Premium

Eerst de kick, dan de dood

Niet alleen binnen de ring lopen ze risico op enige fysieke schade. Sinds 1985 zijn er al meer dan twintig kickboksers geliquideerd. Nieuwe Revu zet de drie meest geruchtmakende moorden op een rijtje. ‘Niet alle kickboksers zijn crimineel. Maar alle criminelen die ik ken zijn toevallig wel kickbokser.’
Eerst de kick, dan de dood

De lijken werden in 2017 gevonden in een Amsterdamse woning. De man heette Pieter Hoovers, de vrouw was zijn Thaise echtgenote Tae. Ze waren doodgeschoten, er werd geen dader gevonden, de zaak leek een coldcase te worden. John van den Heuvel kreeg een tip vanuit Thailand en het onderzoek werd in oktober 2020 heropend. Pieter Hoovers was een bekende naam in de kickbokswereld. Op sociale media werd daarom meteen geschreven dat hij vast crimineel was geweest. Het kon gewoon geen toeval zijn, altijd wat met dat kickboksen, verbieden die sport.

Zijn de vooroordelen terecht? Criminoloog Frank van Gemert schrijft in Knokkers en Vrije Jongens – het criminele verleden van het Nederlandse kickboksen dat de sport ‘worstelt met een slecht imago’. Ex-kickbokser Antoni Hardonk zei: ‘Niet alle kickboksers zijn crimineel. Maar alle criminelen die ik ken zijn toevallig wel kickbokser.’

Volgens Frank van Gemert zijn er meer dan twintig Nederlandse kickboksers vermoord. Het begon met wereldkampioen André ‘The Bulldog’ Brilleman, de lijfwacht van Klaas Bruinsma, die in 1985 in beton werd gegoten. Wereldkampioen kickboksen Nordin Ben Salah werd in 2004 in de Amsterdamse Rivierenbuurt doodgeschoten. De legendarische wereldkampioen Milo El Geubli verdween in 1992 met een trainingspartner en werd nooit teruggevonden. Andere beroemde zaak: de niet-opgeloste moord op Hans Nijman uit 2014. Minder bekende namen: Mohammed Kassrioui (2004), Eugene Pinas (2011) en Tarik El Idrissi (2014). Deze zomer nog werd de 53-jarige Stef Muller, ex-trainer van wereldkampioen Nieky Holzken, doodgeschoten in Uden en er zijn nog zeker drie andere geruchtmakende moorden geweest in de kickbokswereld.

Coen de Nijs (2001)

De Gasthuisstraat ligt in het centrum van Alkmaar. Pizzeria La Famiglia had een paar goede jaren, maar dreigt nu failliet te gaan. Saladebar Oogst heeft als motto ‘REduce REuse REcycle’. Voor de openbare bibliotheek staan rekken vol fietsen. Op 22 juni 2001 liep hier een 38-jarige kickbokser die ruim een uur had getraind in de bekende sportschool van Loek Spaans. Hij heette Coen de Nijs, volgens een verslaggever van het Noordhollands Dagblad leverde hij ‘in de jaren 90 een grote bijdrage aan de popularisering van het kickboksen’. Hij voegde eraan toe: ‘Tegelijkertijd zorgt de Alkmaarder ervoor dat aan de vechtsport de kwalijke geur van misdaad blijft kleven.’ Op de dag van zijn dood droeg Coen een kogelwerend vest. Hij had tegen vrienden verteld dat hij om drugs ‘in de penarie’ zat. Volgens sommigen was het een ripdeal. Hij was ook net veroordeeld voor de smokkel van marihuana. Coen tekende beroep aan. Over een week moest hij daarvoor naar de rechtbank.

De moordenaar liep achter Coen de Nijs aan en schoot van een meter afstand in zijn achterhoofd. Het was middag, winkelende mensen raakten in paniek

Voor de bibliotheek in de Gasthuisstraat stond een donkerkleurige Mercedes-Benz sedan. Er stapte een man uit met een pistool. Hij liep achter Coen aan en schoot van een meter afstand in zijn achterhoofd. Het was middag, winkelende mensen raakten in paniek. De schutter rende naar de Mercedes. Hij reed weg en stopte in Alkmaar-Noord. Hij gooide het moordwapen in een vijver, pakte een jerrycan met benzine en stak zijn gestolen vluchtauto in de fik.

