Premium

De man die laptops uit auto’s stal

In het beklaagdenbankje uw wekelijkse portie winkeldiefstal, huiselijk geweld en openbare dronkenschap. Deze keer meneer K. die op advies van zijn advocaat weinig te melden heeft over een trits aan autodiefstallen die aan hem gelinkt worden.
Veiligheidshamer

De rechtbank is uitgestorven. Er zijn geen schoolklassen, geen andere bezoekers. Er lopen geen advocaten met bekertjes slechte koffie in hun hand en hun toga over de arm in de richting van de juiste rechtszaal. Aan de balie zit één bode. Er zijn geen mensen die per ongeluk met een biertje te veel achter het stuur gekropen zijn, en nu schuldbewust naast hun echtgenoten of hun ouders zitten te wachten op hun beurt, want hun beurt komt vandaag niet: vandaag worden alleen de hoognodige rechtszaken behandeld. Zaken die echt niet langer kunnen wachten. Nadat de zaak voor de vorm uitgeroepen wordt, gaan de deuren van de rechtszaal open. De griffier en de rechter zitten waar ze altijd zitten, op een veilige afstand van anderhalve meter uit elkaar. De officier van justitie heeft voor de zekerheid haar tafel nog net even een half metertje naar links getrokken. In de rechterhoek staat een groot scherm, waarop de 34-jarige meneer K. te zien is, die live in verbinding staat vanuit de gevangenis. Via een audioverbinding is ook de advocaat van meneer K. te horen. Als alle verbindingen getest zijn, en ook de bode op zijn vertrouwde plek is gaan zitten, kan de rechtszaak, hoewel enigszins gemankeerd, beginnen.

Splinternieuwe airfryer

K. staat terecht omdat hij ervan verdacht wordt een aantal auto’s leeggeroofd te hebben. Met veelal laptops en MacBooks als buit, maar als bonusprijs zou hij ook nog een splinternieuwe airfryer uit een auto gestolen hebben. ‘Klopt dat?’ gooit de rechter het gesprek open. ‘Dat is wat op de dagvaarding staat, ja,’ moppert K. ‘Ja, dat snap ik, maar hebt u het ook gedaan?’ ‘Ik zeg niets, op advies van mijn advocaat.’ ‘Ja, nou ja, oké, dat recht heeft u, u heeft niet voor niets een advocaat. Maar goed: een van de laptopeigenaren had zijn laptop getraceerd, en dat apparaat gaf nauwkeurig een adres aan. Kent u dat adres?’

‘Daar wil ik niets over zeggen.’

De rechter zucht zachtjes en kijkt nog eens naar zijn computerscherm. Dan begint hij op te lepelen wat er allemaal in het dossier staat: op de zolderkamer van dat adres lagen, verstopt onder handdoeken en in wasmanden allerlei laptops, laptoptassen, een Nespresso-apparaat, een airfryer en nog wat andere zaken, die allemaal vermist waren. De zolderkamer zou, niet onbelangrijk, verhuurd zijn aan meneer K.

‘Zegt u dat wat?’ vraagt de rechter nog maar eens. ‘Daar wil ik op advies van mijn advocaat niets over zeggen.’

‘En de Volvo waarin u zat toen u aangehouden werd, is die van u?’

‘Van mijn vrouw.’

‘Er is in die wagen een ruitjestikker aangetroffen, verstopt in een doosje met doekjes. Hoe zit dat?’ K. haalt zijn schouders een keer op en verzucht dat de ruitjestikker in dat doosje zat omdat zijn kinderen er anders de hele tijd mee zouden gaan spelen, en hij dat een beetje gevaarlijk vond. Dat had uiteraard niets te maken met alle autodiefstallen waarvan hij beschuldigd werd.

‘Maar toch nog even over dat adres,’ volhardt de rechter.

‘Dat adres zegt u echt niets?’

‘Daar wil ik niets over zeggen. Op advies van mijn advocaat.’

‘Maar de verhuurder zegt dat u die kamer huurde.’

‘Daar weet ik niets van.’

‘Weet u daar niets van omdat u een slecht geheugen heeft, of omdat u het niet wil zeggen?’

‘Daar wil ik niets over zeggen.’

Geen woord

Even valt de rechter stil. Er is van K. een hoop te vinden, maar niet dat hij makkelijk om te praten is. Ergens is het ook vervreemdend: dat de hele rechtbank ondanks alles helemaal opgetuigd wordt voor een man die, als het er dan allemaal op aankomt, geen woord lijkt te willen zeggen.

‘Weet u zeker dat u met deze zaak niets te maken heeft?’ vraagt de rechter nog één keer, als laatste poging om K. aan het praten te krijgen.

‘Nee.’

‘Weet u het niet zeker, of heeft u er niets mee te maken?’

‘Daar kan ik niets over zeggen,’ mompelt K. ‘Op advies van mijn advocaat,’ voegt hij er daarna voor de zekerheid toch maar even aan toe.

Mijn vrouw zegt soms dingen niet tegen me, omdat ze niet wil dat ik me zorgen maak

‘Ja, dat hoeft u niet de hele tijd erbij te zeggen, hoor, dat dat op advies van uw advocaat is. Dat weten we onderhand wel. U bent vrij om niets te zeggen, maar we weten nu wel dat uw advocaat dat geadviseerd heeft.’ Tot overmaat van ramp heeft K. ook nog eens een strafblad vol diefstallen en heling. De rechter kijkt hem een keer aan. ‘Wilt u zelf nog wat zeggen over uw persoonlijke situatie?’

‘Ja, mijn zoon is ziek, hij ligt aan de beademing.’

‘Ah, ja. Hoelang is hij al ziek?’

‘Sinds de corona.’

‘Weet u er al meer over?’

‘Mijn vrouw zegt soms dingen niet tegen me, omdat ze niet wil dat ik me zorgen maak.’

‘Hm. Oké.’

De officier heeft weinig twijfel: meerdere mensen geven aan dat meneer K. op het genoemde adres woonde, en wijzen zelfs de wasmanden aan als zijn eigendom. Samen met het verstopte ruitentikkertje vindt de officier het een uitgemaakte zaak. Hoewel K.’s advocaat vrijspraak eist vanwege gebrek aan bewijs, lijkt de rechter anders te besluiten. ‘Ik vind alles wel wettig en overtuigend bewezen. U weigert ook maar íets te zeggen. Dat mag natuurlijk, maar dat kan ook tegen u werken. Vragen schreeuwen om een antwoord, maar u geeft geen antwoord. En dan dat ruitentikkertje waar u ook al niets over wil zeggen.’

De rechter vindt het erg vervelend dat het zoontje van K. ziek is, maar de proceshouding en het strafblad wegen toch nog net wat zwaarder. Hij krijgt negentien weken gevangenis, met aftrek van het voorarrest, en vier weken voorwaardelijk. Heel even blijft de rechter stil, maar meneer K. knikt alleen maar. Het lijkt er niet op dat hij er nog wat over wil zeggen.

Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.

Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?

Abonneer nu en profiteer!

Probeer direct

Laatste nieuws