Premium

‘Ik ben een slechte womanizer’

Hij was al wereldrecordhouder snel pizza eten, ultramarathonloper en begenadigd presentator van talloze programma’s, maar de Belg Tom Waes (51) brak in ons land pas écht door met zijn rol in de hitserie Undercover. ‘Ik denk dat niemand dit had aan zien komen.’
Tom Waes

Belangrijke zaken eerst. Hoe wordt iemand wereldrecordhouder snel pizza eten?

‘We maakten toen het programma Tomtesterom, waarin ik elke week een uitdaging aanging. Ons plan was om een aflevering te maken waarmee ik het Guinness Book of Records zou halen. Dat kon alleen op een manier waarvan we zeker wisten dat ik het record kon verbreken. Ik ben van nature nogal een snelle eter, dus bij ons op kantoor heb ik geprobeerd om heel snel een pizza weg te werken. Tijdens de eerste poging was ik al bijna een minuut sneller dan de recordhouder, die er drie minuten over had gedaan. Daarna wisten we: dit gaat lukken. Ik heb er in de aflevering wel twee moeten eten, omdat de eerste te hard was gebakken.’

Was dat het raarste wat je ooit hebt gedaan?

‘Met Tomtesterom hebben we zoveel rare dingen gedaan. Dat ging van het beklimmen van de 900 meter hoge granieten bergwand El Capitan, het dirigeren van een orkest, een wilde mustang temmen en meedoen aan een bokswedstrijd tot het lopen van de Marathon des Sables, een ultrarun van 254 kilometer door de woestijn. Ik heb denk ik 36 afleveringen gemaakt en dat schoot dus alle kanten op.’

Gedij jij goed bij uitdagingen?

‘Het ging me goed af en ik vond het leuk, maar het succes van de reeks zat ’m vooral in het feit dat het af en toe mislukte. Ik probeerde niet Superman uit te hangen, maar wilde vooral laten zien dat je als gewone Belg of Vlaming die zich ergens op toelegt toch in korte tijd iets kunt bereiken. Soms werkte dat, soms niet. Zo ben ik tijdens een poging om van Engeland naar Frankrijk te zwemmen na 24 kilometer uit het water gehaald, omdat ik het niet haalde. En toen ik ging boksen tegen een wereldkampioen sloeg hij me in de vierde ronde knock-out. Maar dat geeft een programma juist charme.’

Heb je je avontuurlijke inborst van huis uit meegekregen?

‘Het tegenovergestelde, want mijn ouders zijn juist heel behoudend en voorzichtig. Mijn vader was bouwkundig tekenaar, mijn moeder lerares Frans en geschiedenis. Het was een rustige en veilige jeugd, elke zomer trokken we naar dezelfde kleine camping in Spanje. Ik denk dat ik daarom de andere kant wilde zien, als een soort tegenhanger.’

Als puber was je bijnaam ‘De Witte van Sichem’, naar een Belgische film over een Ciske de Rat-achtige figuur. Was je zo’n helse tiener?

‘Ik heb alle kwajongensstreken uitgehaald die je maar kunt bedenken. Mijn ouders hadden een stacaravan en wat we daar allemaal uitspookten... Ik weet nog dat er vlak bij de camping een verhuurbedrijf was voor kajaks. Dat was nogal een chique bedoening, waar mensen van stand op zondag na de kerkdienst in hun beste kloffie een tochtje gingen maken. Dan stonden wij met alle jongens van de camping op de brug klaar in onze zwembroek om bommetjes te maken, zodat die mensen kletsnat werden. De eigenaar van het verhuurbedrijf tieren en roepen natuurlijk.’

Had jij, als het net even anders was gelopen in je leven, een Ferry Bouman kunnen worden?

‘Ja en nee, denk ik. Ik heb vaak genoeg in kringen verkeerd waarin het makkelijk fout had kunnen gaan. In de periode dat ik als portier werkte in een discotheek werd ik elke dag geconfronteerd met de zelf kant van de maatschappij. Maar als ik bepaalde voorstellen kreeg, over drugs of criminele acties, dan viel ik toch altijd terug op het morele kompas dat ik van mijn ouders heb meegekregen. Ik denk daarom niet dat ik een Ferry Bouman had kunnen worden. Maar ik zou ook geen Bob Lemmens kunnen zijn.’

Het had makkelijk fout kunnen gaan. Als portier van een discotheek werd ik elke dag geconfronteerd met de zelfkant van de maatschappij

Ferry Bouman is de Brabantse xtc-handelaar die jij in het eerste seizoen van Undercover als politieagent Bob Lemmens achter de tralies hebt gezet. Had je vooraf zien aankomen dat deze Belgisch-Nederlandse Netflix-serie zo’n eclatant succes zou worden?

