googletag.cmd.push(function() { googletag.display('div-gpt-ad-revu_ros_header'); });

‘En? Ben je de oorlog aan het winnen, schat?’

Als James Worthy 's avonds zit te gamen met een vriend, komt hij tot een schrikbarende conclusie.
googletag.cmd.push(function() { googletag.display('div-gpt-ad-revu_ros_inarticle'); });

‘Ik ben er klaar voor hoor,’ zeg ik, terwijl ik een ander personage uitkies om mee te spelen. Ga ik weer met Alex of ga ik vanavond voor Adler? ‘Ik ben ook ready. De kinderen slapen en de vrouw kijkt naar een verbouwingsprogramma op televisie. Begrijp jij dat nou? Die programma’s? Mijn vrouw wordt zo gelukkig van wildvreemde mensen die hun huis verbouwen.’

‘Mijn vrouw is precies hetzelfde. Het draait om het romantiseren van verandering, denk ik. Dat ze kan zien dat alles in een uur tijd kan veranderen.’

‘Van mij mag alles hetzelfde blijven,’ zegt mijn vriend. Hij zit 3 kilometer verderop met een koptelefoon op zijn kop. Dit doen we iedere avond sinds het begin van de tweede lockdown. Om 22.00 uur gaan we achter onze spelcomputers zitten en om een uurtje of 01.00 stoppen we. Vaak beginnen we om 23.30 uur al te gapen. We zijn veertigers. Hij zit in de waskamer en ik zit in onze studeerkamer. Samen lopen we door een fictieve stad in het oosten van Europa. Het is oorlog. Twee straten verderop is er een vuurgevecht gaande. ‘Zullen we even gaan kijken?’ vraagt hij.

‘Ik weet nog niet of ik klaar ben voor een confrontatie. Het was een lange dag. De kleine is weer met school begonnen. En ik moet nog even een goede gun vinden. Weet jij of hier ergens een goede gun ligt die ik op kan pakken?’

‘Ja, in het zwembad liggen er een paar. Maar pas wel op, want er zit een sluipschutter op het dak van het televisiestation.’

‘Aan welke kant van het dak?’ vraag ik.

‘Dat weet ik niet, sorry, voor mij was het ook een lange dag.’

‘De sluipschutter is uitgeschakeld.’

‘Hoe dan?’ vraagt mijn vriend.

‘Er lag ook een sluipschuttersgeweer in het zwembad.’

‘Lekker bezig, ouwe.’

Zij aan zij lopen we naar het treinstation. De avond valt. Dichterbij stappen gaan we de komende maanden niet komen. ‘Heb jij nog kogels?’ vraagt hij.

‘Shit, ik ben dood. Er lag een landmijn in een trein. Wie plaatst er nou een landmijn in een trein?’

‘Iemand die wil winnen? Over hoeveel minuten kom je weer tot leven?’

‘Over 2 minuten. Waar spreken we af?’

‘Bij de grote winkel.’

‘Aan welke kant van de grote winkel?’

‘Gewoon bij de grote winkel. Kom op, James. Je bent 40 jaar oud.’

Twee minuten later spring ik uit een vliegtuig. Langzaam zweef ik in de richting van de grote winkel. Dan hoor ik mijn vrouw roepen. Of ik even wat drinken voor haar wil pakken. Maar natuurlijk, dan schenk ik gelijk wat voor mezelf in. ‘James? James? Ik zag je net uit elkaar vallen op de grond. Gast, dit is verschrikkelijk. Dit was niet de afspraak,’ hoor ik, terwijl ik de drankjes inschenk. Met de koptelefoon op loop ik naar de huiskamer.

‘En ben je de oorlog aan het winnen, schat?’ vraagt mijn vrouw, voordat ze een slok van haar gemberbier neemt.

‘Een oorlog is de winterslaap voor de cultuur, volgens mij zei Nietzsche dat.’

‘Dus je bent aan het verliezen?’

‘Ja, ik ben te oud voor oorlog.’

Laatste nieuws