De politie begon een onderzoek. De dader moest bijna wel uit het drugsmilieu komen. Coen kwam na zijn beste jaren als kickbokser steeds vaker op de verkeerde manier in het nieuws. Hij werd uitbater van café De Bierkelder aan een gracht in Alkmaar. In 1994 werd er geschoten in zijn kroeg. In 1995 was hij betrokken bij een schietpartij in een discotheek.

Mogelijk spoor: Coen had volgens justitie banden met Abdollah T., op papier de eigenaar van een Duitse bloemenhandel genaamd Phoenix. De organisatie van Abdollah T. smokkelde onder meer drugs verstopt tussen bloembollen en planten naar Engeland. De politie kreeg een tip, op 19 oktober 2000 werden er 205 kilo hasj, 961 gram heroïne en bijna 100.000 xtc-pillen van het merk Mitsubishi in een transport van Abdollah T. gevonden. Coen regelde chauffeurs en transport voor Abdollah T. Met zijn vriend John P. zou Coen een ‘partij verdovende middelen hebben weggenomen’. Volgens een journalist van het Noordhollands Dagblad kostte hem dat ‘zo goed als zeker zijn leven’.

Alles wees op een professioneel uitgevoerde liquidatie. De dader had geen sporen achtergelaten en de moord op Coen de Nijs werd een coldcase. De nabestaanden geloofden bijna niet meer in een doorbraak toen er op 12 december 2018 een buitenlander werd aangehouden in Oegstgeest. Hij liep om 03.00 uur in donkere kleding over straat en maakte een verdachte indruk. Een agent vroeg naar zijn papieren. De man toonde een Estse identiteitskaart. Hij leek totaal niet op de man op de foto en moest mee naar het bureau. Zijn tas werd onderzocht. Daar zat een doorgeladen wapen in. Zijn ID-kaart werd onderzocht. Die was gestolen. Hij kwam wel uit Estland en heette Juri.

De illegale immigrant werd veroordeeld voor wapenbezit. Hij zat zijn straf uit in de gevangenis van Ter Apel. Hij kreeg naar eigen zeggen gewetenswroeging en verklaarde Coen de Nijs in Alkmaar te hebben vermoord. Juri H. werd in mei 2019 aangehouden in zijn cel. Vrienden en nabestaanden van Coen de Nijs waren blij en opgelucht. Na zestien jaar zouden ze eindelijk weten wat er op 22 juni 2001 was gebeurd.

Coen de Nijs

De inhoudelijke behandeling van de rechtszaak was eind februari 2020. Naast de verdachte zat een tolk. Juri H. was 47, in Trouw werd hij omschreven als een ‘ietwat pafferige etnische Rus’. Hij woonde illegaal in Nederland en had hier een gezin. Tot woede van de nabestaanden leek hij te liegen over de ware toedracht. Het was volgens Juri H. een uit de hand gelopen ruzie en er was verder niemand bij betrokken. Hij zei een paar maanden voor de moord klappen te hebben gehad van Coen de Nijs. Die kwamen heel hard aan, dat konden de rechters zich vast voorstellen. Juri probeerde de vernedering eerst in stilte te verwerken, maar de woede ging niet weg en hij besloot in juni 2001 verhaal te halen. Hij liep achter Coen aan met het doel hem in zijn been of rug te schieten. Coen draaide zich ineens om, herkende zijn achtervolger en bewoog zijn rechterhand richting zijn buik. Dat was vast een wapen, getuigde Juri. Toen schoot hij Coen ‘in een opwelling’ door zijn hoofd.

Niemand geloofde Juri H. Coens zus Sandra zei: ‘Nog steeds kan het boek niet dicht.’ Coens dochter was 17 jaar toen haar vader werd vermoord.

In haar slachtofferverklaring vroeg ze Juri H.: ‘Was je huurmoordenaar? Hoeveel geld heb je gekregen? Hoeveel was mijn vader waard?’ Ze zei ook: ‘Ik was een goede band met hem aan het opbouwen. Mijn vader zei: “Als je achttien wordt, kom je bij mij wonen.” Na zijn begrafenis stond ik er helemaal alleen voor.’

