Neerlands Hoop: James Worthy

Nieuwe Revu portretteert de leiders van een nieuwe generatie. Zij helpen Nederland vooruit door de juiste vragen te stellen of door zelf de antwoorden te geven.
Open boek

Deze week: schrijver James Worthy (39).

Wat is je beste beslissing van de laatste twaalf maanden?

‘Dat ik weer ben gaan sporten. Kickboksen, sparren en alles. Vorig jaar woog ik 96 kilo en daar schrok ik wel van. Ik ben gek op chocomel, maar daar ben ik mee gestopt. Lang zei ik tegen mezelf: “James, maak je niet druk, je hebt een schitterende kaaklijn.” En dan was het klaar. Het sporten heeft me veel gegeven: sterkte in mijn spieren, maar ook sterkte in mijn hoofd. Meer rust, meer testosteron. Dat helpt bij het leven. Voordat ik sportte, was ik redelijk wankel. Veel prikkels, veel twijfel. Ook over het schrijven. Blijf ik relevant, groei ik wel? Al die stomme vragen die nooit meer weggaan. Ja, het sporten heeft me sterker gemaakt. Ook in het vaderschap. Ik ben niet meer zo bangig: “Pas op op de trap, kijk uit voor die tafelpunt.” Nu denk ik: stoot je hoofd en leer ervan.’

Die vervelende vragen over je schrijverschap: waarom stel je die jezelf?

‘Waarschijnlijk heb ik het ook nodig. Wanneer ik die vragen niet meer stel, ga ik denken dat ik supergoed ben. Ik ben bang dat ik dan juist stop met beter worden. Het is zelfbescherming door zelf haat.’

Want van nature vind jij jezelf supergoed?

‘In ieder geval beter dan vijf jaar terug. Dat komt ook door mijn zoontje. Dankzij hem schreeuw ik mijn meningen niet meer zo. Door hem ben ik meer gaan luisteren en kijken. Vijf jaar terug was ik de hele tijd meningen aan het melken. Ik ben heel blij dat ik dat niet meer hoef te doen. Dat was zo vermoeiend. Zoveel boze mails, “baardaap” en “deugmens”. Wat is er mis met deugen, motherfucker?’

Je was er wel heel goed in, in het hebben van pittige meningen.

‘Ja, dat wel. Toen ik 10 jaar was, begon ik te luisteren naar rapmuziek. Dat heeft mij sterk gemaakt in het stukmaken. Dus dank je wel, Tupac. Shockeren en treiteren, zuigen en sarren, tegen schenen trappen; jarenlang vond ik dat heerlijk om te doen. Ik heb vrij veel haatstukjes geschreven over Mark Rutte en Twan Huys, dat was wel heel fijn. Maar stukmaken heeft zo weinig waarde. Nu bouw ik liever.’

Waar haal je je genoegdoening als schrijver nu uit?

‘Ik geniet van het schrijven van een mooie zin, die schoon en prachtig is. Ik heb nu meer met schoonheid dan met slopen. Meer strelen dan beuken. Sinds ik mijn woede kan loslaten, schrijf ik minder boos.’

Waar komt die woede bij jou vandaan? Je lijkt me zo’n zachtaardige man.

‘Dat komt uit mijn jeugd, denk ik. Door het stotteren. Dat begon toen ik drie was. Daardoor had ik nooit het gevoel dat ik werd gehoord. Die frustraties van het stotteren ben ik nooit kwijtgeraakt. Het schrijverschap gaf me een podium. “Dit is mijn stem, hoor mij.” Dankzij het stotteren zit ik nu hier. Dus thank you, handicap.’

Dat ben ik nu wel echt helemaal kwijt, het stoere schrijvertje zijn. Want dat verhulde wie ik echt was

Met je column in Het Parool treed je zo langzamerhand in de voetsporen van je grote voorbeeld Simon Carmiggelt als de stadschroniqueur van Amsterdam.

‘Ik probeer kleine liefdesbriefjes naar de stad te schrijven. “Hier stad, je mag er zijn.” Zoveel mensen zijn aan het klagen dat Amsterdam te druk, te duur en te vies is. Misschien hebben ze een heel klein puntje, want ja, het is hier pleurisduur. Maar daar moet ik niet te lang bij stilstaan, die waanzin.’

In je stukjes zit veel bewondering en liefde voor het kleine, alsof je een mooie, naïeve roze bril ophebt.

‘Wanneer ik schrijf, gaat die bril meteen op. Het is mijn doel om de schoonheid te blijven zien. Vaak is die schoonheid piepklein. Daarom zet ik die bril op. De wereld is keihard en schrijven is mijn schuilkelder.’

Waarom wilde je je nieuwe roman In de Buik van de Wolf schrijven?

‘Ik werd er schijtziek van dat de man steeds zijn mannelijkheid moet laten zien. Waarom roept mijn vrouw mij erbij als ze in de badkamer een spin ziet? Waarom mag ik ook niet bang zijn voor die spin? Daar stoor ik me aan, de last van steeds maar een man te moeten zijn. “Drink eens wat sneller.” Zo’n frustrerende shit vind ik dat. De zachte man, de lafbekken worden niet gehoord. Ik ben een schijterd. Ik ben bang voor hoogtes, snelle auto’s. En dat vind ik ook wel fijn. Want ik kom nooit in situaties terecht die mijn leven kunnen schaden. Terwijl ik vroeger juist schreef om dat gevaar op te zoeken. Toen was ik echt het mannetje, met veel stoerheid en sekslust. Dat ben ik nu wel echt helemaal kwijt, het stoere schrijvertje zijn. Want dat verhulde wie ik echt was.’

Waarom durf je dat nu wel te laten zien?

‘Het werd langzaamaan een trucje. En ik vind schrijven veel te waardevol om het een trucje te laten worden. Dit is mijn eerste roman waarin ik zoveel van mezelf durf te laten zien. Stel je voor dat ik er niet meer ben, dan leest mijn zoon wel wie zijn vader was. Dat is een heel rustgevende gedachte. Ik heb nu echt veel meer schijt aan hoe mensen mij zien.’

Hoeveel heb je nog in je mars?

‘Sowieso nog vijf boeken en twintigduizend columns. Mijn honger naar de pen is heel groot. Ik stop niet. Ik schrijf door tot ik sterf, dat hoop ik tenminste wel. Schrijven houdt mij... normaal, dat klinkt een beetje dramatisch. Het houdt me menselijk. Wanneer ik schrijf, heb ik niets te maken met de wereld. Maar dan zie ik het mooie van de wereld wel het duidelijkst.’

CV

Revu

James heeft in 2012 een aantal coververhalen geschreven voor Nieuwe Revu. ‘Over tien dagen zonder mobieltje, twintig speeddates, met seks erbij en zo.’ Ook was hij columnist van dit blad.

Parool

Drie keer in de week schrijft James een column voor Het Parool. Zijn beste columns zijn gebundeld in Mottenballen voor de Ziel (2016).

Romans

Na James Worthy (2011) en Zwarte Sylvester (2012) is nu zijn derde roman verschenen: In de Buik van de Wolf.

window._taboola = window._taboola || []; _taboola.push({ mode: 'alternating-thumbnails-a', container: 'taboola-below-article-5df39aad9fe95', placement: 'Below Article Thumbnails 2', target_type: 'mix' });