Longread | Welkom in Fort Oranje, het afvalputje van Nederland

Fort Oranje was ooit een gezellige familiecamping waar recreanten uit Den Haag en Rotterdam het Noord-Brabantse groen op...

Fort Oranje was ooit een gezellige familiecamping waar recreanten uit Den Haag en Rotterdam het Noord-Brabantse groen opzochten. Nu is het een ernstig verloederd recreatiepark dat te boek staat als krottenwijk, tuigdorp en een broeinest van criminelen. Jordi Kloos keerde terug naar de plek waar hij drie jaar geleden ook al een reportage maakte voor Nieuwe Revu. ‘Dit is geen camping, maar een dumpplek voor mensen met problemen.’

Fotografie Ilvy Njiokiktjien

Slechts gehuld in een roze kort broekje en een dun synthetisch zwart nachthemd staat Anka (28) met een slaperig hoofd in de deuropening van haar stacaravan. De kou van buiten die over haar ontblote huid heen trekt, laten haar sidderen. ‘Komen jullie binnen?’ vraagt ze met een krakerige ochtendstem. Nog nauwelijks over de drempel, verontschuldigt de Roemeense zich al voor de rommel in haar warm gestookte onderkomen. Dat er foto’s worden gemaakt, terwijl ze in haar nachtkloffie haar huis aan kant maakt, lijkt haar merkwaardig genoeg niets te deren.

De hoopjes beddengoed die op de kunstlederen tweezitters in de woonkamer uitgestald liggen, worden vluchtig opgevouwen. Daarna wordt het glazen tafelblad ontdaan van papierwerk, een familiebox vloeipapier en andere prullaria. Alleen het blik tabak en de hulzenvuller blijven staan. Vakkundig fabriceert ze er in een handomdraai een peukie van en vraagt in verrassend goed Engels of we er bezwaar tegen hebben als ze binnen rookt.

Het is jouw huis, doe wat je wilt, antwoord ik en werp een blik op de inrichting van haar caravan die nauwelijks daglicht binnenlaat, omdat de meeste ramen zijn afgedekt door witte gordijnen met gele nicotinevlekken. De krappe woonkamer is gevuld met een vol wasrek, een elektrische kachel, een tv-meubel met een flatscreen en een koelkast. Op de grond ligt een leeg Amstel-traytje. Het grijze tapijt van de woonkamer loopt over in donkerblauw hoogpolige vloerbedekking dat in de keuken ligt. Daarachter, aan de andere kant van de entree, is een smal gangetje dat naar de slaapvertrekken leidt.

Deprimerende aanblik

In een van de kamers slaapt Anka, de ander behoort toe aan een Roemeens koppel dat bij haar inwoont. Het stel ligt nog op bed. ‘Ze hebben nu geen werk. Het plukseizoen begint pas over een paar maanden,’ legt ze uit en wrijft het slaap uit haar ogen.

Ook Anka, die acht jaar geleden haar thuisland verliet voor een betere toekomst in Nederland, kan pas weer aan de slag als het aardbeienseizoen aanbreekt. Tot die tijd brengt ze haar vrije tijd vooral binnen in haar caravan door. Haar bezigheden beperken zich voornamelijk tot tv kijken met haar huisgenoten of haar 5-jarige zoontje, die bij haar Poolse ex-man elders op Fort Oranje woont, maar geregeld bij haar over de vloer komt. Soms spelen ze samen gitaar of een potje Stratego. Naar buiten gaat ze liever niet. Waarom niet? In haar nietsverhullende slaapkledij duikt ze op haar knieën op de bank aan de raamkant, trekt de gordijnen een tikje opzij en wijst naar de stapel vuilniszakken die recht tegenover haar caravan zijn gedumpt, aan de rand van het met zwerfvuil bezaaide looppad. ‘Heb je al die troep niet gezien?’ vraagt Anka. Als ze het geld en de juiste documenten zou hebben, zou ze zo snel mogelijk verhuizen, ver weg van veld F van Fort Oranje.

De vervallen krotten met ingegooide ramen en graffiti, die rondom haar eenvoudige stulpje staan, zijn exemplarisch voor de troosteloze omgeving waarin Anka haar dagen slijt. Het kavel ligt erbij alsof het is getroffen door een tornado en de bewoners nooit zijn teruggekeerd. Het onkruid kruipt gretig tegen de verlaten stacaravans op. Sommige onderkomens zijn compleet gestript, anderen tot de grond aan toe afgefikt. Niemand lijkt zich te bekommeren om de zwartgeblakerde overblijfselen die er volgens haar al maanden liggen.