‘Nee, totaal niet. Ik denk dat niemand dit had aan zien komen. In België heeft het veel teweeggebracht, maar bij jullie nog meer. Een paar dagen geleden hoorde ik dat de trailer van het eerste seizoen bij de lancering 200.000 keer was bekeken, terwijl de trailer van het tweede seizoen vlak voor de eerste aflevering al 700.000 keer was bekeken. Dat is echt bizar. Ik merk het zelf ook hoor, er is wel wat veranderd.’

Word je aangeklampt door hysterische fans?

‘Aangeklampt is niet het juiste woord, maar mensen spreken me wel aan. Onlangs waren we een weekendje op de Hoge Veluwe, naar het Kröller-Müller Museum, en bleven we ergens slapen. Zowel in het museum als het hotel kwamen er veel Nederlanders naar me toe om te zeggen hoe leuk ze Undercover vinden. Dat gebeurde voorheen niet.’

Vind je dat een vervelende ontwikkeling?

‘Ik vind het super! Als mensen wat gedronken hebben en baldadig zijn, dan is dat onprettig. Maar als ze komen vertellen hoe leuk ze je show vinden, dan geeft dat plezier. Het is hetzelfde als wanneer je in een restaurant tegen de kok zegt dat het eten lekker heeft gesmaakt. Dat is altijd goed.’

Waarin schuilt de aantrekkingskracht van de serie?

‘Het is het sappige Brabantse van Ferry en Daniëlle, dat smaakt bij jullie goed, met onze Vlaamse inbreng als extra laag erbovenop. Los daarvan is het scenario ijzersterk, met geloofwaardige karakters. Bob Lemmens is geen superheld op wie je honderd keer kunt schieten en die dan toch nog blijft staan. Hij is kwetsbaar, heeft problemen met z’n kinderen en andere issues. Ik hoorde veel Nederlanders zeggen dat ze de serie heel filmisch vinden, dat het een soort internationale allure heeft. Het is lastig om daar een analyse over te maken, want Netflix geeft geen kijkcijfers, maar we merken wel dat we het goed doen in Amerika, Brazilië en Zuid-Korea. Dat vind ik heel aangenaam.’

Droom jij van een doorbraak in Hollywood?

‘Nee, absoluut niet. Ik heb het al zo druk in België, daar ben ik niet mee bezig. Ik heb zelfs geen agent of manager in het buitenland, maar stel dat er morgen ineens een koppelaar voor mijn deur staat, dan zal ik natuurlijk wel even reageren. Ik pak het zoals het komt.’

Je hebt niet de standaardroute gevolgd om acteur te worden: je hebt Germaanse filosofie gestudeerd, een opleiding gevolgd tot diepzeeduiker, bent ingeschreven geweest bij de filmschool in Brussel en bent toen gaan werken op een Schots booreiland. Was er een hoger plan?

‘Helemaal niet. Mijn grootste probleem was dat ik niet kon leren. Op school schoot mijn interesse alle kanten op. Als je me twee dagen bij de apotheker zette, wilde ik apotheker worden. Ik kon niet kiezen en was altijd strontjaloers op mensen die op hun zestiende al exact wisten wat ze wilden doen en daar in één rechte lijn naartoe gingen. Ondertussen heb ik het gevoel dat ik wel op mijn plek ben beland, zeker met het acteren erbij.’

Hoe kwam de televisiewereld op je pad?

‘Ik deed af en toe mee in kleine filmpjes en reclames toen Erik van Looy, een bekende regisseur, vroeg of ik een rolletje wilde spelen in De Zaak Alzheimer. Dat werd opgemerkt en zo verder. Ik was eigenlijk op weg om acteur te worden op het moment dat de VRT, de nationale zender van Vlaanderen, vroeg of ik zin had om Tomtesterom te presenteren. Vanaf dat moment ging ik meer richting presenteren en raakte het acteren op de achtergrond. Dat kwam weer terug na een evaluatie met mijn productiehuis drie jaar geleden. Ze vroegen wat ik nog wilde doen, waarop ik me liet ontvallen dat ik graag weer wilde acteren. Dat hebben ze ter harte genomen en mensen aan het schrijven gezet, totdat Undercover in de mailbox belandde. Ik dacht onmiddellijk: dit is het. Dit voelt zo goed. Gaan.’

Behalve acteur en presentator ben je ook nog regisseur en zanger. Ben je snel verveeld?

‘Ja, dat denk ik wel. Daarom is het zo prettig dat mijn werk in de media de afgelopen vijftien jaar zodanig alle kanten op schiet dat ik geen tijd heb om me te vervelen. Ik ben nu de laatste afleveringen van Reizen Waes aan het draaien, dan zet ik mijn Undercover-pet weer op voor het derde seizoen en daarna doe ik weer een ander programma. Het is zo divers dat ik geen tijd heb om ergens op uitgekeken te raken. De afwisseling zorgt ervoor dat het fris blijft.’

