Premium

Cartoonist Collignon zwaait af: einde van een tijdperk

Jos Collignon (74) maakt vandaag na 44 jaar zijn allerlaatste spotprent voor de Volkskrant. De cartoonist zag hoe het fatsoen verdween uit de politiek en hoe de samenleving verhardde, maar van een relletje kan hij nog steeds genieten. 

Jos Collignon

Het was best groot nieuws in medialand afgelopen februari. De hoofdredactie van de Volkskrant had besloten om na 44 jaar te stoppen met het plaatsen van spotprenten van politiek cartoonist Jos Collignon. Het werd tijd voor nieuwe stemmen, aldus hoofdredacteur Pieter Klok. Jos is freelancer, hij wordt dus niet ontslagen en krijgt zelfs een mooie overzichtstentoonstelling ter afscheid.

Maar het stopzetten is toch tekenend voor een tijd waarin meningen steeds meer op een goudschaaltje worden gewogen. Collignon kan fel uithalen, mijdt geen controverse en speelt op de man als dat moet. Daarvoor is hij cartoonist. Niet voor niets waren de tekenaars van Charlie Hebdo zijn grote voorbeelden. Maar de tenen van lezers worden steeds langer, en kranten willen graag hun slinkend abonneebestand niet nodeloos provoceren. Hoe dan ook: op 13 juli maakt Jos zijn laatste spotprent voor de Volkskrant.

Collignon (74) ontvangt thuis, in Soesterberg. Zijn naam staat voluit naast de bel van zijn appartement, maar dat is niet altijd het geval. Wanneer de online-woede oplaait, verwijdert hij soms tijdelijk het naamplaatje. Dat element van het tekenvak gaat hij niet missen als straks de laatste cartoon gepubliceerd is. En ook over de politiek zelf is hij niet optimistisch. ‘Ik ben tamelijk bezorgd over de kant waar het nu op gaat, voor je het weet geeft er een superidioot leiding aan de vrije wereld. Je ziet dat veel mensen op Wilders gestemd hebben. Die man heeft tien jaar ongenuanceerd gescholden en zelf het slachtoffer uitgehangen, dat zie je ook bij Marine Le Pen in Frankrijk, bij de AfD, bij Vlaams Belang. Een ruk naar rechts betekent afname van de slagkracht van Europa. Ik ben een ontzettende Europeaan. Maar ja, de idioten hebben ook stemrecht. En het percentage idioten neemt alleen maar toe.’

Het is einde ochtend en Jos heeft net de krant tot zich genomen. Zijn ritueel is al jaren dezelfde. ‘Om een uur of negen schuif ik achter mijn bureau en download ik de Volkskrant-editie. Die lees ik met in mijn achterhoofd de gedachte dat ik een onderwerp moet uitzoeken. Meestal lukt dat ook, of heb ik een dag eerder al bedacht waar het over moet gaan. Wat ook weleens gebeurt: ik word wakker met een goed idee. Al word ik vaker wakker met een slecht idee. Dan is de topgrap die me die nacht te binnen schoot toch eigenlijk niet bruikbaar. Maar als het wel goed is, hoef ik alleen nog maar te componeren. Vind ik niks in de krant check ik de sociale media of pak het Journaal mee. Dan heb ik het wel, hoor. Ik zal nooit tussen twee ideeën heen en weer switchen. Dan blijf je aan de gang tot ver na de deadline.’

