Premium

De crimineel is koning

De één verkoopt brood, de ander handelt in telefoons, maar de echt grote jongens verdienen hun geld met veroordeelde criminelen. De documentaire Prison for Profit geeft een huiveringwekkend inkijkje in de wereld van de geprivatiseerde Mangaung-gevangenis in Zuid-Afrika.
Ilse en Femke van Velzen

Nieuwe Revu kreeg de primeur én sprak met de Nederlandse maaksters, de tweelingzussen Ilse (links op de foto) en Femke van Velzen.

Een gezellig theater, een modern sportcentrum en een ruim aanbod van inspirerende cursussen en creatieve workshops, zoals schilderen, koorzang en het onderhouden van je eigen moestuintje. Talloze sportieve activiteiten, zoals badminton en tafeltennis, maar ook een nette bibliotheek, religieuze praatgroepjes en een hoogstaand ziekenhuis met de allerbeste specialisten. Ongeëvenaarde leer- en ontwikkelingsprogramma’s, kleurrijke therapiemogelijkheden en natuurlijk het heerlijke, veelzijdige eten van de Kagiso Khulani Food Services, volledig aangepast op ieders persoonlijke wens.

De utopische brochure van de Mangaung-gevangenis in het Zuid-Afrikaanse Bloemfontein leest als die van een Center Parcs in het betere segment. Toen de Zuid-Afrikaanse overheid in 2001 de handen ineensloeg met G4S, de Britse veiligheidsmultinational en de op twee na grootste werkgever ter wereld, waren de verwachtingen voor de eerste geprivatiseerde gevangenis van het land dan ook torenhoog. Iedereen was enthousiast, en waarom ook niet? Politici konden in één klap drieduizend zware criminelen uit handen geven. G4S, dat gedurende een contractperiode van 25 jaar zo’n 46.000 euro per maand ontvangt van de Zuid-Afrikaanse staat om hun gevangenen te bewaren en te rehabiliteren, sloeg een grote, zakelijke slag. Zelfs de gevangenen, waaronder beruchte moordenaars en verkrachters, waren in hun nopjes met hun nieuwe onderkomen. Want Mangaung was zichtbaar mooier, beter en luxer dan alle andere gevangenissen in Zuid-Afrika. Althans, volgens die brochure.

Geprivatiseerde hel

Dat de wrede realiteit anders in elkaar steekt, maakte onderzoeksjournalist Ruth Hopkins in het najaar van 2013, twaalf jaar na de openingsceremonie van het complex, wereldkundig. ‘De Mangaung-gevangenis is een geprivatiseerde hel,’ kopten de internationale media nadat de in Nederland opgegroeide journalist haar reeks bizarre bevindingen van de geromantiseerde G4S-inrichting naar buiten bracht. Niet alleen zouden er dagelijks mensenrechten worden geschonden, ook het concept van een naar winst strevend bedrijf een gevangenis te laten runnen, zou zijn uitgemond in een onmetelijk fiasco. Hopkins’ onthullingen van de dubieuze bedrijfsvoering van G4S gingen de wereld over, maar verdwenen, tot haar grote ontsteltenis, binnen een jaar alweer in de doofpot. ‘Ik ging er echt vanuit dat in de hedendaagse Zuid-Afrikaanse context het bedrijf na mijn publicaties in no time zou worden opgerold,’ zou de strijdlustige journaliste hier jaren later op terugblikken. ‘Het gaat hier over een Britse multinational, uit een voormalige koloniale grootmacht, die het heeft geflikt om uit te groeien tot een van de grootste particuliere werkgevers van Zuid-Afrika. Ze nemen een van de belangrijkste taken over van de staat door Zuid-Afrikaanse burgers op te sluiten in hun gevangenis, hen genadeloos hard te martelen, daar bakken met geld mee te verdienen én nu met dit alles nog weg te komen ook.’

Femke en Ilse van Velzen op pad in Zuid­Afrika.

