‘Ik ben vrij ­keurig, hoor’

Ewout Genemans (34) dook na zijn acteerdebuut in jeugdserie Zoop vooral op als presentator van jolige kinderprogramma’s, maar de Hagenees zoekt met Verslaafd en Bureau Burgwallen tegenwoordig meer de rafelranden van de samenleving op.
Ewout Genemans

‘De meneer met een overdosis GHB in zijn lichaam, die daar uiteindelijk aan overleed, is nog wel even in het koppie blijven zitten.’

Heb je in je beginjaren als producent last gehad van je Zoop-verleden?

‘Best wel. Ik zat toch in het hokje ‘kindsterretje’ toen ik ineens allemaal programma’s ging maken die een beetje op het randje zaten, zoals Ik Heb het Nog Nooit Gedaan en Fans. Dat was best wel even schakelen. Na enige tijd wist mijn netwerk van zenderbazen uiteindelijk dat ik ook kon produceren, maar op televisie was ik ondertussen nog steeds te zien als het gezicht van kindertelevisie. Die werelden liepen daardoor niet altijd even handig in elkaar over en dat heeft mij doen besluiten helemaal te stoppen als presentator van dat genre. Beide waren niet meer te combineren als ik me volledig wilde richten op het laten groeien van mijn eigen bedrijf.’

En dan af en toe de batterij opladen?

‘Ik ga graag op vakantie, zeker na een drukke opnameperiode is dat fijn. Voor mijn werk kom ik vaak op gekke plekken, dus op vakantie ga ik het liefst naar een plek waar het vooral heel relaxed is. Ik geef er mijn geld graag aan uit. Een nutteloze aankoop heb ik ook weleens gedaan; mijn eerste auto. Toen ik achttien was, kocht ik voor een paar honderd euro een oude Jaguar. Totaal verkeerde inschatting. De kilometerstand was teruggedraaid en er was van alles mis. De verkoper, een man in een oude tuinkas in Moerkapelle, heb ik nooit meer kunnen bereiken.’

Ik kan mezelf nog wel eens verliezen in mijn werk. De laatste tijd heb ik het iets meer onder controle, maar het blijft een dingetje

Je nieuwste tv-project is Verslaafd, een programma dat je overneemt van Peter van der Vorst.

‘Klopt, al wisselen we dit seizoen de af leveringen nog wel met elkaar af. Vorige week was mijn allereerste. Heel leuk dat hij me ervoor vroeg, want dat programma is inmiddels een soort instituut geworden. Ik heb vooraf goed met Peter gesproken om me op mijn nieuwe rol voor te bereiden, maar eigenlijk was dat onbegonnen werk. Behalve het kennen van de familie en Maarten, onze interventionist, is het namelijk onmogelijk om je goed voor te bereiden. Je duikt erin en weet nooit hoe het gaat lopen. Ik overval de verslaafde in kwestie op zijn of haar meest kwetsbare moment en moet dan, samen met de familie, proberen de gang naar de kliniek te maken. Niemand die bij binnenkomst zegt: “Gezellig, Verslaafd is er! Willen jullie koffie?” Als het dan al lukt, en dat is in het verleden lang niet altijd het geval gebleken, is het vervolgens maandenlang vinger aan de pols houden en hopen dat er een beetje naar je geluisterd wordt.’

Eén heftig geval per aflevering dus?

‘Dat zou je denken, maar vaak zijn de vader, moeder, broers en zussen emotioneel net zo kapot als de probleemmaker zelf. Dat had ik me vooraf nooit zo gerealiseerd. Zo volgen we binnenkort een 18-jarige jongen die dagelijks blowt, maar daar eerder drukker dan rustiger van wordt. Met deuren slaan, er gaten in schoppen, weglopen van huis en pas dagen later terugkomen, een moeder die hem dagelijks naar zijn werk brengt en elke snack waar hij om vraagt direct naar boven brengt, alles om de rust in huis maar enigszins te bewaren. Die ouders waren de wanhoop nabij en zijn broertje zat thuis ook niet prettig. We hebben er bij hem op aangedrongen naar een kliniek te gaan en de familie erop gewezen zijn verslaving niet langer te faciliteren, en duidelijker grenzen te stellen. Tot hier en niet verder. In feite moesten vader, moeder en broertje dus net zo hard aan de bak als hun verslaafde gezinslid. Er zijn echter meerdere verslavingen die we over het algemeen nog niet als zodanig zien. Van gamers hebben veel mensen bijvoorbeeld nog steeds het beeld van een nerd op zolder met een fles cola en een pizza, maar schermverslaving vormt inmiddels een groot gevaar. In Amerika bezocht ik een kliniek waar Netflix- en Instagramverslaafden voor 25.000 dollar per persoon geholpen worden. Zo serieus nemen ze het daar dus al. In Nederland is dat besef er nog niet, maar dat gaat de komende jaren veranderen.’