Chez Schoof

Deze ochtend staat zijn cartoon in het teken van de Europese verkiezingen. We zien Europese Commissie-voorzitter Ursula von der Leyen die op het punt staat in een kist te klimmen voor de bekende goocheltruc van het doorgezaagde weesmeisje. Alleen staat er een heel contingent ultrarechtse politici waaronder Orban en Wilders klaar met grote zagen. En is de goochelkist een verstekbak waar meerdere zagen in passen. Dat gaat het weesmeisje nooit overleven. Jos begint steevast met een kleine potloodschets om het idee in zijn hoofd uit te proberen. Zo ontdekte hij bij deze tekening dat hij Ursula niet in de kist moest laten plaatsnemen, zoals hij in eerste instantie had gedacht. ‘Dat werd een rommeltje. Dan kreeg je zes mensen die over elkaar heen probeerden te zagen, dat ging helemaal niet. Toen dacht ik: Ursula hoeft helemaal niet in die bak te liggen, dat doet de lezer wel in zijn hoofd.’ En zo belandde Von der Leyen naast de kist.

‘Dikke wallen, ingevallen ogen; Dick Schoof moet haast wel een of andere slopende ziekte hebben gehad, zo ziet hij eruit. En dan moet hij nog beginnen’

Maar wat als de lezer helemaal niet weet wat een verstekbak is? ‘Tja, daar heb je een punt. Mensen die niet weten wat dat is, ben ik kwijt. Ik kan het niet altijd voor iedereen duidelijk maken, mensen moeten wel mijn referentiekader hebben. Ik snap heel goed dat veel jongeren driekwart van mijn tekeningen niet begrijpen. En vermoedelijk was dat hier het geval, want ik keek vanmorgen op mijn Instagram-pagina, en bij deze stonden relatief weinig likes.’

Een recente tekening die meteen in de smaak viel, was zijn eerste met premier Dick Schoof in de hoofdrol. Jos beeldde hem uit als de kok van restaurant Chez Schoof. Aan tafel diens coalitiepartners die gerechten als Haagse bluf en koeienvlaai bestellen. Had hij Schoof snel in de pen? ‘Daar was geen kunst aan. Die man ziet er zo slecht uit, op oude foto’s herken je hem bijna niet. Dikke wallen, ingevallen ogen; hij moet haast wel een of andere slopende ziekte hebben gehad, zo ziet hij eruit. En dan moet hij nog beginnen. Maar hoe slechter ze eruitzien, hoe makkelijker het voor mij wordt.’

Zodra Jos tevreden is, werkt hij de schets verder uit op A4-formaat, en tekent hem met penseel over in Oost-Indische inkt. Dan scant hij de afbeelding in de computer, waar hij de tekening vervolgens inkleurt. Het hele proces duurt enkele uren. ‘Als ik niet helemaal zeker ben van sommige details is dat genoeg tijd om het onderweg helemaal goed te krijgen.’ Gaan er dan ook wat van de scherpe kantjes af? ‘Haha, nee. Er komen eerder scherpe kantjes aan.’

Naast scherp moet een politiek cartoonist ook echt grappig kunnen zijn. En dat valt nog niet mee. Jos vertelt hoe hij als beginnend cartoonist de tekenstijl van Fritz Behrendt bewonderde, politiek tekenaar van Het Parool en De Telegraaf. Tegelijk vond hij dat Behrendt zelden echt grappig was, wat hij bij diens overlijden in 2008 verwoordde in een in memoriam. Dat kwam hem tijdens de begrafenisdienst van Behrendt op een reprimande van hoofdredacteur Harry van Wijnen te staan. ‘Die riep boos: “Waar staat geschreven dat een politiek tekenaar leuk moet zijn?” Toch vind ik nog steeds dat humor noodzakelijk is om de aandacht van de lezer te krijgen. En als je dat goed doet, komt de lezer naar je toe. Mensen die als ze de krant oppakken eerst doorbladeren naar jouw tekening. Je hebt met humor toch twee luikjes tegenover elkaar opengezet die een tochtvlaag veroorzaken. Misschien zelfs wat opdwarrelend stof.’

