‘Ik trek soms aan de noodrem’

De bekendste honden­bezitter en kindervriend van België staat de laatste jaren vooral bekend als K3­-flirt en ‘de machtigste man van Studio 100’, alias de Vlaamse John de Mol. Zelf ziet Gert Verhulst (51) dat niet zo, dus hoog tijd om dat beeld eens even recht te zetten.
Gert Verhulst

Op het achterdek van zijn Ant­werpse boot en in eigen woorden. Oftewel: ‘Allez, komaan! Ge kunt uwe interview ook in het Vloams opschrijven, niewaar?’

Lekker toeven op deze boot?

‘Het is een fijne werkplek, maar wel met een strak regime. Om 06.30 uur gaat mijn wekker zodat ik een kwartiertje later al een uur radio kan maken. Daarna ontbijten en naar kantoor voor de redactievergadering. Terug op de boot beginnen de eerste repetities van onze items die we ’s avonds in Gert Late Night laten zien. Na af loop daarvan sluiten we redelijk snel de boel af. In ons eerste seizoen ging het feest vaak tot in de vroege uurtjes door, maar daar zijn we toch maar mee gestopt. Mijn alvleesklier sprong op den duur tegen het plafond en m’n lever wandelde uit zichzelf het achterdek op.’

Mijn alvleesklier sprong op den duur tegen het plafond en m’n lever wandelde uit zichzelf het achterdek op

Tevreden dat de overstap naar volwassenen-tv gelukt is?

‘Ik ben blij dat het scoort, maar het was geen onvervulde wens. Meer een soort kers op de taart. Ik ben 51, veel mensen zijn op deze leeftijd al uitgerangeerd, maar ik mag nog even door. Ik hoop dit programma nog lang te blijven maken, maar als het morgen ineens stopt heb ik daar ook vrede mee. Het zal me zeker geen wrokkig of ongelukkiger mens maken. Ik heb al die jaren al zoveel mensen mogen ontmoeten en ben financieel onafhankelijk, wat ook niet onbelangrijk is.’

Als oprichter van Studio 100 noemen ze je weleens de Vlaamse John de Mol…

‘Ach, dat is zo overdreven. We zullen de bankrekeningen eens naast elkaar leggen. Ik denk dat niemand het dan ooit nog zal zeggen. Bovendien zou ik er dan heel zielig uitkomen. Mijn banksaldo valt mee, maar bon, dat komt omdat wij bij Studio 100 onszelf nooit veel dividend hebben uitgekeerd. Heel mijn kapitaal zit dus in het bedrijf. Qua vermogen sta ik niet eens in de schaduw van John de Mol of Joop van den Ende. Die mannen hebben een paar miljard op de bank staan. Voilà, daar kom ik nog lang niet aan.’

Waar zou je die miljarden aan uitgeven?

‘Ik denk dat ik niets zou veranderen. Ik heb een mooi huis, een mooie auto en geen behoefte om ineens privévliegtuigen te gaan kopen. Ik kan nu vooral genieten van een etentje met vrienden dat de ene keer veel geld mag kosten, maar een volgende keer plaatsvindt in de friettent met een pint in het café erna. De gedachte dat ik financieel onafhankelijk ben is echter wel een zeer grote luxe in mijn leven. Dat besef ik heel goed.’

Kun je je nog herinneren hoe het was om het met minder te moeten doen?

‘Ik kom uit een arbeidersgezin met een spoorwegarbeider als vader en huisvrouw als moeder. In een gezin met drie kinderen woonden we in een kleine flat. Toch heb ik dat nooit als zodanig ervaren. We ondernamen van alles, waarvan ik me achteraf afvraag hoe we dat met het schamele loontje van mijn vader hebben kunnen doen. Mijn ouders waren echter creatief in het bedenken van oplossingen. Zo sliepen we op vakantie in een lekkende tent die we ergens onderweg van mensen hadden gekocht, maar dat maakt ge als kind allemaal niet uit. Kleren? Ik bezat wat ik aanhad en een tweede setje dat in de was zat. Niemand in mijn klas had veel, dus ik was ook geen uitzondering. We zaten allemaal in hetzelfde miserabele schuitje. Het wordt pas duidelijk hoeveel of hoe weinig je hebt wanneer je je spiegelt aan iemand anders.’

