Premium

Crazy Joe, The Ant & The Chicken Man

In maart 2019 werd er in New York voor het eerst in decennia een hoge maffiabaas vermoord. De inhoudelijke rechtszaak is door corona uitgesteld, maar maffiafans uit heel Amerika beschouwen nu al uitgebreid voor op de zaak. Zal de moord de status krijgen van andere beroemde maffiamoorden? Een top vijf van greatest mob-hits.
Crazy Joe

Het gebeurde om 21.20 uur op 13 maart 2019 in Staten Island, New York. De 24-jarige Anthony Comello reed in zijn blauwe pick-uptruck naar een witte villa in de chique buurt Todt Hill.

Alleen de rijkste mensen van Staten Island kunnen daar wonen, hoge hekken met alarminstallaties beschermen de eigenaren tegen indringers of pottenkijkers. The Godfather werd deels op deze plek opgenomen.

Comello ramde met opzet de Cadillac Escalade die voor de witte villa stond. Er ontstond een handgemeen met de eigenaar. De 53-jarige man vroeg met een sterk Italiaans accent of de rammer wel wist met wie hij te maken had. Dat wist Comello en hij pakte zijn 9mm-pistool en schoot twaalf keer. De 53-jarige man werd geraakt door tien kogels en stierf in het ziekenhuis van Staten Island.

Anthony Comello.

Rechercheurs van de New Yorkse politie schrokken toen ze hoorden wie het slachtoffer was. Francesco ‘Frankie Boy’ Cali was volgens maff iakenners de onderbaas van de Gambino’s, een van de vijf misdaadfamilies in New York. In The New York Times werd de liquidatie de ‘most high-profile mob kill in decades’ genoemd. Politici en rechercheurs uit de staat New York maakten zich grote zorgen om escalatie. Het verleden had aangetoond dat een hit op een hoge maffioso nooit ongestraft blijft en in kranten en tijdschriften verschenen voor het eerst in jaren reconstructies en beschrijvingen van maffialiquidaties die voor altijd in het collectieve Amerikaanse geheugen zullen blijven.

1. Albert Anastasia: 25 oktober 1957

Zijn eerste Amerikaanse bijnaam was The One Man Army. Umberto Anastasia reisde in 1919 met drie broers vanuit de Zuid-Italiaanse streek Calabrië naar New York. Hij leerde Engels, pleegde bankovervallen, sloeg vijanden het ziekenhuis in en ging zich Albert noemen om Amerikaanser te lijken. Hij werd een van de oprichters van de Amerikaanse maffia, controleerde een groot deel van de havens, werkte goed samen met andere maffiosi en werd rijk, machtig en gevreesd.

In 1921 vermoordde Albert Anastasia een Italiaanse Amerikaan na een ruzie. Hij kreeg de doodstraf en werd naar death row gebracht. De rechter had bij zijn rechtszaak echter een technische fout gemaakt en Anastasia won het nieuwe proces omdat de vier belangrijkste getuigen op mysterieuze wijze waren verdwenen. Na zijn vrijlating werd hij de baas van Murder Inc. Huurmoorden konden voortaan worden besteld bij Albert Anastasia en zijn tweede bijnaam werd Lord High Executioner.

Albert Anastasia werd geknipt en geschoren.

Op 15 oktober 1957 bezocht hij een barbier in het Park Sheraton Hotel op 56th Street and 7th in Manhattan. Hij parkeerde zijn auto in de garage, ging naar binnen en nam plaats in de kappersstoel. Twee mannen deden de deur open en duwden de kapper opzij. Albert Anastasia zag de hitmen uit zijn ooghoek en sprong op om hun pistolen te grijpen, maar viel hun spiegelbeeld aan. De hitmen vuurden van dichtbij en de Lord High Executioner lag even later met een bebloed hoofd op een witte handdoek. Fotografen waren binnen een paar minuten op de plaats delict en de moord op Albert Anastasia is mede door die foto tot de Amerikaanse culturele canon gaan behoren.

