Premium

Met de duivel op z’n hielen

Deze week gaat Somebody Up There Likes Me in première, de documentaire over Rolling Stones­gitarist Ronnie Wood. Mooie reden voor een terugblik op zijn onstuimige rock­’n­roll­leven. Over zigeuners, afkickklinieken en coke op een babyshower.
Ronnie Wood

Tijdens een routinecontrole in het ziekenhuis ontdekken ze de tumor. Ronnie Wood, op dat moment 70 jaar en al minstens vijftig jaar een zware roker, ziet het gezwel op de röntgenfoto’s. “Als een supernova die mijn long aan het wegbranden is,” beschrijft hij het in interviews. De Rolling Stones-gitarist weet op dat moment twee dingen zeker. Eén: de kanker moet zo snel mogelijk uit zijn lichaam worden gesneden. Twee: geen chemo. Onder geen enkel beding gaat Ronnie zijn volle kop zwart zigeunerhaar verliezen. De operatie duurt vijf uur. Sindsdien is zijn lichaam schoon. Geen kanker, wel al zijn haar nog. Voor de zoveelste keer in zijn leven wilde de duivel met hem dansen, en weer heeft Ronnie de dans weten te ontspringen.

Ronnie Wood groeit in de jaren 50 met zijn ouders en zijn grote broers Ted en Art op in een sociale huurwoning in Yiewsley, aan de rand van Londen. Dat mag voor het geslacht Wood gerust een unicum worden genoemd. Al zolang iedereen zich kan herinneren, zijn de Woods ‘waterzigeuners’ geweest, die op hun aken en schuiten hout en kolen vervoeren over de Theems en de kanalen van Londen. Ronnie en zijn broers zijn de eerste Wood-kinderen die worden geboren op het droge.

Ronnie Wood koestert zijn gitaar.

Maar ook op het vasteland kruipt het zigeunerbloed van Ronnies vader waar het niet gaan kan. Een kwade dronk heeft de man nooit, maar hij kan zuipen als een ketter. Als zijn moeder ’s ochtends weer eens wakker wordt in een leeg bed, stuurt ze steevast Ronnie en zijn broers de straat op om hun pa te zoeken. Dan moeten ze de spinnen en pissebedden van hem af kloppen als ze hem uit een van de tuintjes van de buren vissen. Waar hij de nacht ervoor, onderweg van de pub naar huis, straalbezopen in was gelazerd en in slaap was gevallen.

Paradijsvogels

In de sociale woning is het leven wild en onstuimig. Ronnies vader sleept om de haverklap mensen mee naar huis die hij op zijn drankgelagen heeft ontmoet. Muzikanten, andere zigeuners, paradijsvogels. Dan wordt er gefeest, klinkt er muziek en vloeit de drank. Ronnie doet daar vanaf zijn veertiende enthousiast aan mee. En hoe klein ze ook wonen, Ronnies ouders hebben een van de kamers ingericht als creatieve ruimte voor hun drie zoons. Ze hebben zelfs een doorgeefluikje in de muur gebouwd, zodat ze vanuit de keuken drankjes en hapjes kunnen aangeven. Zijn oudere broers zitten dan al op de kunstacademie en hebben regelmatig vrienden van school over de vloer, om samen te tekenen of muziek te maken. Ronnie vindt het allemaal fantastisch.

Op het National Jazz & Blues Festival in Richmond, Londen ziet Ronnie voor het eerst de Rolling Stones, die dan net hun debuutalbum hebben uitgebracht. De rauwe, wilde energie blaast hem omver. “Ooit speel ik in die band,” schijnt hij ter plekke tegen een vriend te hebben gezegd. Profetische woorden, al zal het tien jaar duren voor ze werkelijkheid worden. Tot die tijd bouwt Ronnie gestaag verder aan zijn eigen muziekcarrière: eerst met The Birds, daarna in de Jeff Beck Group en, samen met zanger Rod Stewart, in The Faces. Groupies, drugs, gesloopte hotelkamers; Ronnies wereld kan niet sterker verschillen van die van de sociale huurwoning van zijn ouders in Yiewsley. Toch is er één niet te missen overeenkomst: er moet worden gefeest. Elke dag weer.

