googletag.cmd.push(function() { googletag.display('div-gpt-ad-revu_ros_header'); });
Premium

Wouke van Scherrenburg: ‘Kamerwerk is waden door warm asfalt’

Wouke van Scherrenburg (74) was vijftien jaar lang het gezicht van Den Haag Vandaag. Dit jaar presenteerde ze nog het NTR­-programma De Strijd om het Binnenhof. Want dat Binnenhof interesseert haar nog steeds, al is het op afstand. ‘Het lijkt me een afschuwelijk leven als je álles wantrouwt: de pers, de wetenschap, alle instituten. Waar moet je dan wél nog op vertrouwen?’
@media (max-width: 679px){#fig-60fde5b77f18e img.lazyloading{background: #eee;}#fig-60fde5b77f18e img{#fig-60fde5b77f18e img.lazyloading{width: 470px;height: 470px;}}@media (min-width: 680px) and (max-width: 680px){#fig-60fde5b77f18e img.lazyloading{background: #eee;}#fig-60fde5b77f18e img{#fig-60fde5b77f18e img.lazyloading{width: 624px;height: 624px;}}@media (min-width: 681px) and (max-width: 1320px){#fig-60fde5b77f18e img.lazyloading{background: #eee;}#fig-60fde5b77f18e img{#fig-60fde5b77f18e img.lazyloading{width: 1290px;height: 726px;}}@media (min-width: 1321px){#fig-60fde5b77f18e img.lazyloading{background: #eee;}#fig-60fde5b77f18e img{#fig-60fde5b77f18e img.lazyloading{width: 948px;height: 533px;}}Wouke van Scherrenburg
googletag.cmd.push(function() { googletag.display('div-gpt-ad-revu_ros_inarticle'); });

Wat wordt het?

‘Gewoon Rutte IV.’

Ooit aan getwijfeld?

‘Tijdens de nacht van de moties, om het zomaar even te noemen, de moties van wantrouwen en afkeuring, en nadat Kaag zei: “Hier scheiden onze wegen” en Segers ook nog tijdens Pasen zei dat hij niet meer met Rutte wilde regeren, dacht ik wel even: nu gaat het echt kantelen. Maar ik dacht ook meteen: wie dan wél? Al die dwergpartijen? Dat wordt echt niet te doen. En ik dacht ook al snel: hoeveel er ook op Rutte valt aan te merken, en dat is veel, er hebben wel twee miljoen mensen op die man gestemd. Bovendien: alle partijen die met hem hebben gereageerd, hebben zich net als hij gewenteld in de macht. Ik kan me niet voorstellen dat je iedere vrijdag in de Trêveszaal zit te slapen.

En nu vind ik dat er gewoon zo snel mogelijk een kabinet moet zijn. Opschieten, als de sodemieter. We zitten nog steeds in een pandemie, we snakken naar een goede minister van Volksgezondheid, al geef ik het je te doen om alleen al 25 GGD’s met te weinig geld aan te sturen. Daarnaast hebben we een groot stikstofprobleem, en een enorme woningnood, mede te danken aan Stef Blok. Al is dit een prachtig land waar het vergeleken met veel andere – ook Europese – landen, een feest is om te wonen, toch hebben we heel erg grote problemen die opgelost moeten worden.’

Waarom is Stef Blok medeverantwoordelijk voor de woningnood?

‘Ik herinner me een congres dat ik ooit presenteerde over de problemen en nood bij de corporaties. Stef Blok was daar te gast, en hij vertelde heel trots over het voornemen om een deel van onze socialewoningvoorraad te verkopen aan buitenlandse investeerders. Die waren dolenthousiast, vertelde hij stralend. De zaal applaudisseerde, maar ik verstijfde. Ik dacht: dat kan niet, dat zal de Kamer nooit goedvinden. Maar dat vond de Kamer dus wel goed. Dat is zo ontzettend funest geweest. Blok is ook een goede illustratie van de noodzaak om ministers aan te trekken vanwege kennis en kunde, en niet ter beloning van getoonde loyaliteit.’

Hoe groot zijn de verschillen tussen de tijd waarin jij dagelijks Den Haag volgde, en deze periode?