2. Joseph Gallo: 7 april 1972

‘Born in Red Hook, Brooklyn, in the year of who knows when

Always on the outside of whatever side there was

When they asked him why it had to be that way

“Well,” he answered, “just because”.’

Deze zinnen komen uit de song Joey van Bob Dylan. Het verscheen in 1976 op Desire en gaat over Joseph ‘Crazy Joe’ Gallo. Crazy Joe was nog maar een paar jaar eerder dood, maar de mythevorming was al begonnen.

Joseph Gallo werd in 1929 geboren in de wijk Red Hook in Brooklyn. Zijn vader was een illegale drankhandelaar tijdens de drooglegging, die hoopte dat zijn zoons ook crimineel zouden worden. Tot zijn vreugde gebeurde dat en Joe, Larry en Albert Gallo pleegden overvallen en verdienden duizenden dollars als bookmakers en het organiseren van illegale loterijen. Op zijn 21ste zat Joe weer eens vast. Een gevangenisdokter testte zijn mentale vermogen. Hij leed aan schizofrenie en Joe Gallo stond voortaan bekend als ‘Crazy Joe’. Nooit eerder was een bijnaam zo gepast. Crazy Joe kon elk moment zijn zelfbeheersing verliezen en toonde geen enkel ontzag voor de maffiabazen met wie hij samenwerkte.

De schutters bleven vuren: twintig kogels in Crazy Joe’s rug, elleboog en kont. Hij stond gewoon nog een keer op en strompelde door de voordeur naar het trottoir

Maffiosi vonden het vreemd dat Crazy Joe nog steeds omging met de zwarte criminelen die hij in de gevangenis had ontmoet. Wat moest hij met die figuren? Joseph Colombo, baas van de Colombo-misdaadfamilie, werd op 28 juni 1971 van dichtbij neergeschoten. Het was wel heel toevallig dat de hitman zwart was en Crazy Joe was volgens de Colombo’s de opdrachtgever geweest.

Op 7 april 1972 zat Crazy Joe om 16.30 uur met zijn zus, vrouw en bodyguard Pete The Greek in restaurant Umberto’s Clam House in Little Italy, Manhattan. Na het voorgerecht (vongole) ging de achterdeur open. Twee schutters liepen naar Crazy Joe en vuurden kogels op hem af. Crazy Joe werd geraakt, maar stond op, probeerde het pistool af te pakken en schold de moordenaars uit. Bodyguard The Greek werd geraakt in zijn heup en lag uitgeschakeld op de grond. De schutters bleven vuren: twintig kogels in Crazy Joe’s rug, elleboog en kont. Hij stond gewoon nog een keer op en strompelde door de voordeur naar het trottoir, waar hij stierf.

De uitvaart van Crazy Joe Gallo in april 1972.

De begrafenis was in Brooklyn. Crazy Joe’s zus Carmella keek naar haar opgebaarde broer en krijste: ‘De straten zullen rood door bloed worden, Joe!’ Zijn broer Albert Gallo reisde naar Las Vegas om de vermeende moordenaars van zijn broer te vermoorden. Hij had beschrijvingen meegekregen en opende het vuur op vier restaurantgangers. De echte doelwitten zaten aan een andere tafel en er vielen twee onschuldige doden. De daders van Crazy Joe’s liquidatie zijn nooit gevonden, maar dat heeft voor de mythe van Crazy Joe niet veel uitgemaakt.

Maffiatours door Little Italy gaan altijd even langs het trottoir waar hij stierf en Bob Dylan zong met Emmylou Harris in de elf minuten durende moordballade Joey:

Joey,Joey
King of the Streets
Joey Joey
What made them want to come and blow you away?

3. Philip Testa: 15 maart 1981

Philip Testa groeide op in Zuid-Philadelphia en werd halverwege de jaren 60 voorgesteld aan de machtige baas van de Philadelphia-misdaadfamilie: Angelo Bruno. Ze konden het goed met elkaar vinden en Philip Testa werd ingewijd in de maffia door een kaartje met een heilige in brand te steken. Hij vermoordde tegenstanders voor Angelo Bruno, kreeg promotie en werd in 1970 onderbaas van de Philadelphia-misdaadfamilie. Hij werkte op papier in een fabriek voor gevogelte en kreeg als bijnaam The Chicken Man.

