googletag.cmd.push(function() { googletag.display('div-gpt-ad-revu_ros_header'); });

‘Rutte III kan zonder ook maar van onderbroek te wisselen verder gaan als Rutte IV‘

Na elke verkiezingen klinkt standaard: de kabinetsformatie wordt heel moeilijk. Quatsch, zegt Jerry Hormone. ‘Echt, wás het maar een moeilijke kabinetsformatie.‘
googletag.cmd.push(function() { googletag.display('div-gpt-ad-revu_ros_inarticle'); });

VVD weer de grootste. Zo verschrikkelijk voorspelbaar. Maar nóg voorspelbaarder is de doodgedraaide deun: ‘De kabinetsformatie wordt heel moeilijk.’ Wanneer was in Nederland de kabinetsformatie níét heel moeilijk? Oké, ik ben een jonge blom, 38 lentes zo pril, dus misschien heeft Drees, Den Uyl of Van Agt in een voor mij prenataal verleden op z’n Speedy Gonzales – ‘¡Ándale! ¡Ándale! ¡Arriba! ¡Arriba!’ – uiterst vlot een regering in elkaar geflanst, maar zolang ik me kan heugen, klinkt het elke vier/paar jaar weer: ‘De kabinetsformatie wordt heel moeilijk.’

De ernstig kijkende politieke commentatoren bij de NOS roepen het. Je bloedirritante, betweterige collega roept het. De dakloze gek die denkt dat ie God is roept het. ‘De kabinetsformatie wordt heel moeilijk.’ En het wordt niet zomaar ‘heel moeilijk’, nee, het wordt ook moeilijker dan de vorige keer, altijd weer.

Da’s dan de schuld van de hand over hand toenemende versplintering, of wat je zo ondertussen gerust de ‘verpulvering’ op het Binnenhof kan noemen. Steeds meer kleine politieke partijen in de Tweede Kamer. Het duurt niet lang meer of Nederland telt 17 miljoen eenmansfracties, allemaal keihard strijdend voor het belang van de ikke-ikke-achterban. Ja, over een jaar of tien stemmen we allemaal op onszelf. Het is even zoeken naar je eigen naam op dat biljet ter grootte van een voetbalveld, maar dan kun je toch maar mooi het vakje rood kleuren van iemand die over alles precies exact hetzelfde denkt als jij.

‘De kabinetsformatie wordt heel moeilijk.’ Ellenlang met zo’n formateur erbij om de tafel zitten, water bij de wijn doen tot er kraak noch smaak meer aan zit. Het oer-Hollandsche polderen. En dan altijd weer zo’n regeerakkoord zonder visie en zonder tanden. Zo verandert er in Nederland in wezen nooit iets en dat is precies waar de meerderheid stiekem op hoopt, want laten we wel wezen: we klagen een hoop, maar wat hebben we het toch eigenlijk goed, hè?

Dit keer verandert er al helemaal niks. En ondanks obligaat ‘de kabinetsformatie wordt heel moeilijk’-geblaat, wordt die kabinetsformatie appeltje-eitje. Op het moment van schrijven zijn ze de laatste stemmen nog aan het tellen, maar Rutte III heeft sowieso genoeg zetels om zonder ook maar van onderbroek te wisselen verder te gaan als Rutte IV. Natuurlijk, Kaag zal wel effe tof doen, want ze is natuurlijk de grote winnaar, maar dan zegt Mark: ‘Kom Sigrid, zet je ego aan de kant, hop hop, de coronacrisis wacht niet!’ en dan doen CDA en de ChristenUnie – allebei nog nooit te beroerd geweest om ‘verantwoordelijkheid te nemen’ – ook weer mee en is het net alsof er niks gebeurd is. Net alsof dat kabinet nooit gevallen is omdat het oogluikend institutioneel racisme toestond. Echt, wás het maar een moeilijke kabinetsformatie.

window._taboola = window._taboola || []; _taboola.push({ mode: 'alternating-thumbnails-a', container: 'taboola-below-article-607434cc58e38', placement: 'Below Article Thumbnails', target_type: 'mix' });

Laatste nieuws