Hoe Robin van Persie opgroeide in voetbalstad Rotterdam

Vandaag speelt hij zijn laatste thuiswedstrijd voor Feyenoord: Robin van Persie, die op een paar kilometer van De Kuip geboren werd maar op Woudestein leerde voetballen.
Robin van Persie

Enkele passages uit het boek Robin van Persie, Pure Klasse van Harry Walstra.

Vrijdagavond, 5 augustus 1983. Het is de eerste speeldag van het Rotterdam AD-toernooi, het Feyenoord-toernooi dat vernoemd is naar de Rotterdamse krant. Op het moment van de aftrap van Feyenoord-Standard Luik is het stadion tot de laatste plaats bezet. De reden: de geboren Amsterdammer en ras-Ajacied Johan Cruijffmaakt zijn debuut voor Feyenoord. Het blijkt geen droomoptreden. In het rode Standard-shirt speelt Simon Tahamata, een andere voormalige Ajax-coryfee weergaloos en Cruijff, in een geel shirt met Gouden Gids-logo op de borst, kan alleen maar bewonderend toekijken.

Na rust tikt Tahamata bij een 3-1 voorsprong van de Belgen de bal tussen de benen door van de legendarische nummer 14. Het optreden van Cruijff in zijn eerste wedstrijd in De Kuip is geen succes, maar aan het slot van het seizoen 1983-1984 zal de inmiddels 37-jarige veteraan met Feyenoord de dubbel (de beker en de landstitel) winnen.

Zaterdag, 6 augustus 1983. Een paar kilometer bij De Kuip vandaan, aan de andere kant van de Maas, wordt in Kralingen een wereldvoetballer geboren: Robin van Persie. Robin is het broertje van Lilli en Kiki, en zoon van Bob en José. Zijn ouders zijn allebei beeldend kunstenaar en hebben niks met voetbal. Een opa van Robin is vroeger semi-prof geweest.

In november 2002 blikt Van Persie als 18-jarige terug op zijn jeugd. ‘Als kind was ik hyperactief. Na de scheiding van mijn ouders heb ik een tijdje bij mijn moeder en zussen gewoond, maar dat werkte niet. Ik was te druk. Toen ben ik naar mijn vader gegaan en hij heeft me naar Excelsior gebracht. Vijf jaar was ik, eigenlijk te jong, maar de club maakte een uitzondering. Sinds die tijd ben ik helemaal verliefd op de bal. Vanaf het moment dat ik bij mijn vader ging wonen, hebben we een mannenhuishouding gehad. Dat was hartstikke gezellig. Hoewel hij het niet breed had, heeft mijn vader me naast liefde altijd alles gegeven. Dat zal ik nooit vergeten. Ook met mijn moeder en zussen heb ik nog steeds een fantastisch contact. Ik zie ze minstens twee keer in de week. Dat is belangrijk voor me. Ik hoor weleens dat ik zoveel vrienden heb, maar dat is onzin. Ik heb mijn ouders en zussen, Saïd Boutahar en nog twee vrienden, Hicham en Sietje. Sietje is belangrijk voor mij. Hij zorgt dat ik me lekker voel en geeft me zóveel vertrouwen en power, dat ik zo snel mogelijk het veld in wil. Ik leerde Sietje kennen op school. Hij werkte als een soort conciërge. Als je uit de klas werd gestuurd, moest je je bij hem melden. En omdat dat bij mij nogal eens het geval was, kwamen we elkaar vaak tegen. De eerste keer begon hij meteen te preken. Eerst dacht ik: wat lul jij nou man, maar later bleek dat hij heel zinnige dingen te zeggen had. En dan luister ik, want ik sta altijd open voor kritiek.’

