Premium

‘Elk liedje heeft z’n waarheid’

Als André Hazes-imitator begon Frans Duijts (39) in 2004 zijn zangcarrière. In het jaar waarin hij veertig wordt en vijftien jaar in het vak zit, droomt hij van Ziggo Dome, Ahoy en een stadionconcert. Maar dan moet er wel een tweede Jij Denkt Maar Dat Je Alles Mag Van Mij komen.
Concert

 De zangende sloper over echte vrienden, 180 kilo tillen en mannenspeelgoed. ‘Welke man wil nou niet op een kraan zitten om een gebouw omver te gooien?’

Je zit dus vijftien jaar in het vak. Op welk punt in je carrière bevind je je?

‘Ik verkeer in de luxe positie dat er volop aanvragen voor optredens binnenkomen. Ik mag singles uitbrengen, albums maken en heb een goed management. Met dat team wil ik graag een volgende stap maken. Ik heb de vurige wens om mijn carrière op een geschikt moment een boost te geven door middel van concerten in echt grote zalen, zoals de Ziggo Dome en Ahoy. Als Echte Vrienden heb ik samen met Django Wagner en Peter Beense een keer voor een volle bak gezongen in AFAS Live, dat waren zesduizend mensen. Maar om dat een keer solo te doen, dat lijkt me toch ook fantastisch. Mijn grote droom is om een keer een stadion te vullen, dus moeten we gaan bouwen. We hebben een doel waar we graag naar toe willen werken. Dat begint met goede liedjes uitbrengen, zoals mijn hit uit 2008 Jij Denkt Maar Dat Je Alles Mag Van Mij. Nog een keer zo’n soort succes zou het organiseren van grote concerten kunnen versnellen.’

Hebben de afgelopen vijftien jaar je veranderd als mens?

‘Ik denk het uiteindelijk wel, ja. Dat komt grotendeels doordat er mensen in mijn omgeving zijn geweest die me hebben beschadigd. Die ik het vertrouwen heb gegeven, maar daar niet op de juiste manier mee omgingen. Daar word je voorzichtig van.’

Kun je daar een voorbeeld van geven?

‘Zonder namen te noemen: als je iets voor een collega doet, en diegene drukt je op het hart dat je altijd kunt bellen als je zelf iets nodig hebt, dan is het natuurlijk een teleurstelling als je dan nul op het rekest krijgt en je wordt afgescheept met “je moet mijn management maar even bellen”, en vervolgens moet er gewoon voor die gevraagde gunst worden betaald. Van dat soort acties in het wereldje word je gauw voorzichtiger.’

Het klinkt alsof je haarfijn de slagaders van de plastic showbizzwereld blootlegt.

‘Zoiets is het wel, ja. Er zitten gelukkig wel echte mensen tussen en dat zijn ook mensen die dicht bij me staan.’

Zoals Django Wagner en Peter Beense, met wie je de formatie Echte Vrienden vormt?

‘Ja, dat zijn inderdaad échte vrienden.’

Bestaat dat eigenlijk wel, echte vrienden in de showbizz?

‘Ja, dat bestaat. Er is een aantal mensen in het vak dat ik blind mijn geld toevertrouw.’

We zijn benieuwd; wie komen er bij je thuis?

‘Dat zijn er niet superveel. Maar Django Wagner en Wolter Kroes zijn zeker vriendjes van me. Maar in dit wereldje bestaan er meer oppervlakkige relaties dan echte vriendschappen.’

Ik blijf cd’s uitbrengen. Ook al worden er maar 8000 van verkocht, het zijn wel 8000 mensen met wie je even contact hebt

Je zit hier in Tiel ver buiten het epicentrum van de handkusjes en luchtgroetjes.

‘Behalve dat deze grond me bindt omdat ik in Tiel ben geboren, vind ik ook dat ik hier op een fraaie, gepaste afstand van de showbizz woon. Ik zit hier heerlijk. Geografisch bevind ik me in het midden van het land, wat voor mijn optredens een ideale uitvalsbasis is. Amsterdam is een uurtje, maar Zwolle ook. Ik zing door het hele land, dus ik zit hier in Tiel aardig centraal.’

Je huis staat sinds kort weer te koop, want je gaat een nieuw huis bouwen. Het heeft in 2016 ook te koop gestaan. Er gingen toen sappige praatjes rond over de reden daarvan.

