Een heftige vechtpartij op de stoep van de daklozenopvang

'Door corona zit iedereen aan de drank'

Columnist Stephanie-Joy Eerhart merkt in de daklozenopvang dat de coronacrisis zorgt voor een schaarste aan medicatie. Sommige ontwenningsmiddelen zijn in het hele land uitverkocht.

‘Bent u een van de flexwerkers?’ vraag ik in de woonkamer aan een vrouw met een sleutelbos om haar nek. Ze kijkt me schaapachtig aan. ‘Ik denk dat je je vergist hoor, ik ben een bewoonster!’ zegt ze met een geïrriteerde ondertoon. ‘Mijn naam is Rhonda. En als jij Stephanie bent, dan ben je mijn nieuwe begeleidster.’ Ik kan niet uit Rhonda’s toon opmaken of het een vraag of een mededeling is. ‘Ik ben inderdaad Stephanie, hoi! Laten we van de week even nader kennismaken,’ nodig ik haar uit.

Nog voordat Rhonda antwoord kan geven, krijgt ze een kus in haar nek van een bewoner. ‘Hey dushi, je hebt me vast gemist of niet?’ zegt de getinte man terwijl hij zijn zonnebril afzet en met aangespannen spierballen de woonkamer rondkijkt. ‘Hey, nou, vooruit dan maar,’ fluistert Rhonda terwijl ze driftig met haar hand over de plek van de kus wrijft. 

Ik wenk de man dat hij met me mee moet lopen. Iets aan de lichaamstaal van Rhonda heeft duidelijk gemaakt dat ze nog niet voor zichzelf opkomt. Ik vertel hem op kantoor dat je zo niet omgaat met vrouwen in de opvang. ‘Ik zal het nooit meer doen schatje,’ zegt hij terwijl ik nog net op tijd zijn kus kan ontwijken. ‘Dit dus!’ zeg ik streng. Niet doen!’ 

‘Ik opende mijn post niet meer. En daar is alle ellende mee begonnen,’ verzucht Rhonda als we op kantoor kennismaken. ‘Ik kan het heus wel. Ik heb jaren op mezelf gewoond. Ik was bedrijfsleidster van een groot bedrijf. Werken, werken en werken. En ’s avonds, als niemand het zag, een wijntje. Of twee. Of twee flessen, op het laatst.’ Ze laat haar vingers door haar lange rode haar gaan. ‘Ik ben mijn huis uitgezet en belandde in de opvang. Ik ben nu al een tijdje in behandeling voor mijn alcoholverslaving en mijn PTSS. Ik sta al 274 dagen droog.’

‘Ik maak me zorgen om Rhonda,’ zegt mijn collega een paar dagen later. ‘Ze heeft een behoorlijke terugval gehad dit weekend.’ Als Rhonda haar kamerdeur opent, begint ze direct te huilen en te gebaren dat ik de deur dicht moet doen. Ze neemt plaats achter haar bureau waar een schaal vol kots staat. Ze wijst er overstuur naar en gaat nog veel harder huilen.

Dan wijst ze krachtig op drie doosjes ontwenningsmiddelen op de rand van het bureau. ‘Morgen begin ik weer met Refusal zodat ik niet meer kan drinken. Ik heb een week op deze medicatie moeten wachten, het is nergens in Nederland meer te krijgen. Corona, hè. Iedereen zit weer aan de drank!’ 

Laatste nieuws