Premium

De man die zijn eigen huis niet checkte

In het beklaagdenbankje uw wekelijkse portie winkeldiefstal, huiselijk geweld en openbare dronkenschap.

Illustratie verdachte

Deze week meneer C., die zijn eigen huis onderverhuurde en daar opeenseen flink aantal wietplanten aantrof.

Het is laat in de ochtend als de 21-jarige meneer C. de rechtbank binnen schuifelt, gevolgd door zijn raadsman, die zichzelf meteen al begint te verontschuldigen over het feit dat hij op het allerlaatste moment is ingevlogen in deze zaak. C. zelf is inmiddels een beetje wezenloos in het beklaagdenbankje gaan zitten, als een weinig gemotiveerde middelbareschoolleerling op een ouderavond: hij wéét eigenlijk allang dat hij nat gaat, beteuterd lijkt hij de zaak als een formaliteit te accepteren.

C. wordt ervan verdacht dat hij een hennepkwekerij had gehad in zijn eigen woning, of in elk geval anderen had geholpen door zijn woning af te staan aan mensen die graag eens een hennepkwekerij wilden opzetten. In de zaal zit ook netbeheerder Enexis, in de vorm van een mevrouw met een hele zwik papieren onder haar arm. C. staat namelijk óók terecht voor het illegaal aftappen van stroom voor het bijlichten van zijn 180 wietplanten.

Toen ben ik toch maar eens gaan ­kijken. Stonden er ineens allemaal wietplanten in de kamer

Eerder een kennis

‘Goh,’ valt de rechter na de formaliteiten dan toch maar met de deur in huis. ‘Hoe ging dat dan?’

C. schudt zijn hoofd. ‘Daar heb ik niets over te vertellen. Ik huurde die woning, maar kon de huur niet meer opbrengen. Toch wilde ik er wel blijven wonen. Dus, zodra ik het geld weer had, zou ik de nieuwe huurder er weer uit halen, om er zelf weer in te gaan wonen.’

‘En,’ vraagt de rechter, met weinig geloof in een toereikend antwoord, ‘door wie werd u dan benaderd?’

‘Dat kan ik nu niet zeggen.’

De rechter knikt begripvol haar hoofd. ‘Maar goed, u heeft dat huis dus onderverhuurd.’

‘Ja,’ knikt C. met een zo sip mogelijk gezicht.

‘En u had geen ID, geen contract, geen overboekingen, niets. Kwam u daar weleens?’

Weer gaat C.’s antwoord vooraf door een meewarig hoofdschudden. ‘Nee,’ mompelt hij, terwijl hij zijn schouders een beetje laat hangen. ‘Ja soms, voor de post. De laatste keer was er een brief van de politie. Toen ben ik toch maar eens gaan kijken. Stonden er ineens allemaal wietplanten in de kamer.’ De rechter zucht een keer en neemt een slokje water. Ze kijkt meneer C. eens diep in zijn ogen, maar daarachter lijkt weinig te gebeuren. ‘U zei dat uw huur 430 euro bedroeg? En u kreeg contant betaald, toch?’

‘Ja.’

‘Hoeveel?’

‘Vijfhonderd.’

‘Oké, en dat dekte dan de bedragen die u daar moest betalen.’

Het gesprek kabbelt een klein beetje voort. Meneer C. blijft maar, schokschouderend, zeggen dat hij zelf niet in zijn huis geweest was, en dat de planten niet van hem waren. Ook als ter sprake komt dat de apparatuur allemaal zeer onprofessioneel en amateuristisch opgehangen zou zijn, en dat het eigenlijk nog een wonder is dat het hele huis niet in één grote mellow vlammenzee opgegaan is.

‘Had u een idee dat er iets niet helemaal in de haak was, meneer?’

Weer schudt C. jammerlijk zijn hoofd en haalt zijn schouders op. Dat dit nou toch allemaal juist hem moet overkomen, lijkt hij te verzuchten.

‘U wilt de naam van uw huurder niet zeggen, toch?’

‘Nee.’

‘Waarom niet?’

‘Ik ga dan problemen krijgen.’

‘Oh? Is hij een vriend?’

‘Nou,’ wil C. toch wel even nuanceren, ‘niet echt een vriend-vriend, hoor. Eerder een kennis.’

De rechter knikt. Dat begrijpt ze wel.

Ja, maar

Dan is het woord aan de mevrouw van Enexis, die voor 2700 euro aan afgetapte stroom vordert van de beklaagde. Meneer C. moppert op zijn beurt dat daar al lang een betalingsregeling voor was, en dat hij toch al snel 100 euro betaald had, maar daar wil de mevrouw van Enexis niets van weten: ze geeft aan dat er nog geen cent betaald is, en dat er ook helemaal nergens een overeenkomst is getekend.

‘Ja maar, ja maar,’ gooit C. het dan maar over een andere boeg. ‘Ik wist er helemaal niets van, dat ik moest betalen!’

‘We hebben met u gebeld en met u gemaild, meneer,’ vult de mevrouw van Enexis zichzelf toch voor de zekerheid maar even aan. ‘Dat wist u dus wel.’

‘Oh,’ mompelt C. met een lang gezicht.

Dan is het woord aan de officier van justitie.

‘Goed,’ begint hij zijn betoog enthousiast. ‘Het gaat dus eigenlijk om de vraag of meneer C. zelf hennep heeft gekweekt of dat hij zijn huis beschikbaar heeft gesteld. Maar laten we wel wezen: er zijn geen namen, er is geen huurovereenkomst, we hebben het over contante betalingen; ja, dan kunnen we eigenlijk weinig anders doen dan meneer C. zelf aansprakelijk te stellen.’ De officier legt uit dat er voor honderd à tweehonderd planten ongeveer een werkstraf staat van 120 uur. Daarnaast eist de officier twee weken gevangenisstraf en een schadevergoeding voor de stroom.

‘Nu ja,’ stamelt de advocaat van C. ‘Ja, god, ja, ik snap het wel: mijn cliënt noemt man en paard niet.’

Maar toch wil de raadsman wel een poging tot verdediging wagen. Hij oreert over hoe de politie binnengekomen is, nadat een buurtbewoner had gebeld dat de deur openstond. Dat, peinst de raadsman, dat doe je niet, in je eigen woning. En helemaal niet als je een eigen kwekerij hebt. ‘Ik geloof wel dat het zo is dat de woning was onderverhuurd, en dat de nieuwe huurder met de noorderzon vertrokken is,’ mompelt hij, waarna hij zich hardop afvraagt wie er nou echt verantwoordelijk is voor deze ellende. En of dat écht wel meneer C. is.

De rechter knikt en geeft het laatste woord aan de beklaagde.

‘Nee ja, ik ben het eigenlijk wel met hem eens,’ mompelt C. zachtjes, terwijl hij half naar zijn advocaat wijst.

De rechter toch niet helemaal, blijkt een paar minuten later. Omdat het verhaal op geen enkele manier te checken valt, is C. verantwoordelijk. Hij krijgt een taakstraf van 120 uur, een voorwaardelijke gevangenisstraf van een maand en hij moet 2732,84 euro betalen voor de gestolen stroom.

C. knikt en schuifelt beteuterd de rechtbank weer uit. 

Premium
Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.

Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?

Abonneer nu en profiteer!

Probeer direct
Misdaad
  • Jeroen de Leijer