Hoe was de band met je vader?

‘Anders dan hoe ik deze zelf heb met mijn kinderen. Ik groeide op in een andere tijd waarin hij altijd hard aan het werk was. Zelfs na zijn uren bij de spoorwegen kluste hij nog bij zodat we op skivakantie konden. Wel in skiuitrustingen van zijn collega’s en overnachtend op een bovenkamer met zelfgemaakte broodjes van mijn moeder, terwijl de mensen onder ons in hun chalets riant aan de spaghetti zaten. Ik was blij dat we op dat soort momenten bij elkaar waren, want doorgaans zag ik mijn ouders maar weinig. Als ik mijn zoon Viktor nu twee dagen niet zie, krijg ik al berichtjes wanneer we weer eens samen de kroeg in duiken. Dat is iets wat vaders en zonen in mijn tijd absoluut niet samen deden. Nu is mijn vader ouder en ontfermen we ons over hem. Met oud en nieuw is hij altijd tien dagen bij ons in de Ardennen waar we een huisje huren en zijn de rollen wat dat betreft helemaal omgedraaid. Dat is soms confronterend, maar tegelijkertijd mooi om te kunnen doen.’

Je verraste hem onlangs door, samen met André Hazes, Kleine Jongen voor hem te zingen.

‘Het is voor ons beiden een emotioneel geladen nummer, dus dat hij zou gaan huilen, daar was ik wel op voorbereid. Het feit dat André erbij zat maakte het echter nog emotioneler, temeer omdat de muziek van zijn vader ons op moeilijke momenten troost heeft geboden. Daarna was het overigens snel weer oké, hoor. Binnen een mum van tijd was daar weer de schuine praat over vrouwen.’

Heel Vlaanderen genoot er, dankzij je tv-programma, van mee. Nooit iets anders geambieerd?

‘Ik heb dit altijd willen doen. Als jong jongetje deed ik Mies Bouwman na voor de spiegel, al lukte dat niet altijd door mijn dominante buurmeisje die hetzelfde wilde. Ik eindigde meestal als een van die acht of als Telebingo-kandidaat. We waren in mijn kindertijd heel erg aangewezen op de Nederlandse tv, omdat je in België enkel de VRT had die vooral gericht was op het opvoeden van de bevolking. Voor het amusement schakelden we dus naar die gekke Hollanders. Verschillende zuilen streden om de gunst van de kijker en stonden zodoende mijlenver op ons voor. Willem Ruis, Ron Brandsteder, André van Duin, Ted de Braak, ik heb ze op vrijdag- en zaterdagavond allemaal voorbij zien komen. Terugkijkend zijn die shows natuurlijk niet meer om aan te zien, maar in mijn herinnering zijn het nog altijd de beste tv-programma’s ever. Mies Bouwman was 88 toen ze overleed, maar het is toch een stukske van uw jeugd dat dan verdwijnt. Daardoor zie je de vergankelijkheid van alles weer in.’

Heb je je gezondheid weleens getart?