‘Ja, we hebben toen een tijdje het verhaal aan moeten horen dat ik het niet meer kon betalen. Onzin. Het had te maken met een stukje planning; wanneer gaan we ons nieuwe huis bouwen en wanneer gaan we verhuizen? Die plannen hebben we bijgesteld tot nu. Juist nu, want onze kinderen zijn elf, twaalf en veertien. Als we nu gaan bouwen, kunnen ze nog een jaartje of tien bij ons wonen en van het nieuwe huis meegenieten. Als we over tien jaar pas gaan bouwen, dan hoeven we niet meer de woning neer te zetten die we nu graag willen realiseren.’

Wil je groter wonen?Je hebt al een aardig optrekje hier.

‘Niet groter, maar anders. Kijk, onze huidige woonplek heeft een inhoud van ruim 2300m3, dat is ongelooflijk groot. We hebben kamers en ruimtes waar ik soms een jaar lang niet kom. Dat klinkt opschepperig, zo bedoel ik het totaal niet, maar het is een feit dat het veel te groot is wat we hier hebben. En mijn grote wens was altijd al om een keer iets nieuws te bouwen. We hebben flink geïnvesteerd in ons huidige huis, want we hebben iedere ruimte verbouwd. Behalve het inpandige zwembad, de fitnesszaal en de uitgebreide caféruimte met bar en biljart, heeft mijn vrouw Marloes haar eigen kapsalon aan huis. Ze werkte eerst ergens anders, maar we vonden het veel praktischer om het kapperswerk thuis te doen. Nu kan ze ook ’s avonds werken als ze dat wil. Stel dat ik weg ben voor een optreden en de kinderen zijn thuis, dan kan ze toch gewoon knippen. Verder is alles aan dit huis vernieuwd: badkamers, toiletten, de keuken, noem maar op. De toekomstige koper krijgt echt wat moois.’

Behalve verhuisplannen heb je vast ook muziekplannen voor de rest van dit jaar.

‘Best veel inderdaad. We gaan nieuwe muziek maken en uitbrengen, we zijn aan het kijken of ik met een eigen show ga touren en ik wil nog graag met een nieuw album komen. Maar voor dat laatste moet wel aanleiding zijn. Zomaar out of the blue een nieuwe cd releasen, dat heeft in deze tijd niet zoveel zin meer omdat de verkoop van cd’s op z’n gat ligt.’

Het klinkt ook wel ouderwets, Frans: een cd uitbrengen.

‘Klopt, maar ik wil het blijven doen, ik blijf cd’s uitbrengen. Ook al worden er maar achtduizend van verkocht, het zijn wel achtduizend mensen met wie je even contact hebt. Zo zie ik het. Het is nu alleen wat lastig scoren als je een nieuwe single uitbrengt. De mensen die het album al hebben, kopen de single niet meer los, terwijl juist die doorgewinterde fans nodig zijn om een liedje tot een hit te laten uitgroeien. Zo loop ik extra downloads mis. Een album is op die manier een concurrent van mijn eigen singles. Eigenlijk moet je als artiest tegenwoordig eerst een paar singles los uitbrengen die dan later samenkomen op een album. Dat is de goede volgorde. En een medium als Spotify is superbelangrijk voor me. Qua aantallen unieke luisteraars, rond de tweehonderdduizend per maand, en aantal keren dat mijn liedjes worden beluisterd, ongeveer 46 miljoen keer. Dat zijn indrukwekkende cijfers.’

Over cijfers gesproken: je wordt in mei 40. Wat zegt dat getal jou?

‘Ja joh, ik word een ouwe lul. Het cijfer zelf zegt me niks, ik voel me ook geen veertig. Mijn manager Johnny Sap zegt ook weleens dat de weg naar de veertig en de vijftig geen probleem is, maar dat het best heftig is om richting zestig te gaan. Vroeger vonden we een opa van zestig een oude man, maar nu is dat gewoon een leeftijd waarop je gerijpt bent.’

Voel jij je al gerijpt?

‘Ja, ik voel me wel gerijpt. Ik zeg vaak grappend dat ik me twintig voel met twintig jaar ervaring. Dan kom je ook op veertig uit.’

Waardoor voel je je nog twintig?