Voetballen leert Robin bij Excelsior en op straat, hoewel straatvoetbal in de jaren 80 en 90 natuurlijk een achterhaalde zaak is omdat er massaal autoverkeer is in Rotterdam. ‘Toen ik jong was, liep ik elke dag in een trainingspak,’ vertelt hij hierover later aan Henk Spaan. ‘Ik deed mijn boodschapjes met de bal, ik ging naar school met de bal, ik deed alles met een bal. Als ik een afspraak had, pakten de andere jongens de tram, maar ik deed mijn trainingspak aan, pakte de bal en ging dribbelen. Als je een keer in Kralingen komt, moet je het maar navragen. Als ik daar boodschapjes ging doen bij een Hindoestaanse man werd hij helemaal gek van me, want ook tijdens het boodschappen doen hield ik de bal hoog, op mijn voeten, knieën en dan kwam er iemand langs die ik door zijn benen speelde en dan weer verder.’

Met vriendjes voetbalt hij in die jaren ook op trapveldjes in de buurt. In die tijd leert Robin ook Glenn kennen. Als jongetjes van een jaar of acht voetballen Robin van Persie en Glenn Loovens tegen elkaar. Tien jaar later maken beiden in 2002 deel uit van de Feyenoord-selectie die verantwoordelijk is voor de winst van de UEFA Cup. Naast elkaar staan zij feestend op een teamfoto in een volle Kuip, na de 3-2 winst op Borussia Dortmund. Van Persie in zijn wedstrijdkleding omdat hij de hele wedstrijd gespeeld heeft, en Loovens in zijn nette pak omdat hij juist in deze finale niet in actie is gekomen.

Weer zeven jaar laten poseren beide jeugdvrienden naast elkaar op de elftalfoto van het Oranje dat op 5 september 2009 in de Grolsch Veste van FC Twente tegen Japan speelt. Nederland wint de vriendschappelijke interland met 3-0. Loovens speelt in zijn debuutwedstrijd een degelijke partij en Van Persie scoort in zijn zeventigste interland de openingstreffer.

Het is voor beiden een mooie gelegenheid om jeugdherinneringen op te halen. De eerste herinnering? ‘Die gaat terug naar toen we acht jaar waren,’ zegt Van Persie. ‘In de E-junioren speelden we voor het eerst tegen elkaar. Glenn bij SVV en ik bij Excelsior. We hadden ploegen die aan elkaar gewaagd waren. Ik werd met mijn team een paar keer kampioen, maar tegen SVV moesten we altijd aan de bak. Glenn stond samen met zijn broer Ivo in de verdediging en dat waren geen makkelijke tegenstanders.’

Maar niet alleen in officiële wedstrijdjes komen Robin en Glenn elkaar tegen. Ook tijdens het straatvoetbal waar verschillende buurten het tegen elkaar opnemen, staan zij tegenover elkaar. Op de Libanonweg in Kralingen-West of op de Koeweide in Oud-Krooswijk. Robin en Glenn zitten op dezelfde school, het Thorbecke Voortgezet Onderwijs, en beide jongens maken thuis een scheiding mee. Al heel jong worden ze tegelijkertijd gescout door Feyenoord. Van Persie: ‘In de C-junioren kwamen we bij Feyenoord in hetzelfde team terecht. Toen viel me vooral op hoe serieus en professioneel Glenn met voetbal bezig was. Terwijl de meeste jongens in de kleedkamer nog propjes naar elkaar gooiden, deed hij daar niet aan mee. Glenn was sneller volwassen. Ik was nogal een pestkop vroeger. Hij maakte ook een paar keer eerder dan ik de overstap naar een hoger jeugdteam. Dat zal daar ook wel iets mee te maken hebben gehad.’

Loovens debuteert ook eerder in het eerste elftal van Feyenoord, op 25 november 2001 tegen Willem II. Drie maanden later volgt het debuut van Van Persie in het eerste, tegen Roda JC. In september 2009 is Van Persie zijn jeugdvriend op voetbalgebied ontstegen, maar ze vinden het geweldig om nu samen in het grote Oranje te mogen spelen. Loovens: ‘Het is bijzonder dat je elkaar op deze manier blijft tegenkomen. Vroeger woonden we twee straten bij elkaar vandaan, we hebben bij Feyenoord samen veel meegemaakt en opeens sta je samen in het Nederlands elftal.’

