Premium

Neerlands Hoop: Koen van de Wardt

Nieuwe Revu portretteert de leiders van een nieuwe generatie. Zij helpen Nederland vooruit door de juiste vragen te stellen of door zelf de antwoorden te geven.
Koen van de Wardt

Deze week: muzikant Koen van de Wardt (28) van Klangstof.

Wat is je beste beslissing van de laatste twaalf maanden?

‘Ik heb altijd het idee dat ik alleen maar foute beslissingen maak, dus dan is het moeilijk om er een goeie tussenuit te halen. De laatste twaalf maanden waren voor mij best wel een gevecht. We hebben veel gedoe gehad met het Amerikaanse label Warner, dat niet meer verder met ons wilde. Daardoor hebben we als bandje hard moeten knokken om overeind te blijven. Ineens is er niet meer de geldtoevoer die er eerst wel was. En er moest toch een plaat uitkomen waarvan je wilt dat die net zo goed wordt ontvangen als de vorige. Een van de beste beslissingen die we toen hebben gemaakt, is om voor ons nieuwe album The Noise You Make Is Silent het onderste uit de kan te halen. Bijvoorbeeld door het inhuren van een van de beste mixers ter wereld: Francesco Donadello, die onder meer de albums van Ludovico Einaudi en de IJslandse filmcomponist Jóhann Jóhannsson heeft gemixt. Het is heel makkelijk om te zeggen: er is geen geld, dus dan doen we het maar zelf, en dan zie je vervolgens heel langzaam je band als een nachtkaars uitgaan. Mede doordat we Francesco in de arm hebben genomen, wisten we gelukkig wel overal die vier- en vijfsterrenrecensies te krijgen.’

Waarom lagen jullie in de clinch met Warner Amerika?

‘Toen onze eerste plaat uitkwam, hadden we heel erg de ambitie om naar Amerika te gaan, vooral omdat we getekend hadden bij een klein, onafhankelijk label in Los Angeles. Dan ga je al snel dromen over hoe vet het zou zijn om op het Coachella-festival te spelen of een paar maanden door Amerika te touren. Maar tenzij je bij vreemdelingen op de vloer wil slapen, kost zoiets heel veel geld. Dus gingen we op zoek naar een samenwerking met een major label dat ons daar financieel in kon steunen. Toen we aan ons tweede album begonnen, dachten we aanvankelijk – en achteraf gezien nogal naïef – dat we lekker konden doen wat we wilden. Maar als je om veel geld vraagt, wil zo’n label dat ook graag terugverdienen. Warner wilde op z’n minst een hitje. Dat was het gevecht waarin we terechtkwamen: hoe maak je iets dat de populaire kant op gaat, maar behoud je toch je eigen identiteit?’

Als anderen Klangstof willen veranderen in een hitmachine, voel je je toch een beetje genaaid

Vond je dat ze te nadrukkelijk je artistieke vrijheid wilden beknotten?

‘Werken met Amerikanen gaat anders dan hoe we het in Europa gewend zijn. Ik geloof dat we in totaal vijftig of zestig nummers hebben geschreven. En je blijft het maar mailen naar het label, maar er komt gewoon geen reactie op. Amerikanen durven niet direct tegen je te zeggen dat ze het kut vinden, want de artiest is in hun ogen toch een beetje heilig. Maar je krijgt het uiteindelijk wel via de publisher of de manager van de manager van de manager te horen. Dat proces van aftasten was heel ingewikkeld en vermoeiend, waardoor het bij ons heel lang duurde voordat het kwartje viel: ze vinden het gewoon niet vet.’

Dat slurpt op den duur al je energie op, lijkt me.

‘Ik kreeg elke dag steeds iets minder zin om aan Klangstof te werken, omdat je denkt dat het toch nooit wordt uitgebracht. Op een gegeven moment probeerden ze mij ook te koppelen aan hitsongwriters. Ik ben als schrijver best wel introvert, dus ik werd daar heel ongemakkelijk van. Ik kon me tijdens zo’n schrijfsessie niet voor 100 procent geven, als een hitwriter zoiets zei als: “We gaan een nummer over een park maken.” Klangstof is altijd mijn brain child geweest: wat ik ook voel of wat er ook in mijn hoofd omgaat, dát is Klangstof. Als anderen dat willen veranderen in een hitmachine, voel je je toch een beetje genaaid. In plaats van dat ik het een kans gaf, ging ik alleen maar meer van me af trappen. Uiteindelijk was de meest gezonde stap om uit elkaar te gaan. En ben je, hoewel je op Coachella hebt gespeeld en door Amerika hebt getourd, feitelijk weer die blutte band uit Amsterdam die op nul staat.’

Hoe is jullie tweede album eigenlijk ontvangen in Amerika?

‘Grappig genoeg komen de meeste van onze Spotify-streams nog steeds daar vandaan. En veel Amerikanen blijven onze platen bestellen via onze merch-shop. Dus we hebben daar echt wel een following opgebouwd. Alleen, het land is zo groot en uitgestrekt. Dat merkten we ook toen we daar tourden. Onze allereerste eigen show in Amerika was in Detroit, in een zaaltje met maar één speaker die het deed. En we hadden één kaartje verkocht. Aan een man die zeven uur had gereden om ons te kunnen zien spelen.’

Jullie spelen op 13 juni in TivoliVredenburg voor het dertigvoudige van wat jullie in Detroit aan publiek hadden. Wordt dat raar, om vanwege de coronomaatregelen voor maximaal dertig man te spelen?

‘Ik vind het heel vet dat dit weer kan. Die show in Utrecht gaat een unieke, gekke ervaring worden waar ik heel veel zin in heb. We hebben onze hele tour moeten cancellen door de corona-uitbraak. Ineens zaten we thuis. Natuurlijk was de hele crew daar verdrietig over, maar ergens vond ik het niet eens zo heel erg. De maanden waarin je een album maakt en uitbrengt zijn altijd erg hectisch, daar kon ik nu even van op adem komen. En daarna kreeg ik al snel zin om de studio in te gaan en lekker te schrijven aan nieuwe nummers voor album nummer drie, waarmee we volgend jaar hopelijk gewoon weer ouderwets op tour kunnen.’ 

Norwegian wood

Koen woont zes jaar met zijn ouders op het Noorse platteland voor hij in 2013 terugkeert naar Amsterdam.

It Moss be love

Na een tijdje bassist van indieband Moss te zijn geweest, stort Koen zich vanaf 2014 volledig op zijn eigen muziek.

Bring the noise

Na Close Eyes to Exit (2016) kwam eerder dit jaar Klangstofs tweede album uit, The Noise You Make Is Silent.

Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.

Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?

Abonneer nu en profiteer!

Probeer direct

Laatste nieuws