'Als je alleen maar praat, verleer je het vechten'

Zo licht en mobiel mogelijk de hearts and minds winnen op sociale patrouilles, en als het even kan ook nog een schooltje bouwen. Als het aan onze militairen ligt, is die tijd voorbij.
Militair

Op de NAVO-missie in Litouwen – beschouw het gerust als een strategische boodschap aan Rusland – leren landmachters weer te werken met ouderwetse landkaarten en bovenal: de goede oude tank. ‘De kracht van zo’n zwaar wapensysteem is de afgelopen jaren echt een gemis geweest.’

Tegen de achtergrond van onmiskenbare Sovjetarchitectuur – waarvan de troosteloosheid eerder wordt versterkt dan gecompenseerd door groezelige pasteltinten – priegelen we in een hobbelende bus de simkaart in onze smartphones. ‘Sveikas prisijunges prie LABAS’ (welkom bij LABAS) meldt een vrolijk sms-bericht enkele minuten later. Het is de komende 48 uur niet de bedoeling dat we te veel opvallen, dus een groep Nederlandse simkaarten die met hun a-toeristische locaties verraden dat ze niet zijn gekomen voor een hip stedentripje, moeten uit het toestel. Op oefenterreinen is civiele apparatuur met een uit te peilen signaal helemaal uit den boze. Uit ermee en inleveren.

De leveranciers van deze kaarten zijn geen paranoïde klokkenluiders of anarchistische hackers, maar keurig gezagsgetrouwe Nederlandse militairen. Ze hebben zich deze voorzichtigheid net als hun Duitse, Belgische en Noorse collega’s snel eigen gemaakt. Zo werden de eerste militairen in 2017 na aankomst in Litouwen in no time bedolven onder barrages van nachtelijke sms’jes, vage telefoontjes of zagen ineens hun taalinstelling gewijzigd naar het Chinees. ‘Op zo’n moment is je telefoon gewoon je telefoon niet meer en dat voelt heel onprettig,’ herinnert een Nederlandse militair zich. Nederlandse voorzorgsmaatregelen zijn in vergelijking met andere NAVO-landen zelfs coulant te noemen. Belgische bezoekers en militairen wordt bijvoorbeeld dringend verzocht de smartphones helemaal thuis te laten. Mocht je dan toch per se een smartphone willen gebruiken dan moet die – naast voorzien van een lokale simkaart – zijn gereset naar fabrieksinstellingen.

Geopolitiek

Sinds 2017 levert Nederland ongeveer driehonderd militairen voor de NAVO-missie Enhanced Forward Presence in Litouwen. Inderdaad, hetzelfde Litouwen dat sinds 2004 in zowel de Europese Unie als de NAVO zit, waar de wegen van gemiddeld betere kwaliteit zijn dan in een doorsnee Zuid-Europees vakantieland, en het simkaartje 8GB-data levert op een prima netwerk.

Minder gemiddeld is Litouwen in haar geografische en daarmee strategische positie. Zo ligt aan de westgrens de Russische enclave Kaliningrad en aan de oostrand Wit-Rusland, waardoor Litouwen in een 65 kilometer brede corridor zit ingeklemd tussen Russische invloedssferen. Het corridor – de Suwalki Gap – is de enige verbinding over land tussen NAVO-grondgebied en de drie Baltische staten.

Sinds 2014 is de situatie vanuit Litouws perspectief omgeslagen van hooguit ongemakkelijk naar ronduit claustrofobisch. Rusland geeft sindsdien het signaal af dat de status van ‘voormalige Sovjetstaat’ wat hen betreft van tijdelijke aard is. Het meest openlijke voorbeeld is de inname van de Krim in Oekraïne, maar sindsdien draait de Russische president Poetin de gehele regio langzaam de strategische duimschroeven aan. Zo werden er in 2016 in Kaliningrad permanent Iskanderraketten geplaatst en wordt de Baltische enclave de afgelopen jaren voorzien van gerenoveerde gebouwen en versterkte ondergrondse bunkers. Ook het aantal tanks werd afgelopen jaar stilletjes opgevoerd: van veertig naar ruim honderd.

