De man die een auto naar Litouwen wilde rijden

In het beklaagdenbankje uw wekelijkse portie winkeldiefstal, huiselijk geweld en openbare dronkenschap. Deze week twee mannen die werden betrapt met een gestolen Lexus.
Illustratie beklaagdenbankje

Het is drukker dan normaal vandaag in het beklaagdenbankje. De 55-jarige Litouwse meneer S. schuift als eerste aan, gevolgd door zijn tolk. S. ziet er een beetje verfomfaaid uit. Als een Bergeijkse tweedehandsautohandelaar. De tweede verdachte, de 28-jarige meneer Z., ziet er vriendelijker uit. Netter, misschien zelfs wel. Als een jonge, nog bevlogen docent Frans. Maar ze zitten niet in Bergeijk of achter hun lessenaar: ze zitten hier, in het beklaagdenbankje. Ook naast meneer Z. komt een tolk zitten. Meneer V., de derde spil in deze rechtszaak, laat vandaag de boel de boel, en is de jammerlijke afwezige in deze zitting.

Als iedereen zit, en ook de publieksbanken langzaam maar zeker een beetje voller zijn gestroomd, is het dan toch echt tijd voor de zaak. Het woord is aan de officier van justitie, die al meteen zijn linkerwijsvinger heft terwijl hij zijn zaak uiteenzet.

Wat blijkt: de heren worden ervan verdacht dat ze een gestolen Lexus IS 300h voorhanden hebben gehad, ergens in de buurt van Veghel. De auto zou eerder ’s nachts gestolen zijn, maar later door de politie teruggevonden zijn, ergens op een donkere verstopplek. Om de dieven te vinden heeft de politie een baken onder de auto geplaatst, zodat ze in actie kunnen komen zodra de Lexus weer in beweging kwam.

Toen het ding eindelijk weer ging rijden en de politie de auto aantrof, werden V., Z. en S. in de kraag gegrepen terwijl ze de Lexus op een oprijwagen aan het rijden waren. Meneer S. zat in de oprijwagen, meneer Z. achter het stuur, en meneer V. – nou ja, die stond ernaast met zijn handen in zijn zakken. In de auto lagen kentekenbewijzen van een andere auto en twee sleutels van nog een andere auto.

Wilde alleen maar helpen

De rechter neemt een slokje water en begint met meneer Z., die haast onderdanig zijn schouders en zijn voorhoofd laat hangen. ‘Meneer Z., klopt het dat u meneer V. kende?’

Z. haalt zijn schouders op. ‘Beetje,’ mompelt hij. Zijn tolk probeert hem in zo verstaanbaar mogelijk Nederlands te vertalen, maar het is amper te ontcijferen wat ze probeert te zeggen. Ze legt klemtonen op rare plaatsen en ook haar stemhoogte zwabbert alle kanten op. De rechter priemt haar ogen om zich zo goed mogelijk te focussen op wat de tolk überhaupt aan het vertellen is.

‘Een paar Polen wilden die auto naar Litouwen laten vervoeren, maar ze spraken helemaal geen Litouws, dus ben ik erbij gevraagd om mee te rijden. Ik hielp die Poolse mensen gewoon een beetje mee, snapt u?’

‘Maar,’ protesteert de rechter, ‘meneer V. was toch degene die zou gaan rijden?’

‘Ja.’

‘Maar waarom meneer V. dan en niet die Poolse mensen? Dat is toch gek?’

Meneer Z. begint driftig met zijn hoofd te schudden. Er volgt een heel verhaal over het feit dat hij slachtoffer was van de twee Polen die hij in het café ontmoet had, maar van wie hij de namen niet kende. Hij wilde, nog een keer, echt alleen maar helpen.

‘Maar,’ vraagt de rechter toch maar even voor de zekerheid, ‘als er geen bijbehorende sleutels bij de auto waren, hoe bent u dan ingestapt?’

Even valt meneer Z. stil alsof hij de vraag niet heeft begrepen. De rechter kijkt hem afwachtend aan. ‘Euhm,’ probeert Z. dan maar, ‘gewoon, door de deur.’ ‘Oké.’

‘Maar als er geen autosleu­ tels waren, hoe bent u dan ingestapt?’‘Gewoon door de deur’

Heroïne

Dan is meneer S. aan de beurt, die het vooral allemaal heel erg vervelend vindt. Hij blijkt een bedrijf te hebben waarmee hij auto’s naar Litouwen vervoert, voor kopers in Oost-Europa. Hij zou een tijdje geleden een advertentie op internet gezet hebben, waarin hij zijn diensten aanbood en daar had meneer Z. op gereageerd.

Een beetje beteuterd voegt hij eraan toe dat zijn vrouw erg veel stress heeft gehad door de hele situatie.

De rechter blijft kritisch richting de balende autosleper. ‘Maar u stond de auto gewoon ergens op straat op te laden. Is dat gebruikelijk? Dat is toch raar?’

S. schudt zijn hoofd, zucht een keer en laat zijn schouders nog maar wat verder zakken.

‘Dat kan per geval verschillen. Op dit gebied is veel mogelijk.’

‘En controleert u eerst altijd de papieren? Want die klopten niet met de papieren van de auto die op de oprijwagen stond.’

‘Normaal wel, maar nu had ik ze half gezien. Ik vroeg het wel, of ik ze mocht bekijken, maar ze kwamen te snel voorbij en werden op de bijrijdersstoel gegooid.’

Druilerig gezicht

Dat wil er niet helemaal in bij de rechter. Ze vraagt meneer S. hoe hij normaliter probeert te voorkomen dat hij gestolen auto’s overneemt. Weer haalt hij met een druilerig gezicht zijn schouders op. ‘Ik had het echt wel gecheckt hoor, uiteindelijk. Maar de politie was er zo snelbij – ik had gewoon de kans niet.’

Voor de zekerheid zegt hij nog maar eens dat zijn vrouw door deze hele zaak erg veel stress heeft gehad. Meneer Z. daarentegen, heeft grotere problemen dan een gestreste vrouw: na enig doorvragen door de officier blijkt hij schulden te hebben, verslaafd aan heroïne te zijn en naast een dochter van vijftien in Litouwen tevens onbehandelde hepatitis te hebben. ‘Ja,’ sipt hij, ‘het zit me allemaal niet mee. Maar als ik vrijkom, ga ik in elk geval direct terug naar Litouwen.’

‘En u?’ vraagt de officier aan meneer S. ‘Wat heeft u geleerd?’

‘Een les voor het leven. Ik laat geen enkel voertuig meer op mijn wagen toe zonder controle.’

De balende autohandelaar wordt vrijgesproken. Meneer Z. krijgt negentig dagen gevangenschap, aangevuld met dertig dagen voorwaardelijk. Minus zijn voorarrest betekent dat dat Z. net iets te lang heeft vastgezeten en vrij is om terug naar Litouwen te rijden. In de hoop dat dat hem goed zal doen.

Laatste nieuws