Premium

De man die even helemaal klaar is met de vrouwtjes

In het beklaagdenbankje uw wekelijkse portie winkeldiefstal, huiselijk geweld en openbare dronkenschap. Deze keer meneer N. die via de reclassering zijn ex-vriendin bedreigde.
Illustratie trein

Nu de rechtbanken besloten hebben om, de anderhalvemeterregels respecterend, de zaak weer open te gooien is het iets drukker in de gangen

van het Paleis van Justitie in ’s-Hertogenbosch. Overal op de grond zijn met plakband ruimtes afgetekend waarin je als advocaat, journalist of beklaagde mag wachten op je beurt. Bij alle bankjes die her en der staan, zijn stoelen weggekruist. Afstand houden is ook in de rechtbank het devies, óók voor wie net gepakt is met een wietplantage op zolder of een gestolen breedbeeldtelevisie in de achterbak.

De middag vordert gestaag als de zaak van de 32-jarige meneer N. behandeld wordt. N. is alleen, hij heeft geen advocaat meegenomen. Bovendien, vertelt hij meteen maar zodra hij met zijn jas nog aan in het beklaagdenbankje gaat zitten, was hij per ongeluk vanochtend al bij de rechtbank.

Ik wilde haar echt niet bedreigen. Ik ben ook helemaal niet naar haar toe gegaan

‘U was hier vanochtend al?’ vraagt de rechter nog een keer voor de zekerheid, waarbij ze heel kort op de klok kijkt die aan de muur hangt.

‘Ja, ik had me vergist. En omdat ik geen geld had voor de trein of de bus, moest ik helemaal terug naar huis lopen.’

‘En u woont in?’

‘Rosmalen.’

‘En hoe bent u dan hier weer gekomen?’

‘Ja, ook lopend, dus. Want ik had nog steeds geen geld voor de trein of de bus.’

‘Nou ja, goed dat u er in ieder geval bent.’

‘Ja.’

Bedreiging

Heel even is het stil in de zaal, de rechter legt wat papieren recht die voor haar neus liggen. Dan opent ze de zitting en geeft het woord aan de officier van justitie die vertelt dat meneer N. hier vandaag zit omdat hij ervan verdacht wordt dat hij zijn ex-vriendin, de moeder van zijn kind, bedreigd heeft met de woorden: ‘Ik ga haar vermoorden, ik ga er nu heen, ik draai haar nek om.’

De bedreiging zou via een medewerker van de reclassering gedaan zijn, die, toen meneer N. vrij snel na de bedreiging de telefoon ophing, vergeefs probeerde om N. weer aan de lijn te krijgen. Omdat de mensen bij de reclassering het niet helemaal vertrouwden, belden ze de politie. ‘Dat geeft dus nog eens de ernst van de bedreiging aan,’ voegt de officier er voor de zekerheid nog maar aan toe. Bovendien had de verdachte ook nog eens twintig uur taakstraf op de rol staan. Die wordt vandaag dus ook weer besproken.

Meneer N. knikt, terwijl de officier haar verhaal houdt. Dan is het woord aan de rechter. ‘Bij de politie heeft u al aangegeven dat u die woorden geuit heeft, toch?’

‘Ja. Maar mevrouw, het zat zo: ze bleef me maar bellen, ze bleef maar doen. Ik heb uiteindelijk de reclassering gebeld omdat ik het anders ook niet meer wist. Ik wilde haar helemaal niet bedreigen, ik wist het gewoon even niet meer. Ik was gewoon zó boos op haar.’

‘Maar u zei wel expliciet dat u er meteen heen zou gaan.’

‘Ik wilde haar echt niet bedreigen. Ik ben ook helemaal niet naar haar toe gegaan. Weet u: ik heb een kind met haar, die mag ik niet zien. Ik heb ook nog een dochter, daar heb ik fantastisch contact mee, dat zou ik met mijn andere kind ook gewoon willen.’

De rechter knikt begripvol, maar lijkt toch nog niet helemaal mee te gaan in het verhaal. Ze vraagt meneer N. nog maar eens naar het feit dat hij na de bedreiging zijn telefoon uitzette. Dat dat toch op zijn minst niet zo heel handig en een klein beetje verdacht was, zeker in de ogen van degene die het eerste telefoontje ontvangen had.

Weer knikt de beklaagde, hij begrijpt het helemaal. Ietwat schuldbewust laat hij zijn schouders een beetje zakken. ‘Ja, dat was niet zo handig, nee. Een beetje dom, denk ik. Maar ik had na dat telefoontje een BHV-cursus op mijn werk, en daar moest ik mijn telefoon voor uitzetten. Nou ja, dat geeft ook wel weer aan dat ik haar echt niet wilde gaan vermoorden, toch?’

Nooit ruzie

‘Oké,’ antwoordt de rechter kort. Dan besluit ze het over een andere boeg te gooien en pakt ze N.’s strafblad erbij. Twee keer eerder zat hij in het beklaagdenbankje. Zodra de rechter dat ter tafel brengt, begint N. meteen met een ernstig gezicht te knikken. ‘Ja, weet u wat nou zo gek is? Met vrienden, in de buurt, met de buren, met familie, nóóit heb ik ruzie. Nooit is het vechten of weet ik wat. Kijk, ik snap dat het deels in mij zit, maar het zat zeker ook wel voor een gedeelte in die betreffende vrouwen.’

‘Oh? En wat betekent dat dan op het moment dat u misschien op een dag weer een andere vriendin tegen het lijf loopt? Komen er dan weer problemen?’

‘Nee, want ik ben er wel even helemaal klaar mee, met de vrouwtjes.’

‘Ja, dat zegt u nu. Maar de reclassering zegt: het is heel simpel, meneer kan hoe dan ook zijn emoties niet uiten. Als ik dat zo lees, en ik hoor u, dan vraag ik me af: is dat nog steeds zo?’

‘Ik heb inmiddels talloze en talloze cursussen gehad sinds dat oordeel van de reclassering. Maar ik sta op zich wel open om nog meer training te volgen om met mijn emoties om te kunnen gaan. Want wat ik gezegd heb, is zeker niet oké.’

‘Nee.’

De rechter kucht een keer en kijkt de zaal rond. Dan neemt ze weer het woord. ‘Maar aan de andere kant: de reclassering geeft ook aan dat u in een eerder stadium de reclassering helemaal niet had opgebeld. En u bent niet naar het slachtoffer toe gegaan. Dat is winst.’
Ondanks alle stappen die meneer N. heeft gedaan om zijn emoties met betrekking tot zijn voormalige vrouwelijke wederhelften in te dammen, moet hij het hier toch ook bezuren. N. krijgt een taakstraf van 28 uur, twee weken voorwaardelijke gevangenisstraf, een trainingstraject en ook wordt de voorwaardelijke taakstraf verlengd. Het is niet uit te sluiten dat meneer N. de komende jaren zijn telefoon nooit meer uit durft te zetten.
Met een kleine zucht staat hij op om de wandeling terug naar huis te aanvaarden.

Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.

Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?

Abonneer nu en profiteer!

Probeer direct

Laatste nieuws