Ten tijde van haar niet malse openbaringen stond Ruth Hopkins al enige tijd op de radar van documentairemaaksters Ilse en Femke van Velzen. Na een eerdere ontmoeting volgden de tweelingzusjes uit Delft, die al een zestal onthullende documentaires met Afrikaanse thema’s op hun naam hadden staan, het werk van Hopkins vanuit Johannesburg voor haar WITS Justice Project, een collectief van activistische onderzoeksjournalisten dat zich buigt over mensenrechtenkwesties.

‘Toen we van het grote Mangaung-schandaal vernamen, dachten we direct: wow, dit is huge,’ blikt Ilse van Velzen terug. ‘Hopkins’ ontdekkingen waren wereldnieuws en toch verdween de aandacht daarvoor volledig. Er was niets veranderd. Daarmee was bij ons het idee voor een film ontstaan, tegelijk met de hoop om de onthullingen van Hopkins van een langere levensduur te voorzien.’

Schokkende brieven

Toen de gezusters Van Velzen in 2016 het filmproces van Prison for Profit instapten, ontving Hopkins, hun begeleidende hoofdpersonage, al een aantal jaar lang schokkende brieven vanuit allerlei Zuid-Afrikaanse gevangenissen. Oproepen van de vele slachtoffers van gerechtelijke dwalingen die Zuid-Afrika rijk is en nergens anders terechtkunnen. Maar ook noodkreten van gevangenen die slecht of zelfs onmenselijk behandeld werden. De stapel wanhopige berichten die Hopkins wekelijks ontving vanuit de geprezen Mangaung-gevangenis was aanzienlijk hoger dan die uit alle andere gevangenissen. Veroordeelden die in de isoleercel werden opgesloten voor krankzinnige periodes van drie maanden tot vier jaar in plaats van de legale zeven dagen, initieerden een grootschalig onderzoek van Hopkins naar G4S en diens ‘droomcomplex’ in Bloemfontein. Haar onderzoek werd gesterkt door gelekte beelden van binnenuit en bekentenissen van voormalige bewakers en gevangenen. ‘Het filmen door de bewakers met kleine cameraatjes is aan G4S opgelegd door de overheid, als middel om enigszins controle te houden over wat zich afspeelt binnen de muren,’ licht Ilse van Velzen toe. ‘Daar wordt veel van gecensureerd.’ Toch wordt de kijker in Prison for Profit getrakteerd op meer dan genoeg expliciete beelden voor een duidelijke indruk van de naargeestige sfeer in het gevangenencomplex, zowel tussen de erop los stekende criminelen onderling als tussen bewakers en gevangenen.

De celdeur ging op slot en mijn broek werd omlaaggetrokken. De bewakers elektrocuteerden mijn penis met hun elektrische schild

Prison for Profit vertelt de gruwel van de Mangaung-gevangenis door de ogen van Shakes, een zachtaardige bewaker die voor het onderzoek van Hopkins uit de school klapt. Als hij op een afgelegen plekje in de natuur met Hopkins afspreekt, erkent Shakes met zichtbare moeite dat ook hij deel uitmaakte van de reguliere martelpraktijken die bewakers uitvoeren op de inmates. Zo gebruikte zijn collega’s hun elektrische schilden niet louter als beschermmiddel, maar voornamelijk om hun gevangenen, na een gewelddadig incident, te elektrocuteren. ‘Daarmee krijgen wij hen aan het praten,’ legt een andere bewaker uit. ‘De gevangenen worden vaak volledig uitgekleed en op de grond gesmeten. Het elektrische schild wordt dan in een emmer water gedoopt, om een vele malen pijnlijkere shock uit te delen.’