Ben je een workaholic?

‘Ik denk dat ik een van de hardst werkende mensen uit de showbusiness ben, maar zo voelt het niet. Ik hoef mezelf niet elke dag naar mijn werk te slepen. Het gaat vanzelf.’

Zit je ook weleens naast je vriendin Mieke op de bank?

‘Zeker. Volgende week ben ik klaar met Reizen Waes en daarna heb ik drie of vier weken totdat de opnames van Undercover starten. In die tijd ben ik niet naar buiten te krijgen en neem ik niets aan.’

Kun jij goed niksen?

‘Thuiszitten en echt niks doen, dat kan ik niet. Ik ben een fanatieke amateurfotograaf, dus op vrije dagen steek ik mijn cameraspullen bij me en fiets veertig kilometer verderop naar een natuurgebied. Daar kan ik me heel erg inleven in foto’s maken, die ik thuis op mijn gemak bewerk.’

Je bent eerder getrouwd geweest, uit dat huwelijk zijn twee kinderen voortgekomen. Was jouw rusteloosheid een van de redenen dat het op de klippen liep?

‘Er waren veel redenen, maar de voornaamste was dat ik in die tijd als beroepsduiker zo vaak in het buitenland zat dat we helemaal uit elkaar groeiden. Ik ben nog steeds veel weg, maar nu is het beter gedoseerd.’

Heb je er spijt van dat het zo is gelopen, ook voor je kinderen?

‘Ik heb me daar lang schuldig over gevoeld, maar ondertussen hebben mijn kinderen hun plaats gevonden. We hebben er vaak met elkaar over gesproken en ze zeggen: “Je hoeft je niet schuldig te voelen, want je bent er op cruciale momenten wel geweest.” Als ze ergens mee zitten, of dat nu gaat over een studiekeuze of problemen met een vriendin of vriendje, dan komen ze ook naar mij. De spijt die ik lang heb gehad, is daardoor verdwenen.’

Inmiddels zijn het twintigers die vol in het leven staan. Voor welke fouten die je zelf hebt gemaakt, wil je je kinderen behoeden?

‘Het is een veelgemaakte fout om erbovenop te gaan zitten en je kinderen heel erg te beschermen. Volgens mij werkt dat totaal niet. Ik probeer mijn kinderen, twee van mezelf en een stiefdochter van Mieke, duidelijk te maken dat ze alles kunnen en zich niet moeten laten beperken. Mijn zoon heeft een tijdje stage gelopen in Hongkong, de andere twee zijn dit jaar afgestudeerd. Corona zorgt ervoor dat er weinig werk is, dus we hebben afgesproken dat ze nog een jaartje extra gaan studeren. Ik zal altijd wel zorgen dat ze geen gevaar lopen en niet aan de drugs raken, maar dat hoeft eigenlijk niet. Ze staan met hun voeten goed op de grond.’

Hoe hoog is jouw eigen seks, drugs en rock-’n-rollgehalte nog?

‘Twee van de drie zijn nog present.’

Welke?

‘Seks en rock-’n-roll. Ik denk dat iedereen weleens een jointje heeft gerookt en de meeste mensen hebben ooit een keertje xtc genomen, of een half pilletje. Maar in de periode dat ik als portier bij een discotheek werkte, heb ik de gevolgen gezien als je langdurig gebruikt. Het is aan mij niet besteed.’

Hoe uit de rock-’n-roll zich bij jou?

‘Antwerpen is een levendige stad. Omdat ik zelf in het nachtleven heb gezeten, ken ik veel mensen. We hebben een goed sociaal leven, dat is leuk, maar het is niet zo dat ik elke avond op stap ben. Ik heb een drukke job, dat kan ik me niet permitteren.’

Ben je een womanizer, of ooit geweest?

‘Nee. Mensen die mij kennen, weten dat. Ik kan goed met vrouwen overweg, maar ik ben een slechte womanizer. Zo’n man die een café binnenstapt en een griet meetrekt met een mega-oneliner, ik kan dat niet. Ik kan dat écht niet. In tegenstelling tot wat mensen zouden verwachten, maar die eerste stap zetten, ik vind dat verschrikkelijk.’

Hoe vind je het dat je wordt gezien als de nieuwe hotshot?

‘Elise Schaap en Anna Drijver zeiden ooit dat zoveel vriendinnen jaloers waren dat ze mochten samenwerken met mij. Dat is zo grappig, en iets wat je volledig overkomt. Ik voel het, en ik weet dat het zo is, maar het is raar om zo naar jezelf te kijken.’

