Premium

Het gaat wel om de lengte

De coronacrisis zal ook voor het voetbal verstrekkende gevolgen hebben. Om een idee te krijgen wat er komen gaat, blikken we terug op het recente verleden. Hoe is de sport in de jaren 10 veranderd? Welke lessen zijn er te trekken? Deze keer: hoe de dood van de verre voorzet de geboorte van de statistische analyse laat zien.
Wesley Sneijder, de meester van de dieptepass, zoals hier tegen Brazilië.

Zodra je een voetbaltrainer, -journalist of -directeur zich hardop hoort afvragen of er in de sport wel plaats is voor het gebruik van statistieken en data, weet dan dat de persoon in kwestie hopeloos achterloopt. Want in de realiteit van het topvoetbal is het al geruime tijd niet meer de vraag of een club aan statistische en data-analyse doet, maar hoe. Geen spelaspect van het voetbal laat de impact van de bevindingen uit ‘nerdy’ analyses beter zien dan de verre voorzet. Want die, lieve voetbalvolgers, is aan het uitsterven. Voor een WK-rubriek van Voetbal International bracht statistiekenbureau Opta Sports in 2018 in kaart in welke mate dit het geval is. 

In 2014 legde data-wetenschapper Marek Kwiatkowski dit fenomeen met harde cijfers helder uit in een blog voor voetbalstatistisch consultancybedrijf Statsbomb: ruwweg een op de zestig voorzetten levert een treffer op. Tellen we alleen de hoge voorzetten vanaf de flank, dan blijkt ‘de bal hoog voor de pot slingeren’ een nóg ineffectievere strategie: gemiddeld levert een van tachtig van zulke ballen een doelpunt op. En hoe groot de neiging van sommige oldschooltypes binnen de voetballerij ook is (of beter gezegd: was) om alles wat met cijfers en voetbal te maken heeft te diskwalificeren als wetenschap-waar-geenwetenschap-nodig is, als gewauwel van de bebrilde jongens die de bal nooit goed wisten te raken in hun jeugd – inmiddels zijn zulke opmerkingen de inleiding tot een verloren gevecht. 

Want de harde cijfers laten zien dat het topvoetbal tot dezelfde conclusie gekomen is: keer op keer de bal hoog in het zestienmetergebied pompen vanaf de zijlijn heeft weinig zin in het moderne spel, daarvoor zijn de compact georganiseerde defensies van de opponent simpelweg te hecht, en de effectieve beloning botweg te klein.

Maar laat er geen verwarring ontstaan: de verre voorzet mag dan aan het uitsterven zijn, andere vormen van de voorzet blijken grotere aanvalswapens dan we ooit gedacht hadden. Het optimaal benutten van corners en vrije trappen, dode spelmomenten die je op een training na kan bootsen, blijken voor de slimme teams een bron van verborgen goud.

Daarnaast leven we in het tijdperk van de korte voorzet. Lage, hard voorgetrokken ballen vanaf de hoek tussen het strafschopgebied en de achterlijn hebben een véél hoger rendement (zo’n 5 procent leidt tot een goal), waardoor dat de dominante assistvorm is geworden voor teams als Ajax, AZ, Manchester City en Real Madrid. 

Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.

Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?

Abonneer nu en profiteer!

Probeer direct

Laatste nieuws