Denkt hij dat de Volkskrant snel die ‘nieuwe stem’ zal vinden die voor opdwarrelend stof kan zorgen? Collignon houdt zich op de vlakte over zijn opvolging, maar denkt dat het nog niet zal meevallen. ‘Er is niet veel nieuwe aanwas op het gebied van de politieke spotprent. Bas van der Schot hebben we destijds bij de NRC vandaan gehaald. Ik had hem gepolst toen de krant me vroeg of ik eens wilde rondkijken. Bas had een beetje de naïeve stijl van Opland, die goed paste bij de Volkskrant, en hij bleek heel graag te willen.’

Davidster

Het zout in de pap, zo omschrijft hoofdredacteur Pieter Klok de rol van columnisten en tekenaars. Ze hebben binnen de krant meer vrijheid dan de journalisten, mogen een eigen mening etaleren. Alleen wil Jos nog wel eens naast het zoutvaatje ook de chilivlokken hanteren. Trump, Wilders, Israël; voor onderwerpen waar hij zich echt druk over maakt, trekt Collignon graag de handschoenen uit. En in cartoonland is hij daar redelijk alleen in komen te staan. Hooguit iemand als Ruben Oppenheimer kan net zo hard uit de hoek komen. Zo zegt collega Van der Schot dat hij nooit de davidster zal tekenen als hij Israël aan de kaak wil stellen: het is een te beladen symbool. Jos tekende vorig jaar november de lange arm van Israël in Nederland en zette daar wel de davidster op. En direct werd de tekenaar van antisemitisme beticht, ditmaal door Lodewijk Asscher.

‘Over Israël maak ik me echt kwaad, en dan moet ik ook goed in de gaten houden wat ik teken. Maar wat ik er ook van maak, ik ben altijd een antisemiet, haha’

Collignon heeft het allemaal al eerder meegemaakt. ‘Over Israël maak ik me echt kwaad, en dan moet ik ook goed in de gaten houden wat ik teken. Maar wat ik er ook van maak, ik ben altijd een antisemiet, haha.’ Dat begon zo’n twintig jaar geleden toen Collignon een sportprent tekende van toenmalig premier Ariel Sharon. ‘Hij staat daarop naast twee schilderijtjes: het ene zwart, het andere wit. Wijst Sharon op het witte schilderij en zegt tegen een klein mannetje naast hem: “Dat is zwart, hè?” “Nee,” zegt dat mannetje, “het is wit.” Waarop Sharon zegt: “Het antisemitisme neemt alweer hand over hand toe.”’

Twee dagen later verbaasde columnist Annet Bleich zich in de Volkskrant dat een aardige man als Jos Collignon zulke antisemitische tekeningen maakte. ‘Zij kreeg steun van wat ingezondenbrievenschrijvers, maar ik kreeg veel meer bijval van lezers. Vanaf dat moment was ik standaard een antisemiet wanneer ik weer over Israël had getekend. Terwijl ik deze tekening ook over de ayatollahs had kunnen maken. Maar het ging over Israël en dus was ik een antisemiet. Zo sterk was de pro-Israëllobby.’

Die lobby is onveranderd sterk aanwezig gebleven in Nederland, is Collignons stellige overtuiging. Neem Mark Ruttes loyaliteitsverklaring, afgelopen oktober. ‘Het allereerste wat Rutte riep na de aanval van Hamas was: “Onvoorwaardelijk achter Israël.” Idem dito Ursula von der Leyen. Dan zinkt de moed me in de schoenen. Ze willen niet zien dat daar een corrupte en nietsontziende regeringsleider zit, politiek gesteund door een stel religieuze idioten. Rutte heeft vijftien jaar geleden al een hele behandeling gehad van de Israël-lobby, en heeft daar een stel belangrijke vrienden aan overgehouden. Net zoals veel journalisten de uitnodiging hebben gehad om met eigen ogen te zien wat voor prachtig fijn land het is. Israël komt er al decennialang mee weg, want dit waren die dappere mannen en vrouwen die een staat stichten op land wat helemaal van niemand was. Met het meest nobele leger ter wereld. Dat hebben we allemaal voor zoete koek aangenomen. Maar ik niet.’