Ondertussen bekijkt Litouwen met argusogen het openlijke geflirt van Vladimir Poetin met zijn Wit-Russische collega aan de oostgrens. De Wit- Russische president Aleksandr Loekasjenko – die sinds 1994 steevast de verkiezingen glorieus ‘wint’ met minimaal 75 procent van de stemmen – en Poetin spraken onlangs nog over een verregaande economische samenwerking. Nieuws over dit soort samenwerkingsverbanden wordt steevast vergezeld van foto’s waarin de twee leiders amicaal de handen schudden, amuserende onderonsjes uitwisselen aan een grote tafel, of elkaar omhelzen. Vanuit geopolitiek oogpunt is deze omhelzing eerder uit te leggen als een verlammende jiujitsu-klem: Wit-Rusland is namelijk in haar energievoorziening volledig afhankelijk van Rusland. Hulp voor energie-onafhankelijkheid komt in ieder geval niet uit het Westen: afgelopen zomer deed China (tevens frequent ouwe-jongens-krentenbrood-handenschudder van Rusland) een miljardeninvestering door een grote batterijfabriek te plaatsen.

Tijdelijke onvrijwillige bezetting

Van de 1747 kilometer Litouwse landgrens wordt slechts 720 kilometer gedeeld met een bondgenoot waar goede relaties mee zijn, zoals Polen en Letland. Ingesloten tussen Russische invloedssferen en bijbehorende militaire objecten vreest Litouwen een toekomst als Gallisch dorp, een scenario waar naast vrees een diepe afkeer voor bestaat. De overdekte balkons met schuiframen in de flatgebouwen – als je buiten wilde zijn, ging je maar lekker naar de gemeenschappelijke tuin – verraden onmiskenbaar het Sovjetverleden.

Toch ziet Litouwen zichzelf absoluut niet als voormalige satellietstaat. Liever spreekt men hier van een ‘tijdelijke onvrijwillige bezetting’, die nu achter de rug is, maar nooit meer terugkomt. Dit sentiment zit er diep ingebakken bij de Litouwers, vertelt de Duitse battlegroupcommandant Habel: ‘Al in 1995 – toen wij in Duitsland ook nog volop in de unificatie zaten na de val van de Muur – lieten Litouwse landmachtcollega’s ons al weten dat ze nooit meer zouden dienen onder de Russische beer.’ Hij herinnert zich de deserteurs die medio jaren 90 uit het Rode Leger vluchtten om zich aan te sluiten bij het nieuwe vrijwilligersleger van het recent onafhankelijk geworden Litouwen. Duitsers kunnen zich over het algemeen beter inleven in het Litouwse perspectief. ‘Het maakt nogal een verschil of je in Amsterdam of Berlijn woont,’ voegt Habel daar met een veelbetekenende blik aan toe. Hoewel de missie in Litouwen voor het bredere publiek wat ouderwets aandoet – met dikke tanks de oostgrens bewaken tegen mogelijke uithalen van de Russische beer – is de omgeving waarin het werk wordt gedaan radicaal veranderd. In zijn hoofdkwartier in de hoofdstad Vilnius vertelt landmachtcommandant Vaikšnoras over het meer onzichtbare gevecht in het informatiedomein: ‘We merken dat we tijdens oefeningen aan de grens problemen hebben met onze communicatieapparatuur, maar ook zien we duidelijke pogingen om nepnieuws te verspreiden.

DE NAVO IS DE AFGELOPEN JAREN DRUK GEWEEST MET ANTI-TERREUR EN OPBOUWMISSIES, ONDERTUSSEN HEEFT POETIN ­RUSTIG ZIJN LEGER KUNNEN REORGANISEREN

De manier waarop is duidelijk agressiever. Waar in Nederland de minister van Binnenlandse Zaken Kajsa Ollengren met veel moeite een knullig in elkaar geknutselde website met nepnieuws over MH17 kon opduikelen uit de krochten van het internet om als bewijs te dienen voor Russische nepnieuwscampagnes, zijn de voorbeelden in Litouwen niet alleen makkelijker op te lepelen, maar ook extremer. Zo werd eind september het account van een lokale mediazender gehackt om het nieuws te verspreiden dat Duitse tanks in Litouwen een Joodse begraafplaats hadden vernield. Het bericht werd voorzien van gemanipuleerde foto’s waarbij een Duitse tank vakkundig tussen de bomen was gefotoshopt. ‘Je kunt je voorstellen dat ik als Duitser een extra beetje chagrijnig wordt als dit soort berichten mij bereiken,’ aldus commandant Habel.

