Premium

Neerlands Hoop: Glodi Lugungu

Nieuwe Revu portretteert de leiders van een nieuwe generatie. Zij helpen Nederland vooruit door de juiste vragen te stellen of door zelf de antwoorden te geven. Deze week: stand-upcomedian Glodi Lugungu (27).
Carré Amsterdam

Deze week: stand-upcomedian Glodi Lugungu (27).

Wat is je beste beslissing van de laatste twaalf maanden?

‘Om mijn studie bouwkunde af te maken. Mijn droom was ooit om architect te worden. De keuze om iets af te maken waar je aan begonnen bent, was voor mij in zekere zin het startschot voor een mentale ommezwaai. Als zoiets lukt, krijg je namelijk de smaak te pakken en wordt het makkelijker om het telkens te herhalen. Die mindset heeft een belangrijke rol gespeeld in mijn overstap naar comedy. Ook in het verzinnen van grappen moet je net zolang door blijven gaan tot het werkt. Dat betekent dus dat je dingen moet afmaken en niet te snel weg moet gooien. Mijn omgeving spoorde me aan om mijn opleiding af te maken. Dat leidde bij mij tot veel woede en irritatie, want het was gewoon te veel en eigenlijk niet te combineren met mijn stand-upcomedy. Toen ik mijn scriptie moest inleveren, heb ik een week lang niet geslapen en non-stop gewerkt, maar dus wel met als eindresultaat dat ik het heb gehaald. Ik zag met eigen ogen dat hard werken wordt beloond en dat besef is doorgesijpeld naar andere dingen waar ik mee bezig ben, zoals het schrijven van mijn eerste solo-voorstelling.’

Hoe reageerden je ouders toen je zei dat je geen architect werd, maar cabaretier?

‘Ik woon al sinds mijn zeventiende niet meer thuis, dus ze waren niet altijd op de hoogte van waar ik mee bezig was. Ze wisten dat ik studeerde en op voetbal zat, dat was het enige. Ze wisten ook dat ik af en toe optrad, maar nog niet dat ik zo serieus met comedy bezig was. Dat besef kwam pas toen ze hoorden dat ik meedeed aan het Amsterdams Kleinkunst Festival. Mijn vader was aanvankelijk sceptisch, nu heeft hij allemaal ideeën over wat ik nog meer zou kunnen doen. Laatst suggereerde hij dat ik Engels en Frans moet leren, zodat ik ook in het buitenland kan werken.’

Je hebt het Amsterdamse Kleinkunst Festival gewonnen en de Volkskrant heeft je uitgeroepen tot hét comedytalent van 2020. Dat terwijl je eerste voorstelling pas in het najaar in première gaat. Waar ben je in hemelsnaam mee bezig, man?

‘Haha, ja, het is veel. Maar ik ben er wel dankbaar voor. Hoe het allemaal zo snel heeft kunnen gaan? Ik zou bijna zeggen door eigenwijsheid. Mijn insteek was vanaf het begin: ik wil sneller leren en me sneller ontwikkelen dan anderen. Dat had ik met voetbal ook al, het liefst wilde ik met de oudere jongens spelen om een niveautje hoger te kunnen. Als aspirantlid bij Comedy Train had ik diezelfde drang naar meer en beter willen zijn. De kunst is om de lat zo onrealistisch hoog te leggen dat het eigenlijk onmogelijk wordt om eroverheen te springen. Want ook al lukt dat niet en kom je alleen maar in de buurt van de lat, dan heb je misschien niet de jackpot, maar zit je wel alsnog veel hoger dan de rest. Dat maakt het verschil. Als je vier keer in de week traint en de rest twee keer, dan ben je net iets sneller en alerter en schiet je net iets harder. Dat kun je toepassen in alle facetten van je leven.’

Ik wil over vijf jaar in Carré staan, en ik wil met mijn eerste show de cabaretprijs Neerlands Hoop winnen

Op welke onrealistisch hoge plek heb je de lat nu voor jezelf gelegd?

‘Ik hoop niet dat ik het jinx door het hardop uit te spreken... Ik heb er twee. Ik wil over vijf jaar in Carré staan, en ik wil met mijn eerste show de cabaretprijs Neerlands Hoop winnen.’

Als lid van een groot Congolees gezin opgroeien in het blanke Brabantse dorpje Dommelen lijkt me voor een stand-upcomedian een onuitputtelijke bron van inspiratie.

‘Is het ook zeker. Wij waren de enige donkere familie in het dorp. Dat waren de meeste mensen niet gewend en leidde soms tot onbedoeld hilarische botsingen. Zoals die keer dat ik op voetbalkamp zou gaan en mijn trainer thuiskwam om aan mijn moeder uit te leggen wat een spooktocht is. En dat de trainer niet doorhad dat iemand die uit Congo is gevlucht het helemaal geen prettige gedachte vond dat ik midden in de nacht in een bos zou worden gedumpt, waar blanke mannen in witte lakens mij bang gingen maken. Maar het was in mijn jeugd niet alleen maar rozengeur en maneschijn. De politie reed bijna elke dag wel een keer langs om te kijken wat wij aan het doen waren. Die kant van de medaille wil ik ook kunnen vertellen, met grappen. Want grappen maken onderwerpen luchtiger. Maar ik wil ook geen mensen tegen de schenen schoppen. Die balans probeer ik te vinden, tussen zelfspot en mensen een spiegel voorhouden.’

Hoe is je drang naar het podium gegroeid?

‘Ik denk thuis. Lachen is in ons gezin altijd belangrijk geweest. Terwijl we ’s avonds het eten opschepten, begon iedereen aan tafel door elkaar heen te vertellen over wat zij die dag hadden meegemaakt. Of je verhaal leuk en interessant was, kon je merken aan hoe stil het aan tafel werd. Was het niet leuk, dan kreeg je dat ook echt te horen. Ik heb acht broers en zussen, dus dan moest je zeker je best doen om te worden gehoord. Daardoor ontstond een soort haantjesgedrag: wie is het grappigst en wie heeft die dag de mooiste avonturen meegemaakt? Van die familiebattles pluk ik nu de vruchten.’

Is dat typisch Congolees?

‘Ik denk het wel. Als ik denk aan Congolese feestjes, daar wordt altijd enorm gelachen, om de kleinste dingen. Of je wordt door iedereen keihard uitgelachen om wat je aan hebt. Een Congolees kan je recht in je gezicht uitlachen als je een paraplu meeneemt omdat je denkt dat het later gaat regenen. Ze zoeken heel snel het leuke verhaal op. Op zo’n Congolees feestje man, je moet zo scherp zijn. Anders word je afgefakkeld waar je bij staat. Dat competitieve, om wie kunnen we het hardst lachen, dat zit er echt ingebakken. Ik heb nog nooit een Congolees ontmoet die mij niet aan het lachen heeft gekregen.’

CV

Congo

Glodi is anderhalf jaar als hij met zijn moeder Congo ontvlucht. Het grote gezin Lugungu strijkt uiteindelijk neer in het Brabantse dorpje Dommelen.

Toomler

Nadat twee vrienden hem meenemen naar de Amsterdamse comedyclub Toomler, blijkt hij tijdens het Open Podium een rasverteller.

Eerste show

Glodi wint in 2018 het Amsterdams Kleinkunst Festival en werkt momenteel aan zijn eerste solo-voorstelling.

Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.

Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?

Abonneer nu en profiteer!

Probeer direct

Laatste nieuws