We gaan nu een paar stappen terug. Van Oranje in de Grolsch Veste en Feyenoord in De Kuip naar Excelsior en Woudestein. Daar in Kralingen wordt de basis gelegd voor een grote carrière. De eerste bewegende beelden van Robin van Persie tonen hem als jochie van een jaar of zeven in het rood-zwarte shirt van Excelsior, tijdens een thuiswedstrijd op een bijna leeg Woudestein. In het strafschopgebied krijgt hij de bal aangespeeld, met buitenkant links neemt hij hem mee en passeert in één vloeiende beweging de keeper om daarna met zijn linkerbeen de bal in het lege doel te schuiven. ‘Doelpuntenmaker Robin van Persie,’ zegt de stadionspeaker. Op andere beelden is hij te zien als jeugdspeler van een jaar of dertien en als aanvoerder van een Rotterdams jeugdteam op een amateurveldje, nu in een blauw shirt en met een echt rugnummer (7). Met een sliding is hij de keeper te snel af waarna hij de bal soepel in het doel glijdt.

Woudestein lijkt meer op een fietsenstalling dan op een voetbalstadion. Excelsior is achter Sparta en Feyenoord in status de derde voetbalvereniging van de stad en dat blijkt ook uit het onderkomen van de club waar Robin als jochie eind jaren 80 voor het eerst binnenloopt. Het is eigenlijk een armzalige bedoening, maar je kunt het ook warm en knus noemen. De kleine hoofdtribune met daaronder de kleedkamers en de lage tribunes achter de doelen die je nauwelijks tribunes kunt noemen, plus de onoverdekte staantribune aan de overzijde van het veld met daarachter de hoge bomen die veel wind vangen waardoor het speelveld een beetje in de luwte ligt, vormen een uiterst bescheiden entourage.

Het is een immens verschil met het imponerende Feyenoord-stadion. Feyenoord heeft een samenwerkingsverband met Excelsior en voor jeugdspelers is niet Woudestein in Kralingen, maar die grote Kuip in Rotterdam-Zuid het grote doel. In 1974 bewandelde één speler de omgekeerde weg. Rinus Israel, IJzeren Rinus, verruilde in dat jaar het rood-wit geblokte Feye-noord-shirt voor het gestreepte rood-zwarte shirt van Excelsior. Met Feyenoord had hij de Europa Cup I, de wereldbeker en meerdere landstitels gewonnen, maar als liefhebber had hij er totaal geen problemen mee om voor een paar duizend toeschouwers bij een promovendus in de eredivisie te gaan spelen waarvoor spelers met prachtige Bordewijksiaanse namen uitkwamen: Tabbernee, Den Butter, Kwakkernaat, Roggeveen en Van de Roer.

De ploeggenootjes van Robin van Persie luisteren, als zij al luisteren, naar voornamen als Bert, Aad, Thijs, Sjaak, Eddy, Edgar, Saïd, Mohammed, Abdelhak, Ahmet en Mustafa. In het Kralingen van de jaren 80 en 90 wonen veel Turken en Marokkanen en daardoor komt hij met verschillende culturen in aanraking. Robin zelf heeft soms ook moeite om te luisteren. Maar hoort dat ook niet bij zijn leeftijd en is het misschien meer eigenzinnigheid dan eigenwijsheid? Een grote mond en een klein hartje? Misschien is het ook stoerdoenerij om onzekerheid te verbloemen, maar het is een feit dat jeugdtrainers regelmatig problemen hebben met de opstandigheid van die dwarse Robin.

Aan zijn ouders kan het niet liggen, want regelmatig beklemtoont Robin dat hij en zijn zussen, met dank aan hun ouders, een geweldige opvoeding hebben gehad. Soms laat vader Bob, zoals gezegd geen voetbalfan, zich meeslepen. Zo roept hij in Robins jeugdjaren bij Feyenoord eens dat niet Feyenoord met 3-0 van Stormvogels/Telstar heeft gewonnen, maar Robin van Persie.