De Russen zijn in West-Europa nog niet zo brutaal geweest om de social media van bijvoorbeeld de NOS of Omroep West te hacken om hun nepnieuws te verspreiden, en beperken zich bij ons vooral tot het bespelen van de internet-fringes. Dit gaat bijvoorbeeld via knullige memes van social media-trollen, waarbij het motto vooral see if it sticks lijkt te zijn. Dat wil overigens niet zeggen dat alles wat via deze kanalen wordt verspreid ook feitelijk onjuist is. Gek genoeg is feitelijk juist zijn een absolute randvoorwaarde voor een succesvolle nepnieuwscampagne. Feiten dienen als camouflage. Als je namelijk grotendeels bij de feiten blijft, is het makkelijker om het publiek dat kleine – maar effectieve – deeltje manipulatie voor zoete koek te laten slikken. Het woord ‘stratcom’ (afkorting voor strategische communicatie) valt dan ook herhaaldelijk in de NAVO-wandelgangen. Sterker nog, er wordt ruiterlijk toegegeven dat de NAVO-missie van semipermanent oefenen aan de Wit-Russische grens op zichzelf al een strategische boodschap aan Rusland is. Aandacht genereren voor deze missie – door bijvoorbeeld een blik journalisten open te trekken – hoort daar net zo goed bij.

De boodschap vanuit het bondgenootschap is vooral laten zien dat artikel 5 (‘een aanval tegen één, is een aanval tegen allen’) niet alleen springlevend is, maar dat de bondgenoten ook het nodige op de mat kunnen brengen qua tanks en artillerie. ‘De NAVO is de afgelopen jaren druk bezig geweest met anti-terreur en opbouwmissies in Afghanistan, en is zich vooral gaan specialiseren in lichte infanterie. Ondertussen heeft Poetin rustig zijn leger kunnen reorganiseren, ook met nieuwe middelen,’ illustreert Vaikšnoras. ‘Het is hier zeker geen vijandelijke omgeving, alleen zijn onze buren een beetje onvoorspelbaar. De Russen zijn immers blijven geloven dat de Baltische staten in hun invloedssfeer horen en daar denken wij toch heel anders over.’

Lekker kinetisch

Invloedssferen, strategische communicatie, hybride oorlogvoering... Het zal wel. De Nederlandse militair bekwaamt zich niet in het afstruinen van sociale media om te kijken hoeveel tractie Russisch nepnieuws heeft, maar is vooral blij zich weer bezig te kunnen houden met het ouderwetse handwerk. ‘Het is lekker kinetisch,’ constateert overste Marc Veuger, de Nederlandse militaire vertegenwoordiger voor de missie, tevreden. ‘We zijn nu echt aan het vechten in plaats van alleen maar aan het praten en op sociale patrouille. Daar komen we echt een beetje van terug, want als je alleen maar gaat praten, verleer je het vechten.’

WE ZIJN ER ERG GOED IN OM DE VIJAND HET IDEE TE GEVEN DAT WE OVERAL ZITTEN DOOR OP DE GEKSTE PLEKKEN OP TE DUIKEN, GERICHTE SPELDENPRIKKEN UIT TE DELEN EN WEER TE VERDWIJNEN

Weg van kruispunten bewaken en kopjes thee met lokale krijgsheren. Terug naar het robuuste optreden van tanks en artillerie. Dit besef komt acht jaar nadat Nederland besloot de Leopardtanks niet meer nodig te hebben en weg te bezuinigen. Het duurde niet lang voordat het besef kwam dat die dingen toch wel handig zijn. Defensie hoopte namelijk in 2011 dat het verlies van twee tankbataljons opgevangen zou kunnen worden door onder meer de Apache-gevechtshelikopter. Nederlandse militairen moesten het dus in Afghanistan zonder tanks doen, en een grootschalige Taliban-aanval op de plaats Chora afslaan met artillerie die tientallen kilometers verderop in Kamp Holland stond. Niet het meest precieze wapen tijdens een gevecht binnen de bebouwde kom. Ook de ingezette Apaches kwamen met de nodige beperkingen: ze zijn minder inzetbaar met slecht weer, op lage hoogtes kwetsbaar voor draagbaar afweergeschut en kunnen ook niet voor langere tijd boven een patrouille vliegen.

