Longread | Cashen met crime: de grootste criminele klappers ooit

Van een bank of waardetransport overvallen tot schilderijen of diamanten roven: criminelen weten soms een behoorlijke bu...

Van een bank of waardetransport overvallen tot schilderijen of diamanten roven: criminelen weten soms een behoorlijke buit te maken. Volgens Justitie gaat in Nederland jaarlijks tussen de 10 en 15 miljard euro aan crimineel geld om. Een reconstructie van de grootste criminele klappers aller tijden in Nederland.

Illustratie Steve Nestorovski

De miljonairoplichter

Zijn naam was Siegfried Wreszynski. Hij werd in 1893 geboren in het Poolse plaatsje Griezno en was joods. In de jaren 30, de tijd van de depressie, reisde hij naar Nederland. In 1934 lichtte hij met behulp van een Engelse luitenant-kolonel de Amsterdamsche Bank op voor 20 miljoen gulden. Daarmee is het nog steeds de grootste bankoplichting uit de Nederlandse geschiedenis.

De miljonair-oplichter, zoals Wreszynski later werd genoemd, kocht drie automobielen van 36.000 gulden per stuk, raakte bevriend met Winston Churchill en had een gouden schoorsteen die was versierd met diamanten. Hij schonk thee uit een gouden servies en er werd gegeten op borden van zuiver goud. Wreszynski werd in 1938 gearresteerd en hij stond terecht voor twee relatief kleine zaken. De Amsterdamsche Bank had zijn miljoenen toen nog steeds niet terug. De zaak-Wreszynski ging in de doofpot vanwege de schaamte die betrokkenen voelden. De misdaadverslaggever van Het Vrije Volk schreef in april 1939: ‘Achter de vergulde schijn van de grote geldwereld gaat een hoop verrottenis schuil.’

Mannen met nylonkousen

Er reed een PTT-postwagen van Rutz’ vervoersbedrijven op de Poeldijkseweg in het Zuid-Hollandse plaatsje Wateringen. Om vijf uur in de morgen op vrijdag 30 oktober 1970 werd de postwagen klemgezet door drie gewapende mannen met nylonkousen over hun hoofden in een donkerkleurige auto. Chauffeur Cor Brandt werd opgesloten in de cabine en drukte na vijf minuten op een alarmknop. De rijkspolitie was binnen tien minuten op de plaats delict, maar de overvallers waren al weg met goud, zilver, een pond tomatenzaad ter waarde van 1800 gulden, een miljoen aan contanten en een miljoen aan waardepapieren, bijna 9 miljoen euro nu.

De korpsleiding stelde een team samen. De timing en de uitvoering van de overval waren perfect geweest en de overvallers hadden hoogstwaarschijnlijk tips gekregen van iemand die bij de PTT werkte. De roof vond niet toevallig plaats op de dag waarop het meeste geld werd vervoerd. De Amrobank uit Rotterdam stuurde een half miljoen aan lonen om de postkantoren in het Westland te bevoorraden. Aan het einde van de maand was dat hard nodig en de overval werd ook nog eens uitgevoerd op vrijdag betaaldag.

Er kwam een debat over de beveiliging van postauto’s. De PTT had 2500 geldinrichtingen over het hele land die nauwelijks werden beveiligd. De Amrobank loofde een beloning van 50.000 gulden uit. Er kwamen 120 tips binnen, maar alle sporen liepen dood en de hoofdinspecteur zou negen jaar later zeggen:

‘We zijn met het onderzoek nog net zo ver als drie minuten na die overval.’

De speedbootbende

Het gebeurde op 2 april 1976. Mannen met stenguns overvielen op een vrijdagochtend om iets over half negen het hoofdkantoor van de Gemeente Giro aan het Amsterdamse Singel. Er werd in de lucht geschoten, een overvaller riep ‘Dit is een overval!’ en de dieven stopten geld in vuilniszakken. Een medewerkster van de Gemeente Giro sprong uit het raam en raakte licht gewond.

De overvallers sprongen met de buit van 600.000 gulden in een witte speedboot en voeren langs rondvaartboten vol toeristen richting het IJ en het Noordzeekanaal. Bij de graansilo’s in de Mercuriushaven stond een blauwe Volvo klaar als vluchtwagen, waarmee ze via de Coentunnel richting Purmerend of Zaandam scheurden. De politie zette een vliegtuig in om de auto te achterhalen, maar het was te laat. De daders werden nooit gepakt en meerdere getuigen zouden later zeggen: ‘We hebben wel iets gezien, maar letten niet echt goed op omdat we dachten dat het een filmopname was.’