Francis, een voormalige gevangene, vertelt hoe bewakers hem zonder duidelijke aanleiding zo’n shock toedienden op een ondenkbare locatie. ‘Toen de bewakers een doorzoeking deden in mijn cel, moest ik me uitkleden. Aan mijn tatoeages zagen ze dat ik lid ben van een bende. Daarvoor moest ik even gedisciplineerd worden, zeiden ze. De celdeur ging op slot en mijn broek werd omlaaggetrokken. De bewakers elektrocuteerden mijn penis met hun schild. Daarna smeten ze me hard neer op een stalen krukje, waardoor mijn ruggenwervel ontwrichtte. Ik loop nu, jaren later, nog steeds op krukken. Ik hoopte juist dat ik na mijn gevangenistijd een normaal leven kon leiden, zoals de anderen, maar ik ben er gehandicapt uitgekomen.’

De verklaring van Francis versterkt de inhoud van de talloze brieven die Hopkins van andere gevangenen uit de G4S-gevangenis ontving.

‘Elektroshocked, gebroken ledematen, onnodig geweld,’ somt de journaliste op. ‘Het gebeurt in alle gevangenissen in Zuid-Afrika. In dit land zijn mensen onbewust van de rechten van gevangenen. Het heersende beeld bij zowel overheid als bevolking is dat moordende en verkrachtende criminelen mogen wegrotten. Mangaung gaat echter veel verder. Hier worden gevangenen geïnjecteerd met antipsychotische drugs. Met deze lugubere marteltechniek transformeert het personeel hun gevangenen in zombies. Jaren later ondervinden ze nog steeds uiteenlopende fysieke klachten van deze injecties.’

Levensgevaarlijke criminelen

Toch zijn het niet alleen de veroordeelde criminelen in Mangaung met de schrijnende getuigenissen. Gaandeweg het filmproces ontdekten de Van Velzens dat de bewakers evenzeer slachtoffers zijn van het grote G4S-debacle.

‘Door ook hen aan het woord te laten, merkten we dat de omstandigheden niet zo zwart-wit zijn. Lang niet alle bewakers deden mee aan die martelmethoden. Degenen die dat wel deden, kregen die orders van bovenaf en stonden onder grote druk.’

In een aangrijpende scène verzamelt een achttal bewakers zich rondom een tafel, waaraan ze op therapeutische wijze hun meest traumatische ervaringen als G4S-gevangenbewaarder met elkaar delen. Stuk voor stuk werden ze aangevallen door levensgevaarlijke criminelen met scherven van gebroken wc-potten en tl-buizen.

‘Ik slaap slecht, durf nog amper alleen over straat,’ verzucht een bewaker. ‘Het management heeft mij daarna niet één keer gevraagd hoe het met me gaat. Helemaal niets.’

Een andere bewaker herinnert een geliefde collega, die door zes gevangenen tegelijk werd doodgestoken. Ook Shakes, die zestien jaar lang balanceerde tussen de dreiging van de gevangenen en de verwerpelijke instructies van zijn management, luistert hoofdschuddend mee.

‘Inmiddels heeft hij een nieuwe baan, maar tijdens het filmen werkte Shakes nog voor G4S,’ zegt Ilse van Velzen. ‘Daarmee begaf hij zich op dun ijs, zijn onthullingen waren niet zonder risico. Wat zou de overheid doen? Wat zou G4S doen? Dat was voor Femke en mij een grote verantwoordelijkheid, want we wilden niet de reden zijn dat hij zijn baan zou verliezen. Uiteindelijk is hij op heel treurige wijze ontslagen, omdat hij een actieve rol had in de grote protesten van 2013. In de jaren die daarop volgden werden veel bewakers, in de ogen van G4S de rotte appels, systematisch en om onbeduidende redenen ontslagen.’

De openbaringen van Hopkins in 2013 gingen gepaard met een grootschalige staking van het gevangenispersoneel. We voelen ons niet veilig, we zijn onderbetaald en we voelen ons niet gehoord; dat was de gemoedstoestand van 331 boze, uitgeputte G4S-gevangenisbewakers. Het was de grootste staking in zijn soort in de Zuid-Afrikaanse geschiedenis, maar leverde geen resultaat op. Toen de bewakers weigerden terug te keren naar hun werkpost, ontsloeg het Britse concern ruim twee derde van haar stakende personeel en verving hen door nieuwe, ongeschoolde bewakers.