‘Ik mag nog heel veel spannende dingen doen. Ik ontmoet nog steeds nieuwe mensen en maak de mooiste en de gekste feesten mee in binnen- en buitenland. Door elk liedje boor ik andere luisteraars aan. En ieder nieuw nummer houdt me jong, doordat er steeds andere geïnteresseerden bij komen. Ook jongelui dus. Elk liedje heeft z’n waarheid, dus hoe oud of jeugdig je ook bent: muziek houdt je jong.’

Hoe jong ben je fysiek?

‘Momenteel voel ik me erg goed. Als ik dat in leeftijd zou moeten uitdrukken, zou ik denk ik ergens tussen de 25 en de 30 jaar uitkomen.’

Je hebt een indrukwekkend postuur. Daar zit ook veel spiermassa tussen, hè?

‘Krachtsport is mijn ding. Van alle sporten die er bestaan, heeft krachtsport de langste naverbranding. Hardlopen is hartstikke leuk, maar heeft een naverbranding van een paar uur. Krachtsport heeft een naverbranding van een paar dagen. Als je goed omgaat met je voeding en je drinken, kun je die verbranding ook vasthouden.’

Wat doe je precies aan stoere mannensport?

‘Deadliften, benchen en squatten. Bij deadliften hijs je de halter van de grond af tot je heupen omhoog, dus niet boven je hoofd. Je traint hiermee vooral je onderrug, maar daarnaast ook nog een hele serie andere spieren. Ik til momenteel 180 kilo. Benchen is het bekende bankdrukken. Dit blijft bij mij een beetje achter, ik zit op dit moment op 90 kilo; dat moet naar de 140 kilo toe. Met squatten gooi je een gewicht in je nek, ga je met je kont naar de grond en weer omhoog. Met deze oefening zit ik nu op 170 kilo. Voor de mensen die deze sport uitoefenen zijn mijn kilo’s niet heel bijzonder, die lezen dit en denken: mwah. Alex Moonen bijvoorbeeld, de Sterkste Man van Nederland, tilt alleen al met deadliften zo 400 kilo op. Daar ben ik helemaal niks bij, haha. Maar voor de gemiddelde Nederlander is het denk ik best wel aardig wat ik optil of wegdruk.’

Van het sporten even terug naar het zingen. Sommige artiesten zijn al van jongs af aan bezig, maar jij bent relatief laat doorgebroken.

‘Omdat het nooit mijn ambitie is geweest om bekend te worden of als artiest aan de slag te gaan. Ik wilde de grootste sloper van Nederland worden. Mijn ouders hebben een bedrijf in sloopwerken. Veel mensen denken dan direct aan een autosloperij, maar dat doen wij niet. Wij slopen alles wat een ander heeft gebouwd; van fabrieken tot keukentjes en van zwembaden tot rijtjeshuizen: alles wat plat moet, gooien wij plat. Daarnaast zitten we in de verkoop van bouwmaterialen. Dat is ooit begonnen met het meenemen van materialen vanaf de sloop. Een goede balk, een paar prima planken of een stel dakpannen: dat vonden we zonde om weg te gooien. Die spullen gingen mee naar de zaak en die werden dan weer verkocht. De zaak was eigenlijk gewoon het woonhuis van mijn ouders, dus de voor- en achtertuin stonden altijd vol met allerlei bouwmateriaal. Van kinds af aan heb ik er rondgelopen. Vrienden gingen de stad in om te chillen, ik ging lekker bij mijn ouders aan het werk: planken stapelen, heftruck rijden, hutten bouwen. Allemaal leuke, stoere jongensdingen. Ik heb altijd gezegd dat ik de grootste sloper van Nederland wilde worden. Dat was mijn grotere doel.’

Wat zorgde voor een ommekeer?

‘De omslag kwam niet helemaal uit het niets. Als kind heb ik altijd al een grote passie voor muziek gehad én een heel grote liefde voor André Hazes. Hij is nog steeds mijn grote voorbeeld. Nederlandstalig was altijd wel mijn ding, maar ik luisterde ook naar Tom Jones, Engelbert Humperdinck en Roy Orbinson. Vanuit mijn affiniteit met muziek draaide ik als dj plaatjes bij drive-in-shows. Het bedrijf dat die shows verzorgde, ging op een gegeven moment ook artiestenbegeleiding doen. Ik ging als geluidstechnicus mee en testte vaak de microfoon. Dat “one-two, one-two” in de microfoon roepen vond ik maar niks, dus ik zette liever een orkestband aan en liep dan al zingend de zaal door om in elke hoek het geluid te kunnen uitproberen. Maar als ik op stap was, pakte ik ook weleens de microfoon. Achter de bar, op de bar, voor de bar: ik zong graag even een paar liedjes voor de lol. Totdat er iemand bij me kwam wiens dochter ging trouwen. Hij vroeg me om een paar liedjes te komen zingen. Dat was natuurlijk wel even een ander verhaal, want wat ga je dan zingen? Uiteindelijk werd het een bonte mix van Hazes en andere Nederlandstalige liedjes. De aanwezigen vonden het leuk en daaruit vloeide nog een optreden voort. Zo ging het balletje rollen en voor ik het wist, stond ik zeventig of tachtig keer per jaar te zingen, van kleine feestjes in een woonkamer tot evenementen op een marktplein.’