Positief psychologisch effect

Ondertussen namen onze Canadese en Deense vrienden wel tanks mee naar Zuid-Afghanistan, die regelmatig werden ingezet om infanteristen te ondersteunen met vuursteun of verkenning. Hun psychologische effect moet niet onderschat worden. ‘They tend to stop shooting,’ zei een Deense officier hierover in het Bosnië van midden jaren 90. Zo kunnen een paar tanks op een dorpsplein een mate van overwicht reflecteren waardoor lokale militiebaasjes wel twee keer nadenken en mogelijk sneller bereid zijn medewerking te verlenen. ‘In Afghanistan hebben we ook moeten vechten, zeker, maar dat was kleinschalig en licht. Dat optreden is echt niet te vergelijken met zwaardere wapens en de manier waarop we hier oefenen,’ vergelijkt overste Veuger.

Het kunnen werken met zwaarder materieel geeft de militairen een prettig gevoel: ik heb graag een tank naast me. Hoewel het winnen van de hearts and minds niet helemaal is afgezworen, is met de Russische dreiging de taak van gezamenlijk verdedigen van NAVO-grondgebied weer actueel. Dit dwingt de krijgsmacht tot verbreding en zich te bekwamen in zowel het lichte als het zwaardere optreden. Toch zit er nog enige tijd tussen het besluit weer te gaan werken met tanks en er daadwerkelijk mee aan de slag kunnen. Bij de krijgsmacht staat het wegstrepen van materieel immers gelijk aan het wegstrepen van kennis. Zo moesten tot voor kort veteranen opnieuw worden ingehuurd om de jongere garde het kinetische gevecht weer bij te brengen. De Nederlandse militairen oefenen stevige scenario’s met zo zwaar mogelijke middelen. Veuger: ‘Dit verhoogt echt de kennis, want het is veel makkelijker om af te schalen dan op te schalen, want dat laatste vergt weer extra oefening. Door hier meteen op het hoogste geweldsniveau te oefenen, zijn we inzetbaar van laag tot hoog.’

Een van de extreme scenario’s die wordt geoefend is het volledige verlies van communicatie, dus moeten de militairen weer leren om te kunnen gaan met papieren kaarten. Dit betekent dus ook handmatig bijhouden wie en wat waar zit. ‘Ze moeten dan weten waar de dichtstbijzijnde commandopost is om daar een runner heen te kunnen sturen om een boodschap door te geven, maar ook om kunnen gaan met ouderwetse lijnverbindingen,’ illustreert de overste. In een digitale oorlog is kennis van analoge middelen een goede verzekering om de missie hoe dan ook te volbrengen.

Little Vilnius

Minstens zo stevig is het weer. We treffen oude bekenden aan: militairen van dezelfde Alfa 17-compagnie van de 13de brigade die vorig jaar in Duitsland werden gecertificeerd, hebben de afgelopen dagen doorgebracht in de slagregens vergezeld van stevige windstoten. ‘Ik kwam net terug van verlof en binnen een uur was ik al tot op mijn sokken doorweekt. Dat bleef ook zo, dus de afgelopen nachten hebben we amper slaap gehad,’ aldus soldaat Rik. Slaapgebrek of niet, er staat alweer een volgende opdracht op het programma: het zeker stellen van stedelijk gebied. ‘Doe wel even je oordoppen in, want de.50 is best pittig,’ waarschuwt hij.