Cabu

Collignon studeerde internationaal recht, en beschouwt zichzelf meer als een politiek observator met een potlood dan een rastekenaar. ‘Ik heb geen kunstopleiding gevolgd. Het tekenvak heb ik me aangeleerd door gewoon goed naar anderen te kijken. Hoe tekenen ze het, wat werkt om leuk te zijn, wat werkt niet. Allemaal zorgvuldig bestudeerd bij andere tekenaars als Robert Crumb, Mike Williams en Cabu van Charlie Hebdo. Die laatste had op een heel eenvoudige manier zoveel zeggingskracht. Ik heb daar heel goed naar gekeken: wat doet hij waardoor het zo sterk wordt? Dat analyseren doe ik eigenlijk met alles: studeren, tafeltennis. Waarom werkt dat wel en dat niet, en dan hard zelf aan de gang gaan. En als ze je er ook nog voor gaan betalen en je bent ambitieus genoeg groeit het wel. En ik ben heel ambitieus.’

Hij begint te lachen wanneer ik zeg dat hij met zijn virtuoze stijl best een langlopende strip voor de Eppo had kunnen tekenen, in de traditie van tekenaars als Martin Lodewijk of Jan Kruis. ‘Jij denkt wat veel mensen denken: als je iets kan tekenen, kan je alles. Maar zo werkt het niet. Peter van Straaten had ook Sjors & Sjimmie niet van Jan Kruis kunnen overnemen. Kijk, ik heb ook wel commercieel getekend, maar het moest voor mij wel altijd een maatschappelijke functie hebben. Ik ga geen grapjes verzinnen over een krokodillenbek die met een paraplu open moet blijven. Daar ben ik niet voor gaan tekenen, dan was ik als jurist wel wat anders gaan doen. Een strip is me ook veel te veel tekenwerk. Ik hoef nu op een dag maar één tekening te maken. Een heel stripverhaal schetsen is veel te inspannend, en het is mijn stijl niet.’

Jos ziet zichzelf als een Nederlandse vertegenwoordiger van de harde politieke school zoals die door Charlie Hebdo werd vertegenwoordigd. Voor een op te richten Nederlands stripblad à la Charlie mocht hij een keer langskomen bij de voorpaginabijeenkomst van de redactie in Parijs. Een memorabel bezoek. ‘De hoofdredacteur riep dan een onderwerp en iedereen begon te schetsten. Onderwijl dronk men wijn en at Franse kaas op stokbrood. De cartoonisten maakten elkaars tekeningen af die vervolgens op een grote stapel belandden, waaruit uiteindelijk de voorpagina werd gekozen. Afgekeurde tekeningen werden toch gepubliceerd onder de kop: waaraan u bent ontsnapt. Ik kreeg ook potlood en papier, maar deed niets, want in 1981 verstond ik nog niemand daar.’

De Nederlandse Charlie kwam er niet, maar Jos’ liefde voor Frankrijk bleef. Hij woont er inmiddels enkele maanden per jaar. Charlie Hebdo leidde een wat kwijnend bestaan tot die rampzalige terroristische aanval in 2015, waarbij ook zijn grote held Cabu werd vermoord. ‘Na 2015 hoorden we dat ons hele land Charlie was, maar al snel bleek het Hollandse “Je Suis Charlie” toch behoorlijk relatief te zijn. Recht voor zijn raap-tekeningen blijken slecht door de beugel te kunnen als niet de eigen, maar andermans mening stevig moet worden aangepakt. En de tenen worden langer...’