Jouw passie voor het sloopbedrijf van je familie is nog altijd groot, maar je zwaait zelf niet meer met de sloopkogel?

‘Als het moet wel, hoor! Kijk, mijn vader is iets meer dan een half jaar terug overleden. Mijn moeder en mijn twee zussen runnen nu de zaak, ik doe daarin mee als een soort vliegende keep. Als het echt even nodig is, stap ik zelf op de sloopkraan. Ik heb vorig jaar nog een klein projectje zelf meegedraaid. Ook stap ik gerust op de vrachtwagen om dingen weg te brengen, bakken te legen of een container ergens naar toe te rijden. Het blijft spannend en fascinerend en bovendien: het is mannenspeelgoed. Welke man wil nou niet op een kraan zitten om een gebouw omver te gooien? Dat is toch heerlijk?’

Wat doe je verder in het bedrijf?

‘Ik help soms om projecten aan te nemen. Vlak achter mijn woning bevindt zich het openbare zwembad van Tiel, dat gaat tegen de grond. Dat project heb ik mede aangenomen. Het zwembad gaan we dit jaar nog slopen. Er komt een stukje verderop, maar wel op dezelfde locatie, een nieuw zwembad. Slopen is een sport, ik doe het mijn leven lang al. Het aannemen van een klus is keer op keer een uitdaging, want je moet met veel dingen rekening houden, de situatie goed kunnen inschatten en dan hopen dat je er wat aan verdient.’

Zie je jezelf meer als zanger of als ondernemer?

‘Ik ben beide, maar mijn carrière draait nu vooral om het zingen. Al zit het sloop-gen gewoon voor altijd in me. Je zou me de zingende sloper kunnen noemen, haha. Ik ben trots op ons bedrijf, dat blijft zo. De zaak staat op 2,5 hectare met 1 hectare onder de kap, zoals we dat noemen. Die loods staat vol met bouwmaterialen. Ik vind dat een heerlijke plek om te zijn, het hoort bij mijn achtergrond en bij mijn leven.’

Het is nooit mijn ambitie geweest om bekend te worden of als artiest aan de slag te gaan. Ik wilde de grootste sloper van Nederland worden

Je sneed net al even het overlijden van je vader aan, in juni 2018. Zag je zijn dood aankomen?

‘Ja, maar toch was het een enorme klap die nog steeds nadreunt. Hij had een aantal bypasses gekregen en een nieuwe hartklep. Daarnaast was een bestaande hartklep gerepareerd. Na die ingrepen hoort het eigenlijk een beetje beter te gaan, de patiënt hoort een soort tweede leven te krijgen. Bij mijn vader sloeg het allemaal niet zo goed aan. Hij ging stapje voor stapje achteruit, zijn toestand verslechterde in de loop der jaren. Uiteindelijk ging het in december 2017 heel slecht met hem. Het was een situatie van ziekenhuis in, ziekenhuis uit en we hadden allemaal zoiets van: als dit maar goed komt. Zelf was hij heel positief, hij zei vaak dat hij 104 jaar oud zou worden. Mijn vader heeft altijd hard gewerkt en hard geleefd. Zijn werk in het sloopbedrijf zag er vroeger heel anders uit dan tegenwoordig, mijn vader deed eigenlijk alles met de hand. De laatste jaren werkten we met machines, maar in zijn begintijd ging alles natuurlijk anders. Als jonge kerel stond hij geregeld boven op een muur om de boel af te breken en het puin in de vrachtwagen te laden, die daarna weer met de hand werd gelost. Het was gewoon keihard werken. Daarnaast hield hij van lekker eten, van een drankje en van leuke dingen doen. Dat heeft hij kunnen doorzetten totdat hij echt zieker en zieker werd, eind 2017. Zijn organen lieten hem in de steek en zonder organen kun je weinig tot niets. Ik ben er nog steeds helemaal stuk van dat mijn beste vriend en grootste fan er niet meer is. De band met mijn vader was erg bijzonder. Hij was mijn maatje en mijn voorbeeld.’

