goede chemie.
‘Bij de GAMMA-reclames hebben we de leukste dingen geïmproviseerd. Dan werden de teksten aan ons voorgelegd en verzonnen we er met z’n tweeën van alles bij. Heel recalcitrant, maar wel leuk. Zei ik tegen Martin: “Ik tik je tegen je knie, schop jij maar midden in mijn smoel.” Dan was gelijk het script ontregeld. Verdwenen de klant en de regisseur naar achteren om wat te smoezen, en kwam de regisseur vertellen dat de klant dit toch niet wilde. Reclamebureaus zijn altijd bang dat ze de klanten kwijtraken, dus ze durven nooit echt hun nek uit te steken.’

Als ik ze terugzie was er toch best veel mogelijk.
‘Het is alweer een tijd geleden, maar destijds kon het niet op. De allereerste GAMMA-reclame werd gedraaid op 35mm. Kwam er een cameraman uit Parijs, een focus puller uit Dublin en een steadicam operator uit Brussel. Voor 20 seconden. Of we gingen filmen in Zuid-Afrika, want dat zou goedkoper zijn. Onzin natuurlijk, het was puur een statusding. Daar was het echt afgrijselijk, ik schaamde me kapot. Het eerste wat ik zag toen we Kaapstad binnenreden waren twee jongens van een jaar of tien die lijmsnuivend op de stoep van een Rolls Royce-garage zaten. In een straat waar wij draaiden werden alle inheemse planten afgeknipt, omdat die niet in Nederland groeiden. Een auto moest uit Zimbabwe komen, anders zat het stuur aan de verkeerde kant. Dat soort waanzin. Ik weet nog dat we na een paar jaar voor de GAMMA een andere producent kregen, en die had gewoon broodjes bij de lunch. Vonden wij veel prettiger. Bij de laatste shoot in 2010 hebben we gevraagd of we na elk camerastandpunt een take voor onszelf mochten draaien. Dat werd Ruzie bij de Gamma. Is nooit op tv geweest, maar hij staat op YouTube. Meer dan tien jaar had Martin mij Freek genoemd in plaats van Freek Willem, dus toen kon Freek eindelijk wraak nemen.’

Welke acteerjob heeft je verrast?
‘Een van de leukste dingen die ik ooit heb gedaan was De Marathon, de musical. We hebben daar in Rotterdam 60.000 man voor binnen gehad. Lekker zingen en heel veel hollen op loopbanden. Ik hád een conditie. En wat nou zo mooi was: voor de pauze zaten er in de Nieuwe Luxor 1600 man zich op de dijen te slaan van het lachen. En na de pauze zaten er 1600 man te huilen, schitterend. Ik werd genomineerd als aanstormend musicaltalent. Op m’n 65ste!’

Zo te horen gaat je voorkeur uiteindelijk toch uit naar het theater.
‘Film en televisie zijn heel leuk maar wat zo fijn is aan toneel, zeker bij solovoorstellingen: je hebt een dialoog met je publiek. Dus eigenlijk is een monoloog een dialoog met het publiek. In de zaal kijk je de mensen aan, en wil je ze allemaal meenemen in je verhaal. Dus als ik iemand zie twijfelen, is die wel even vijf minuten aan de beurt.’

John Buijsman is momenteel te zien in Santos op BNNVARA, in Multiplayer bij de NTR en in De Tatta’s 2 in de bioscoop.

Premium
Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.

Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?

Abonneer nu en profiteer!

Probeer direct
Showbizz
  • Beer Buijsman