Ben je zelf ooit ergens aan verslaafd geweest?

‘Daar heb ik heel hard over nagedacht, maar ik ben niet zo verslavingsgevoelig. Al kan ik mezelf nog weleens verliezen in mijn werk. Andere dingen, zoals tijd besteden aan familie en vrienden, willen er dan nog weleens bij inschieten. De laatste tijd heb ik het iets meer onder controle dan voorheen, maar het blijft een dingetje. Drank, drugs of gokken gaan echter aan mij voorbij. Ik heb mezelf daar nooit in verloren, ik ben daar überhaupt niet zo van.’

Vanaf maandag 4 november is bij RTL 4 ook je andere programma te zien: Bureau Burgwallen.

‘Maandenlang heb ik elke donderdag- vrijdag- en zaterdagvond diensten bij het Amsterdamse politiekorps meegedraaid, waardoor je als kijker echt gaat voelen hoe het is om agent te zijn. Ik kom graag op plekken en in situaties waarin je niet zo snel verzeild raakt en door die unieke inkijk hoor je hoe agenten daadwerkelijk over bepaalde zaken denken en waarom ze soms impopulaire beslissingen moeten nemen. Zo treden ze momenteel hard op tegen een bende die ‘vlinners’ genoemd wordt. Dat staat voor: vluchtelingen in Nederland. Mensen die onder valse voorwendselen naar Europa zijn gekomen, tijdelijk in een AZC wonen en ieder weekend naar Amsterdam komen om daar misdaden te plegen, zoals zakkenrollen. Tijdens de opnames bleek tot mijn verbazing dat dit elke week meerdere malen op een avond voorkomt. Ze hebben een manier gevonden om op brute wijze aan geld te komen, dikwijls gepaard met geweld waar slachtoffers nog lang last van kunnen hebben. Vaak hebben deze vlinners hier geen status, waardoor ze worden teruggestuurd naar het land waar ze zijn binnengekomen, om vervolgens net zo gemakkelijk weer terug te keren. En worden er tijdelijke gebiedsverboden uitgedeeld, dan verplaatst het probleem zich gewoon naar wijken of steden verderop. De politie worstelt enorm met dit dilemma. Straffen zijn vaak laag en voor criminelen loont het dus om te blijven stelen. Soms een lichte straf krijgen weegt dan niet op tegen alles wat ze ondertussen al hebben buitgemaakt. Horloges stelen doe je natuurlijk niet voor je lol, dus deze mensen zullen heus een probleem hebben, maar ze verpesten echter wel de beeldvorming voor mensen die daadwerkelijk hulp nodig hebben.’

Kun je een heftig voorbeeld noemen?

‘We ontvingen eens de melding “assistentie collega”, de zwaarste die je kunt krijgen. Het wil zeggen dat de meldkamer dan geen contact kan krijgen of er een collega op de noodknop heeft gedrukt. In dit bewuste geval betrof het een man met een delier die in de IJtunnel met mensen op de vuist ging. Hij was helemaal doorgedraaid en sloeg wild om zich heen. De situatie die dan ontstaat is aan de ene kant tien agenten die op één man zitten en burgers een eindje verderop die daar met hun mobieltje filmpjes van staan te maken. Verschijnt zoiets op Dumpert, dan wordt er al snel schande van gesproken, maar ook deze manier van overmeesteren heeft een doel. Stel dat ik jou met twee man in bedwang wil houden, dan zou dat best kunnen lukken maar niet zonder je pijn te doen. Dan moet ik op je rug gaan zitten en de ander je keel dichtknijpen of zo. Om dat te voorkomen zijn er meerdere agenten nodig die ieder een stukje arm of been kunnen vasthouden. De politie toont in dit programma de andere kant. Vanuit menselijk perspectief.’

Hoe kijk je, dat wetende, dan naar de zaak-Mitch Henriquez?

‘Dat is een geval apart waarin daadwerkelijk mensen zijn veroordeeld, maar verder weet ik er onvoldoende vanaf. Overall kijk ik nu wel met een ander oog naar dergelijke situaties. Je wil namelijk niet weten wat je als agent op een dag allemaal voor je kiezen krijgt. Ik heb er letterlijk naast gestaan toen een man, na een onsuccesvolle reanimatiepoging, op straat in de armen van een agent zijn laatste adem uitblies. Een half uur later stonden we een eindje verderop alweer een dronken idioot die agenten uitdaagde in bedwang te houden. Dat gaat in één moeite door. Nadat hij in de boeien was geslagen, vervolgden we onze weg naar een woning waar een vrouw uit alle macht om onze hulp riep. Een noodkreet die echt uit haar tenen kwam, zo bang was ze. Haar vriend, die ook in het appartement aanwezig was, bleek niet voor rede vatbaar en weigerde open te doen. De deur moest daarop worden ingeramd. Als agent weet je niet wat je daarachter kunt aantreffen. In dit geval betrof het een naakte kerel die snel kon worden overmeesterd, maar er had net zo goed iemand met een mes kunnen staan. Ik kan me nu daarom veel beter voorstellen waarom ook een agent weleens gevoelig kan reageren. Het zijn immers ook mensen en je weet niet waar hij of zij vandaan komt. Dat begrip zou er meer moeten zijn.’

