Premium

‘Dit is verdomme niet wat ik wilde’

Donderdag 22 augustus 2013. Ronald V. zit met collega’s op het terras van een Grieks restaurant in Heerlen, als de telefoon gaat.
Ronald V.

De politieagent is lid van een aanhoudingseenheid en is met spoed nodig om de verdachte van een reeks ramkraken aan te houden. Op de parkeerplaats van een coffeeshop komt het tot een confrontatie. ‘Politie! Politie! Staan blijven! Je bent aangehouden! Doe wat ik zeg, of er wordt geweld gebruikt!’

Als we vlakbij het Hoorndal in Meerssen zijn, horen we Martin over de portofoon: ‘Sven Driessen is weggereden uit de wijk waar het Hoorndal ligt. Er zit inmiddels een tweede persoon in de auto. Het observatieteam (OT) heeft niet gezien of Driessen een woning is binnen geweest of waar die bijrijder vandaan komt. Ze rijden met hoge snelheid op de A79 richting Heerlen. Wij gaan ook die kant op.

Zo, een heel verhaal. Voor mij is het duidelijk dat de collega van het OT hier een zware dobber aan heeft. Misschien zitten ze met z’n tweeën in de auto of rijdt er nog een andere wagen bij voor de afwisseling, om minder op te vallen. Ik heb geen idee. Ik vind het knap hoe er gewerkt wordt. Probeer zo’n crimineel maar eens voor langere tijd te volgen, met die snelheden, met al die verschillende wendingen en dan niet stuk te gaan.

‘De zwarte Volkswagen Golf heeft zojuist de afslag bij het ziekenhuis in Heerlen genomen. Via de Welterlaan rijdt hij richting de Heerlerbaan. Nog altijd met hoge snelheid!’

De berichten komen nu sneller en worden korter. Het OT zit vlak achter de Golf, ondanks die snelheid. Aan alles merk ik dat we de finale naderen. Driessen lijkt echt op een doel af te gaan, hoewel we niet weten welk doel. Nog niet. Zonder dat we het met elkaar afspreken, gaan we alle vier rechtop zitten. De adrenaline was al voelbaar aanwezig, maar het gehalte stijgt nu snel. Onbewust en automatisch check ik wat laatste dingetjes. Heb ik mijn autogordel al los, zodat ik meteen de auto uit kan wanneer dit nodig is? Ik kijk of mijn veters nog vastzitten, voel of de patroonhouder stevig in het pistool zit.

VOOR MIJN EIGEN VEILIGHEID EN DIE VAN MIJN COLLEGA’S, ZIE IK GEEN ANDERE UITWEG MEER DAN OP DE BESTUURDER TE SCHIETEN. IK WIL HET NIET, MAAR DE SITUATIE DWINGT MIJ ERTOE

Driessen draait de Heerlerbaan op en rijdt richting Kerkrade, de kant op van het stadion van Roda JC. Het OT vraagt heel concreet hoe ver we van de Heerlerbaan af zijn. Dat is ongeveer twee minuten. Wij zitten op de Welterlaan en draaien snel de Heerlerbaan op. Ik voel ongeduld. Die Heerlerbaan is best druk op een donderdagavond, kort na 21.00 uur en met dit zachte weer. Heel hard rijden zit er niet in, dat is niet verantwoord.

Bijrijder aanhouden

‘Het OT ziet Driessen de parkeerplaats van coffeeshop The Brothers op rijden.’

Aha, denk ik, dat is dus waar hij heen wil. Benieuwd wat Willem gaat zeggen. Gaan we hem binnen aanhouden of wachten we tot hij weer naar buiten komt? Ik zie dat we er bijna zijn. Nog een paar honderd meter. Ik ben er klaar voor om die gasten te gaan aanhouden en ik voel me opgelucht dat er geen gewonden zijn gevallen tijdens deze dollemansrit.

‘Driessen is naar buiten gekomen en stapt de zwarte Golf weer in.’

Oké, dat wordt dus buiten aanhouden. Het OT heeft op dit moment zicht op het parkeerterrein en op Driessen. Er vindt koortsachtig overleg plaats tussen het OT en Willem. Dit is het moment waarop het moet gaan gebeuren. Het zal niet lang duren voordat Driessen en zijn bijrijder weer vertrekken, dus we moeten nú tot actie overgaan.