‘Er zijn wel dingen veranderd. Als ik nu van collega’s hoor hoe ze zich door hagen woordvoerders en politiek-assistenten moeten werken die ministers en staatssecretarissen afschermen van die verschrikkelijke pers, als ik hoor dat zelfs Kamerleden al interviews geven met hun woordvoerder erbij. Of dat die woordvoerder zelf ingrijpt. Dat heb ik in al die jaren zelf maar één keer meegemaakt, met de woordvoerder van minister Hanja Maij-Weggen, een man met borstelhaar die Kees heette en zelf nota bene uit de journalistiek kwam. Die vond eerst dat we moesten stoppen met draaien omdat haar handtas in beeld was, en vervolgens moesten we stoppen omdat hij vond dat ik een bepaalde vraag niet mocht stellen. Ik was echt ontdaan, dat had ik nog nooit meegemaakt. Het is ook nooit meer goed gekomen tussen mij en die Kees, en ook niet tussen mij en Maij. Maar inmiddels is dat aantal woordvoerders en voorlichters zoveel groter geworden dan toen. En aan de andere kant is er ook veel pers bijgekomen.’

Het is zo ontspoord op Twitter; mensen gebrui­ken doodsbedreigingen alsof ze een pond suiker bestellen

Ook veranderd sindsdien: social media. Die waren er toen nog niet. Het legendarische fragment waarin Pim Fortuyn jou ‘Ga lekker naar huis, koken. Veel beter’ toevoegde, zou in Twitter-tijden een heel andere lading hebben gehad.

‘Terwijl zijn beste vriend in De Strijd om het Binnenhof vertelde dat hij met Fortuyn had overlegd over wie welke posities moest krijgen als hij eenmaal aan de macht zou zijn. Wie zou bijvoorbeeld directeur van de Rijksvoorlichtingsdienst worden? “Wouke, natuurlijk,” heeft Pim toen gezegd. Maar goed, die hele mythe dat hij een hekel aan mij had, krijg ik er bij zijn achterban toch niet meer uit. Toen hij werd vermoord, waren Wim Kok en ik de schuldigen. Op een spandoek bij de herdenkingstocht stond toen: “Wouke en Wim, hebben jullie nu je zin?”’

Jij werd toen zelfs een paar weken beveiligd wegens doodsbedreigingen. Dat is nu schering en inslag.

‘Ja, dat is heel erg. Vooral bij de Engel-aanhang, wat voor een deel ook de Baudet-aanhang is. Het is zo ontspoord op Twitter; mensen gebruiken doodsbedreigingen alsof ze een pond suiker bestellen.’

Hoe verklaar je dat?

‘Aan het grote succes van Fortuyn zagen we al dat er een grote groep Nederlanders is dat zich niet gehoord voelt. Tot zijn komst gingen die ook niet meer naar de stembus; ze hadden de moed opgegeven, en waren klaar met de manier waarop hele buurten in Nederland veranderde. Ik woonde toen in Dordrecht, mijn echtgenoot werkte bij de politie, en hij zei geregeld: “Dit gaat niet goed komen zo.” Voor veel mensen was in korte tijd hun wijk, en daarmee hun wereld, enorm veranderd. Die mensen laten zich nu wél horen, op social media, aangevuld met iedereen die maar last heeft van een steenpuist en daar de hele wereld de schuld van geeft. Ik zie bij veel van die heftige berichten een man van middelbare leeftijd voor me, alleen op zijn zolderkamer, zwaar gefrustreerd, en dan maar lekker rammen op zijn toetsenbord. Waar ik me altijd maar aan vasthoud: 80 procent van de Nederlanders heeft zich keurig aan alle maatregelen gehouden.’

Wat moet je met die andere 20 procent?

‘Met mensen die twijfelen, moet je in gesprek blijven. Maar met mensen die zo vastzitten in hun eigen gelijk dat ze alles geloven wat wappie Engel zegt of Baudet, ga ik niet meer in discussie. Ik vind het onverantwoord schadelijk als je standpunten in stand houdt waardoor je meewerkt aan de overbelasting van de zorg. En zij vinden dat ik een sukkel ben, die me moedwillig laat naaien door big pharma dat alleen maar geld aan ons wil verdienen.

