'Drugs bestaan, en gaan nooit meer weg'

Columnist Bart Nijman merkt dat tegenstanders van het decriminaliseren van (hard)drugs zich op sleetse drugsdogma’s beroepen, die ze niet lijken te koesteren ten aanzien van alcohol.

Het valt me tegen hoe sterk de aversie is tegen het D66-plan om (hard)drugs te decriminaliseren. Iedereen ziet toch onderhand dat de war on drugs een gevecht tegen windmolens is, en dat het menselijke verlangen naar verdovende, psychedelische of geestverruimende middelen altijd groter is dan de pakkans op verboden vruchtgebruik?

Drugs bestaan, en gaan nooit meer weg. Een significant aantal mensen voelt behoefte om ze te gebruiken. Meestal simpelweg voor het plezier. Een kleiner deel heeft er baat bij, vanwege het banale (verbetering van prestaties, vergroten van uithoudingsvermogen) of de geestelijke verlichting die bepaalde middelen aan een donker brein bieden. Alleen al in het belang van die laatste groep is het goed om de discussie op een (ik zou bijna zeggen: ouderwetse) progressieve, liberale manier te voeren.

Natuurlijk: decriminalisering of zelfs legalisering is een monsteropgave die niet licht besloten, laat staan makkelijk uitgevoerd kan worden. Het vereist een systeemomslag die begint bij het herschrijven van wet- en regelgeving, een grote opschaling in informatievoorziening en voorlichting, en waarin duidelijke voorwaarden voor vermarkting (en belasting) moeten komen. Daar gaat een enorm debat aan vooraf waarin het gebruik, de effecten en de risico’s van drugs eerlijk worden meegenomen.

Wat dat laatste betreft valt het me op dat tegenstanders zich op sleetse drugsdogma’s beroepen, die ze niet lijken te koesteren ten aanzien van alcohol. Hoe is het één zo ingeburgerd geraakt, en wordt het ander zo verketterd? Vaak stijgt er – begrijpelijke – ouderlijke angst voor het welzijn van kinderen op uit de verwerping van het D66-manifest. De meest felle tegenstanders zwaaien met anekdotische voorbeelden van vrienden of familieleden die aan verslavingen zijn bezweken.

Als het debat begint met persoonlijke anekdotes, dan begin ik daar ook. In mijn eigen leven en omgeving ken en kende ik talloze gebruikers, van diverse soorten drugs. Uppers, downers, coke en pillen. Ik ken of kende niemand die levensverzwarende lasten ondervond van dat drugsgebruik, en ken juist wel veel mensen die open en verantwoord over hun gebruik praten en een veilige modus voor hun behoeften onderhouden, of hebben ontwikkeld. Drugs zijn daarbij een plezier, creativiteit en/of conversatie stimulerende factor. Gunstige impulsen, voor mensen die gewone, gezonde en regelmatig ook geslaagde levens leiden.

Maar misschien betekent die ervaring alleen maar dat ik vooral eerst uit mijn eigen bubbel moet komen, om ook rotverhalen van verslaving en falen aan te horen, voordat het debat naar het volgende niveau kan.

Laatste nieuws