Premium

Het dode spelmoment lééft

De coronacrisis zal ook voor het voetbal verstrekkende gevolgen hebben. Om een idee te krijgen wat er komen gaat, blikken we terug op het recente verleden. Hoe is de sport in de jaren 10 veranderd? Welke lessen zijn er te trekken? Deze keer: de standaardsituatie, van lelijk eendje tot gouden succesformule.
Cristiano Ronaldo probeert in een dood spelmoment leven te krijgen.

Nog niet zo lang geleden was het voor een voetbalclub van enige statuur gewoon nog hip om neer te kijken op corners en vrije trappen. Tuurlijk, het was mooi meegenomen als de sterspeler zo nu en dan een vrije trap in het vijandelijke doel krulde of als de bonkige centrumverdediger kiezelhard raak kopte uit een hoekschop, maar tot ver na de eeuwwisseling kon je trainers van mooi voetballende ploegen zich laatdunkend horen uitlaten over het belang van de standaardsituatie.

Goals uit dode spelmomenten waren een bonus, meer niet. Een cheat code voor de mindere goden, die niet met een verfijnd lopende aanval of briljante technische actie tot een doelpunt konden komen. De Duitse assistent-bondscoach Hansi Flick – inmiddels hoofdtrainer bij Bayern München – kreeg pas in 2013, na zeven jaar drammen, zijn baas Joachim Löw zo ver om ook wat trainingstijd van zijn nationale ploeg toe te wijzen aan het perfectioneren van looppatronen, timing en andere slimmigheden bij dode spelmomenten. Een investering die Die Mannschaft een jaar later op het gewonnen WK liefst vijf goals in zeven duels zou opleveren.

Goals uit dode spelmomenten Cristiano Ronaldo probeert in een dood spelmoment leven te krijgen waren een bonus, meer niet. Een cheat code voor de mindere goden

In het voorbije decennium, waarin het topvoetbal steeds meer een analytische benadering is gaan hanteren bij het maken van de dagelijkse beslissingen – naar model van de Amerikaanse basketbalcompetitie NBA en footballcompetitie NFL – is de nadruk op het optimaal benutten van dode spelmomenten extreem toegenomen.

Voetbal is, door zijn vloeiende karakter en schaarse onderbrekingen, een moeilijk na te bootsen sport op het trainingsveld. Elk team speelt anders, waardoor het onredelijk is om van de reserves te vragen dat zij in exact dezelfde speelstijl kunnen spelen als de eerstvolgende tegenstander, om zo de basiself een zo realistisch mogelijk voorproefje te bieden van hoe de wedstrijd zal verlopen. Tel daarbij op de enorme impact die één goal kan hebben op het spelverloop van een lagescoresport als het voetbal, en je komt tot de conclusie dat wedstrijdsituaties niet echt te imiteren zijn op het trainingsveld. Maar dat probleem heb je níét bij dode spelmomenten. Immers, het spel ligt stil, voor de verandering. Waar de chaos van het ‘normale’ voetbal niet te vangen is in een complex, oefenbaar looppatroon, is dat wel het geval bij een corner of vrije trap. Standaardsituaties lijken in dat opzicht aanzienlijk meer op de Amerikaanse sporten, waar de looppatronen tot op de centimeter en milliseconde uitgetekend en geoefend kunnen worden. En zo groeide de standaardsituatie, het ‘controleerbare’ aspect in het voetbal, van lelijk eendje uit tot gouden succesformule.

Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.

Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?

Abonneer nu en profiteer!

Probeer direct

Laatste nieuws