De heftigheid van het debat nu ken ik niet uit mijn Haagse jaren, die komt me totaal niet bekend voor. Dat spandoek over Wim Kok en mij zou op Twitter inmiddels gelden als een genuanceerde vraag. Maar nogmaals: die 80 procent, daar hou ik me aan vast. Die 80 procent wantrouwt de media ook niet, die snakt naar betrouwbare informatie en waardeert de NOS. Het lijkt me trouwens ook een afschuwelijk leven, als je álles wantrouwt: de pers, de wetenschap, alle instituten. Waar moet je dan wél nog op vertrouwen?’

Op die andere 20 procent.

‘Tja.’

Wat ook is veranderd: het aantal politieke partijen. We hebben inmiddels achttien fracties in de Kamer, waaronder zelfs een afsplitsing van een partij met één zetel.

‘Waanzin. Maar je ziet dit met name bij nieuwe partijen. Het gelazer begon bij de ouderenpartij, de eerste, van Jet Nijpels. Daarna met de LPF. Ik vond dat de meest vreselijke tijd in mijn toch, ondanks alles, zeer geliefde Den Haag. Iedere dag verslag doen van die ruziemakende bende. Ik ben heel kritisch, maar ik heb altijd veel hard werk gezien bij vrijwel alle Kamerleden en hield echt van het parlementaire werk. En opeens kwam er zo’n zooitje binnen, waaronder Bomhoff en Heinsbroek, die zelfs nog minister werden. De Betuwelijn, mijn lievelingsonderwerp, kwam totaal niet meer aan bod, het ging alleen nog maar over die idioten. Daarna is het een tijd rustig gebleven. Maar vooral bij die nieuwe partijen zie je toch dat ze moeite hebben met de spelregels. De Partij voor de Dieren heeft dat ook gehad, met de ruzie tussen Ouwehand en Thieme, maar die hebben dat overwonnen, al is onlangs Merel van Kooten er nog uitgezet. Waar ik wel vertrouwen in heb, is Volt. Die gaan het redden, die gaan zelfs nog groeien. Slimme mensen, gedreven door een ideaal.’

Wat wordt de volgende afsplitsing?

‘Bij Joost Eerdmans. Of in die club van Van Haga.’

Hoe verklaar je het feit dat Kamerleden zich sneller lijken af te splitsen?

‘Uit het feit dat de liefde voor je eigen persoontje groter is dan die voor je partij. Je bent op hun slippen de Kamer binnengekomen, omdat die partij dacht dat je met hart en ziel geloofde in hun beginselen. Merel van Kooten vond ik een ander geval, dat was een goed Kamerlid met een inhoudelijk verschil van mening.’

Een terugkerende discussie is: moet niet worden vastgelegd dat die zetel van de partij is, niet van het Kamerlid?

‘Dan zou je de Grondwet moeten veranderen, en ik vind eigenlijk wel dat dat moet. Er zijn maar enkele Kamerleden die met grote aantallen voorkeursstemmen worden gekozen, zoals Omtzigt en Van Haga. Die laatste is daar dus verblind door geraakt, al verdenk ik hem er ook van dat hij er altijd op uit was voor zichzelf te beginnen. Ik heb ook het idee dat sommige van die mensen die met zoveel gemak voor zichzelf beginnen, het gewoon als een goedbetaald baantje zien. Ik vind dat schandalig. Tegelijk zal je mij nooit horen zeggen dat Kamerleden zakkenvullers zijn, want verreweg de meesten werken keihard, het is een zwaar vak met een onzekere toekomst en ex-Kamerleden liggen echt niet zo goed op de arbeidsmarkt. Maar Kamerleden, zoals nu bij Forum voor Democratie, die hun fractiekamer niet eens opruimen, en zich niet eens houden aan de coronamaatregelen ten opzichte van de bodes: zum kotzen. het presidium van de Tweede Kamer zou dit stevig moeten aanpakken, met desnoods een tijdelijke ontzegging van de toegang.’

Twee afsplitsingen hebben wél geleid tot een nieuwe, succesvolle partij: de PVV en Denk. Jij kent Wilders nog als VVD-Kamerlid. Had je zijn succes voorzien?

