googletag.cmd.push(function() { googletag.display('div-gpt-ad-revu_ros_header'); });

Sterker dan Poetin

‘Heel veel mensen zijn bang voor hem en als mensen bang voor je zijn, hoef je niet sterk te zijn’
googletag.cmd.push(function() { googletag.display('div-gpt-ad-revu_ros_inarticle'); });
@media (max-width: 679px){#fig-6392f74c3c63e img.lazyloading{background: #eee;}#fig-6392f74c3c63e img{#fig-6392f74c3c63e img.lazyloading{width: 480px;height: 480px;}}@media (min-width: 680px) and (max-width: 1000px){#fig-6392f74c3c63e img.lazyloading{background: #eee;}#fig-6392f74c3c63e img{#fig-6392f74c3c63e img.lazyloading{width: 740px;height: 740px;}}@media (min-width: 1001px){#fig-6392f74c3c63e img.lazyloading{background: #eee;}#fig-6392f74c3c63e img{#fig-6392f74c3c63e img.lazyloading{width: 160px;height: 160px;}}

Mijn zoon loopt met zijn vriendje de schoolpoort uit. Het zijn kleine mannetjes met ogen vol kattenkwaad. Hun rugzakken zijn groter dan hun rug. ‘Mijn vader is veel sterker dan Poetin,’ zegt mijn zoon. Zijn vriendje lacht.

‘Ben je echt sterker dan Poetin?’ vraagt het vriendje dat flink aan het wisselen is. Hij heeft evenveel lippen als tanden.

‘Is dat echt belangrijk, jongens?’ vraag ik.

‘Op het Jeugdjournaal vergeleken ze Poetin met een kat in het nauw. 300.000 recidivisten...’

‘Reservisten,’ lach ik.

‘300.000 reservisten moeten nu voor hem gaan vechten. Verplicht en zo, anders worden ze gearresteerd,’ zegt mijn zoon. Hij is 9 jaar oud. Toen ik zo oud was, had ik een boomhut, een blaaspijp en nagenoeg geen interesse in de wereldproblematiek. De wereld kon me gestolen worden, maar de kinderen van nu zijn anders. De kinderen van nu beseffen heel goed dat hun wereld de enige wereld is.

‘Mag ik je spierballen eens voelen?’ vraagt het vriendje. Ik ga door mijn knieën en druk mijn spierballen naar boven.

‘Hoe oud is die Poetin?’ vraagt hij.

‘Bijna zeventig,’ zeg ik.

‘Dan denk ik dat je wel een kans maakt tegen hem.’

‘Ik weet het niet hoor. Hij was vroeger geheim agent en op het internet staan foto’s van Poetin die op de rug van een beer zit. Hij mag dan wel zeventig zijn, maar hij blijft KGB,’ zeg ik.

‘KGB? Ik vond De Griezels en Matilda betere boeken,’ zegt het vriendje.

‘Een paar kinderen in onze klas zijn bang dat hij kernwapens gaat gebruiken. Katten in het nauw blijken dat te doen. De katten die ik ken, zouden dus nooit kernwapens gebruiken. De kat van oma bijvoorbeeld weet niet eens meer hoe het kattenluikje op de veranda werkt,’ zegt mijn zoon.

‘Dat is dus precies de reden dat het niet uitmaakt of ik sterker dan hem ben of niet. Heel veel mensen zijn bang voor hem en als mensen bang voor je zijn, hoef je niet sterk te zijn.’

‘Ik denk dat mijn vader veel sterker dan Poetin is,’ zegt het vriendje. Ik ken zijn vader. Hij is de socialemediamanager van een hondenspeelgoedfabrikant.

‘Ik denk het ook, jongen,’ zeg ik. Allebei de jongens zitten in een fase waarin het belangrijk is dat ze kunnen geloven dat vaders sterk zijn. Dit heeft vast iets met veiligheid en geborgenheid te maken. Ze moeten de knuppel van de holbewoner af en toe kunnen zien. ‘Ik ken trouwens iemand die veel sterker dan Poetin is,’ zeg ik.

De jongens beginnen te raden. Opa’s, voetbaltrainers, Ron Boszhard en Frenkie de Jong komen voorbij. ‘Mijn vrouw is sterker dan Poetin,’ zeg ik.

‘Mama? Denk je dat mama sterker dan Poetin is?’

‘Is jouw moeder sterker dan Frenkie de Jong?’ vraagt het vriendje.

Mijn zoon kijkt naar de lucht en denkt na. ‘Ja, ik denk dat mama sterker dan Frenkie is.’

‘Nou, dan is ze ook sterker dan Poetin,’ zegt het vriendje.

Laatste nieuws