Angelo Bruno zat op 21 maart 1980 naast zijn chauffeur in zijn auto. Hitmen liquideerden hem. Philip Testa werd de nieuwe baas en hij benoemde het grote maffiatalent Nicky Scarfo tot zijn consigliere, raadgever. Achteraf gezien was dat een slechte keuze. Op 15 maart 1981 kwam Philip Testa thuis op 2117 Porter Street in Zuid-Philadelphia. Hij liep over zijn veranda naar zijn woning. Hij draaide de sleutel om, waarna er een spijkerbom ontplofte. Philip ‘The Chicken Man’ Testa was op slag dood en Bruce Springsteen schreef op het album Nebraska een song met de zinnen:

Well they blew up the Chicken Man in Philly last night And they blew up his house too.

Philip Testa.

The Chicken Man had een zoon genaamd Salvatore die de ‘Kroonprins van de Philadelphia Maffia’ werd genoemd. De nieuwe baas Nicky Scarfo, een van de gewelddadigste gangsters ooit, vreesde de toenemende populariteit van Testa jr. en de zoon van de Chicken Man werd op 14 september 1984 dood op een weg in New Jersey gevonden. Driehonderd maffiosi kwamen naar de herdenkingsdienst en Nicky Scarfo, opdrachtgever voor de moord, leek te lachen toen de zoon werd begraven naast zijn vader.

4. Paul Castellano: 16 december 1985

In een auto in East 49th Street zat een perfect geklede maffioso met perfect gekamde haren. John Gotti sr., capo in de Gambino-misdaadfamilie, was het niet eens met de koers van zijn baas Paul Castellano. Veel te kalm en zakelijk, maffiosi van andere misdaadfamilies hadden geen angst meer voor de Gambino’s, er moest een boodschap worden afgegeven. De baas mocht dit niet overleven en met een beetje geluk zou Gotti sr. zijn opvolger als capo di tutti capi van de Gambino’s worden.

Bodyguard en onderbaas van de Gambino’s Thomas Bilotti reed Paul Castellano naar Sparks Steak House in Midtown Manhattan. De baas van de Gambino’s stapte om 17.25 uur uit. Er kwamen drie mannen op hem af. Een van hen schoot Castellano door zijn hoofd en ook Thomas Bilotti overleefde de aanslag niet.

Paul Castellano omringd door bodyguards.

John Gotti sr. observeerde de moord vanaf een afstand in zijn auto. Hij kon tevreden zijn over de afloop en werd twee weken later de nieuwe baas. Er dreigde wel meteen gevaar, want hij had de moord besteld zonder toestemming van The Commission, een geheime organisatie die werd geleid door de bazen van de belangrijkste misdaadfamilies. Vincent ‘The Chin’ Gigante wilde Gotti dood en stuurde twee huurmoordenaars naar de social club van Gotti op 86th Street in Bensonhurst, Brooklyn. Een man deed of hij boodschappen liet vallen en plantte een autobom onder de Buick Electra van Gotti’s onderbaas. Een paar minuten later kwamen er twee Gambino’s naar buiten. Een van hen was onderbaas Frankie DeCicco, de andere moest dan Gotti zijn. De Buick werd opgeblazen. Gotti was er helemaal niet bij en de tweede man in de Buick – ‘Frankie Hearts’ Bellino – verloor zijn tenen bij de explosie. De onderbaas van John Gotti verloor veel meer dan dat en Gambino-hitman ‘Sammy The Bull’ Gravano zei een paar dagen na de aanslag: ‘Ik probeerde hem weg te slepen. Ik greep een been, maar het lichaam ging niet mee. Het been lag eraf. Een van zijn armen lag eraf. Ik probeerde mijn hand onder hem te doen en mijn hand ging dwars door zijn lichaam naar zijn maag. Hij had geen kont meer. Zijn kont, ballen, compleet weggeblazen. Ik droeg een wit shirt. Ik keek naar mijn shirt, verbaasd. Geen druppeltje bloed. De kracht van de explosie blies het grootste deel van alle vloeistoffen uit Frankies lichaam. Hij had geen bloed meer in zijn lichaam, niets, geen milligram.’