In 1982 herhaalde de geschiedenis zich met een overval op een PTT-kantoor bij het Centraal Station (buit: 1,7 miljoen gulden) en in 1983 wéér (een Rabobank in Aalsmeer, 400.000 gulden). Er waren sterke vermoedens dat de overval was geïnspireerd door Puppet On a Chain uit 1971, waarin een scène zit met een speedboot in de Amsterdamse grachten. De overvallers van de Gemeente Giro gebruikten hetzelfde bootmerk als in de film. In de cafés van de Jordaan wisten ze zeker wie achter de overval zaten.

Een kennis van Willem Holleeder had voor de overval zelfs een speedboot in de Egelantiersgracht zien liggen. Die was van Willem en zijn vriend Cor van Hout.

De Bruinsmaschat

Aan het begin van de jaren 70 gingen gesprekken voor het eerst over het fenomeen hasjboten. Het ‘kluiffie’ (de lading) werd verstopt in geheime compartimenten of buitenboordse containers. De straffen waren laag, de financiers van de smokkelreizen werden miljonair en een rechercheur zou later verzuchten: ‘Ik ben ervan overtuigd dat op ieder bootje dat we pakten er tien binnenkwamen.’

Toen de recherche eindelijk betere opsporingsmethodes leek te ontwikkelen, kwam er een veel zwaarder middel op de markt: heroïne. Na illegale Chinezen ging ook de Amsterdamse penoze zich met de handel bezighouden. Ze konden er nog sneller rijk mee worden dan met hasj en Amsterdam werd heroïnestad nummer één.

De beroemdste crimineel uit de jaren 80, Klaas ‘de Godfather’ Bruinsma, hield het naar eigen zeggen alleen bij hasjhandel. De politie pakte heroïnehandelaren veel harder aan dan hasjsmokkelaars en hij zei destijds tegen Nieuwe Revu-journalist Bert Voskuil:

‘Harddrugs, daar ben ik persoonlijk erg tegen.’ Toen de leider van Nederlands eerste misdaadsyndicaat in 1991 werd doodgeschoten, was hij volgens sommigen ‘arm als een kerkrat’. Anderen hadden informatie dat hij een trust in Hongkong had laten opzetten waar meer dan 100 miljoen euro op stond. Meerdere mensen deden pogingen ‘de Bruinsma-schat’ te innen. De fanatiekste jager is Anton Bruinsma, broer van Klaas. Hij procedeert al jaren tegen de Zwitserse bank Baumann & Cie. Er werd 7 miljoen euro vanuit Hongkong naar Basel gesluisd, waar inmiddels meer dan 12 miljoen zou staan. In een interview met Quote uit december 2014 zei Anton Bruinsma: ‘Ik denk dat Klaas heeft geweten dat hij zou worden vermoord en dit voor mij heeft achtergelaten.’

De Dagobert Duck van Vogelenzang

Hij was de zoon van een gemeenteambtenaar en een Pvda-politica. Hij droeg slechtzittende pakken, reed in een middenklasser en vierde geslaagde zakendeals met een kroketje uit de Febo. Zijn bijnaam: De Dagobert Duck van Vogelenzang.

Marten D. groeide op in Haarlem en leerde in een verzekeringskantoor met cijfers omgaan. In 1975 begon hij zijn eigen bedrijf Finance Services in het Noord-Hollandse plaatsje Vogelenzang. Hij kon in eenvoudige bewoordingen ingewikkelde financiële zaken uitleggen en leek een degelijke, wat saaie bemiddelaar.

De huizenmarkt floreerde, de banken werden steeds rijker. Finance Services groeide en groeide en Marten D. had eind jaren 70 acht werknemers. In 1980 stortte de huizenmarkt in, een jaar later ging Finance Services failliet. Klanten hadden miljoenen tegoed, maar Marten D. bezwoer de curator niets te kunnen betalen omdat hij niets meer had. Zijn aanklagers geloofden dat niet. Marten D. had volgens hen miljoenen aan zijn faillissement onttrokken. Getuigen verklaarden dat hij grote bedragen naar het buitenland had doorgesluisd.

De Haarlemse rechtbank besloot hem te gijzelen.

Dat duurde anderhalf jaar, de langste Nederlandse gijzeling ooit. Marten D. bleef volhouden dat hij niets had en Justitie moest hem op een gegeven moment toch vrijlaten.

