googletag.cmd.push(function() { googletag.display('div-gpt-ad-revu_ros_header'); });

‘Ik mis een barvrouw die na elke slok die je neemt jonger lijkt te worden’

Columnist James Worthy doet waar hij het best in is: hangen op het schoolplein met zijn vrienden. En mijmeren over het leven. En barvrouwen.
googletag.cmd.push(function() { googletag.display('div-gpt-ad-revu_ros_inarticle'); });

Het is midden in de nacht. Ik zit met twee vrienden op mijn oude schoolplein. Het klimrek is leeg en de zandbak is ongetwijfeld aan het dromen dat hij een tropisch strandje is. Als ik een zandbak zou zijn, zou ik daar over dromen. Blote voeten, warm zand en af en toe regent het druppels zonnebrand.

‘Hoe gaat het met jullie?’ vraagt vriend 1.

‘Ik mis dit wel hoor. Dit samenkomen,’ zegt vriend 2.

‘Ik ook hoor. Dit is toch heel anders dan op WhatsApp,’ zeg ik, terwijl ik een biertje uit de boodschappentas pak die voor me staat.

Een politiebusje rijdt het schoolplein op. ‘Zijn jullie familie van elkaar?’ vraagt de bestuurder van het busje.

‘Ja, we zijn broers,’ zeggen we vrijwel tegelijk.

‘Oké, maar waarom zijn jullie op een schoolplein aan het drinken?’

‘Omdat de kroegen dicht zijn, meneer,’ zegt vriend 2.

‘Ruimen jullie straks wel alles op?’ vraagt de agent.

‘Maar natuurlijk, dit is mijn oude schoolplein. Dit is een bron van mooie herinneringen, geen vuilnisbelt. Daar bij dat klimrek heb ik voor het eerst gezoend,’ zeg ik.

‘En hoe ging dat?’ vraagt de agent. Zijn ogen zijn zo vriendelijk dat je bijna vergeet dat hij gewapend is.

‘Niet bijzonder goed. Na de zoen zei het meisje dat ik beter in voetballen was.’

De agent knikt en steekt zijn duim omhoog. Daarna zwaait hij, maar zijn lichten zwaaien gelukkig niet. Het is rustig in de stad. Het politiebusje rijdt via het knikkerveldje de straat weer op.

‘Normaal zitten we nu in de kroeg. Voorovergebogen op een oude barkruk met tientallen scheuren in het leer,’ zegt vriend 2.

‘Met whisky op mijn shirt en een lauwe kroegtosti in mijn handen,’ vult vriend 1 aan.

‘Op dit tijdstip waggel ik meestal naar het toilet. Ik mis kroegtoiletten. Er hangt altijd een concertagenda van twaalf jaar geleden aan de muur. Prince in Paradiso en Amy Winehouse in de Melkweg. Ik moet niet vergeten om kaartjes te halen, denk je tijdens het urineren in het enige urinoir dat niet defect is,’ zeg ik, voordat ik een sigaret in mijn mond stop en aansteek.

‘Jij was toch gestopt?’ vraagt vriend 1.

‘Ja, maar alles is gestopt, dus ik ben maar weer begonnen.’

‘Weet je wat ik ook mis? Ik mis de geur van een nat bierviltje,’ zegt vriend 2.

‘Ik mis een barvrouw die na elke slok die je neemt jonger lijkt te worden,’ mijmert vriend 1.

‘Ik mis jullie, man. Ik mis vooral jullie gewoon. Hoe we vluchtig de belangrijke dingen bespreken en fucking grondig de rest. Ik hoorde laatst een mooie zin in een liedje van Purple Mountains. In de eerste zin zingt de zanger: “Friends are warmer than gold when you’re old.”’

‘Als we samen zijn, zijn we warmer dan goud. Die houden we erin,’ zegt vriend 1.

Ik loop naar het klimrek toe en kijk van een afstandje naar mijn vrienden. Het is -2, maar ik heb het warm. Ik krijg goudkoorts als ik naar mijn vrienden kijk.

Laatste nieuws