googletag.cmd.push(function() { googletag.display('div-gpt-ad-revu_ros_header'); });

‘Mijn buurman is de beste klaverjasser die hij kent’

‘Ik heb werkelijk waar alle tijd om met mijn oude buurman te klaverjassen, maar zes keer per dag vind ik een beetje te vaak’
googletag.cmd.push(function() { googletag.display('div-gpt-ad-revu_ros_inarticle'); });
@media (max-width: 679px){#fig-632fc8a49fd8f img.lazyloading{background: #eee;}#fig-632fc8a49fd8f img{#fig-632fc8a49fd8f img.lazyloading{width: 480px;height: 480px;}}@media (min-width: 680px) and (max-width: 1000px){#fig-632fc8a49fd8f img.lazyloading{background: #eee;}#fig-632fc8a49fd8f img{#fig-632fc8a49fd8f img.lazyloading{width: 740px;height: 740px;}}@media (min-width: 1001px){#fig-632fc8a49fd8f img.lazyloading{background: #eee;}#fig-632fc8a49fd8f img{#fig-632fc8a49fd8f img.lazyloading{width: 160px;height: 160px;}}

Mijn buurman van 83 stuurt mij zo’n zes keer per dag een uitnodiging om online met hem te komen klaverjassen. Soms stuur ik terug dat ik het druk heb, terwijl ik het niet druk heb. Dat is wat het leven is. Slapen, doen alsof je het druk hebt en weer slapen. Voor corona moest ik zes columns per week schrijven. Voor corona had ik het druk. Tegenwoordig schrijf ik twee columns per week. Ik heb werkelijk waar alle tijd om met mijn oude buurman te klaverjassen, maar zes keer per dag vind ik een beetje te vaak. Eén keer per dag vind ik mooi. Soms hoor ik hem schreeuwen. ‘Kom op, je hebt best tijd voor een potje, jongen!’

Mijn onderbuurman is behoorlijk fanatiek. Als ik met een verkeerde kaart uitkom, hoor ik hem beneden schreeuwen. Hij kan best hard schreeuwen voor een oude man. ‘Zo heb ik het je toch niet geleerd, jongen?’ Mijn buurman noemt me altijd jongen en ik noem hem altijd buurman. Hij heeft mij nog nooit buurman genoemd, wat eigenlijk best gek is aangezien ik ook gewoon zijn buurman ben.

Vroeger schijnt hij de beste klaverjasser van Amsterdam te zijn geweest. Naast zijn voordeur hangt een krantenknipsel uit een ver verleden. Ik herken de buurman niet eens op de zwart-witfoto. Ik zie een kleine, harige man in een leren jas. Hij heeft een envelop en een kratje pils vast. Dat was de hoofdprijs. 100 gulden en een kratje Skol-bier.

‘Ik ben de beste klaverjasser die ik ken,’ zegt hij als we elkaar tegenkomen in het trappenhuis.

‘Je bent ook de enige klaverjasser die je kent, anders hoefde je niet steeds met mij te spelen, buurman,’ zeg ik dan als grapje, maar eigenlijk is het helemaal niet grappig. Mijn onderbuurman is 83 jaar oud. Hij heeft oorlogen meegemaakt en ziektes overwonnen. Hij heeft vrouwen bezwangerd en kinderen begraven. Hij heeft alles gedaan wat hij moest doen en alles gezien wat hij niet wilde zien. En nu moet hij, in de laatste jaren van zijn leven, als kluizenaar leven. Dus hij heeft gewoon gelijk. Mijn buurman is de beste klaverjasser die hij kent.

In de online-klaverjasapp heet de buurman 39. Dat is zijn naam. Zijn geboortejaar is zijn naam. Ik heet gewoontroefman. Ik moet altijd lachen als ik mijn naam lees. Mijn buurman daarentegen snapt mijn naam niet.

Het is donderdagmiddag en mijn buurman en ik spelen een potje tegen Evita en Verganeglorie010. We liggen straatlengtes voor als ik opmerk dat de buurman geen kaart meer opgooit. Ik stamp wat op de vloer, maar er komt geen kaart. In een boxershort loop ik de trap af en klop op zijn deur.

‘Je bent weer in slaap gevallen, buurman. Denk aan onze ranking.’

‘Nee, nee, sorry, ik sliep niet, jongen.’

‘Je had het gewoon even heel druk zeker?’

‘Ja, ongelofelijk druk, jongen.’

Laatste nieuws