googletag.cmd.push(function() { googletag.display('div-gpt-ad-revu_ros_header'); });

‘Als je De Paepe las, wist je dat hij geen lul kon zijn’

‘Maar weinig schrijvers beschikken over dit talent’
googletag.cmd.push(function() { googletag.display('div-gpt-ad-revu_ros_inarticle'); });
@media (max-width: 679px){#fig-638569b6379c7 img.lazyloading{background: #eee;}#fig-638569b6379c7 img{#fig-638569b6379c7 img.lazyloading{width: 480px;height: 480px;}}@media (min-width: 680px) and (max-width: 1000px){#fig-638569b6379c7 img.lazyloading{background: #eee;}#fig-638569b6379c7 img{#fig-638569b6379c7 img.lazyloading{width: 740px;height: 740px;}}@media (min-width: 1001px){#fig-638569b6379c7 img.lazyloading{background: #eee;}#fig-638569b6379c7 img{#fig-638569b6379c7 img.lazyloading{width: 160px;height: 160px;}}

Hij was de huisdichter van een Vlaamse krant. In Vlaanderen kan dat nog gewoon. Dat je de krant openslaat en er op pagina 2 opeens iemand tegen je begint te dichten. Dit is dan ook de reden dat ik alleen nog maar Vlaamse kranten opensla. Het nieuws hoeft niet altijd lelijk gebracht te worden. Een Vlaamse krant voelt soms nog aan als een stamkroeg. Je weet wie je tegen gaat komen. En je weet wat ze drinken als ze een goede dag hebben, en je weet wat ze drinken als ze een slechte dag hebben.

Stijn De Paepe schreef pleisters op wonden en leerde onze schaafwonden over beschaving. Zijn gedichten waren niet nodeloos ingewikkeld, maar simpelweg nodig.

Laat de liefde

niet vergallen

doordat lui

erover vallen.

Hou het noch

bedekt, noch stil.

Val maar. Val

voor wie je wil.

Val maar. Alles draait om dat laatste woordje. Maar. Niets is zo troostrijk en hoopgevend als een goedgeplaatste maar. Probeer het maar. Spring maar. Kus me maar. Ga maar. Dat was wat Stijn deed. Hij stimuleerde, maar tegelijkertijd wees hij ook naar het vangnet dat hij eigenhandig voor de lezer had gesponnen. Met zijn zinnen kon hij je een zetje geven, maar ook weer terugzetten op de plek waar je eerder stond.

Als je De Paepe las, wist je dat hij geen lul kon zijn. Maar weinig schrijvers beschikken over dit talent. Uit zijn zinnen kwam steevast naar voren dat hij zijn dochters elke avond voorlas en nog nooit expres op een insect was gaan staan.

Twee jaar geleden, toen ik nog voor een krant schreef, mailde ik hem of hij me kon helpen met een project. Ik was klaar met de plaatjes die bij weerberichten stonden en wilde voortaan het weerbericht gaan dichten. Een weergedicht. Dat was mijn project. Ik wist al dat mijn baas het een slecht idee vond, maar toch mailde ik Stijn. Want dat was wie Stijn was. Gewoon iemand die je wilde mailen. Hij mailde de volgende regels terug. De Paepe was ook gewoon zo iemand die terugmailde.

Het weer zit vandaag niet mee

en komt met bakken uit de lucht.

André van Duin is op teevee

de wind slaakt een opgeluchte zucht.

De Vlaamse krant verloor gisteren haar huisdichter. Haar thuisdichter. Haar rederijker. Haar vredekijker. Haar altijd lekker met een ontbijtje. Haar allergrootste grootsheid verstopt in een kleinigheidje.

Je voelt je murw en overstelpt

en snakt naar stranden, wit geschelpt...

Hou vol. Vat moed. Want het komt goed.

Doe ondertussen maar

wat helpt.

Er rest ons nog maar één ding.

Bedank maar.

Ben jij ook zo iemand die graag haantje de voorste is? Mooi. Volg Nieuwe Revu dan op Facebook, dan krijg je de columns altijd als eerste te zien. Of abonneer op onze nieuwsbrief. Sturen we onze beste artikelen gewoon naar je toe.

Laatste nieuws