Hoe zit je ’s avonds thuis op de bank na zo’n heftige dag?

‘Vooral in het begin speelden die beelden na een nachtdienst weekenden lang door mijn hoofd. We maakten de meest bizarre situaties mee. Op een uitgaansplek stuitten we bijvoorbeeld op een meneer met een overdosis GHB in zijn lichaam, die daar uiteindelijk aan overleed. Ook dat is nog wel even in het koppie blijven zitten, maar ik kon er altijd over praten met de agenten of ze stuurden me een appje met de vraag of alles oké met me was. Echter, hoe vaker iets voorkomt, des te sneller ga je er gek genoeg ook aan wennen. Van de eerste vechtpartij voor mijn neus was ik helemaal onder de indruk, waarna het op den duur steeds normaler werd om te schakelen naar iets anders.’

Je wil niet weten wat je als agent op een dag allemaal voor je kiezen krijgt. Daar zou meer begrip voor moeten zijn

Je komt op tv ook redelijk rustig over…

‘Het lukt me vrij aardig om aan de buitenkant rust uit te stralen, maar dat wil niet zeggen dat dit vanbinnen ook zo is. In het verleden heb ik verschillende gevangenissen in het buitenland bezocht waar de omstandigheden niet te vergelijken zijn met wat boeven hier in detentie meemaken. Ik kan dan wel voortdurend laten zien dat ik van alles en iedereen onder de indruk ben, maar dan krijg je uiteindelijk niets voor elkaar. Oprecht geïnteresseerd zijn en situaties met open vizier betreden werkt wat dat betreft het best. Elke crimineel werkt volgens zijn of haar eigen regels en daaraan moet je je soms een beetje aanpassen. Binnen het korps Burgwallen is dat niet anders. Ik ben daar twee jaar geleden binnengestapt met de vraag of ik eens een avondje mocht meelopen en heb dat een tijd lang elke maand gedaan. Zo heb ik over die hele periode een vertrouwensband met het team opgebouwd. Ik monteer het programma bijvoorbeeld ook op het bureau, zo kunnen agenten altijd binnenlopen en aangeven als ze het ergens niet mee eens zijn of iets aangepast willen zien. Als je meer tijd stopt in wat minder projecten, dan krijg je er veel meer uit dan gehaast van het ene naar het andere te hollen.’

Levert je dat ook scoops op?

‘Een onthulling vond ik toch wel het feit dat agenten minder vaak bepaalde trainingen, zoals schietoefeningen met het dienstwapen, krijgen omdat er simpelweg geen geld voor is. De collega met wie ik meeliep gaf aan het zeer nuttig te vinden om van die uitgebreide oefensessies te ondergaan, maar dat hij daar wegens een gebrek aan budget niet altijd de kans toe krijgt. Ik vroeg hem of het daardoor op patrouille weleens misgaat, waarop hij een bekende uitspraak binnen de politie aanhaalde: “Is het goed gegaan of is het goed gedaan?” Intern inmiddels een enorm cliché, alleen in heel veel gevallen komen ze inderdaad tot de conclusie dat het weliswaar goed heeft uitgepakt, maar net zo goed helemaal fout had kunnen gaan. Wat dat betreft is er weinig ruimte voor discussie; er zouden veel meer mogelijkheden tot trainingen geboden moeten worden. Daar hangt echter een prijskaartje aan en kennelijk heeft dat in de weegschaal niet de overhand. Ik ontlok zo’n agent die uitspraak niet. Ze vertellen het omdat ze het gevoel hebben dat ze het kunnen doen. En misschien ergens ook omdat het nodig is.’

Je mocht zelf ook een rondje schieten en genoot er zichtbaar van.

‘Ik kreeg er een beetje zweethandjes van, maar het was superleuk om te doen. Interessant, spannend, echt een beetje een jongensding. Dit was echter slechts een oefening, maar ik heb er ook bijgestaan op momenten dat er bijna iemand moest worden neergeschoten. Uiteindelijk werden er twee waarschuwingsschoten in de lucht gelost, waarna de persoon in kwestie – een man met een mes – zich toch maar besloot over te geven. Ik kan me bijna niet inleven dat je dat moet doen. Vanuit je functie echt iemand moeten neerschieten, in het slechtste geval met fatale gevolgen. Vreselijk.’

