googletag.cmd.push(function() { googletag.display('div-gpt-ad-revu_ros_header'); });

'Daar zit ik dan als Amsterdamse Liverpool-fan tussen de Overijsselse Ajax-fans'

‘Ajax is beter, maar Liverpool is slimmer. Ajax haalt een tien tijdens de vakantie, maar Liverpool haalt een tien tijdens de toets’
googletag.cmd.push(function() { googletag.display('div-gpt-ad-revu_ros_inarticle'); });
@media (max-width: 679px){#fig-63930d026a63d img.lazyloading{background: #eee;}#fig-63930d026a63d img{#fig-63930d026a63d img.lazyloading{width: 480px;height: 480px;}}@media (min-width: 680px) and (max-width: 1000px){#fig-63930d026a63d img.lazyloading{background: #eee;}#fig-63930d026a63d img{#fig-63930d026a63d img.lazyloading{width: 740px;height: 740px;}}@media (min-width: 1001px){#fig-63930d026a63d img.lazyloading{background: #eee;}#fig-63930d026a63d img{#fig-63930d026a63d img.lazyloading{width: 160px;height: 160px;}}

Ik zit in de Johan Cruyff Arena en probeer niet te juichen. Liverpool scoort net de 0-2 en ik wil gillen. Ik wil springen en met een vuist op mijn hart slaan, maar ik acteer alsof het me niets doet. Dit is de reden waarom mijn 9-jarige zoon niet naast me zit. Mijn vrouw had twee kaartjes voor Ajax-Liverpool geregeld. Eentje voor mijn zoon en eentje voor mij. ‘Waar zitten we? Zitten we dichtbij het veld? Ziet Salah het als ik naar hem zwaai?’ vroeg hij tijdens het avondeten.

‘Jullie zitten in het Ajax-vak. Tussen de Ajax-mensen. Maar wel heel dicht op het veld,’ zei mijn vrouw, terwijl ze de salade husselde.

‘Dus we kunnen niet juichen?’ vroeg hij.

‘Nee, we kunnen niet juichen,’ zei ik.

‘Dan ga ik niet mee. Ik wil die mensen niet boos maken. Ga jij wel, pap?’

‘Ja, ik ga wel.’

‘Maar je gaat niet juichen, toch?’

‘Nee, ik zal niet juichen, maar ik zal wel naar Salah voor je zwaaien.’

En daar zit ik dan. Als Amsterdamse Liverpool-fan tussen de Overijsselse Ajax-fans. Ajax is beter, maar Liverpool is slimmer. Ajax haalt een tien tijdens de vakantie, maar Liverpool haalt een tien tijdens de toets. Een man die naast me zit scheldt de linksback van Liverpool uit, omdat hij tijd aan het rekken is.

‘Die Robertson is echt een klote Schot! Ik ga nooit meer whisky drinken,’ zegt hij. Ik wil hem negeren, maar hij tikt me aan. Robertson is een van mijn favoriete spelers. Ik ben te oud om helden te hebben, maar in mijn hartkamers hangen posters van hem. Niemand kan de posters zien, maar ik voel de punaises prikken als ik hem over het veld zie rennen. ‘Ik ben het helemaal met je eens. Wat een rotzak. Ik hoop dat het Monster van Loch Ness corona krijgt,’ acteer ik.

‘En die Duitse trainer. Wat een aansteller is dat. Hij staat 2-0 voor, waarom is hij zo boos?’ vraagt de man.

‘Omdat hij jaloers is, natuurlijk,’ zeg ik. Ja, ik ga volledig Gijs Scholten van Aschat vanavond.

‘Jaloers op wat?’ zegt hij. Liverpool scoort de 0-3.

‘Jaloers op alles,’ zucht ik. Niet juichen voelt heel onnatuurlijk aan. Het is net alsof ik tijdens een orgasme niet meer mijn tenen omhoog mag krullen.

De man staat op en zegt dat hij naar huis gaat. ‘Maar de wedstrijd duurt nog zeker dertig minuten.’

‘Ik heb genoeg gezien, jongen. Ik zie geen passie. Ik had net zo goed thuis kunnen blijven. Als ik naar mijn vrouw kijk, zie ik namelijk ook geen passie.’ De man zwaait en loopt weg.

Ik zwaai naar Salah. Hij zwaait niet terug.

Er valt bar weinig te juichen vanavond.

Laatste nieuws