De rechtbankvoorzitter zei in het oordeel: ‘Deze moord heeft alle kenmerken van een goed voorbereide en kille liquidatie.’ De openbare aanklager had een straf van vijftien jaar geëist, maar Juri H. kreeg een jaar meer voor moord met voorbedachte rade en zijn weigering de nabestaanden te vertellen waarom hij die 22ste juni 2001 Coen de Nijs door zijn hoofd had geschoten.

2. Peter Smit (2005)

In het Lumpinee Boxing Stadium van Bangkok zaten op 31 augustus 1990 duizenden toeschouwers. Peter ‘Hurricane’ Smit uit Dordrecht was de uitdager van de beste thaibokser ter wereld: Changpuek ‘Big Elephant’ Kiatsongrit uit Thailand. Niemand dacht dat Smit een kans had. Big Elephant had in Thailand nog nooit van een buitenlander verloren.

Het was snel gegaan met Hurricane Smit. Hij groeide op in de ruige Dordtse Zeehavenbuurt. Hij probeerde eerst te voetballen, maar was te tenger, hard, onstuimig en talentloos om echt goed te worden. Hij stopte en bracht een groot deel van zijn tijd door op straat. Hij huilde veel, had een grote mond en verveelde zich snel. Hij werd lid van een jeugdbende en stapte op zijn zestiende voor het eerst een vechtschool binnen. Zijn broers, zussen en vrienden wisten tamelijk zeker dat Petertje er snel mee zou ophouden en dat leek ook zo toen er bij zijn eerste karateles twee tanden uit zijn mond werden geschopt. Peter ging naar de tandarts, liet twee stifttanden zetten en keerde tot verbazing van zijn trainer Jan Vleesenbeek terug naar de sportschool.

In 1985 vocht Peter voor het eerst een groot toernooi in het buitenland. Hij vloog in twintig uur naar Hawaï, versloeg op één dag zes tegenstanders, een Brit gaf hem de bijnaam Hurricane. Hij keerde terug naar Dordrecht, familieleden huurden een touringcar en de Smits reden met buren uit de Zeehavenbuurt naar vechtsportgala’s.

Peter won bijna alles en kreeg uitnodigingen om in Japan te vechten. Bij de World Open schopte hij de topfavoriet een gebroken scheenbeen en zelfs de Japanners juichten voor Hurricane. Hij verloor en dat vond hij volgens zijn vriend Dirk Stal zo oneerlijk dat zijn motivatie als karateka verminderde. Hij stapte over op kickboksen. Hij excelleerde in lowkicks en mawashi geri, achterwaarts trappen. Hij werd een publiekslieveling door zijn aanvallende, agressieve stijl en Peter Smit was nooit voor iemand bang. Hij kon altijd doorgaan, zijn broer Jan vertelde in het tijdschrift Koud Bloed dat hij soms totaal uitgeput was, maar ineens ‘leek het alsof Peet een soort insulinestoot kreeg of een rotje in zijn kont en daar ging ie weer. Het was echt een tijger’.

Peter Smit.

Hurricane vocht in april 1990 om de Europese titel in de categorie light heavyweight tegen Leo de Snoo in Rotterdam. Hij versloeg zijn stadgenoot op punten, zijn volgende doel was wereldkampioen/legende Rob Kaman verslaan in Tokio. Kaman leek onverslaanbaar, maar Smit won en zijn tegenstander moest naar het ziekenhuis worden gebracht om zijn oor op acht plaatsen te laten hechten. Hurricanes mooiste moment moest toen nog komen. Hij vloog in de zomer van 1990 naar Bangkok om tegen wereldkampioen thaiboksen Changpuek te boksen. Thaise journalisten noemden Smit ‘Crazy White Tiger’. Hurricane gaf de titelverdediger snel in de partij een stoot met rechts en een trap met links. Vlak erna schopte Crazy White Tiger Big Elephant zo hard dat het stil werd in het Lumpinee-stadion. In de tweede ronde ging de wereldkampioen knock-out. Hurricane verloor de rematch. Niet lang daarna kreeg hij ruzie voor een discotheek. Zijn enkel werd verbrijzeld met een autokrik. Het was vlak voor een wedstrijd, Smit ging naar de schuur van zijn huis en zaagde het gips eraf. Hij stond mank in de ring, zijn enkel werd nog slechter. Zijn broer Jan nam hem mee naar een arts in Breda. Na de operatie ging Hurricane even slapen op de bank. Jan vroeg na een paar uur aan moeder Betsie waar Peter was. ‘In de stad.’ Daar kreeg hij ruzie en hij vergat volgens Jan ‘zijn manke poot en gaf er eentje zo’n rottrap dat die van de brug zo de plomp invloog’. Zijn manke poot was nu nog manker, Hurricane moest stoppen met topsport en werd depressief. Hij ging coke snuiven, werd junk, zijn tanden vielen uit zijn mond. In 2000 werd Peter Smit gearresteerd na een slecht voorbereide ramkraak. Hij kickte af in de gevangenis, een vriend regelde een nieuw gebit, hij kreeg een veel jongere vriendin en werkte onder meer als uitsmijter bij een vijfsterren parenclub.