‘Ik trek soms flink aan de noodrem door veel te bewegen, alcoholgebruik te beperken en veel soep te eten om af te vallen. Tot mijn dertigste heb ik amper een druppel gedronken omdat ik een soort overdreven aangeboren angst voor de gevolgen heb. Wel heb ik mij op latere leeftijd een keer gewaagd aan spacecake, maar dat is mij niet zo ongeloof lijk bekomen als anderen soms ervaren. Omdat ik niet rook en inhaleren dus niet gewend ben, waren joints geen optie en bleef deze optie over, met het klassieke verhaal tot gevolg. Je neemt een stuk, merkt niks, pakt een tweede stuk, voelt nog niks en probeert dan maar een derde stuk om het vervolgens dubbel en dwars te voelen binnenkomen. Ik sliep ergens in een tent in Nederland en flipte volledig. De hele tent draaide om mij heen en de dag erna had ik een kater van jewelste. Of mijn kinderen ook experimenteren weet ik niet. Ik ben er niet dag en nacht bij om hen in de gaten te houden. Ze zullen doen wat zij denken dat goed is en ik hoop daarbij maar dat ze met mate aan de slag gaan en niet ontsporen. Ik weet zeker dat ze beiden van het leven geproefd hebben, al is het maar omdat ze dit openlijk met me delen. Het is niet verplicht, maar leuk is het wel.’

Na dertig jaar stop je met Samson & Gert. Waarom?

‘Omdat het voelt als een mooi, afgesloten geheel. Stoppen moet een beetje pijn doen, het liefst op uwe hoogtepunt. Laatst deden we in het Sportpaleis in Antwerpen een show voor studenten en zag ik jongeren van 17 tot volwassenen van 30 jaar het complete repertoire meezingen. Onze muziek is tijdloos gebleken en liedjes die dertig jaar meegaan zijn per definitie geen slechte liedjes. In de beginjaren werd er nog weleens lacherig over gedaan, maar zo kwalitatief slecht is het zo net nog niet. Stef Bos, Frank Boeijen, Herman van Veen, Robert Long en Ivo de Wijs, allemaal hebben ze meegeschreven aan onze nummers en gelukkig is er nu een hele generatie die dat ook erkent. De aandacht verschuift daardoor na jaren eindelijk eens naar het artistieke deel in plaats van de commerciële kant van ons bedrijf. Een bescheiden tak, overigens. Als je nu een speelgoedwinkel binnenstapt en kijkt hoeveel producten er van Studio 100 staan tegenover dat van Sesamstraat of Disney, dan valt het reuze mee. Zo groot zijn we wat dat betreft helemaal niet en ik wil me er ook niet te veel mee bezig houden.’

Als hoofd van het bedrijf moet je wel, toch?

‘Maar allez, ik ben dat niet alleen, hè? Ik ben voor een derde aandeelhouder, niet de CEO. Het dagelijks beleid van onze pretparken en tv-producties gaat echt aan mij voorbij, hoogstens dien ik als klankbord en druk ik af en toe mijn zin door als ik er echt van overtuigd ben dat ik gelijk heb. Die term ‘Machtigste man van Studio 100’ vind ik daarom ook wat lastig. Wat is machtig? Oké, als puntje bij paaltje komt en ik zeg: we schilderen het hele gebouw rood, dan zal het gebouw rood geschilderd worden. Maar dat wil niet zeggen dat ik voortdurend onze CEO de les lees en op de vingers tik. Integendeel, als aandeelhouder heb je er juist alle belang bij dat een bedrijf ook kan overleven zonder u. Als ze daar niet verder kunnen zonder mij of compagnon Hans Bourlon, dan zijn de aandelen uiteindelijk niks waard.’

Je bezit ook studio’s in Duitsland, Frankrijk en Australië. Hoe ga je met cultuurverschillen om?

‘Vaak krijgen we voor een tekenfilm drie verschillende scenario’s en is het sleutelen om iedereen op één lijn te krijgen. Wanneer je bijvoorbeeld een remake van Maya de Bij maakt, een verhaal gebaseerd op een Duits boek van ruim honderd jaar oud, dan is dat cultureel erfgoed waar je heel voorzichtig en respectvol mee moet omspringen. Bemiddelen, compromissen sluiten en hopen dat het eindresultaat goed is komt daar dan bij kijken. Duitsers zijn wat hiërarchischer ingesteld; wat de baas zegt, voer je uit. In Nederland bestaat weer meer een soort debatcultuur waarbij achter alles vraagtekens wordt gezet. Zouden we niet dit, zouden we niet dat. Dat is soms charmant, maar net zo vaak vermoeiend. Wij hebben toch het gevoel dat jullie alles helemaal doodlullen. Met al die verschillen in het achterhoofd, hoop ik ooit nog eens een internationaal rendabele hit à la Spongebob te kunnen maken.’