Niet-private gevangenissen zijn ook niet ideaal, maar zo onveilig als in Mangaung, dat wil niemand

Door deze actie overschreed G4S een grens voor de regering. Na twaalf jaar kwam Mangaung in handen van de staat, dat tevens een onderzoek startte naar de onrustige situatie onder het personeel. Hoop op gerechtigheid voor gevangenen en personeel gloorde aan de horizon, totdat de gevangenis na tien maanden op onverklaarbare wijze werd ‘teruggegeven’ aan G4S. Het overheidsonderzoek naar de misstanden, martelpraktijken en getraumatiseerde werknemers werd nooit gepubliceerd. De enige twee kritische ministers die zich hardop uitspraken over de gefaalde privatisering van Mangaung, verdwenenkortnaelkaaropmysterieuzewijze van het politieke toneel. De voorheen ontslagen beveiligers en bewakers keren wegens de uitzichtloze werkeloosheid in Zuid-Afrika massaal terug. Volgens Shakes zijn de omstandigheden in de gevangenis bij zijn terugkomst niet verbeterd. ‘Wij troffen de boel zelfs slechter aan dan toen wij er vertrokken.’

En zo veroorzaakt het uitgangspunt van een gevangenis als winstgevende onderneming een doemscenario dat zich van kwaad tot erger ontwikkelt. ‘Een gevangenis is bedoeld om uiteindelijk een betere samenleving te creëren, door mensen te rehabiliteren en terug te sturen,’ zegt Van Velzen. ‘Dat moet het uitgangspunt zijn. Het zal een groot, commercieel bedrijf worst wezen of de samenleving beter wordt van hun bedrijfsvoering. Winst en aandeelhouders tevreden houden, dat is het enige dat telt.’

Hopkins stelt in de documentaire treffend: ‘Voor een overheid is een gevangenis bedoeld om de criminaliteit te verlagen. Voor commerciële bedrijven, zoals G4S, is het juist interessant als de criminaliteit hoog blijft. Criminelen zijn voor hen namelijk klanten, en meer klanten is meer winst. Dat is een levensgevaarlijk verschil.’

De manieren waarop een commerciële gevangenis daadwerkelijk levensgevaarlijk is, komen in Prison for Profit ruimschoots aan bod. ‘Deze gevangenis verkoopt het concept van een privé-cel met één stapelbed voor twee gevangenen als een luxe,’ noemt Van Velzen als voorbeeld. ‘Maar dat is juist levensgevaarlijk in Zuid-Afrika, waar vijandige gangs en gevaarlijke bendeleden bij elkaar in zo’n kleine cel worden weggestopt. In een normale staatsgevangenis met grotere slaapzalen hebben die bendeleden nog de bescherming van de bewakers en van de groep. In Mangaung wordt één bewaker op zestig gevangenen gezet, waardoor het zicht op zelfgemaakte wapens en vechtende criminelen in die kleine cellen nihil is.’

De zogenaamde ‘incidentencultuur’ is minstens zo gevaarlijk, stelt de filmmaakster. ‘Net als in een aantal andere, geprivatiseerde G4S-gevangenissen, dient ook in Mangaung het management elk incident, gevecht, opstootje of geweldpleging te melden aan de overheid. Aan die incidenten hangen sancties vast. Hoe meer bewakers er vereist waren om het incident op te lossen, hoe groter de sanctie. Het resultaat: bewakers splitsen zich op, om die hoge boetes maar te ontlopen. Dat gaat ten koste van de veiligheid. Zo vervagen belangrijke normen en waarden binnen een gevaarlijke omgeving.’

