'Waarom moet het zo vaak zo ver komen voordat het rechtssysteem preventief gaat handelen?'

Columnist Bart Nijman vindt de gruwelijke moord op een garagehouder in Breda het zoveelste voorbeeld van een falende rechtsstaat.
Bart Nijman

Zieke verkrachters waarvan bij overplaatsing het behandeldossier niet overgedragen wordt vanwege hun privacy, ‘verwarde mannen’ met een vluchtelingenverleden die badend in de strijdkreten wakker worden en op argeloze passanten beginnen in te steken, en nu weer een voormalige compagnon die zijn waanbeelden vertaalt naar het vastbinden en in brand steken van de aartsvijand in zijn eigen geestesoog – en naar verluidt ook nog onder het genot van een pilsje.

Deze gruwelijke moord op een garagehouder in Breda is het zoveelste voorbeeld van een falende rechtsstaat. Niet alleen zong de naam van de vermoedelijke dader binnen een paar uur openlijk rond, even googelen leert dat hij al jaren een reputatie genoot.

Een reputatie vanwege een meerjarige celstraf die hij kreeg voor het neerschieten van ‘een rivaal’, een reputatie vanwege een eerdere heftige bedreiging van de nu alsnog vermoorde ex-zakenpartner, en een zelf aan een ghostwriter gedicteerde reputatie van iemand die naar eigen zeggen leeft met een kronkel in het hoofd. Iemand wiens cognitieve capaciteiten in op Facebook gepubliceerde video’s overduidelijk ontoereikend lijken om ze om de werkelijkheid heen gewikkeld te kunnen krijgen.

Die man, die het leven niet aankon en daar een verklaring voor zocht – meestal door te wijzen naar anderen – liep dus vrij rond in de omgeving van Breda, en zag in de (zelfbedachte?) claim dat hij nog tienduizenden euro’s kreeg van de compagnon die hem (volgens zijn eigen kronkel) verraden had voldoende motivatie om de daad bij het woord te voegen: in de nacht van maandag 8 op dinsdag 9 april werd Ger van Zundert levend in brand gestoken in zijn eigen garage, en overleefde dat niet.

De verdachte heeft zichzelf aangegeven. Nog geen bekentenis, want volgens Brabantse media moet hij eerst ‘tot rust komen’. Maar het feit dat hij zichzelf meldde na de gruwelijke moord op zijn ex-zakenpartner, doet zeer sterk vermoeden dat ‘het vereffenen van een financieel geschil’ niet zijn primaire drijfveer was. Het was een schreeuw om aandacht, en nog meer: om hulp. ‘Kijk jongens, ik heb iemand vastgebonden, overgoten met benzine en in de fik gestoken, en ik ben er bij blijven staan om een pijpje fris pils te drinken. Als dát geen goeie argumenten zijn om me op te sluiten en onder permanente bewaking en behandeling te zetten, dan weet ik het ook niet meer.’

Waarom moet het zo vaak zo ver komen voordat het rechtssysteem protectionistisch preventief gaat handelen, in plaats van amechtig reactief?