Wat zijn de meest voorkomende klachten bij agenten?

‘Zonder twijfel posttraumatische stressstoornis (PTSS). We volgen veel agenten van in de twintig die met dezelfde spanning en adrenaline te werk gaan die ik ook herken. Al is het werk dat zij doen pas echt belangrijk. Op jonge leeftijd hebben ze vaak al veel heftige dingen meegemaakt. Reanimaties, bloed, mensen die voor een trein springen, de eerste terroristische aanslag in Nederland op het Centraal Station van Amsterdam, enzovoort. PTSS ligt dan bij veel politiemensen op de loer. Dat is een veel grotere groep dan ik vooraf had ingeschat. De cultuur binnen de politie is echter wel drastisch veranderd. Je hoort weleens dat er vroeger meer een machocultuur was, maar die tijden zijn gelukkig voorbij. Dit jonge team is erop gebrand om boeven te vangen, maar helpt elkaar ook door persoonlijke problemen bespreekbaar te maken.’

Zou je politiewerk aankunnen?

‘Het lijkt me heel gaaf, maar ik weet niet of het wat voor mij zou zijn. Ik heb met eigen ogen gezien hoe pittig het werk is. Je bent continu overal brandjes aan het blussen en dingen aan het oplossen. Dat stopt nooit. Misschien was ik hier wel beland als ik geen tv-maker zou zijn geworden, maar nu ben ik vooral blij dat ik in deze rol dat kan tonen wat je normaal gesproken niet mag zien. Vaak gaat dat gepaard met iets spannends en daar hoor ik mijn ouders weleens over. In mijn vrije tijd ga ik de discussie niet uit de weg en bel ik de politie als het nodig is, maar in mijn geval zoek ik de problemen natuurlijk bewust op. Dealers opzoeken in de sloppenwijken van Afrika, in gesprek gaan met zware criminelen. Mijn vader en moeder vinden het allemaal maar link. Ze zijn er voorstander van dat ik iets minder risico zou lopen. Deze tak van sport fascineert me echter, dus zal ik het blijven doen. Heel anders dan hoe ik als jochie was... Ik heb nog nooit iets gestolen en nergens een ruitje ingegooid. Ik ben wat dat betreft vrij keurig, hoor. Misschien zoek ik het juist daarom in mijn werk wel op. Dat onze camera dan af en toe wordt weggeslagen of dat je zelf een duw krijgt neem ik dan maar op de koop toe. Mensen gaan soms compleet door het lint als ze ons zien filmen. Ik leg dan altijd uit dat het een kleine moeite is hen onherkenbaar in beeld te brengen. In de meeste gevallen draaien ze dan wel bij. Zo maakte een man die op de Wallen net een prostituee had bezocht en ruziede over de het te betalen bedrag er bijvoorbeeld geen probleem van dat we die discussie vastlegden. Ik kan me voorstellen dat je niet wil dat ze daar thuis iets van meekrijgen, maar we konden vrij ons werk doen. Sommige gasten, zoals zakkenrollers of drugsdealers, vinden het zelfs wel stoer om te laten zien wat ze allemaal bij elkaar verzameld hebben.’

Heb je als puber weleens een grote mond tegen de politie opgezet?

‘Ik was 18 en zat net in Zoop toen ik door de politie werd aangehouden wegens bellen achter het stuur. Ik heb toen een heel grote, onsympathieke bek opgezet omdat ik het niet met de boete eens was. Hartstikke overdreven, natuurlijk. Nu ik zelf heb mogen meelopen met de agenten van Bureau Burgwallen, zie ik dat soort gastjes zelf voorbijkomen en denk ik alleen maar: doe effe normaal! Ze zeggen ook vaak “ik vind je een lul”, in plaats van “je bent een lul”, omdat ze die extra boete dan niet krijgen. Dat soort jochies is het ergst.’ 

NIEUWE REVU ­ONTMOET EWOUT GENEMANS

Waar? In het Amsterdamse kantoor van zijn bedrijf No Pictures Please. Wanneer? Medio oktober, het regent pijpenstelen. Verder nog wat? Voor zijn programma’s trekt Genemans al jarenlang de hele wereld over. Het is ook daarom dat er, naast zijn bureau, bank en vergadertafel, twee grote rolkoffers in zijn werkkamer staan. Altijd binnen handbereik om op elk moment van de dag het vliegtuig in te kunnen springen. Naast misdaadprogramma’s maakte hij ook shows die op een andere manier schuren, zoals Kerels met een Kleintje, Ouders uit de Kast en Ex on the Beach.

window._taboola = window._taboola || []; _taboola.push({ mode: 'alternating-thumbnails-a', container: 'taboola-below-article-5dcd327ef133e', placement: 'Below Article Thumbnails 2', target_type: 'mix' });