googletag.cmd.push(function() { googletag.display('div-gpt-ad-revu_ros_header'); });

‘Ik ben altijd al een voorstander geweest van een basisinkomen’

Profiteurs en misfits hou je altijd, maar in de basis vindt Jan Heemskerk het basisinkomen een goed idee. Over de praktische uitvoering heeft hij ook al nagedacht: voer een maximumloon in voor de topinkomens. ‘De topman die toch méér wil verdienen, geeft het hele bedrijf gewoon een gigantische opslag en groeit gezellig mee met zijn personeel.’
googletag.cmd.push(function() { googletag.display('div-gpt-ad-revu_ros_inarticle'); });
@media (max-width: 679px){#fig-616a6273e8859 img.lazyloading{background: #eee;}#fig-616a6273e8859 img{#fig-616a6273e8859 img.lazyloading{width: 480px;height: 480px;}}@media (min-width: 680px) and (max-width: 1000px){#fig-616a6273e8859 img.lazyloading{background: #eee;}#fig-616a6273e8859 img{#fig-616a6273e8859 img.lazyloading{width: 740px;height: 740px;}}@media (min-width: 1001px){#fig-616a6273e8859 img.lazyloading{background: #eee;}#fig-616a6273e8859 img{#fig-616a6273e8859 img.lazyloading{width: 160px;height: 160px;}}

In mijn tijd had je de RWW, een uitkering voor werkloze schoolverlaters boven de 21 jaar. Een omstreden uitkering, maar voor mij een godsgeschenk, want ik was destijds namelijk werkloos, of eigenlijk ‘tussen studies’, in elk geval aan het nietsdoen op de bank bij mijn moeder. Ik meldde me dus aan en kreeg prompt een RWW-uitkering toegewezen, waarvoor ik in mijn herinnering niets anders hoefde te presteren dan elke week met een soort cheque naar de Sociale Dienst te fietsen en aldaar 106 gulden in ontvangst te nemen.

Aangezien ik verder toch geen kosten had, kon ik het volledige bedrag spenderen aan bier, en dat deed ik dan ook maar, tot groot misnoegen van mijn vader, die de mening was toegedaan dat ik – zolang ik niet studeerde – best een eerlijke boterham kon verdienen met de een of andere eenvoudige administratieve betrekking, in plaats van te parasiteren op de maatschappij en hemzelf.

Ik probeerde hem geduldig uit te leggen dat ik echt niet van plan was een schaarse arbeidsplaats bezet te gaan houden waar een onschuldige werkloze met drie bloedjes van kinderen dolblij mee zou zijn – het was crisis –, terwijl ik prima kon rondkomen van mijn 106 gulden en hun ouderliefde. En dat ik eerlijk gezegd ook niet zo’n zin had in een kutbaantje waarbij ik me voor een schijntje geestesdood moest werken. Mijn vader liep rood aan, knipperde vervaarlijk met zijn rechteroog, en trok zich terug in zijn werkkamer. Ouderwets arbeidsethos in actie. Prachtig.

Wat ik maar wil zeggen: ik ben altijd al een voorstander geweest van een basisinkomen. Gratis geld waar je zonder voorwaarden altijd over kunt beschikken. Om op te zuipen, profiteurs en misfits houd je toch, maar vooral om te dienen als ‘startkapitaal’ voor meer en beter. Zo krijgt de zoon van een vriend 1000 euro uit de coronakas van het café waar hij werkt, zonder daar iets voor te hoeven doen – ze zijn dicht. Maar hier komt ie: die 1000 euro die hij verdient zonder te werken geven hem net voldoende financiële armslag – en tijd – om zevenmijlsstappen te maken met zijn muziekcarrière. Best kans dat hij straks met zijn muziek genoeg verdient om zichzelf te bedruipen – zó kan een basisinkomen ook werken.

Mooi verhaal, hoor ik je denken, maar wie gaat dat betalen? Dat doen we met het invoeren van een maximumloon. Een soort verplichte Code Tabaksblat, waarbij de waarde van de topinkomens wordt bepaald als een vastgesteld veelvoud van het salaris van de gemiddelde werknemer in een bedrijf. Bijvoorbeeld honderd keer – dat schijnt door de meeste werknemers als redelijk te worden ervaren. Het overgebleven geld (de andere 148 keer het gemiddelde salaris) vindt via de belasting zijn weg naar het collectief en het collectief betaalt er het basisinkomen van. Easy. En de topman die toch méér wil verdienen, geeft het hele bedrijf gewoon een gigantische opslag en groeit gezellig mee met zijn personeel. Dat is pas nieuwe solidariteit.

Laatste nieuws