De man die de Mcdrive in zwalkte

Ze halen zelden de krantenkoppen, maar ook huis-tuin-en-keukencriminelen worden door de rechter ter verantwoording geroepen. In Het Beklaagdenbankje uw wekelijkse portie winkeldiefstal, huiselijk geweld en ander klein leed.
Logo McDonald's

Deze week meneer Z. die zwaar onder invloed even een hamburgertje ging scoren.

Er zijn een hoop manieren waarop beklaagden de rechtszaal binnenkomen. Soms komen mensen op hoge poten, al vloekend, zuchtend en met hun ogen rollend de deur door, om al voor het begin van de rechtszaak te mopperen dat ze hier dus even totaal geen zin in hebben. Soms komen mensen zwijgend binnen, met een kalme, ijzige blik in hun ogen, die meteen al de toon van het gesprek duidelijk maakt. Of vaders of moeders vol schaamte die iets hebben gestolen in een moment van verstandsverbijstering, samen met hun partner, kinderen, opa’s en oma’s en de buurjongen die rechten gestudeerd heeft. En soms komen verdachten binnenschuifelen zoals de 33-jarige meneer Z. Met gebogen hoofd, een melancholische blik in zijn ogen en de zwaarte van de wereld op zijn schouders mee torsend.

Achter hem aan loopt zijn advocaat, gevolgd door zijn tolk. Zodra de rechter de tolk, een dame op leeftijd, ziet, glimlacht hij. ‘Ah, daar bent u weer,’ knikt de rechter goedkeurend. De tolk glimlacht en knikt terug.

‘Ik werk inderdaad wel veel hier, de laatste tijd.’

De rechter kijkt een keer goedkeurend om zich heen, beëdigt de tolk. Dan wendt hij zich tot meneer Z. ‘Goed, meneer Z.,’ begint de rechter langzaam, zodat de tolk met een kleine vertraging mee kan praten. ‘U bent vandaag verdachte in deze zaak, dat wil zeggen dat u niets hóeft te zeggen, maar dat u wel heel goed op moet letten.’ Meneer Z. knikt beteuterd. De zitting valt hem zwaar.

‘U heeft bekend, toch?’ vraagt de rechter retorisch aan de beklaagde voor hem. ‘Bij de politie heeft u verteld dat u inderdaad vrij veel gedronken had. Het zou te maken hebben gehad met uw verjaardag?’

‘Nou, nee eigenlijk niet,’ mompelt Z. zachtjes en sip. ‘Ik had wel veel gedronken, maar het had niet met mijn verjaardag te maken.’

De rechter knikt begripvol. Dan zet hij even kort uiteen wat er allemaal aan de hand was, op de bewuste dag dat meneer Z. de fout in ging. Blijkbaar kwam er bij de politie een melding binnen van een over de weg slingerend voertuig, de auto van meneer Z. De melder zette de achtervolging in en onder toeziend oog van die bezorgde burger is Z. met auto en al de Mcdrive in gezwalkt, voor een burgertje voor onderweg. Daar wist de politie hem op te pakken en te arresteren. Z. moest blazen, en blies 855 microgram, wat, bij benadering, neerkomt op een glas of twaalf, dertien.

Verdrietig schooljongetje

‘Dat is nogal wat, meneer,’ verzucht de rechter, als hij zijn verhaal gedaan heeft. Even is meneer Z. stil. Als een verdrietig schooljongetje dat de klassecavia per ongeluk heeft doodgeknepen, laat hij zijn schouders zakken en trekt hij het boetekleed aan. Even verzamelt hij wat moed, haalt een keer diep adem en probeert dan antwoord te geven. ‘Ik vind het moeilijk om hierover te praten,’ zegt hij zachtjes en binnensmonds. Toch lijkt het de rechter weinig te kunnen schelen: hij vraagt stug door. ‘Hoe kan het toch dat dit is gebeurd?’ ‘Weet ik niet,’ sipt meneer Z., terwijl hij zijn schouders ophaalt.

‘U heeft het record van deze dag, meneer,’ gaat de rechter onverstoorbaar verder. ‘Het is echt heel veel wat u gedronken had.’ Z. mompelt dat hij een kennis had bezocht, en dat hij daar zoveel gedronken had, maar zijn bijdrage aan het gesprek valt eigenlijk te verwaarlozen. Het lijkt erop dat Z. bijna niet kan praten van verdriet. De rechter blijft het maar proberen door vragen op hem af te vuren, over het hoe en waarom, over wat meneer Z. bewoog om met zoveel drank op toch achter het stuur te kruipen, maar er komt amper antwoord op.

U heeft het record van deze dag, meneer, het is echt heel veel wat u gedronken had

Dan gooit de rechter het maar eens over een andere boeg. ‘Ik lees dat u aangegeven heeft bij de politie dat u eigenlijk het liefst een milde boete zou willen, als u hiervoor gestraft wordt. U geeft aan dat u snapt dat u gestraft wordt, maar dat u maar een kleine portemonnee heeft.’

Automonteur

Z. knikt, daarnaast baalt hij eigenlijk ook wel dat zijn rijbewijs hem tot nader order is afgepakt, omdat hij automonteur is en zijn auto gewoon nodig heeft voor zijn werk. Als de rechter hem erop wijst dat hij daar ook aan had kunnen denken voordat hij dronken de Mcdrive in reed, knikt Z. verdrietig en maakt hij zich nog net een beetje kleiner dan hij al was.

Het woord is aan de officier van justitie, die op meneer Z. reageert zoals officieren van justitie altijd op dit soort zaken reageren: onverbiddelijk. Hij legt uit dat het OM zwaar tilt aan dit soort zaken en dat Z. de algemene verkeersveiligheid ernstig in gevaar heeft gebracht. De eis is niet mals: een flinke boete en het inleveren van zijn rijbewijs. De rechter vraagt of Z. de officier begrepen heeft. Meneer Z. knikt beteuterd. Dan richt hij zich toch even op. ‘Zou die boete niet wat lager mogen? Mag ik dat vragen? Mag ik vragen of die boete niet lager kan?’

De rechter trekt zijn wenkbrauwen een keer op en knikt dan. ‘Dat mag u vragen.’

Z. oppert dat hij eventueel anders zijn boete in termijnen zou willen betalen. Het liefst in zo klein mogelijke termijnen. ‘Eventueel zou dat een mogelijkheid zijn,’ houdt de rechter alle opties nog open. Meneer Z. knikt, maar voor de straf mag het weinig baten. Hij krijgt een boete van 800 euro en is nog acht maanden zijn rijbewijs kwijt. De boete, dat dan weer wel, mag meneer Z. in acht termijnen van 100 euro betalen. De rechter is een beetje inschikkelijk geweest omdat Z. nog helemaal geen strafblad had. Althans, niet in Nederland.

Zo verdrietig als hij binnenkwam, zo verdrietig staat meneer Z. ook weer op. 800 euro, lijkt hij te denken. Dat is veel geld voor een Mckroket en een Mcflurry.