Peter Smit zag er een stuk beter uit toen hij in 2005 naar eigen zeggen alleen soms nog ‘incassootjes’ deed. Het ging toch mis toen Peters vriend Bart ruzie kreeg met de beruchte Schiedamse crimineel Cor ‘De Paling’ Pijnen om een partij pillen. De Paling confisqueerde Barts Rolex van 17.000 euro, Peter beloofde dat ‘klokkie’ terug te halen. Op maandag 15 augustus 2005 stapte Hurricane in de auto van De Paling. Ze reden naar de Meidoornsingel in Rotterdam- Noord en stapten uit. Een man met een Browning 7.65 kwam uit de bosjes en schoot drie keer op Peter Smit. Hurricane draaide zich om in zijn val en belandde op zijn rug. De schutter schoot van dichtbij door tot hij geen kogels meer had. Peter Smit werd 43. Zijn broer Jan zei in Koud Bloed: ‘Hij kende geen angst, zag nooit ergens gevaar. Uiteindelijk heeft hem dat zijn leven gekost.’

Peter Smit kende geen angst, zag nooit ergens gevaar. Uiteindelijk heeft hem dat zijn leven gekost

De begrafenis was in Dordrecht. Er waren meer dan tweeduizend mensen. Uit boxen dreunde een housebeat, een zanger zong: ‘Don’t you know pump it up, you’ve got to pump it up.’ Peter Smit lag in een witte kist met witte bloemen. Achter hem stonden meer dan tien vechtsporters in witte uniformen. Een oud-trainer zei: ‘Tegen mij zei je de laatste jaren: “Er is niets mooiers dan de dood, want hier is de hel.” Lieve jongen, ik hoop dat je gelijk hebt en je rust vindt. We hebben samen veel gelachen en gehuild en nu huil ik weer. Weet dat ik altijd van je zal blijven houden. Vaarwel Hurricane, jochie van de straat.’

Zijn dochtertje Kayleigh las voor: ‘Vol trots vertelde ik altijd: mijn papa is Peter Smit en mijn papa is de sterkste van allemaal. En dat was jij ook, want met vuisten konden ze niet van je winnen. Dus hebben ze jou op de lafste manier die er is van ons afgepakt.’

Zijn vriendin Carla vertelde in haar speech dat Peter had gezegd: ‘Mochten ze me ooit doodschieten dan moet je weten dat ik liever word vermoord dan dat ze over mij zeggen: “Ah joh, die Peter Smit is oud, mank en bang geworden.”’

3. Volkan Düzgün (2013)

Het was op een februari-avond in 2012 dat de Nederlandse Koerd Volkan ‘Beton’ Düzgün uit het Brabantse Veghel een van de makkelijkste zeges als vechtsporter behaalde. Zijn tegenstander Bob ‘The Beast’ Sapp was de grote publiekstrekker van het gala Vuisten van Vuur in Den Bosch. Volkans vrienden zaten aan een viptafel en moesten vele partijen wachten tot het hoofdgevecht eindelijk ging beginnen.

The Beast – groot, kaal, voluptueus, ringbaardje – maakte een entree zoals van hem kon worden verwacht. Hij deed met veel show zijn badjas uit en liep vol zelfvertrouwen de ring in. Volkan stapte vlak erna kalm door de touwen. Hij droeg een sober zwart T-shirt, zwaaide kort naar de toeschouwers en bereidde zich geconcentreerd voor op de wedstrijd.

