Neerlands Hoop: Arwin Bos

Nieuwe Revu portretteert de leiders van een nieuwe generatie. Zij helpen Nederland vooruit door de juiste vragen te stellen of door zelf de antwoorden te geven. Deze week: aard­appelboer Arwin Bos (35).
Arwin Bos

Wat is je beste beslissing van de laatste twaalf maanden?

‘Als boerenbedrijf ben je uiteraard afhankelijk van het weer. Wat dat betreft hebben we een spannend najaar achter de rug, met vooral een hele hoop regen. Normaal gesproken heb je drie of vier weken om je aardappels te oogsten. Maar afgelopen jaar konden we vanwege alle nattigheid wekenlang niet het land op. En dan kom je op allerlei manieren in de knel. Half oktober hadden we nog steeds niks kunnen rooien. Toen deed zich de kans voor om een nieuwe, moderne rooimachine te kopen. Binnen een uurtje moest ik beslissen of ik bereid was daar een fors bedrag aan uit te geven. Ik ben blij dat ik het heb gedaan, want het heeft me volledig gered. Dankzij die machine hebben we binnen een week alsnog de hele oogst binnen weten te halen. We werkten twintig uur per dag – eerst op adrenaline en de laatste twee dagen op ons tandvlees. Een paar uur voordat we de laatste aardappel uit de grond hadden, begon het weer te regenen. Zonder die nieuwe machine hadden we dat never nooit gehaald.’

Hoe ingrijpend heeft de opwarming van de aarde je beroep veranderd?

‘Weersextremen zijn van alle tijden, daar hadden mijn vader en opa net zo goed last van. Maar we hebben wel allemaal sterk de indruk dat die extremen vaker voorkomen. Ik zit sinds 2013 in het bedrijf, en eigenlijk had ik alleen het eerste jaar een vlekkeloze teelt, dat het qua weer precies ging zoals je hoopt en verwacht. Daarna had ik drie jaar achter elkaar aardappels die onder water stonden. De afgelopen jaren was het historisch heet en droog in de zomer en nat in de herfst. Dat betekent ook dat het risicoprofiel van je bedrijf verandert. Dat proberen we te verzekeren, maar dat zijn vrij dure verzekeringen. Daarnaast investeren we volop om ons weerbaarder te maken tegen het grillige klimaat. Dan moet je denken aan drainage en greppels om water af te voeren, maar ook beregeningsinstallaties die we vroeger niet echt nodig hadden.’

We werkten twintig uur per dag – eerst op adrenaline en de laatste dagen op ons tandvlees

Je overgrootvader, opa en vader waren allemaal aardappeltelers. En dus besloot jij advocaat te worden. Johan Cruijff zou hebben gezegd: da’s logisch.

‘Als boerenzoon kun je het natuurlijk niet maken om een bijbaantje als vakkenvuller te nemen, dus als kleuter ging ik al mee op de trekker en op mijn achtste begon ik hand- en spandiensten te verrichten. Waarom ik toch voor een rechtenstudie heb gekozen, was omdat het perspectief voor de akkerbouw destijds, eind jaren 90, heel slecht was. Er viel toen geen droog brood in te verdienen. Maar de belangrijkste reden was dat ik me bewust breed wilde ontwikkelen, voor het geval ik er op mijn 45ste achter zou komen dat de landbouw toch niks voor mij was.’

Waarom ben je dan alsnog gezwicht voor de aardappels?

‘Na mijn studie rechten kreeg ik een aantrekkelijke baan bij een advocatenkantoor op de Zuidas in Amsterdam. Daar heb ik advocatuur op het hoogste niveau gedaan en heb ik ontzettend veel geleerd. Maar uiteindelijk heb ik de balans opgemaakt en wist ik dat ik dit niet nog veertig of vijftig jaar wilde doen. Ik wilde veel liever gaan ondernemen. Toen ben ik in het familiebedrijf gestapt.’

Hoe zag het bedrijf eruit toen je in 2013 begon en wat heb je er sindsdien van gemaakt?

‘Mijn vader was heel goed in de teelt, kort gezegd in hoeveel kilo’s je per hectare produceert. Maar de commerciële kant was minder ontwikkeld. De aardappels gingen elk jaar naar dezelfde frietfabrieken. Die tak had hij de laastste jaren bovendien afgebouwd omdat de verdiensten onder druk stonden. Toen ik in het bedrijf stapte, teelde hij vooral nog suikerbieten en tarwe. Sindsdien hebben wij dit honderd jaar oude familiebedrijf helemaal omgedraaid. We telen geen frietaardappels meer voor de industrie, maar leveren rechtstreeks aan de eindgebruiker. Dat zijn supermarkten, maar ook hamburgerketens, restaurants en frietzaken. Wekelijks sorteren en verpakken we aardappels en gaan we met eigen busjes op pad om ze te bezorgen. We zijn met drie hectare begonnen, nu zitten we rond de veertig. De grootste uitdaging daarbij is zorgen dat je met maar één oogstmoment in de herfst toch het jaar rond dezelfde kwaliteit kunt leveren. Want je wilt niet met de helft blijven zitten, het liefst verkoop je je laatste aardappel in de laatste week voor de nieuwe oogst. Ik heb twee maanden terug al moeten beslissen wat ik in april aan plantgoed in de grond stop. Dat oogst ik in september/oktober en daar moet ik het dan vervolgens de rest van 2020 en de eerste helft van 2021 mee doen. Vertel jij me maar hoeveel aardappels ik in juli 2021 nodig heb... Dat inschatten is echt een uitdaging.’

Wat heb je in de advocatuur geleerd dat je in je boerenbedrijf kunt toepassen?

‘Vooral om strategisch te denken: wat is je positie, waar wil je naartoe en hoe kun je daar het beste komen? Ik denk dat dat ontzettend waardevol is geweest. Daarnaast leer je in de advocatuur een bepaalde professionaliteit – in het zakendoen en het omgaan met overheidsinstanties, klanten en leveranciers – die je als boer enorm verder helpt. Ik denk dat een hoop boeren problemen hebben om de juiste zakelijke toon te vinden. De wereld professionaliseert steeds verder, er komt heel veel op je af. Dat terwijl de meeste boeren eenpitters zijn die alles zelf moeten doen, van techniek en teelt tot de commerciële, juridische en fiscale kant. Dat valt niet mee, je moet als boer echt een duizendpoot zijn.’

Wat is je toekomstdroom?

‘Ik hoef niet rijk te worden, maar anderzijds wil ik niet wakker liggen of ik de rekeningen wel of niet kan betalen. Ik hoef ook niet de grootste te zijn, maar ik wil wel de beste frietaardappel van Nederland telen. Zonder arrogant over te willen komen: ik ben al een heel eind op weg, maar die laatste 10 procent zijn het moeilijkst.’

In den beginne

Erwins overgrootvader begint in 1914 een boerderij in Nieuw-Vennep, die achtereenvervolgens wordt overgenomen door Arwins opa en vader.

Zuidas

Aanvankelijk kiest Arwin zelf voor de advocatuur, met een mooie baan bij een groot kantoor op de Zuidas in Amsterdam.

Aardappelboer

Toch zwicht ook Arwin voor het boerenleven. Hij vormt het familiebedrijf om tot De Aardappelboer. Zijn ambitie: de beste frietaardappel van Nederland telen.

Laatste nieuws