Absoluut topniveau

In een reactie van Andy Baker, de grote G4S-directeur in Zuid-Afrika, worden alle verklaringen uit Prison for Profit stoïcijns van tafel geveegd. ‘G4S is een globale organisatie. We runnen penitentiaire inrichtingen over de hele wereld. We hebben wereldwijd de beste praktijken. We zijn overtuigd dat onze procedures en manier van werken van absoluut topniveau is,’ aldus de CEO. De grote vraag waar kijkers van deze film mee blijven rondlopen is: hoe komt zo’n groot, bekend bedrijf als G4S weg met dit soort smerige, onmenselijke martelpraktijken? Volgens Ilse omdat alles riekt naar corruptie.

‘Om de gouverneur van de provincie hangen tal van corruptieschandalen. Het gevoel dat er dubieuze contacten en linken zijn van de Zuid-Afrikaanse overheden met G4S en diens machtige aandeelhouders is onomstotelijk. Dat wij dat niet hard kunnen maken in de film, is natuurlijk jammer. Onze grote tegenstander is een gigantische multinational met de duurste advocaten. De geoliede lobby van G4S is heel sterk. Zelfs een briljant, gerenommeerd onderzoeksjournalist als Ruth Hopkins dringt daar niet doorheen. Om de waarheid rondom dit soort machtige instellingen aan het licht te brengen, ben je nu eenmaal afhankelijk van gelekte documenten en klokkenluiders. Te pas en te onpas onze vermoedens uitspreken in de film is geen optie, want dan is de kans aanzienlijk dat een batterij van dure G4S-advocaten onze productie lamlegt.’

Volgens de filmmaakster zou het overhandigen van de gevangenis aan de staat door G4S de ideale uitkomst zijn van haar film. ‘Zowel de gevangen als de bewakers willen dat Mangaung niet meer in handen is van G4S, maar van de staat. Niet-private gevangenissen zijn ook niet ideaal, maar zo onveilig als in Mangaung, dat wil niemand.’

De gebruikelijke, intensieve promotietocht voor Prison for Profit langs internationale filmfestivals en conferenties, wordt op zijn kop gezet door de pandemie. Ook de geplande campagne in Zuid-Afrika, in samenwerking met Hopkins en haar onlangs verschenen boek over het G4S-schandaal, is voorlopig van de baan. ‘Dat is jammer, want op die manier hoopten we nieuw momentum te creëren voor een schandaal dat al zeven jaar in de doofpot zit. Aan de andere kant is dit probleem volgend jaar nog niet opgelost, dus dan halen we de campagne zeker in.’

Wel trekken Femke en Ilse met Prison for Profit in de komende weken langs de Nederlandse zalen. Vanaf 15 oktober draait de film in de bioscopen, de tv volgt in februari. Ilse van Velzen: ‘We hopen met deze film het debat rondom privatisering van overheidstaken, zoals gevangenissen, naar Nederland te brengen. Ook daarin bereiden we momenteel een grote campagne voor. In ons land wordt namelijk belachelijk veel geprivatiseerd. Daar loopt de overheid en het bedrijfsleven niet echt mee te koop. Dat zou transparanter moeten. In de semigeprivatiseerde gevangenis van Zaanstad spreken medewerkers de term “semiprivaat” heel zachtjes en voorzichtig uit. Dat gebeurt in Nederland, maar er wordt te weinig over de risico’s en eventuele gevolgen gediscussieerd. Als we iets hebben geleerd van deze film, is het wel dat de combinatie van marktwerking en essentiële overheidstaken, zoals zorg voor ouderen en het gevangeniswezen, erg gevaarlijk kan zijn. Prison for Profit is natuurlijk een worstcasescenario. In onze gevangenissen en verzorgingstehuizen worden hoogstwaarschijnlijk geen mensenrechten geschonden zoals in Zuid-Afrika, maar hier leidt privatisering wel tot subtielere kwaden, zoals duurdere diensten en mindere kwaliteit. Onze overheid stelt te weinig kaders voor durfkapitalisten. Neem onze kinderopvang, die is compleet geprivatiseerd. Iedereen zou zich moeten afvragen of dat een goede ontwikkeling is.’

