De vrouwen die geen stijltang hadden gestolen

Ze halen zelden de krantenkoppen, maar ook huis-tuin-en-keukencriminelen worden door de rechter ter verantwoording geroepen. In Het Beklaagdenbankje uw wekelijkse portie winkeldiefstal, huiselijk geweld en ander klein leed.
Illustratie vrouw in Kruidvat

Deze week moeder Van der W. en dochter R., die verdacht worden van proletarisch winkelen bij het Kruidvat.

De middag loopt ten einde als het tijd wordt voor de rechtszaak van de 29-jarige mevrouw R. en de 52-jarige mevrouw Van der W. In de zaal is het niet heel erg druk, en ook op de gangen begint de rechtbank leeg te raken, wanneer de bode in de deuropening de zaak uitroept.

Binnen een paar seconden komen mevrouw R. en mevrouw Van der W. de rechtszaal binnen. R. stapt stilletjes en een beetje ineengebogen naar binnen. Haar houding staat in schril contrast met die van mevrouw Van der W. die opstandig en boos de zaal binnendendert. Hoofdschuddend en zuchtend gaat ze in het beklaagdenbankje zitten, naast R., die haar dochter blijkt te zijn. Van der W. kruist haar armen en probeert zo uitdagend mogelijk naar de rechter te kijken. Haar mondhoeken staan strak naar beneden.

De rechter legt uit dat beide dames weliswaar tegelijk berecht worden, maar niet gevoegd, dus ze krijgen allebei een eigen, individuele straf. Van der W. zit vandaag terecht omdat ze ervan verdacht wordt dat ze samen met R. bij het Kruidvat een stijltang en een waterkoker gestolen zou hebben.

Medepleging

Voor mevrouw R. is het Openbaar Ministerie íets minder streng: die zou alleen maar terechtstaan voor medepleging of – als het eerste niet bewezen kan worden – voor medeplichtigheid. Voordat de zaak echt kan beginnen, wil de advocaat van mevrouw Van der W. toch eerst even zijn ongenoegen uiten over het feit dat hij pas vanochtend de filmbeelden van de beveiligingscamera’s heeft kunnen bekijken. Hij tiert dat het belachelijk is allemaal, dat hij goddank de beelden nog heeft kúnnen bekijken, al scheelde het niet veel. De rechter knikt een keer en gebaart de advocaat dat hij weer kan gaan zitten.

‘Goed. Laten we bij het begin beginnen: u wordt beiden verdacht van de diefstal van, ehh, een stijltang en een waterkoker. Heeft u zich daar schuldig aan gemaakt?’

Van der W. schudt heftig met haar hoofd. ‘Nee,’ bijt ze de rechter toe.

‘Maar u was daar wel?’

‘Ja.’

‘En u heeft eerst die stijltang uit de verpakking gehaald en het ding eens door uw haar gehaald?’ ‘Ja,’ antwoordt Van der W. nog altijd vrij scherp. ‘Ik heb beide dingen uit de doos gehaald om ze beter te bekijken. Die stijltang heb ik ook inderdaad even voor een spiegel door mijn haar gehaald, ook om het beter te kunnen bekijken.’

Ik heb die stijltang inderdaad even voor een spiegel door mijn haar gehaald, ook om het beter te kunnen bekijken

‘Dus u haalde de spullen eruit?’

Eigenlijk heeft mevrouw Van der W. nu al geen zin meer in het gesprek. Met rollende ogen legt ze uit dat ze de spullen in haar mandje heeft gelegd, later nog een keer uit haar mandje heeft gepakt om beide artikelen nóg eens te bekijken. De rechter zucht een keer. ‘Maar, maar, dat roept toch vragen op? Toch? Waarom gaat u toch lopen met die dingen?’

‘Ja, weet ik toch niet, echt niet. Ik heb ze sowieso niet gestolen.’

Rommelen met het mandje

Daarmee lijkt de kous af te zijn. Ook de dochter, die er niet van verdacht wordt dat ze echt zelf wat gestolen zou hebben, geeft aan niets gezien of gemerkt te hebben. Ook als de rechter opmerkt dat op de camerabeelden te zien was dat ze wel erg dichtbij stond om niets gezien te hebben, schudt ze een keer met haar hoofd en zegt ze nog maar eens dat ze niets gezien heeft.

Dan komt het gesprek op de camerabeelden. Het Kruidvat hangt vol met camera’s, waarop mevrouw R. en mevrouw Van der W. duidelijk herkenbaar in beeld komen. In het politieonderzoek staat stellig weergegeven dat op de beelden goed te zien is dat beide vrouwen de spullen uit de verpakking halen, in het mandje leggen, ze verbergen onder een sjaal, even half uit beeld gaan omdat ze achter een schap gaan staan, wat rommelen met het mandje, en daarna weer terugkomen zonder de twee spullen.

‘Goed, over die beelden,’ hervat de rechter het gesprek, ‘ik heb ze uiteindelijk ook vanmorgen kunnen bekijken, en ik zie inderdaad dat u de waterkoker uit de verpakking haalt en in het mandje legt. Hetzelfde geldt voor de stijltang. Maar ik zie nergens dat u de artikelen in uw tas steekt. Ik zeg niet dat u dat niet gedaan heeft, maar ik kan ook niet zeggen dat u het wel gedaan heeft.’

Ook de officier van justitie lijkt nu een beetje chagrijnig van de zaak te worden. ‘Maar waar hebt u die tang uiteindelijk neergelegd dan? Als u hem niet in uw tas hebt gelegd?’

Van der W. gaat triomfantelijk achterover zitten. ‘Ik ging naar de spiegel om te kijken en aan te voelen hoe hij werkt, en daar heb ik hem neergelegd bij de make-up.’

‘Maar hoe komt het dat dat op de beelden helemaal niet te zien is dat u bij de make-up terechtkomt met die tang?’

Even is het stil in de zaal. Van der W. kijkt een keer naar haar advocaat en wendt zich dan weer tot de officier. ‘Volgens mij ging het gewoon zoals ik het zei.’

De rechter zucht een keer en begint dan uit te leggen dat hij de conclusie ‘diefstal’ wel erg stellig vindt. Hij vertelt dat hij niet bewezen ziet dat ze de artikelen ook daadwerkelijk in haar tas gestopt heeft. Hoewel het mandje later op het filmbeeld wel weer leeg is, is het niet uit te sluiten dat ze de spullen ergens anders neergekwakt heeft. Netjes? Zeker niet. Strafbaar? Moeilijk te zeggen. Dus spreekt hij mevrouw Van der W. vrij van diefstal. En omdat Van der W. geen diefstal pleegde, is haar dochter R. ook geen medepleger of medeplichtige. Met een zelfvoldane glimlach loopt mevrouw Van der W. met haar dochter de rechtszaal uit. 

window._taboola = window._taboola || []; _taboola.push({ mode: 'alternating-thumbnails-a', container: 'taboola-below-article-5df38ff29d67c', placement: 'Below Article Thumbnails 2', target_type: 'mix' });