Een van je meest succesvolle acts, K3, heb je niet zelf bedacht, maar aangekocht.

‘Om het vervolgens op de juiste manier uit te bouwen, dat dan weer wel. We hebben het net op het juiste moment overgenomen, al wisten we dat toen natuurlijk nog niet. Het had ook zomaar gigantisch kunnen floppen. Wat ik eraan heb overgehouden zijn mooie herinneringen en bon, natuurlijk ook mijn relaties met Karen Damen en Josje Huisman. Dat weet iedereen inmiddels wel.’

Iedereen vond daardoor wat van je…

‘Ik lees heel weinig over mezelf. Zelfs dit interview lees ik vooraf of na publicatie niet, want als je het niet leest dan is het er ook niet. Punt. Daardoor glijden lastige zaken iets makkelijker van je af. Ik ben nu 33 jaar op tv en alles is wel een keer over me geschreven. Je merkt na al die tijd ook dat de impact veel kleiner is dan je zou verwachten. Als je jezelf met een foto en rare kop op de cover van een tijdschrift ziet staan, denk je aanvankelijk: oeh, heel de wereld heeft het erover. Maar eigenlijk is dat helemaal niet zo. In het begin liep ik nog weleens met mijn kop in m’n jas verborgen over straat, maar nu maak ik me daar minder druk om. Een relatie met twee leden van K3, ge weet dat zoiets natuurlijk ook wel weer heel grappig is. Ik heb echter nooit ergens spijt van gehad. Misschien had ik wel wat meer rekening moeten houden met mijn kinderen, want zij vonden het niet leuk wat er allemaal over mij naar buiten kwam. Ook het verlaten van hun moeder, zo’n twintig jaar geleden, zal er bij hen hebben ingehakt.’

Een relatie met twee leden van K3, ge weet dat zoiets natuurlijk ook wel weer heel grappig is

Vervolgens komt jaren later je zoon thuis en zegt: ‘Pa, raad eens wie mijn nieuwe vriendin is…’

‘Marthe De Pillecyn van de nieuwe K3-lichting. Ja, dat was natuurlijk helemaal de knaller. De apotheose van het hele verhaal. Toen hij met haar thuis kwam, dacht ik wel even: sjongejonge Vic, moet dat nu? Verdorie zeg! Maar bon, verliefdheid kunt ge niet dwingen en het was ook geen bevlieging: ze zijn meer dan twee jaar samen geweest. Achteraf viel het allemaal ook reuze mee, ik had de commotie heftiger verwacht. Als ik er nu op terugkijk dan is het eigenlijk te grappig voor woorden. Ge hoeft over mijn leven geen boek te schrijven, dat zou verrekte saai worden, maar als het dan toch moet dan zou dit wel een hilarisch hoofdstuk zijn.’

Zelf ben je weer samen met Ellen Callebout, met wie je eind mei zelfs trouwde.

‘Realistisch denken heeft ons weer samengebracht. Als ge beseft dat ge op geen enkel vlak in uw leven nog kunt verbeteren, dan moet je niet langer twijfelen. Ellens nuchterheid trekt me, naast het feit dat ik haar heel mooi vind, lief en ik heel erg verliefd op haar ben. De stabiliteit en het echt thuis kunnen komen bij haar in het hectische leven dat ik leid is op alle gebieden enorm belangrijk.’

Is het bijzonder dat ze steeds maar weer zei: ‘Kom maar bij me terug.’

‘Steeds maar weer? Het is maar ene keer gebeurd, hè. Het is niet zo dat ik 54 keer met een andere vrouw de grens heb overschreden.’

Ik maak het inderdaad iets te groot.