Edele delen

We zijn achter de computer van Jos gekropen en tekeningen uit de afgelopen twintig jaar passeren de revue. Collignon is er eens goed ingedoken, omdat er vanaf september een reizende tentoonstelling start met een selectie uit zijn Volkskrant-werk. Een afscheidscadeau van de krant waar hij heel blij mee is. ‘Voor mij geen receptie en toespraken. Ik heb altijd op afstand van de krant gewerkt en dat wil ik graag zo houden. Leuk aan de tentoonstelling is dat die niet alleen in de Randstad te zien is, maar ook in Zutphen, Groningen, Middelburg. Al die tentoonstellingen ga ik zelf openen, zodat ik met lezers kan praten. Ik kan lezingen geven, een masterclass of een rondleiding doen, alles is mogelijk. De curator van Beeld en Geluid, waar mijn werk ligt, maakt gelukkig de selectie. Ik doe alleen suggesties, want we hebben het over zesduizend tekeningen, hè?’

Onder die suggesties een tekening van een Citroën deux-chevaux die ontploft op een landweggetje staat uit te roken. Achter het stuur een Frans boertje, ernaast de moslimterrorist verantwoordelijk voor de aanslag. ‘Gisteren vond ik deze in een oude map. Ik zie dat eendje terug met die boer erin en denk: wat is ie lekker getekend. Daar kan ik dan echt van genieten.’

Een andere die hopelijk de selectie haalt, is die waarop Collignon zich hardop afvraagt: wat als milieuactivist Al Gore tóch president was geworden? Twee Amerikaanse soldaten fouilleren een Arabier en pakken hem op omdat ze een stel gloeilampen vinden in plaats van een spaarlamp. Jos moet er weer om lachen. ‘We kunnen in die tentoonstelling allemaal thema’s behandelen, maar ook gewoon tekeningen ophangen die léúk zijn. Ik heb tegen curator Jop Euwijk gezegd: als er maar tien tekeningen zijn waar mensen om moeten grijnzen dan zijn we al klaar. Dan ben ik dik tevreden.’

Hij twijfelt nog over een tekening die hij maakte toen de Volkskrant in de greep was van overnameplannen door het Britse uitgeversconcern Apax. Hij tekende het dagblad als een vrouw die het slachtoffer is van een groepsverkrachting door onder meer een bankier, een jurist en een uitgever. ‘Deze zou ik er nooit meer doorkrijgen, maar in 2007 kwam er geen enkele klacht over binnen. Tsja, andere tijden.’

‘Ik hou van verandering, dus het zou best zo kunnen zijn dat ik nooit meer teken. De anonimiteit? Lijkt me heerlijk!’

Tien jaar later tekende hij collega-columnist Aaf Brandt Corstius die op het punt staat om als zedenmeesteres de edele delen van Ajax-directeur Marc Overmars af te knippen. Aaf had een column geschreven waarin ze zei dat Overmars veel zwaarder gestraft moest worden voor zijn dickpics. ‘Dus maakte ik van haar een hogepriesteres met een takkenschaar. Van politici mag je alles maken, maar als de tekening over een journalist gaat is de wereld ineens te klein. Haar man Gijs Groenteman beklaagde zich in een ingezonden brief over mijn walgelijke tekening in zijn Volkskrant. Zijn Volkskrant? Ik werk drie keer langer voor de krant dan hij! Maar eigenlijk geniet ik van zulke ophef. Laat men zich maar druk maken, daar zit ik toch voor.’

We bladeren door een oude bundel van zijn tekeningen. Veel van de onderwerpen gaan over politieke zaken waarvan de details zijn weggezakt. Is dat niet jammer? Jos vindt van niet. Hij tekent niet voor de eeuwigheid: de actualiteit is goed genoeg. ‘Ik ben ook niet iemand die altijd wil tekenen. Mijn leven hangt niet er niet vanaf. Na het eten hol ik niet terug naar mijn tekentafel om nog wat te gaan schetsen, heb ik ook nooit gedaan. Ik hou van verandering, dus het zou best zo kunnen zijn dat ik nooit meer teken. De anonimiteit? Lijkt me heerlijk!’

Premium
Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.

Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?

Abonneer nu en profiteer!

Probeer direct
Politiek
  • Mark van den Tempel, Jos Collignon