googletag.cmd.push(function() { googletag.display('div-gpt-ad-revu_ros_header'); });

Dansend door de kamer vanwege FIFA-pakket

‘We hopen op een mooie knuffel, maar als we al iets winnen is het een brandgevaarlijke knuffel met een oneven aantal ogen’
googletag.cmd.push(function() { googletag.display('div-gpt-ad-revu_ros_inarticle'); });
@media (max-width: 679px){#fig-63d6c1b18ae79 img.lazyloading{background: #eee;}#fig-63d6c1b18ae79 img{#fig-63d6c1b18ae79 img.lazyloading{width: 480px;height: 480px;}}@media (min-width: 680px) and (max-width: 1000px){#fig-63d6c1b18ae79 img.lazyloading{background: #eee;}#fig-63d6c1b18ae79 img{#fig-63d6c1b18ae79 img.lazyloading{width: 740px;height: 740px;}}@media (min-width: 1001px){#fig-63d6c1b18ae79 img.lazyloading{background: #eee;}#fig-63d6c1b18ae79 img{#fig-63d6c1b18ae79 img.lazyloading{width: 160px;height: 160px;}}

Voor de schouw staat een rechterschoen van mijn zoon. In de schoen zit een sinaasappel en een haastig opgerolde tekening. Hij gelooft niet meer in Sinterklaas, maar zet toch zijn schoen. Ik zou het gulzig kunnen noemen of opportunistisch, maar aan de andere kant is dit natuurlijk precies hoe het leven is. De mens gelooft nergens meer in, maar blijft stug doorploeteren. Misschien is dit wel onze allermooiste kwaliteit. Het veinzen van vertrouwen. Het voorliegen voor eigen bestwil. Geen andere diersoort kan zoals ons recht door de uitzichtloosheid heen kijken. Misschien is dat wel wat ons menselijk maakt. Het niet geloven, maar toch blijven doen.

Ik geloof al jaren niet meer in de politiek, maar blijf naar de stembus gaan. Ik geloof niet in vakantie, maar sta toch zo’n twee keer per jaar op Schiphol mijn zakken te legen in een donkergrijze douanebak. Ik geloof niet in het huwelijk, maar ben dol op bruiloften. Ik geloof niet in de toekomst, maar blijf dromen. Ik geloof niet in de mensheid, maar heb samen met mijn vrouw toch een mens gemaakt. Ik geloof niet dat ik heel oud ga worden, maar blijf ademen.

Mijn zoon gaat door zijn knieën en pakt het envelopje uit zijn schoen. Hij weet dat ik dat envelopje vannacht in zijn schoen heb gestopt, maar toch zegt hij ‘Dank u, Sinterklaasje.’ In de envelop zit een PlayStation-cadeaukaart. Als hij de code die op de achterkant staat invoert, kan hij 20 euro besteden op mijn PlayStation 5 die inmiddels ook van hem is.

‘Wat ga je met die twintig euro doen dan?’ vraag ik, terwijl ik zijn schoen oppak en naar de gang loop.

‘Ik denk dat ik iets op FIFA ga kopen,’ zegt hij. Hij weet dat ik weet dat je nooit dingen op FIFA moet kopen. Vroeger was het gewoon een voetbalspel, maar tegenwoordig is het een bodemloze, geld opslurpende puinhoop. De speler die het meeste geld uitgeeft, heeft het beste team. Het spel is volledig pay-to-win geworden.

Een dag later zitten we achter onze spelcomputer. Van die 20 euro kan mijn zoon twee goede packs kopen. Voor mensen van boven de twaalf: een pack is een virtueel pakket in de game dat een willekeurig samengestelde inhoud zoals spelers en clubitems bevat. En ik zeg wel willekeurig, maar packs openen op FIFA is net zo willekeurig als naar knuffels grijpen op de plaatselijke kermis. En toch gooien we geld in die grijpmachine, want we zijn menselijk. Wij mensen hebben hoop. Houden hoop. We hopen op een mooie knuffel, maar als we al iets winnen is het een brandgevaarlijke knuffel met een oneven aantal ogen.

In het eerste pakket dat mijn zoon opent, zit niets interessants, maar in het tweede pakket zit een Team of the Week Sadio Mané van 90. Samen dansen we door de kamer.

Ik geloof nergens meer in, maar ik geloof dat ik in mijn zoon geloof.

Laatste nieuws