Willem vraagt aan de collega van het OT of hij de Golf kan blokkeren en hoeveel uitgangen de parkeerplaats heeft. Ik weet dat die parkeerplaats maar één ingang heeft, die tevens uitgang is. Het OT bevestigt dat hij de Golf kan blokkeren. Door onze voorruit zie ik in de verte de onopvallende auto van het OT de Heerlerbaan oversteken. Hij rijdt de parkeerplaats op en stopt pal achter de zwarte Golf die aan de linkerkant geparkeerd staat, bijna haaks met de neus van de auto naar de muur toe. Een paar seconden later draaien wij ook de parkeerplaats op. Alles wat we tijdens de rijles leerden: ‘binnenspiegel-buitenspiegel-over-de schouder-richting-aangeven’, wordt tijdelijk losgelaten. Er moet nu gehandeld worden. Hoe groter het verrassingseffect, des te sneller we die lui overmeesteren.

De auto van het OT rijdt verder de parkeerplaats op, een beetje uit zicht. De OT’ers bemoeien zich niet met de aanhoudingen, tenzij de nood aan de man komt. Daarna gaat het snel. Martin en Willem stoppen achter de auto van het OT die vervolgens doorrijdt, verder de parkeerplaats op.

Edwin, de chauffeur van onze auto, passeert de auto van Martin en Willem aan de rechterkant en zet onze auto pal achter de zwarte Golf. Hier is weer ruimte omdat de OT-auto weg is. Aangezien wij degenen zijn die de aanhouding gaan verrichten, is dit een logische manoeuvre van Edwin. Martin en Willem zetten hun auto zodanig dat ze de uitgang blokkeren en wegrijden niet langer mogelijk is. Ik ben gefocust op het aanhouden van de bijrijder.

Maak die deur open!

Ik kijk tussen Edwin en Peter door naar de zwarte Golf en de chauffeur en de bijrijder. Op dat moment zie ik dat Driessen opkijkt en via zijn achteruitkijkspiegel probeert te zien wat er achter hem gebeurt. Als hij ons ziet, lijkt het mij alsof hij zo snel mogelijk zijn auto wil starten om weg te komen. ‘Snel, hij heeft ons gezien! Eruit!’ roep ik.

Onze auto staat nog niet stil of ik gooi mijn portier al open. Ook Ingmar heeft zijn deur al open. Ik sprint naar voren en loop om het rechter voorportier heen dat door Peter is opengegooid. Ik passeer Peter die direct achter mij aankomt, ren naar de zwarte Golf en wil uitkomen bij de bijrijder. In een flits zie ik Ingmar aan de andere kant van de Golf. ‘Die richt zich op Driessen,’ flitst het door me heen. Ook zie ik dat Driessen ons via zijn achteruitkijkspiegel in de gaten houdt. Als ik bijna de deur van de bijrijder kan opentrekken, rijdt de Golf naar voren en draait naar rechts. Verdomme, hoe kan dat nu? Kennelijk stond de auto wel bijna haaks op de muur geparkeerd, maar toch nog net schuin genoeg en ver genoeg van de muur af om deze onverwachte beweging in te zetten.

‘Politie! Politie! Staan blijven!’ roep ik, zo hard ik kan. ‘Je bent aangehouden! Doe wat ik zeg, of er wordt geweld gebruikt!’ Ik blijf roepen naar de beide figuren in die auto. Ik hoor de anderen ook dergelijke kreten eruit gooien. Het motorgeluid zwelt loeiend aan. De Golf wil weg, dat is duidelijk, maar hoe? Terwijl de auto naar rechts draait, grijp ik het handvat van het portier en probeer dat te openen. Shit, het lukt niet. De deur zit op slot. Ik blijf roepen:

‘Politie! Stop die auto, maak die deur open!’

Waarom stopt Driessen nou niet gewoon? De bijrijder herken ik niet. Geen twijfel mogelijk dat zij weten dat we van de politie zijn. Het roepen, onze politiejacks, stop toch gewoon, man! Je kunt hier onmogelijk weg. Ook Peter en Ingmar krijgen de deuren niet open. Driessen wil via de uitgang weg, maar de draaicirkel van de Golf is te groot om de ruk naar rechts in één keer te maken. Met mijn hand sla ik hard op de ruit en roep van alles. De bijrijder kijkt me recht in mijn ogen. Hij heeft een lege blik. Onverschillig, alsof hij niets te verliezen heeft, maar ook alsof hij geen invloed heeft op alles wat Driessen doet. Hij staat waarschijnlijk stijf van de drugs. Dat maakt me nóg alerter. Deze mannen willen weg en ze hebben daar alles voor over. Desnoods rijden ze over ons heen, als ze maar weg kunnen. Ik hoor de Golf toeren maken. Het hoge geluid klinkt dreigend. Als de auto met dit toerental de ruimte krijgt, gaan er slachtoffers vallen. Daarvan ben ik overtuigd. Deze mannen deinzen nergens voor terug.