De vrije opvoeding die de kunstenaarsouders hun kinderen geven, leidt ook tot meer zelfstandigheid en verantwoordelijkheidsgevoel, wat soms verward kan worden met arrogantie. Voetballend is Robin met afstand de beste en daardoor kan hij zich meer permitteren dan zijn medespelers. Wel wordt zo alles wat hij doet onder een vergrootglas gelegd. Zijn nukkigheid, wispelturigheid en opvliegendheid brengen hem in conflict met scheidsrechters, tegenstanders, medespelers en trainers. Maar aan de andere kant dribbelt Van Persie beter dan elke medespeler of tegenspeler en schiet hij harder en preciezer dan wie dan ook. Al op jonge leeftijd ontwikkelt hij zich tot een expert in het nemen van vrije trappen. Van Persie is pure klasse. Saïd Boutahar, Luigi Bruins en Mounir el Hamdaoui zijn bij Excelsior leeftijdgenoten. Hoewel Saïd, Luigi en Mounir eveneens grote talenten zijn en door zullen breken in het betaalde voetbal bereiken zij het uiteindelijke niveau van Robin van Persie niet. El Hamdaoui zal later onder meer voor Ajax uitkomen en Boutahar en Bruins steken de Maas over naar De Kuip. Op 15-jarige leeftijd vertrekt ook Van Persie bij Excelsior en wordt hij eveneens Feyenoorder.

Het vertrek van hun beste jeugdspeler richting Rotterdam-Zuid zorgt voor gemengde gevoelens op Woudestein, maar er blijkt later geen sprake van oud zeer. In oktober 2010 wordt Van Persie officieel tot Excelsiors clubambassadeur benoemd en een van de tribunes krijgt zijn naam. Van Persie heeft gespeeld in de grootste en mooiste stadions ter wereld, maar is vereerd als hij hoort dat Excelsior een Robin van Persie-tribune krijgt. Tegen journalisten zegt hij na de onthulling daarvan: ‘Het mag dan een kleine club zijn, maar ik zou graag willen terugkeren als speler van Excelsior. Dan is voor mij de cirkel rond. Ik ben hier begonnen, zo voel ik dat. Veel mensen vergeten dat het voor mij allemaal bij Excelsior begon. Toen ik met Feyenoord op tv kwam, was ikzelf al lang met voetballen bezig. Vanaf mijn vijfde was ik al bijna dagelijks bij Excelsior te vinden. Die tijd was puur genieten.’

Zijn eerste jeugdtrainer bij Excelsior was Aad Putters, en hij kan in 2010 alleen maar positief verhalen over Van Persie. Misschien was Van Persie in zijn latere jaren bij Excelsior een lastige jongen voor trainers, zegt Putters, maar zelf heeft hij goede ervaringen met hem.

‘Robin was een goedlachse, bescheiden jongen voor wie alles in het teken stond van voetbal. Hij kwam altijd een oude versleten bal hooghoudend naar de training en hij bleef altijd als enige een uur langer om met mij de paar zwakke punten te trainen die hij had, zoals zijn rechterbeen en het koppen. Zodra hij dan eindelijk weg was van het sportpark, rende hij naar een pleintje in Kralingen om daar de rest van de dag op straat te voetballen. Als hij geblesseerd is, komt hij altijd revalideren in Nederland. Hij traint dan met een hersteltrainer op een bijveldje van Excelsior. Eeen van de eerste dingen die hij dan doet, is bij mij in het washok binnen lopen. Dan gaat hij in een hoekje op een stoel zitten, zodat niemand hem ziet. Meestal praten we dan vooral over vroeger. We kunnen nog altijd hard lachen om dingen die we meer dan twintig jaar geleden samen hebben meegemaakt. En ondanks zijn status als wereldster is hij ook nog altijd benieuwd hoe het met mij gaat.’

Het zal de voetbalromanticus in Van Persie pijn doen dat vanaf 2017 Woudestein een nieuwe naam heeft gekregen: Van Donge & De Roo Stadion. De Robin van Persie-tribune is gelukkig wél bewaard gebleven.