In 1990 kreeg de rechter-commissaris die zich bijna tien jaar met de zaak-Marten D. had bezig gehouden een andere baan. Het dossier was inmiddels zo dik dat alleen het doorlezen een half jaar kostte. De werkdruk lag toch al te hoog bij Justitie en in 1991 werd het faillissement van Marten D. opgeheven. De curator die zich tien jaar met zijn zaak had beziggehouden, was toen zelf failliet.

De emigratieadviseur

Boer Franken uit Nunspeet ging met zijn vrouw naar een voorlichtingsavond in Zuid-Holland, in verband met een eventuele emigratie naar Canada. Ze werden enthousiast toegesproken door een man met een sterk Rotterdam accent: Dick Wille, naar eigen zeggen emigratieadviseur. Geen van de aanwezigen wist dat hij een bekend figuur in de Rotterdamse onderwereld was.

Overal in de zaal stonden betrouwbaar ogende handlangers, en boer Franken en zijn vrouw luisterden aandachtig toen Wille vertelde dat hij prachtige stukken land bij Winnipeg te koop had staan. De emigratieadviseur was bereid hun Nederlandse boerderij te verkopen en met de opbrengst kon boer Franken met zijn hele gezin zorgeloos naar Canada vliegen.

Boer Franken maakte een vervolgafspraak met Wille. Diens bedrijf heette Dicky Trading, dat klonk betrouwbaar. Een keurig geklede notaris maakte aantekeningen, verduidelijkte het contract en verzekerde dat de koopakte in orde was. Boer Franken kon zijn handtekening zetten en hij deed een aanbetaling van 750.000 gulden.

Op een heldere ochtend aan het begin van de jaren 80 kwamen boer Franken en zijn vrouw aan in Canada. Hun gekochte land bestond helemaal niet. Dick Wille bleek vele Nederlandse boeren opgelicht te hebben. In 1990 veroordeelde het gerechtshof Wille bij verstek tot drie jaar. Zijn ex-vrouw Ellie zat toen al ondergedoken. Dick Wille had hun zoontje Dickie Junior al eens ontvoerd en dreigde dat opnieuw te doen.

Wille lichtte in zijn latere leven oorlogsveteranen op en hij werd de naamgever van de wetten ‘Dicky Trading I en II’. Notarissen kunnen door Dicks bedrog in de jaren 80 strafrechtelijk worden vervolgd als ze zakendeals goedkeuren die er overduidelijk op zijn gericht om mensen op te lichten.

Haagse Kees

Kees C. was rond 1970 nog een keurige tandheelkundige in een keurige wijk in het keurige Haarlem. Een paar jaar later begon hij een bouwbedrijf dat onder verdachte omstandigheden failliet ging. De curator miste veel geld. Dat was misschien wel de eerste aanwijzing dat Kees C. het verkeerde pad op ging.

Kees C. was toen al Haagse Kees en Haagse Kees begon een café genaamd De Smoezer. Er kwamen criminelen, pooiers en gokkers en er werden illegale kaart- en dobbelspelletjes georganiseerd. De politie hoorde ervan en kwam steeds vaker naar het café. Haagse Kees vond dat prima en sprak elke zondag met een rechercheur, met wie hij geruchten uit het wereldje deelde. De rechercheur beloonde hem steeds met 50 gulden ‘zakgeld’.

Haagse Kees ging handelen in gestolen auto’s om extra zakgeld te verdienen. Hij belandde in de gevangenis en werd informant voor de politie onder de codenaam IV-7. Justitie wilde informatie over drugsbendes van kopstukken als Stanley Hillis, Jan Femer en Mink Kok. In ruil voor informatie mocht hij de inkomsten uit zijn criminele praktijken houden.

In de zomer van 1994 ging het mis, toen criminelen de politie afluisterden. Haagse Kees ging onder een valse naam in een duur Zwitsers hotel wonen en eiste een afvloeiingsregeling van Justitie. Hij vond 10 miljoen gulden een redelijk bedrag, maar Justitie was bereid tot 2 miljoen te gaan; twee politieambtenaren brachten een koffertje met honderdjes naar Zwitserland.

Haagse Kees kreeg al snel genoeg van zijn saaie Zwiterse bestaan. Hij kocht een villa in Naaldwijk en ging duiven houden. Zijn 50ste verjaardag vierde hij met een groot feest in zijn tuin. Op een spandoek stond:

‘Hoera, Kees wordt 50 jaar. Drie keer toeteren.’