Vind je het ongemakkelijk?

‘Ik ben ooit eens door de Belgische Flair uitgenodigd op een Ladies Night in een bioscoop. Fok man, dat was echt waanzin. Ik werd tegen een wand met reclames gezet, waar vrouwen met mij mochten komen poseren. Zoveel als ik in mijn kont ben geknepen als op die avond, daarvan denk ik achteraf: hé, #MeToo bestaat niet alleen bij vrouwen, maar ook bij mannen. Later heb ik het er met een aantal bevriende acteurs over gehad die ook weleens zo’n Ladies Night deden en zij hadden dezelfde ervaring. Dat was heel awkward, maar ik vind het niet ongemakkelijk om op een normale manier aandacht te krijgen van vrouwen. Het is zeker niet onaangenaam.’

Ben jij iemand die graag onder de mensen komt of zit je liever thuis?

‘Ik kan heel outgoing zijn, maar de laatste maanden zijn we door corona vanzelf naar binnen gekeerd. Daar kan ik eerlijk gezegd heel hard van genieten. ’s Ochtends f itnessen, een rondje fietsen, in de namiddag een boek lezen.’

Je bent niet alleen fervent fietser, maar je loopt ook bijna elke dag hard. Komt dat voort uit ijdelheid of wil je gewoon graag fit blijven?

‘Allebei, eigenlijk. Ik ren omdat mijn vrouw dat alle dagen doet. We hebben samen veel marathons gelopen, maar dat wil ze niet meer doen. In plaats daarvan rent ze elke dag een half uur. Het leuke aan fietsen is dat je je conditie op orde houdt en ondertussen kunt blijven eten wat je wilt, want je komt amper aan.’

Zo’n man die een café binnenstapt en een griet meetrekt met een mega-oneliner, ik kan dat niet. Ik kan dat écht niet

Zou jij het kunnen verdragen als je kaal en dik zou worden?

‘Kaal wel, dik denk ik niet, al ging ik tijdens de lockdown aardig die kant op. We hebben drie maanden binnen gezeten en ik was ondertussen meester cocktailmaker geworden. En ik kookte drie keer per dag, want ik kook graag en wat moet je anders doen? We hebben ons goed laten gaan, na de eerste coronagolf woog ik 94 kilo. Maar als je weet waardoor het komt, dan zit je snel weer op de goede weg. Ondertussen weeg ik weer 87 kilo.’

Stoort het je, het hele proces van ouder worden?

‘Ik heb vrienden die hun haar verven en haren laten implanteren. Maar als ik morgen een kapsel zou hebben als in The Name of the Rose, dan scheer ik me wel kaal. Ik weet nog dat ik op de eerste draaidag van Undercover in de haarverf moest en dacht: waarom moet dit eigenlijk? Het kost elke dag een uur om mijn baard te kleuren en mijn haar te verven, wie heeft dat ooit bedacht? Inmiddels ben ik er ook wel blij om, omdat het iets heel herkenbaars heeft. Bob is toch iemand anders, want mijn haar is anders. Maar in het dagelijkse leven vind ik dat het z’n charme heeft, grijze haren en rimpels.’

Stel: er is nog één ding dat je kunt doen voor je je laatste adem uitblaast, wat zou dat dan zijn?

‘Iets heel simpels, denk ik. Een uitgebreid en fantastisch avondmaal met mijn familie en kinderen. Dat is het eigenlijk.’

En als je nog wat langer de tijd hebt, wat staat er dan op je to-dolijst?

‘Ik heb altijd gezegd dat als ik meer tijd heb ik een instrument wil leren spelen. Het lijkt me geweldig om gitaar of piano te kunnen spelen. Beide heb ik in huis, maar ik krijg er geen noot uit. Als ik met pensioen ben, dan zet ik mezelf achter een piano en dan speel ik totdat ik het kan.’

NIEUWE REVU ONTMOET TOM WAES

Waar? In Antwerpen, waar de coronaregels een stuk strenger zijn dan in ons land.

Nog iets genuttigd? Nope.

Verder nog iets? Wie naar Undercover heeft gekeken, weet dat het aanzetten van de ondertiteling geen overbodige luxe is. Het volgen van het Vlaams is lastiger dan je zou denken. Dat deed het ergste vermoeden voor dit interview, maar Vlaming Tom Waes blijkt behalve ontzettend sympathiek ook een prettig en goed verstaanbare prater te zijn. Toch slingeren we bij seizoen 2 van Undercover, nu op Netflix, gewoon weer de ondertiteling aan.

Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.

Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?

Abonneer nu en profiteer!

Probeer direct

Laatste nieuws