We rijden in een colonne gecamoufleerde Mercedes-trucks voorzien van.50 mitrailleurs over de zandwegen op het oefendorp af, Little Vilnius geheten. Met strakke salvo’s wordt de oefenvijand (de echte Russen blijven immers vooralsnog netjes achter de grens) op afstand gehouden, zodat het eerste huis kan worden ingenomen. Via een open raam zwiepen de militairen soepeltjes naar binnen. ‘Naar boven! Naar boven! Hup! Hup! Hup!’ Het innemen van huizen in stedelijk gebied is een van de gevaarlijkste dingen die militairen kunnen doen. Waar bossen nog enige beschutting kunnen bieden en tegelijkertijd een zekere bewegingsvrijheid geven, is deze binnen de bebouwde kom moeilijker te voorspellen. ‘Het is lastiger. Echt een 360 graden-omgeving, maar dat maakt het wel uitdagender,’ laat pelotonscommandant Mark weten. Het controleren van de ruimtes moet niet alleen zorgvuldig, maar ook snel gebeuren. ‘Is dit de laatste ruimte? Zet effe tempo erop, jongens!’ Vanuit de ramen wordt ondertussen de vijand op afstand gehouden met kort op elkaar volgende vuursalvo’s. De vloer ligt al snel bezaaid met tientallen patronen. ‘Heb jij nog een magazijntje?’ vraagt een militair. ‘Ik heb nog maar een halfje.’ Zijn collega vult hem snel bij, want het innemen van het eerste huis was nog maar het begin. De mannen worden met een luidkeels ‘Voorwaaaaarts!’ vooruit geschreeuwd.

Oefenvijand

Onder een paraplu van.50 salvo’s rennen enkele militairen vlotjes naar het naastgelegen huis. Drie rennen vast vooruit en verdwijnen in de rook, twee blijven achter en krijgen een draagbaar antitankwapen, de Pantzerfaust, vlotjes aangereikt. ‘Denk dat deze mee moet jongens, veel plezier ermee!’ Voordat het plezier kan beginnen, moet er nog eerst beschutting worden gevonden in het volgende huis, maar dit gaat niet zonder slag of stoot. Het open raam is voorzien van prikkeldraad. Lukraak het knipschaartje erin zetten is geen optie; via een touw wordt het prikkeldraad op veilige afstand bewogen, en bingo: een rode rookbom gaat vervolgens af. Na deze controle op boobytraps kan het prikkeldraad worden verwijderd en komen de militairen in plukjes van drie man aanrennen.

WE ZEGGEN ALTIJD TEGEN DE OEFEN­ VIJAND: VERZIN MAAR WAT, EN WIJ REAGEREN ER WEL OP

Nog voor er goed en wel dekking is gevonden, komt een volgende hindernis letterlijk aanrollen: ‘Boxer van noord naar zuid, zorg dat je in dekking blijft!’ Snel maken de twee militairen hun antitankwapen gereed om te richten op de arriverende Boxer (een pantservoertuig op luchtbanden), want hoewel er voor de oefening met losse flodders wordt geschoten, is het bescheiden onderkomen waarin de militairen dekking hebben gezocht niet lang bestand tegen.50 salvo’s vanaf een vijandelijk voertuig. Nederlanders oefenen graag met verrassende scenario’s, laat compagniesergeant-majoor Yoeri weten. ‘We zeggen altijd tegen de oefenvijand: verzin maar wat, en wij reageren er wel op. In het echt weet je namelijk ook nooit wat je te wachten staat, dus we hoeven dat hier ook niet te weten.’

De afgelopen week is er vooral veel geoefend met de Noren. ‘Dat gaat lekker. Ze hebben dezelfde manier van werken als wij, en ook dezelfde mentaliteit. Dat helpt.’

Hoewel de Landmacht geoefender raakt in het zwaardere, robuustere optreden, hebben de jarenlange ervaringen met mobiel en licht optreden wel gezorgd voor een typisch Nederlands talent. ‘We zijn er erg goed in om de vijand het idee te geven dat we overal zitten door op de gekste plekken op te duiken, gerichte speldenprikken uit te delen en weer te verdwijnen,’ zegt Yoeri. Die flexibiliteit komt vooral doordat onze krijgsmacht minder hiërarchisch omgaat met informatie. Yoeri: ‘Tot op de laagste man in rang weet iedereen waar we mee bezig zijn en wat de bedoeling is. Het voordeel is dat we hierdoor bij een onverwachte hindernis niet eerst aan de lagen boven ons hoeven te vragen wat we nu moeten doen, maar zelf meteen direct kunnen zoeken naar een oplossing om er omheen te werken. We weten immers allemaal wat de bedoeling is en kunnen dus flexibel omgaan met veranderende omstandigheden.’