Voor de gezusters Van Velzen betekent die bewustwording, na twintig jaar misstanden in Afrika aan de kaak te hebben gesteld, een aanstaande omslag naar documentaires maken dichterbij huis. ‘Sinds we deze film maakten, laat dit thema ons niet meer los.’

‘WE DELEN EEN STERKE AFKEER VAN ONRECHT’

De geoliede samenwerking tussen de gezusters Femke en Ilse van Velzen stond al vroeg in de sterren. Ilse: ‘Blijkbaar deel je als eeneiige tweeling dezelfde interesses en levensloop. Al van jongs af aan. We hielden allebei van atletiek en in groep vijf bleven we allebei zitten. Om niet te veel op elkaars lip te zitten, volgden we de studie culturele en maatschappelijke vorming op verschillende hogescholen. Ik in Utrecht, Femke in Amsterdam.’

Die studiekeuze was voor beide zusjes grotendeels gebaseerd op hun drang om veel te reizen. Toen ze na vier jaar besloten om als gezamenlijke afstudeeropdracht een documentaire te maken, had geen van hen verstand van films maken.

‘We wilden vooral geen scriptie schrijven,’ blikt Ilse terug. ‘We hadden nul erva- ring met filmen, maar het idee om een project te maken, sprak ons enorm aan.’Dat resulteerde in Bush Kids (2002), de eerste productie van de gezusters Van Velzen, over een radiostation in de sloppenwijken van Kaapstad. ‘Vanuit Nieuw-Zeeland, waar ik stage liep, zocht ik Femke op in Zuid-Afrika, waar zij al met straatkinderen werkte. Toen ik aankwam in Kaapstad, was ik direct betoverd door het land. De kleuren, de mensen, de cultuur. Op dat moment had ik nog niet kunnen bedenken dat we zoveel films over de rauwe, donkere kant van Afrika zouden maken.’

Terug in Amsterdam oogstte het debuut van de zusjes tijdens de première in het Tropenmuseum veel lof. ‘Die avond was voor ons echt een eyeopener,’ herinnert Ilse zich. ‘De interactie met het publiek en de manier waarop een film iets losmaakt bij mensen, werd in één klap zichtbaar. Dat besef is nog steeds, twintig jaar later, onze grote motivator.’

Documentaires maken is leuk, maar de sociale en maatschappelijke impact die ze veroorzaken weegt voor het creatieve duo uit Delft vele malen zwaarder. Deonderwerpen van hun films spreken voor zich; de terugkeer van minderjarige, uitgezette asielzoekers naar Angola, een angstaanjagend drieluik over de gevolgen van de massale verkrachtingen door militairen in de Democratische Republiek Congo en het verdeelde Zuid-Soedan van een teruggekeerde advocaat. Wie een blik werpt op het repertoire van Femke en Ilses onafhankelijke productielabel IFproductions, dat uitpuilt van onderscheidingen als een Gouden Kalf en de Scherpenzeel Prijs, zal moeite moeten doen niet onder de indruk te raken. ‘We delen een sterke afkeer van onrecht,’ verklaart Ilse de Afrikaanse ontdekkingstocht die ze twintig jaar geleden met haar zus inzette. ‘Dat zit diep in ons geworteld. We worden er gewoon fysiek naar van als dingen niet op eerlijke wijze gebeuren of getoond worden.’

Hun felle strijd tegen onrecht sijpelt niet alleen door in hun films, maar vooral door de vele projecten eromheen. ‘Wij stoppen niet als onze films af zijn. Sterker nog: dan begint het pas.’

Met zogeheten impact campaigns organiseren de maaksters van alles om hun films heen. Hun Mobile Cinema-initiatief is in feite een heroïsche trektocht langs kleine dorpen, steden en afgelegen gebieden door heel Afrika om de plaatselijke bevolking te laten zien wat er in hun land speelt.

Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.

Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?

Abonneer nu en profiteer!

Probeer direct

Laatste nieuws