De perfecte ­diamantroof

Het was een decemberochtend in 2002, een dinsdag. In het zwaarbeveiligde gebouw van Museon in Den Haag werd een tentoonstelling gehouden. Op aanplakbiljetten stond: ‘Diamant: van ruwe steen tot sieraad. 5 oktober 2012 t/m 9 maart 2013’. Aan de achterkant van het gebouw was een raampje ingetikt. Er waren colliers, tiara’s, diamanten, oorbellen en Portugese kroonjuwelen gestolen. Totale waarde: 6 miljoen euro.

Niemand begreep hoe dit kon gebeuren. De tentoongestelde spullen waren geleend van andere musea, particulieren en van koninklijke families in heel Europa. Politie, verzekeraars en bruikleengevers hadden de beveiliging goedgekeurd en er stonden 24 uur per dag camera’s en bewegingssensoren op het Museon gericht. Twee bewakers hielden ’s nachts de wacht en er was extra bewaking voor zes vitrines met de duurste juwelen en diamanten.

Er werd een beloning van 600.000 euro uitgeloofd voor de gouden tip. Er was haast bij, want de financiële problemen voor Museon namen toe. De vier verzekeringsmaatschappijen wilden bij nader inzien toch niet uitbetalen omdat de beveiliging ‘niet eersteklas’ was. Er werd geschikt en de gemeente Den Haag moest bijspringen om te vermijden dat Museon failliet ging.

Er verstreek een jaar. Geen spoor van de daders. Er verstreek nog een jaar. Niets. De politie zette een website op. Er kwam geen enkele bruikbare tip en in januari 2005 werd het politieonderzoek gestaakt. In 2008 deed een speciaal onderzoeksteam een laatste poging door een nieuwe website op te zetten. Er kwamen veertig tips, maar de bekendste juwelier van Den Haag kreeg gelijk toen hij vlak na de roof zei: ‘Geen van deze stenen zal ooit meer opduiken.’

Oekraïense ­Nationalisten

De meeste gestolen schilderijen worden teruggevonden, maar er zijn uitzonderingen. Zo verdwenen er in de nacht van 9 op 10 januari 2005 zeventig stukken zilverwerk en 24 schilderijen, waaronder een Jan van Goyen uit 1632, uit het

Westfries Museum in Hoorn. De dieven hadden zich laten insluiten en schakelden het beveiligingssysteem uit.

In 2014 leek er een doorbraak te zijn toen bekend werd dat de buit in handen was van een extreemrechtse militie uit de Oekraïne. Leiders van die groep boden de gestolen waar op verschillende plekken te koop aan. Volgens een museumwoordvoerder waren de schilderijen ‘een speelbal in een ondoorzichtig politiek krachtenveld, waarin sprake is van een interne strijd om macht’.

Een paar maanden later werd de Nederlandse ambassade gebeld door een woordvoerder van de Organisatie van Oekraïense Nationalisten. De beller kon een foto laten zien waarop het gestolen schilderij De Boerenbruiloft werd afgebeeld met de krant van die dag. Het Westfries Museum schakelde een kunstdetective in, die afreisde naar de Oekraïne. De militieleiders wilden de schilderijen voor 50 miljoen euro best teruggeven. De werkelijke waarde lag veel lager en de onderhandelingen mislukten. Minister van Buitenlandse Zaken Bert Koenders nam contact op met de Oekraïense minister van Binnenlandse Zaken, maar die kon ook niets doen en museumdirecteur Ad Geerdink zei kort geleden: ‘We hebben er alles aan gedaan en zitten nu op dood spoor.’

Plukze

Nederlanders verliezen jaarlijks miljoenen door datingscams, phishing en cybermisdaad. Engeland waarschuwt de Nederlandse Justitie al tijden voor de lucratieve wapenhandel in ons land. De Audi-bende pleegt plofkraken op pinautomaten en verdient daarmee miljoenen. In Brabant en Limburg worden bendes rijk en machtig door hennepteelt. De pakkans is klein en de overheid wil de criminelen sinds 1993 raken met de Plukze-wet. Echte criminelen vinden gevangenis niet heel erg, maar neem ze hun zeilboten, auto’s, gouden tanden en juwelen af en ze worden narrig. Er worden steeds meer ‘afpakmedewerkers’ aangesteld en rechtschapen burgers kunnen tegenwoordig 24 uur per dag de afpaklijn bellen als hun buurman ineens verdacht dure pakken draagt of in een veel te patserige auto rijdt.

Justitie maakte onlangs bekend dat in 2016 402 miljoen euro van criminelen is afgepakt, een record. Maar het meeste geld kwam binnen door twee zaken, en er gaat in Nederland jaarlijks tussen de 10 en 15 miljard euro aan crimineel geld om. Daarom kan één ding onomstotelijk worden vastgesteld: misdaad loont.