Ik scan snel de omgeving. Peter staat nog steeds achter mij, Edwin pal achter Peter. Met ons drieën staan we rechts van de Golf. Ingmar staat aan de andere kant, die is met het wegdraaien naar rechts, naast de Golf mee blijven rennen. Willem en Martin staan iets verder terug. Hoe gaat dit in hemelsnaam eindigen?

DE BIJRIJDER KIJKT ME RECHT IN MIJN OGEN. HIJ HEEFT EEN LEGE BLIK. ONVERSCHILLIG, ­ALSOF HIJ NIETS TE VERLIEZEN HEEFT. HIJ STAAT WAARSCHIJNLIJK STIJF VAN DE DRUGS

Complete chaos

Ik heb inmiddels mijn vuurwapen gepakt en sla met de kolf op de ruit. Als ik de ruit kapot krijg, heb ik de deur zó open. Dan grijp ik de sleutels uit het contact en kunnen we die gasten aanhouden. Maar hoe ik ook met mijn pistool op de ruit sla, hij gaat niet kapot. Nog altijd doet Driessen in de Golf pogingen weg te komen.

Het is complete chaos. Collega’s roepen keihard naar de twee inzittenden, maar zijn er intussen ook op bedacht om niet overreden te worden. Het hoge toerental en het motorgeluid klinken angstaanjagend. De ingetreden schemering, de oranje straatverlichting en de locatie: een parkeerplaats van een coffeeshop, het is behoorlijk sinister allemaal.

Doordat zijn draaicirkel te groot is, dreigt de Golf zichzelf vast te zetten tegen de gevel en de geparkeerde auto’s aan de andere kant van de parkeerplaats. Hij moet wel stoppen. De Golf staat nu evenwijdig aan de Heerlerbaan. Is dit dan het moment? Nog altijd krijgen we de deuren niet open. Het zal toch niet? Jawel hoor, het toerental gaat weer stijgen. Driessen wil achteruit en geeft vol gas. De wielen spinnen, de banden piepen. Ik voel grindsteentjes tegen mijn benen schieten. Er staat gelukkig niemand van ons achter de auto.

Ronald V. met zijn gezin.

De auto komt niet van z’n plek, maar Driessen blijft vol gas geven. Er komt flinke rook van de banden af en ik vrees het moment dat de banden grip krijgen op de tegels. En dan, plotseling, is die grip er en de Golf schiet onbesuisd achteruit. De achterkant draait iets naar links, duidelijk met de bedoeling om daarna vol gas vooruit de parkeerplaats af te stuiven, de Heerlerbaan op. Maar dat kan toch niet?

Ik zie daar Willem en Martin staan, hun auto blokkeert de uitgang. De situatie wordt met de seconde onheilspellender. Ik sta nu van alle collega’s het dichtst bij de Golf, rechtsvoor. Ik schrik me rot, omdat hij nu de kans heeft om mij overhoop te rijden. Ik voel dat hij zich door niemand laat tegenhouden om weg te komen. Het zal hem worst wezen of hij daarbij wat agenten overhoop zal rijden. In mijn rechterooghoek zie ik Willem naast me, pal voor de Golf. Het is bloedlink. Als de auto nu naar voren spuit, wordt Willem aangereden. Ik zie Ingmar aan de andere kant van de auto opnieuw proberen om die verdomde deur open te krijgen, het wil hem maar niet lukken.

Ondertussen blijven we elkaar waarschuwen en naar Driessen roepen dat-ie moet kappen. De Golf stopt met achteruitrijden, maar het hoge toerental en het motorgeronk houden aan. Meteen rijdt hij weer naar voren.

Ik richt mijn pistool op Driessen. Ik moet wel. Dit is het enige wat ik kan doen om te voorkomen dat iemand van ons wordt overreden. Automatisch kijk ik in een split second over mijn wapen en zie geen andere mensen dan Driessen in mijn schootsveld. En dan is het moment daar: voor mijn eigen veiligheid en die van mijn collega’s, zie ik geen andere uitweg meer dan op de bestuurder te schieten. Ik wil het niet, maar de situatie dwingt mij ertoe.