In 2010 heb je zelf een waarschuwing van je lichaam gehad: je was veel te druk en je kreeg pijn in je hartstreek. Denkend aan de hartproblemen van je vader gingen alle alarmbellen zeker af bij je?

‘Zeg dat wel, de schrik zat er goed in. Het bleek “gelukkig” een ontstoken borstspier, maar dat kwam natuurlijk wel door overbelasting. Mijn agenda stond voor alles vol open, dus voor tv, radio, interviews en optredens. Ik deed meer dan 350 shows per jaar, echt niet normaal. Dat kan niet en ik wil het ook nooit meer. Ik heb het laten aanpassen naar maximaal honderdvijftig optredens per jaar en wil graag toe naar nog minder shows, maar wel grotere shows. Ik bewaak mijn carrière en vrije tijd na die fysieke terugval in 2010 zorgvuldiger dan ooit. Ik heb de pappamiddag destijds in het leven geroepen; op woensdagmiddag ging mijn agenda op slot. Waarom? Ik heb de eerste vijf, vier en drie jaar gemist van het opgroeien en opvoeden van mijn kinderen. Ik wil dat simpelweg niet meer.’

Wat is er bij jou veranderd ná die fysieke waarschuwing?

‘Ik zal nooit vergeten dat we net dit huis in Tiel hadden gekocht en ik thuis als een zombie op de bank zat. Je kon tegen me aan lullen wat je wilde, het kwam niet eens meer binnen, zo ver was ik heen. Dan gaat je lichaam dus signalen afgeven, waardoor het leek alsof ik een hartinfarct had gehad. Gelukkig was het maar een ontsteking, maar die zit wel dicht bij je hart, en dan moet je gewoon oppassen. Ik heb dus een flinke stap terug gedaan qua optredens en heb met mijn manager afgesproken dat we een selectie maken in interviews, radio- en tv-dingetjes en goede doelen. Dat is me heel goed bevallen en ik heb dat tot op de dag van vandaag vast kunnen houden. Ik hou stress zoveel mogelijk buiten de deur. Natuurlijk heb ik af en toe eens spanning, zeker als ik mijn eigen concerten aan het draaien ben. Dan vraag je je weleens af of het allemaal wel goed komt, of er wel genoeg mensen zullen komen, of de show wel helemaal klopt, of alles goed is berekend zoals wij denken dat het zou moeten. Maar in de loop der jaren heb ik fantastische mensen om me heen verzameld op wie ik blindelings kan bouwen en die me veel werk en zorgen uit handen nemen. Ik werk met drie teams: een uitstekend boekingskantoor dat heel goed voor me zorgt, een heerlijk management en een platenmaatschappij die van wanten weet. Al met al zijn het 23 mensen die met me bezig zijn, dus van de plugger tot de muzikanten, de geluidsman, de tourmanager en noem maar op. Het bevalt me goed en het geeft me een hoop rust. Een heerlijk leven zo.’

NIEUWE REVU ONTMOET FARNS DUIJTS

Waar? Thuis in Tiel, in zijn enorme landhuis. Binnen valt het interieur op, waar Duijts en zijn vrouw hebben gekozen voor natuurlijke materialen en aardetinten, met hier en daar een boeddhabeeld. De riante villa staat sinds kort weer te koop, want Duijts wil zijn droomhuis bouwen op een reeds aangekocht kavel even verderop. Wanneer? Op een middag waarop Duijts meerdere malen benadrukt dat hij alle tijd heeft. Verder nog iets? Als we aan het begin van het gesprek uitleggen dat het artikel op zes pagina’s komt en zo’n drieduizend woorden zal bevatten, zegt hij even grappig als bescheiden: ‘Ik weet niet of ik wel zoveel woorden heb, hoor.’ Uiteindelijk werd het een interview van dik tienduizend woorden en hebben we de hoogtepunten geselecteerd.

Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.

Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?

Abonneer nu en profiteer!

Probeer direct

Laatste nieuws