Bij elke show liggen de lijntjes klaar achter een paar speakers op het podium, buiten het zicht van het publiek

We zijn inmiddels halverwege de jaren 70 en ook bij de Rolling Stones viert het hedonisme hoogtij. Zozeer zelfs dat Mick Taylor besluit er de brui aan te geven. De gitarist zit dan al vijf jaar bij de band en heeft klassieke albums als Let It Bleed (1969), Sticky Fingers (1971) en Exile on Main Street (1972) opgenomen. Maar de ongebreidelde heroïneconsumptie van Keith Richards en zijn eigen onvrede met zijn plek in de hiërarchie van de band, doen Taylor besluiten om op 12 december 1974 tijdens een feestje in Londen aan Mick Jagger mee te delen dat hij uit de band stapt.

Perfecte timing

Een van de andere gasten op het feestje is Ronnie Wood. Keith en Mick kennen hem al jaren. Nog geen twaalf maanden geleden hebben ze samen met hem een nieuw nummer geschreven en opgenomen: It’s Only Rock ‘n’ Roll (But I Like It). Wat de band nu nodig heeft, is een jongen die makkelijk in de groep ligt, met wie je een leuke tijd kunt hebben en die niet meteen verlamd raakt bij de gedachte aan spelen op grote podia. Dus vragen ze Ronnie of hij het plotselinge vertrek van Mick Taylor wil opvangen. Dat wil Ronnie wel. Mick Jagger noemt hem op 14 april 1975 in een officiële persverklaring de ideale nieuwe tweede gitarist van de Stones. De timing is perfect, aangezien de band een uitgebreide tour door Noord-Amerika in de agenda heeft staan. Eén liedje, één lijntje, is de afspraak die Ronnie tijdens deze Tour of the Americas met Keith heeft gemaakt. En niet zomaar coke: loepzuivere, farmaceutisch geproduceerde cocaïne, oneindig veel beter dan het spul uit Colombia dat je op straat moet kopen. Bij elke show liggen de lijntjes klaar achter een paar speakers op het podium, buiten het zicht van het publiek. Keith heeft voor zichzelf nog wat extra’s te snoepen verstopt: achter de versterkers liggen lijntjes heroïne en dirty fags, sigaretten gedoopt in heroïne, voor hem klaar.

Ronnies ex-vrouw Jo Wood schrijft in haar autobiografie It’s Only Rock ‘n’ Roll: Thirty Years Married to a Rolling Stone, hoe Ronnie haar voor de eerste keer voorstelt aan Keith, in een hotelkamer in Parijs in 1977. Keith grijpt uit zijn tas een lepel, een f lesje pillen en een aansteker. Met een beetje water drukt hij de pillen fijn en begint de lepel met zijn aansteker te verhitten tot het goedje gaat borrelen. Hij vult een spuit, duwt hem door zijn shirt heen in zijn arm en drukt ’m leeg in een ader. Daarna kijkt hij met een glimlach op naar Jo: “Hallo lieverd. Leuk je te ontmoeten. Ik heb zoveel over je gehoord.”

Een jaar later geven Ronnie en Jo thuis een babyshower voor Leah, hun eerste aanstaande kindje. Jo smeekt of Keith alsjeblieft geen drugs wil gebruiken waar haar moeder bij is. Alles gaat goed, totdat Keith na de laatste happen van het avondeten een zak coke op de eettafel slingert en roept: “Tijd voor een toetje!” Geschokt vlucht haar moeder de kamer en het huis uit.