Drie gaatjes op zijn borst

Ik zie Willem staan, zie dat ook Peter en Martin een paar seconden later in de baan van de Golf zullen komen te staan, als die richting uitgang gaat. Nog één keer krijg ik de kans de auto in te kijken door het raam van de bijrijder, die zelf trouwens nauwelijks zichtbaar is, zó onderuit gezakt zit hij. Ik roep: ‘Driessen, stop of ik schiet!’

En dan bedenk ik me niet meer, want ik zie Martin voor de auto staan en die gaat overreden worden. Dit is een absolute noodweersituatie! In een automatische beweging die ik duizenden keren heb geoefend, richt ik op Driessen en schiet. De knal is hard en schel. Alsof er pal naast me een strijker ontploft. Mijn oren tuiten. De ruit van het bijrijdersportier springt aan barrels. De Golf rijdt door. Tot mijn grote opluchting zie ik dat Martin net op tijd heeft kunnen wegspringen. Driessen rijdt rechts langs onze auto, hij denkt daar ruimte te zien om weg te komen. Maar hij knalt in volle vaart op een geparkeerde Ford Fiësta en tegen de auto van Willem en Martin. Die ruimte is dus echt te klein om nog te kunnen ontvluchten.

Meteen stormen we op de Golf af. Ik ren naar de linker voorkant om Driessen uit de auto te trekken en aan te houden. Nog steeds zit zijn portier op slot. Dit is om gek van te worden. ‘Driessen maak die deur open! Je bent aangehouden!’ roep ik hem toe. Met een ijskoude, lege blik kijkt hij me aan. Hij blijft gas geven en houdt zijn handen aan het stuur alsof hij nog steeds probeert weg te komen. Wat bezielt die man toch? Hij maakt geen enkele aanstalten om zijn portier open te maken. Ik blijf contact met hem houden. De motor draait nog steeds. Ik beschouw de situatie nog niet écht als veilig. Ik zie dat het portier aan de andere kant van de auto open is en dat de bijrijder, zich verzettend, door twee van ons uit de auto wordt gehaald. Meteen daarop zie ik twee anderen vanaf diezelfde kant de auto induiken en Driessen uit de auto trekken. Willem steekt zijn zakmes in het contactslot, althans wat er van over is, om de motor uit te zetten, want bij het stelen van de Golf is het contactslot vernield.

Ik haast mij naar de andere kant van de auto om daar te gaan helpen. Als ik daar ben, schrik ik. Peter zit op z’n knieën bij de bijrijder die naast de auto ligt. ‘Ik ben gewond,’ hoor ik de man kreunend zeggen. Gewond? Hoe kan dat nou? Waaraan dan? Hij heeft zich verzet toen m’n collega’s hem uit de auto haalden. Is hij toen gewond geraakt? Ik buig me over hem heen: ‘Waar heb je pijn?’ ‘Op mijn borst,’ hoor ik hem moeizaam zeggen.

Ik kijk naar zijn borst en zie bloedvlekken. Er komt ook bloed uit zijn mond. Zijn benen maken trekkende bewegingen. De schrik slaat me om het hart. Ik besef dat mijn schot de verkeerde heeft geraakt. Hoe is dat mogelijk? Ik richtte op de bestuurder! Ik trek het shirt van de jongen omhoog, zie drie gaatjes op zijn borst waaruit bloed stroomt. Weer twijfel ik: ik heb toch maar één keer geschoten? Ja, ik weet het zeker. Ik heb één schot gelost. Hoe komt hij dan aan drie gaatjes? Of zijn het er twee? Door het bloed kan ik het niet goed meer zien. Ik hoor Peter roepen om een ambulance. Geen idee of hij dat via zijn telefoon doet, via zijn portofoon of dat hij naar een ander roept een ambulance te bellen. Zo snel mogelijk, ja.

Dit is niet wat ik wilde. Ik wilde Driessen stoppen en een eind maken aan zijn levensgevaarlijke kamikazegedrag. Er was geen andere uitweg dan te schieten. Zó wilde ik die auto laten stoppen en voorkomen dat er slachtoffers aan onze kant zouden vallen. Ik had alles geprobeerd, toch? Dat had ik. Zeker weten.