Volkans broer Ali was er natuurlijk ook. Hij was 17 jaar toen hij in 1999 studeerde aan het Leijgraaf College in Veghel. Op een middag in december werd hij daar door zijn vader Abdülkerim in een Mercedes afgezet. Ali had een pistool meegenomen en ging op zoek naar een 19-jarige jongen genaamd Hassan. Hassan had Ali’s en Volkans zus Yeniz een paar maanden eerder meegenomen naar Turkije. Volgens Hassan hadden ze een relatie, de Düzgüns beweerden dat ze was geschaakt. Yeniz werd opgehaald in Turkije, Hassan bleef haar lastig vallen en de hele familie werd volgens de Düzgüns door hem bedreigd.

Ali liep zijn school binnen. Hij vond Hassan in de hal, begon te schieten en achtervolgde hem tot in het computerlokaal. Er brak paniek uit, leerlingen renden huilend de school uit, sommigen stonden in shock in de gang. Een 19-jarig meisje raakte lichtgewond door een schampschot, Hassan had kogels in zijn rug en buik, maar overleefde. Een lerares was in haar arm geraakt en werd verzorgd door leerlingen van de studierichting verpleegkunde. Volgens directeur Martinot was het een ‘mirakel dat er geen doden waren gevallen’. Een andere ooggetuige zei: ‘Je denkt altijd dat zoiets alleen in andere landen plaatsvindt. Maar nu komt het ineens heel dichtbij.’

Het proces was in de rechtbank van Den Bosch. Volgens de aanklager hadden ‘vader en zoon eendrachtig samengewerkt om de familie-eer te herstellen’. Vader Abdülkerim werd veroordeeld tot negen jaar. Ali kreeg ‘vanwege de invloed van zijn vader en de maatschappelijke druk’ geen acht, maar vijf jaar gevangenisstraf. Officier van justitie Mol zag de veroordeling als een signaal dat ‘eerwraak in onze samenleving niet wordt getolereerd’. Ali kwam na een paar jaar vrij. Hij miste geen kickbokswedstrijd van zijn broer, zag hem twee keer wereldkampioen worden en had in 2012 een mooie plek bij de ring op het gala Vuisten van Vuur.

Volkan Düzgün.

De rondemiss kondigde in een slipje de eerste ronde aan. The Beast leek de verwachtingen eerst nog waar te maken. Hij was veel groter en zwaarder dan zijn tegenstander en dwong Volkan richting de touwen. De tweevoudig wereldkampioen viel, The Beast wilde het afmaken, maar Volkan nam de aanval over en hij sloeg en schopte The Beast, die versuft aftikte. Volkans fans juichten, objectieve toeschouwers joelden The Beast uit. Een verslaggever van Omroep Brabant zou later zeggen: ‘Het gevecht waar iedereen de hele dag op had zitten wachten duurde nog geen vijftien seconden.’

Acht maanden later ging Volkan als toeschouwer naar het vechtsportgala The Battle of Zijtaart in een voormalig klooster in het Brabantse plaatsje Zijtaart. Het was een klein gala, maar Volkan wilde er per se heen omdat er een familielid zou vechten. Hij belde zijn vriend Siamak Sadegein, geboren in Iran en halverwege de jaren 90 om politieke redenen met zijn ouders naar Veghel gevlucht. Volkan haalde hem op in zijn Mercedes, Volkans broer Ali zat naast hem. Siamak googelde vaak informatie over Volkans tegenstanders op de bedrijfslaptop en gaf dat door aan zijn vriend. Soms trainden ze samen. Volgens Siamak was Volkan als kickbokser ‘een absolute topper’. Siamak trainde op een middag in een sportschooltje in Veghel toen hij zei dat Volkan binnenkort misschien ook een vechtschool zou openen. Eigenaar ‘Kleine Youssef’ vermoedde dat Siamak klanten probeerde te werven in zijn sportschool, waarna zijn vrienden hem molesteerden. De vete escaleerde en Siamak nam voor de zekerheid een Glock mee naar The Battle of Zijtaart. Hij stopte het wapen in zijn broekband en kwam zonder problemen de sporthal binnen. Volkan ging met Siamak, Ali en wat anderen aan een viptafel zitten. Siamak ging naar de wc en werd bedreigd door Kleine Youssef. Siamak liep terug naar de tafel en vertelde Volkan wat er was gebeurd. Volkan haalde verhaal bij Kleine Youssef, Ali liep achter Volkan aan. Kickbokspromotor Youssef Sabbahi, ook bekend als Grote Youssef, bemoeide zich ermee. Het leek te worden uitgesproken, maar Kleine Youssef ging even later toch weer naar Siamak en dreigde zijn hele familie af te maken. Siamak vertelde dit aan Volkan, die weer terugkeerde naar Kleine en Grote Youssef. Grote Youssef gaf de tweevoudig wereldkampioen onverwacht een klap, Volkan viel, zijn broer Ali wilde ingrijpen, maar werd aangevallen door Grote Youssefs vrienden. Grote Youssef was zelf ook een goede kickbokser en hij bleef maar rammen op Volkans achterhoofd. Siamak pakte zijn pistool en schoot vanaf een meter of vier in Grote Youssefs rug. Daarna mikte hij gericht op Grote Youssefs broer Nabil, die in zijn zij werd geraakt.