‘Je bent het wat aan het dramatiseren, haha. Ik ben haar heel dankbaar voor het feit dat we de draad weer konden oppakken. We zijn nu volledig in het reine met elkaar. Dat geeft nog maar eens aan hoe bijzonder ze eigenlijk is.’

Vind je dit soort vragen een lastig aspect aan het artiest zijn?

‘Neuh, omdat ik ook nooit het gevoel heb dat ik iets verkeerd heb gedaan. Ik lees het ook graag over andere mensen, dus ik snap het allemaal wel. Soms hangt het ervan af wie het vraagt, maar u krijgt gewoon antwoord. Ik zie dat veel mensen in het mediawereldje op een of andere manier voeling en realiteit verliezen en op een dwaalspoor terechtkomen. Ik ben er trots op dat ik altijd met mijn voeten op de grond ben gebleven en nooit verloren ben gelopen. Dat ik de waarde van het leven ken en apprecieer.’

We leven in Nederland momenteel in een landschap met enorme afgunst en gevechten tussen verschillende partijen. Hoe gaat dat er hier aan toe?

‘Ik moet zeggen dat het meevalt. Onze twee grote commerciële zenders VTM en Vier, vergelijkbaar met RTL en SBS bij jullie, kunnen goed naast elkaar bestaan en sterren verschijnen onderling gewoon in elkaars programma. Gelukkig maar, want ons land is al zo klein en we hebben elkaar allemaal nodig. Als je daarin dan ook nog ruzie en spanningen hebt, kun je amper nog tv maken. Nederland verkeert nu even in een crisissituatie, maar ik veronderstel dat zich dat ooit een keer weer zal normaliseren, toch?’

Verontrust het je in een land te leven waar de laatste jaren met enige regelmaat terroristische aanslagen zijn gepleegd?

‘Ach, kom aan, zeg! Het is hier juist nog nooit zo veilig geweest. De verkeersdoden zijn op één hand te tellen, maar toch hebben mensen het gevoel alsof het alsmaar slechter gaat. Het verschil met vroeger zit hem in de snelheid van communicatie. Als iemand nu een scheet in Oostende laat, dan weet ik dat een halve minuut later in Antwerpen. Voorheen sloeg men elkaar vier dorpen verder de kop in, hoorde je er niks van en bestond het dus ook niet. We leven momenteel in een van de mooiste, rustigste en vredevolste tijden ooit. Natuurlijk gebeuren er hoogst onaangename dingen, maar allemaal uitgevoerd door eenlingen. Dat zal helaas altijd blijven gebeuren.’

Hoe omschrijven we Gert Verhulst op zijn begrafenis?

‘Als ik dood ben, is er alleen nog verleden en geen toekomst meer, dus ik zou er maar niet te veel woorden aan vuil maken. Het feit dat er na mijn tijd nog series en pretparken zijn waar mensen van kunnen genieten is een leuke gedachte. Daarnaast heb ik natuurlijk zelf kinderen op de wereld gezet die ook weer nieuwe generaties zullen maken die ik weer kan volstoppen met allerlei fout snoep. In hen zit ook een heel groot stuk van mezelf. Die gedachte is iets dat de pijn van het sterven een klein beetje verzacht.’ 

NIEUWE REVU ­ONTMOET GERT VERHULST

Waar? Op zijn boot in de haven van Antwerpen. Wanneer? Op een bloedhete dinsdagochtend. Verder nog wat? Jan Kooijman is te gast in Gerts show en onderbreekt ons gesprek tweemaal om opnames te kunnen maken.

Gert met een Hollands accent: ‘Kus toch m’n kloten, Jan Klootman, haha! Ja dat accent lukt mij wel. Mijn grootmoeder is van Ossendrecht, al zijn dat daar eigenlijk allemaal Nederbelgen.’

window._taboola = window._taboola || []; _taboola.push({ mode: 'alternating-thumbnails-a', container: 'taboola-below-article-5df2fa04f3889', placement: 'Below Article Thumbnails 2', target_type: 'mix' });