De beste baan ter wereld

De inzet in Litouwen zorgt ervoor dat de Nederlandse militairen kunnen oefenen zoals eigenlijk de bedoeling is. Waar tijdens exercities in Nederland en Duitsland door jarenlange bezuinigingen nog altijd moet worden beknibbeld op ondersteuning, zoals reserveonderdelen en munitie, heeft de inzet in Litouwen absolute voorrang. Het mantra vanuit Den Haag is immers dat er alles aan moet worden gedaan om tekorten bij militairen in missiegebied te voorkomen. Op wat kapotte handschoenen na, die vooral sneller slijten doordat ze volop gebruikt worden, zijn de militairen dik tevreden over de middelen die hen ter beschikking staan. Allemaal hebben ze nieuwe uniformen gekregen die niet alleen beter zitten, maar er ook een beetje fatsoenlijk uitzien. ‘We kunnen hier ook alle teams samen krijgen. Mortier, geneeskundig, genie: alles oefent tegelijkertijd in dezelfde ruimte en trekt 24 uur per dag samen op. Nu worden we echt met zijn allen tegelijk beter en door het oefenen schiet de kwaliteit in de hele breedte omhoog,’ concludeert Yoeri tevreden. ‘Op dit soort momenten heb ik de beste baan ter wereld,’ glundert hij.

Hoewel vooral in de hogere lagen mokkend wordt geconstateerd dat de NAVO-missie in Litouwen relatief onzichtbaar is, heeft de politieke en maatschappelijke stilte zo zijn voordelen. Zolang er geen politieke controverse rondom de missie hangt, kunnen de militairen in alle rust en zonder gedoe van buitenaf hun gereedheid en geoefendheid weer op orde brengen. Iets waar met name de Landmacht de afgelopen jaren flink in heeft moeten snijden. In een tijd waarin de organisatie vooral rust nodig heeft om te kunnen herstellen, is het gebrek aan politieke pikneuzen en mediamuskieten misschien wel een zegen. Bijkomend voordeel is dat de omstandigheden waarin de militairen hun geoefendheid op orde brengen, niet bepaald onaangenaam zijn. Er wordt geslapen op kazernes die de afgelopen jaren flink zijn opgeknapt: de Duitsers – de zogeheten lead nation van de missie – hebben hier 100 miljoen euro voor uitgetrokken. Badkamers zijn opnieuw betegeld, muren voorzien van likken verf en een van de drie hoofdgebouwen staat nog letterlijk in de renovatiesteigers. Daarnaast zijn er diverse fitnesszalen, een postkamer, een kerk en zelfs een kleine Biergarten met vuurkorf.

Over de slaapvoorzieningen dan ook weinig klachten. Al zou een lift wel handig zijn, constateert een militair die op de vierde verdieping vertoeft. ‘Oh, en een bad, zodat we na de koudweertraining even kunnen bijkomen,’ voegt hij er grinnikend aan toe.

De lokale middenstand mag ook niet klagen.Naast de bouwopdrachten om de kazerne op te knappen, draaien ook de lokale pizzeria’s overuren. Deze pizza’s worden sinds de Nederlandse militairen er zijn steevast voorzien van een bakje knoflooksaus. Een taxi naar de hoofdstad kost 30 euro (‘die deel je natuurlijk met vier man’) en onlangs ging zeventig man sterk naar een basketbalwedstrijd, de nationale Litouwse sport.

Ondanks de lange uitzending – zes maanden – zijn militairen niet geheel van de wereld afgesneden, wat het ook makkelijker maakt om bij thuiskomst weer te wennen. Daarnaast is Litouwen als gastland niet te vergelijken met andere uitzendgebieden zoals Afghanistan of Mali. Yoeri: ‘Dit is de eerste keer dat ik me welkom voel op uitzending in het buitenland.’ 

window._taboola = window._taboola || []; _taboola.push({ mode: 'alternating-thumbnails-a', container: 'taboola-below-article-5df2fdd1eaff4', placement: 'Below Article Thumbnails 2', target_type: 'mix' });