Crack

Nadat hij twee Stones-klassiekers opneemt met de band – Some Girls (1978) en Tattoo You (1981) – breken voor Ronnie de moeilijke jaren 80 aan. Ten eerste vanwege de nieuwe hobby die hij en zijn vrouw hebben ontdekt: het roken van crack. Terwijl de nanny de kinderen opvoedt, trippelen Ronnie en Jo jarenlang om de haverklap naar de badkamer om aan de pijp te lurken. In februari 1980 moeten hij en zijn vrouw zelfs zes nachten in de cel doorbrengen op Sint Maarten. Daar hadden ze in het casino twee kerels ontmoet, Franco en Mustapha, die niet alleen aardig waren, maar ook over eersteklas coke beschikten. Na een nachtje doorhalen met de twee kijkt Ronnie verbaasd op als hij de volgende dag vanuit de badkamer ziet hoe politieagenten de tuin overspoelen en het huis binnenstormen. Franco en Mustapha blijken op het eiland bekend te staan als twee beruchte cokedealers en bleken in een van de bomen in Ronnies tuin een zak coke te hebben verstopt.

Bovendien is Ronnie in de jaren 80 nog altijd geen volwaardig partner in de Rolling Stones bv. Hij krijgt alleen betaald als de band op wereldtournee gaat. En daar wringt nou net de schoen: Mick en Keith leven het merendeel van het decennium op voet van oorlog met elkaar.

Ronnie heeft de drugs vaarwel gezegd, drinkt dezer dagen vooral heel veel cola en is zelfs gestopt met roken

Uiteindelijk is het Ronnie die de boel weet te sussen en de twee kemphanen dwingt om hun ruzie bij te leggen. Als de jaren 90 aanbreken, rinkelt de kassa weer ouderwets. Na vijftien jaar met de band te hebben gespeeld, wordt Ronnie in 1990 eindelijk zwart op wit een volwaardig partner in de Rolling Stones-onderneming. Die met twee studioalbums, drie livealbums en drie wereldtours gedurende het hele decennium op volle toeren draait.

Afkickklinieken

Een ruzie tussen Mick Jagger en Keith Richards sussen is één ding, van je alcoholverslaving af komen is een gevecht van een geheel andere orde. Daar komt Ronnie deze eeuw achter, als hij zichzelf talloze malen incheckt bij afkickklinieken om zijn drankprobleem de baas te worden. In juli 2008 doet hij weer eens een poging. Als stok achter de deur heeft hij de bruiloft van zijn dochter Leah (inderdaad, die van de babyshower en de zak coke van Keith Richards), die hij graag nuchter wil bijwonen. Diezelfde maand ruilt hij zijn vrouw Jo, met wie hij in 1985 was getrouwd en twee kinderen heeft, in voor Katia Ivanova, een aspirant-fotomodel van 19 jaar uit Kazachstan die Ronnie heeft ontmoet in een club in Londen waar ze als serveerster werkt. Na een jaar vol incidenten waar de Britse roddelpers van smult, is de liefde alweer bekoeld.

Serieuzer is het met Sally Humphreys. Sally is 31 jaar jonger dan hem en runt haar eigen theaterproductiebedrijf. Ze zijn inmiddels al bijna acht jaar getrouwd en worden in mei 2016, één dag voor Ronnies 69ste verjaardag, de ouders van een gezonde tweeling, Gracie en Alice. De storm is eindelijk gaan liggen. Ronnie heeft de drugs vaarwel gezegd, drinkt dezer dagen vooral heel veel cola en is zelfs gestopt met roken.

Zijn dagen vult hij met papa spelen, tekenen en schilderen en, uiteraard, de Stones. Met het coronanummer Living in a Ghost Town (‘life was so beautiful, now we all got locked down’) heeft de band zijn eerste nieuwe muziek in vijftien jaar uitgebracht. En het is dat covid-19 roet in het eten gooide, anders had Ronnie momenteel met de Stones een uitgebreide tour door Noord-Amerika gedaan. Maar wat in het vat zit, verzuurt niet. Die tour maakt Ronnie echt nog wel mee.

En wat nog veel belangrijker is: zijn haar zit fantastisch.

Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.

Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?

Abonneer nu en profiteer!

Probeer direct

Laatste nieuws