De zaal liep leeg. Volkan stond op. Grote Youssef en zijn broer Nabil lagen in een plas bloed. Siamak vluchtte en gooide zijn Glock in een sloot. Hij vertelde zijn zus wat er was gebeurd en ze belden om 21.03 uur aan bij het politiebureau van Veghel om te vertellen wat Siamak had gedaan. Nabil overleefde, Grote Youssef stierf. Hij werd 37.

Agenten zagen zes hulzen op de grond liggen en kogelgaten in de ruit. Volkan Düzgün zat voorovergebogen op de bestuurdersstoel. Hij was dood

Volkan werd opgepakt voor geweldpleging. Hij kwam na een maand vrij wegens gebrek aan bewijs. De rechtszaak tegen Siamak begon in de zomer van 2013. Hij dacht dat Volkan werd doodgeslagen, zei hij in zijn verklaring. Daarom schoot hij, het was dus zelfbescherming. Volgens de rechters vielen Volkans verwondingen mee en hij was ‘tweevoudig wereldkampioen kickboksen’. Volkan had daarom de technieken zich te verdedigen. Het was volgens de rechtbankvoorzitter een vervelende, maar geen levensbedreigende situatie en Siamak kreeg zestien jaar. In hoger beroep werd dat twintig jaar. Siamak zat in de gevangenis toen een man uit de Veghelse wijk De Scheifelaar op 13 juli 2013 rond 06.30 uur 122 belde. De man was vijf minuten eerder naar buiten gelopen en zag dat de autoruit van een zwarte Mercedes was beschoten. Hij keek naar binnen. Zijn buurman Volkan had een bebloede nek en leek dood. Agenten zagen zes hulzen op de grond liggen en kogelgaten in de ruit. Volkan zat voorovergebogen op de bestuurdersstoel. Hij was dood.

Een journalist van De Telegraaf noemde Volkan ‘een omstreden figuur’. Hij woonde opvallend riant, er werd beweerd dat hij in wiet handelde. Volgens zijn vader was dit een leugen. Zijn zoon hield zich alleen bezig met sporten en de moord op Grote Youssef in Zijtaart had al helemaal niets met Volkans dood te maken. De dader was Pat R., een jonge, kleine man die zich in afgeluisterde gesprekken een ‘fucking murderer’ noemde. Het bedrag dat hij voor de huurmoord had gekregen: 50.000 euro. Pat R. gaf geen motief. Volkan ‘Beton’ Düzgün werd begraven in Gülveren, een dorpje bij de Syrische grens waar hij in 1984 was geboren. Uit Nederland kwamen tientallen mensen over en er waren vertegenwoordigers van de Turkse regering en afgevaardigden van de kickboksfederatie. Volkans vader zei in een interview met een lokale krant: ‘Dit is ons vaderland, onze grootouders liggen in de boezem van dit land. We konden het lichaam van onze zoon, die trots is op ons land, niet in het buitenland achterlaten.’

Er werd een ceremonie in de dorpsmoskee gehouden en de tweevoudig wereldkampioen verdween een half uur later in de boezem van zijn land.

Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.

Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?

Abonneer nu en profiteer!

Probeer direct
window._taboola = window._taboola || []; _taboola.push({ mode: 'alternating-thumbnails-a', container: 'taboola-below-article-603cf09d6cda0', placement: 'Below Article Thumbnails', target_type: 'mix' });

Laatste nieuws