‘Sterker, ik ken hem nog als fractiemedewerker. Toen had hij dat haar al. Toen hij zich afsplitste van de VVD, dacht ik: misschien één of twee zetels. Dus nee, ik had dat niet verwacht. Maar zijn boodschap, een uitvergroting van die van Fortuyn, slaat aan. En al gaat zijn riedel soms wat vervelen, hij is een enorm goede en scherpe debater. En hij heeft een onaantastbaarheid die ik soms moeilijk kan verklaren, want hij blijft stabiel de tweede partij, ondanks bijvoorbeeld zijn zeer onduidelijke financieringsstromen en de problemen rond Dion Graus. Hij heeft een prachtig koninkrijk voor zichzelf gecreëerd, zonder congressen met lastige amendementen, en met andere Kamerleden die het ook niet moeten wágen om kritiek op hem te hebben.

En Denk: toen de PvdA alleen maar om de achterban te paaien enkele mensen op hun lijst zette zonder veel affiniteit met hun gedachtengoed, waarvan er één niet eens goed Nederlands sprak, vond ik dat zo... zo min, eigenlijk. Azarkan doet het goed, maar het blijft natuurlijk his masters voice: het zijn Erdogan-aanhangers, zoals veel Turken in Nederland dat zijn.’

Is het verwijt dat de laatste kabinetten Randstad-kabinetten zijn terecht?

‘Ja. Als je ziet waar alle gelden naartoe gaan, en hoe de randen van het land steeds het nakijken hebben. Het zijn vaak de kleine gemeenten die het zwaar hebben. Die hebben nog net een zwembad en een bieb, maar geen schouwburg of bioscoop. En zelfs dat zwembad en die bieb moeten die arme gemeenten dan vaak sluiten. Zelfs in de nieuwe verdeling van het Gemeentefonds gaat het meeste geld weer naar de grote steden, die de beste ingang en lobby hebben, en die het telefoonnummer van Rutte in hun telefoon hebben staan. Mijn burgemeester hier in Doetinchem heeft misschien het nummer van een Kamerlid, maar niet van Rutte of een minister. Maar ja, er staan nu zóveel groepen te gillen om geld. Tig miljarden en miljarden gaan erdoorheen nu. De steunpakketten zijn opnieuw met drie maanden verlengd, en er is zelfs nog een miljard uitgegeven aan testen met evenementen, terwijl we dadelijk allemaal zijn geprikt.’

@media (max-width: 680px){#fig-60fde5b77fb35 img.lazyloading{background: #eee;}#fig-60fde5b77fb35 img{#fig-60fde5b77fb35 img.lazyloading{width: 624px;height: 0px;}}@media (min-width: 681px) and (max-width: 1320px){#fig-60fde5b77fb35 img.lazyloading{background: #eee;}#fig-60fde5b77fb35 img{#fig-60fde5b77fb35 img.lazyloading{width: 980px;height: 0px;}}@media (min-width: 1321px){#fig-60fde5b77fb35 img.lazyloading{background: #eee;}#fig-60fde5b77fb35 img{#fig-60fde5b77fb35 img.lazyloading{width: 1272px;height: 0px;}}

Journalist Joris Luyendijk had ruim tien jaar geleden veel succes met een boek waarin hij kritisch was over de gang van zaken in Den Haag, ook die van de parlementaire pers: Je hebt het niet van mij, maar... Had hij een punt?

‘De geweldige invloed en macht van lobbyisten, die hij omschreef, daar had ik te weinig oog voor. Het is geen excuus, maar je maakte lange dagen die draaien om het nieuws van die dag. Het is onvermijdelijk dat je dan een soort tunnelvisie ontwikkelt. De enorme invloed van bijvoorbeeld Shell; die heb ik echt gemist.’

Na je vertrek uit Den Haag heb je kort overwogen om zelf politiek actief te worden. Wat heeft je ervan weerhouden?