5. Tony Spilotro: 14 juni 1986

Tony ‘The Ant’ Spilotro kwam uit Chicago en maakte naam in de Chicago Outfit, de maffia- organisatie die was opgezet door Al Capone. Hij werd naar Las Vegas gestuurd om de casino’s leeg te roven en stelde met een jeugdvriend uit Chicago een bende samen van de meest capabele gangsters om overvallen uit te voeren: The Hole-in-The-Wall-Gang, zo genoemd omdat de bendeleden met trucks door muren ramden van de slecht gebouwde huizen in Vegas. Later pleegden de leden van The Hole-in-The-Wall-Gang ook moorden op bestelling. Journalisten verzonnen de bijnaam ‘The Godfather van Las Vegas’ voor Spilotro, een detective noemde hem door zijn irritante gedrag en geringe lengte ‘that little pissant’, die kleine pismier. Dergelijke taal mocht niet op die manier in de krant verschijnen en Tony Spilotro werd sindsdien ‘The Ant’ genoemd. Tony Spilotro wás een kleine pismier en hij zoop en snoof en was zelfs voor maffiabegrippen extreem gewelddadig. De maffiabazen in Chicago waarschuwden hem: ‘Tony, doe rustiger aan, gedraag je, je vestigt de aandacht van de FBI op ons. En straks zijn we onze inkomsten uit de casino’s kwijt.’ The Ant luisterde niet en hij begon openlijk een affaire met de vrouw van een maffiamaatje.

Tony Spilotro.

The Ant werd in 1986 samen met zijn broer naar Chicago gelokt onder het voorwendsel dat hij promotie zou krijgen. De Spilotro’s hadden hun mooiste pak aangetrokken en hun haren laten knippen, maar ze werden onder toezicht van de belangrijkste mensen van The Outfit met stalen buizen op hun handen en voeten geslagen en in de achterbak van een auto naar een korenveld in Indiana gereden. Volgens de legende werden de gebroeders Spilotro daar levend begraven.

COMELLO EN DE LETTER Q

De Amerikaanse maffia is allang niet meer wat het was, maar de aantrekkingskracht blijft groot en ook de meest recente moord op een hoge maffioso is nu allegendarisch. Alleen komt dat wel omdat de toedracht heel anders is dan op het eerste gezicht leek.

Anthony Comello, verdacht van de moord op Francesco ‘Frankie Boy’ Cali, verscheen een jaar geleden voor het eerst in de rechtbank. Hij maakte een vreemdgebaar met zijn hand. Een geheime maffiacode? Nou nee. Hij had met een pen de letter Q op zijn palm gekrabbeld en er stond ‘MAGA Forever en Patriots in Charge’. De Q was een verwijzing naar de complottheorie QAnon. Donald Trump is volgens de aanhangers van QAnon de Messias en heeft als heilige taak ‘de Diepe Staat’ te ontmantelen.

Ik greep een been, maar het lichaam ging niet mee. Het been lag eraf. Een van zijn armen lag eraf

Volgens zijn advocaat geloofde Anthony Comello dat Cali ‘een belangrijke status had in de wereldwijde liberale kliek die uit is op de verwoesting van Amerikaanse waarden en de Amerikaanse manier van leven’. De CIA had contact gezocht met de maffia en maffiosi zoals Cali werden gebruikt om Donald Trump te ondermijnen. Door tuig als hij zou Amerika nooit opnieuw groot worden en daarom reed Anthony Comello naar Frankie Boys villa in Todt Hill en pakte hij zijn pistool en schoot de landverrader met twaalf kogels dood.

Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.

Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?

Abonneer nu en profiteer!

Probeer direct

Laatste nieuws