ER KOMT OOK BLOED UIT ZIJN MOND. ZIJN BENEN MAKEN TREKKENDE BEWEGINGEN. IK TREK HET SHIRT VAN DE JONGEN OMHOOG, ZIE DRIE GAATJES OP ZIJN BORST WAARUIT BLOED STROOMT

Geen andere uitweg

In de weinige seconden vanaf het uitstappen uit onze auto’s tot aan het moment dat de Golf zich in twee andere auto’s boorde (achteraf bleken dit zestien seconden te zijn), hadden mijn collega’s en ik er alles aan gedaan om Driessen aan te houden. Vanaf het moment dat hij zijn auto als wapen ging hanteren, hadden we alles geprobeerd om hem te doen stoppen. Ik zag geen andere uitweg dan mijn vuurwapen te gebruiken.

Peter en Martin rennen naar de auto voor de EHBO-rugzak. Ik zit op mijn knieën bij de man. Ik ken hem niet. Ik schat hem een jaar of twintig, misschien niet eens, hij zou ook achttien of negentien kunnen zijn. Een magere, blanke jongen. Kennelijk ook niet bij machte om Driessen tot stoppen te dwingen. Hij lijkt me net zo jong als mijn broertje. Ik voel me geëmotioneerd. Dit is verdomme niet wat ik wilde. Ik maak me ernstig zorgen om hem. Waarom deden ze niet gewoon wat wij vroegen? Waarom zijn ze niet gestopt? Dan had ik niet hoeven schieten en dan waren we niet in deze klotesituatie beland. Ik voel me beroerd.

Ik leg de jongen in stabiele zijligging om te voorkomen dat hij stikt in zijn bloed. Met wat verband en watten uit de EHBO-tas, probeer ik het bloeden te stelpen door de wondjes dicht te drukken. Tegelijkertijd zie ik dat de man moeite heeft bij te blijven. Ik wil niet dat hij wegvalt en stel vragen: hoe hij heet, zijn telefoonnummer, zijn postcode, enzovoort. Andere collega’s maken zijn handboeien los. In alle hectiek van het moment nadat de Golf de twee andere auto’s geramd had, ben ik naar de bestuurder gerend en hebben Peter en Ingmar de bijrijder uit de auto getrokken. Zij wisten toen nog niet dat hij gewond was en bovendien verzette hij zich. Volkomen logisch dat hij in de boeien is geslagen. Nu liggen de kaarten anders. Hij is zwaargewond en nauwelijks aanspreekbaar en dus is het logisch dat we de boeien afdoen.

Ik zie Edwin samen met een vrouw mijn kant opkomen. ‘Ronald, ik ben net aangesproken door deze vrouw. Zij is verpleegster. Praat haar even bij. De ambulance is gewaarschuwd en onderweg.’

Naast mij komt een vrouw op haar knieën zitten.

Ik leg haar snel uit welke medische zorg ik heb verleend en wat ik aan verwondingen heb gezien. Ik kan er nog steeds niet bij dat hij kennelijk meerdere verwondingen heeft, terwijl ik maar één keer heb geschoten. Misschien dat er nog een andere collega heeft geschoten? Dat zou ik dan toch gehoord moeten hebben? Ik heb in ieder geval ook Willem met een getrokken vuurwapen zien staan, gericht op Driessen. Ik heb geen idee of hij daadwerkelijk heeft geschoten, ik heb daar niemand iets over horen zeggen.

‘Oké, goed gedaan jongen,’ zegt de vrouw. ‘Kom maar, ik neem het van je over.’

Een beetje verdwaasd en moeizaam sta ik op. Ik voel een arm om mijn schouders. Martin. ‘Kom kerel,’ zegt hij ‘we gaan hier weg. Ik breng je naar het bureau.’

*Alle namen in dit artikel, op die van Ronald V. na, zijn gefingeerd.

DE ZAAK-RONALD V.

Op vrijdag 17 juli 2015, twee jaar na het schietincident, werd Ronald V. door de Rechtbank Maastricht veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van twee jaar. V. tekende hoger beroep aan en samen met advocaat Geert-Jan Knoops ging hij de strijd aan voor rechtvaardigheid.

Op woensdag 7 december 2016 volgde na twee slopende zittingsdagen de uitspraak van het Gerechtshof in Den Bosch: ontslag van alle rechtsvervolging. Het Hof achtte bewezen dat Ronald schuldig is aan poging doodslag, maar er volgde geen straf omdat hij handelde uit noodweer.

Na de uitspraak drong oudkorpschef Gerard Bouman aan op een wetsvoorstel dat er toe zou moeten leiden dat agenten die gebruik moeten maken van hun vuurwapen op een andere wijze beoordeeld gaan worden, eentje die recht doet aan hun positie. Op dit moment buigt de Tweede Kamer zich hierover.

Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.

Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?

Abonneer nu en profiteer!

Probeer direct

Laatste nieuws