‘Ik dacht inderdaad heel kort: misschien leuk om het eens te bekijken van de andere kant, nadat iemand van D66 dat als idee opwierp. Ik heb toen een paar keer koffie gedronken met Alexander Pechtold. Van mijn vriendinnen zeiden er twee: leuk idee. De rest reageerde net als mijn gezin: ben je gestoord of zo, doe normaal! Inmiddels was het gaan rondzingen dat ik me misschien kandidaat ging stellen, en toen kwam ik in de Tweede Kamer Jan Marijnissen tegen, die had het ook gehoord. Hij pakte me bij mijn schouders en zei: “Meid, ben jij gek? Je hebt al die jaren zo snoeihard gewerkt, je gaat toch zeker een beetje genieten nu, in plaats van je uit te laten wonen in dit gebouw?” Toen vielen de schellen me van mijn ogen. Ik was al heel erg gaan twijfelen na de enorme kritiek thuis. En misschien hadden de leden van D66 ook wel gezegd: zij nooit. Ik ben helemaal niet geschikt voor de discipline van een groep, en fractiediscipline is wel nodig, hoewel niet zo rigide als het op dit moment vaak geldt. Maar ik zou het dus de fractie én mezelf heel moeilijk hebben gemaakt, en het is dus een zegen voor zowel D66 als mezelf dat het bij die eerste verstandsverbijstering is gebleven.’

Veel kritische, onafhankelijke buitenstaanders die naar Den Haag gingen, van Zihni Özdil tot Myrthe Hilkens, haakten voortijdig af, niet zelden vol frustratie. Hoe komt dat?

‘Het Kamerwerk is heel erg taai. Het is waden door warm asfalt. Maar mijn verklaring voor hun diepe frustratie is echt die fractiediscipline. Als je er niet tot in je vezels van doordrenkt bent dat het partijbelang voor alles gaat en je dus regelmatig je eigen ego aan de kant moet zetten, en ook je eigen mening, dan gaat het mis. Om originele denkers te behouden voor de Kamer zou je die toch iets meer moeten loslaten. Neem een wet als Voltooid Leven. Bij heel erg grote levensvraagstukken moet iedereen zonder last of ruggespraak kunnen stemmen. Net als dat gebeurt bij bijvoorbeeld de keuze voor een nieuwe Kamervoorzitter. Althans: normaal gesproken, tot de vorige keer. Khadija Arib had veel meer ophef verdiend. De laatste verkiezing voor de Kamervoorzitter was een goede illustratie van dat smerige spel van de macht: ik geef jou wat, wat krijg ik ervoor terug?’

Hoelang heb je moeten afkicken van Den Haag?

‘Ik denk wel een jaar of twee. Toen begon ik me te realiseren dat ik niet naar ieder debat hoef te kijken. Ik kan ook gewoon in het bos gaan wandelen, dan zie ik vanavond wel de samenvatting. Mijn fascinatie en liefde voor Den Haag is echt niet over, die gaat ook niet meer voorbij, maar mijn interesse is wel veel breder geworden. De tweedeling in de samenleving kan me echt raken, daar kan ik tranen van in mijn ogen krijgen. Die tweedeling is ook veel meer toegenomen de laatste jaren. Neem alleen al die senioren die alleen met een AOW’tje of een bescheiden pensioentje moeten rondkomen.’

De laatste verkiezing voor de Kamervoorzit­ ter was een goede illus­ tratie van dat smerige spel van de macht: ik geef jou wat, wat krijg ik ervoor terug?

Toch heeft de aandacht voor ouderen in partijpolitiek opzicht alleen maar ellende opgeleverd.

‘Dat vind ik ook echt jammer, even los van mijn twijfels bij one-issuepolitiek. Maar de ouderen waar ik het over heb, die verdienen een betere vertegenwoordiging in de Tweede Kamer. Ik heb ooit tijdelijk in een appartement gewoond, waar ik te maken had met een Vereniging van Eigenaren. Daar moet ik altijd aan denken bij die ruzies bij de ouderenpartijen. Dat zijn dus gepensioneerde mensen, vooral mannen, die in hun leven ooit maatschappelijk veel hebben voorgesteld, maar dat is helaas voorbij. Dus nu gaan ze dan maar bij die VVE de eisen stellen, de voorwaarden opstellen en de boel bedisselen. De limit was ooit een groot papier in de hal: “Namens het bestuur van de VVE: natte honden mogen niet meer in de lift.” Het is precies die mentaliteit.’

NIEUWE REVU ONTMOET WOUKE VAN SCHERRENBURG

Waar?

In haar woonplaats Doetinchem, in Villa Ruimzicht.

Hoe laat?

Van 12.00 tot 14.00 uur.

Lunch?

Ja, en koffie.

Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.

Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?

Abonneer nu en profiteer!

Probeer direct

Laatste nieuws