De deprimerende aanblik is treurig genoeg kenmerkend voor Fort Oranje. Op het terrein ter grootte van een woonwijk staan zo’n zevenhonderd stacaravans, die over elf velden zijn verdeeld. Daarvan worden er ongeveer honderd permanent bewoond. De meeste onbewoonde vertrekken zijn bouwvallen en rijp voor de sloop. Ze behoren toe aan voormalige recreanten die vanwege de verpaupering, de gebrekkige faciliteiten en de onveilige leefsituatie met de noorderzon zijn vertrokken.

Jarenlang was Fort Oranje een populaire bestemming voor Rotterdammers, Hagenaars en andere Randstedelingen die met het gezin het Brabantse groen opzochten. Door de ANWB stond het vakantiepark zelfs aangeschreven als vijfsterrencamping.

Van die glorietijd is niets meer over. In de loop der jaren werden de toeristen ingeruild voor schuldenaren, gescheiden mannen, werklozen, Oost-Europese arbeidsmigranten en criminelen die in de anonimiteit willen verdwijnen en sloeg de verloedering toe.

Onder de armoedegrens

Drie jaar geleden zette ik namens Nieuwe Revu voor het eerst voet op Fort Oranje. De camping was volop in het nieuws vanwege misstanden, die stelselmatig werden aangetroffen tijdens controles. Kort voor mijn komst was er een grootscheepse actie, waarbij vierhonderd caravans werden doorgelicht. De GGD ontdekte zes mensen die onder schrijnende omstandigheden leefden, waaronder een kind dat op een houten plank moest slapen en een uitgebuite Hongaar die in een kippenhok verbleef. De instanties vonden ook een aantal verwaarloosde paarden en een vuilniszak met henneptoppen. Acht mensen werden aangehouden, negen auto’s in beslag genomen en zeventig uitkeringen stopgezet. Ook werd duidelijk dat maar liefst 85 procent van de bewoners onder de armoedegrens leefde. Kortom, genoeg journalistieke aanknopingspunten om eens een kijkje te gaan nemen.

Mijn mond viel open van verbazing van wat ik destijds ter plekke aantrof. Op het terrein stonden – naast goed onderhouden caravans met tuinen met een hoge laafdichtheid en blaffende herdershonden – verlaten, afgetakelde krotten die elk moment in elkaar konden storten. De grond lag bezaaid met rotzooi, het zwembadwater was urineachtig van kleur, de ramen van de cafetaria waren ingegooid en in de troosteloze speeltuin was geen spelend kind te zien. De eigenaar leek zich nergens om te bekommeren en schoof alle problemen af op de gemeente, met wie hij al jaren overhoop lag. De sfeer onder de bewoners, die elkaar sterk wantrouwden, was bovendien om te snijden.

Tijdens mijn bezoek belandde ik in een climax van een heuse campingsoap, waarbij de eigenaar met de dood werd bedreigd door een woeste campingbeheerder. Ook ik werd door deze man geïntimideerd en ben uiteindelijk met gierende banden naar huis gereden. Maar ondanks de dreigementen wist ik één ding zeker: als de kans zich voordoet om een followup te schrijven over de journalistieke goudmijn die Fort Oranje heet, grijp ik deze met beide handen aan.

De Krottenkoning

Nu, precies drie jaar later, sta ik weer op ‘het Fort’. Directe aanleiding is de zesdelige docuserie met de treffende titel Fort Oranje: Camping of Krottenwijk die momenteel op SBS wordt uitgezonden. Een uitgelezen mogelijkheid om weer eens te kijken hoe het vakantiepark erbij ligt. Op het eerste gezicht lijkt er niet veel te zijn veranderd. De weg en het parkeerterrein voor de receptie liggen zo ver het oog kan reiken vol met platgestampte blikjes, lege flesjes en andere troep. Net als toen is het een komen en gaan van auto’s met Bulgaarse kentekens. Achter de rotte kozijnen van hetzelfde kleine met A4’tjes beplakte kantoortje tref ik eigenaar Cees Engel (72) aan, verscholen achter dikke stapels post die op de balie staan. Zijn grauwe verschijning in combinatie met zijn houterige motoriek en haperende spraak doen voorkomen alsof we hier te maken hebben met een verstrooide oude man. In werkelijkheid is deze gepromoveerde biochemicus een zeer uitgekookte, intelligente vastgoedhandelaar die tot ver buiten Rijsbergen bekendstaat als zeer omstreden.

Engel maakte naam en faam in Rotterdam, waar hij vanaf de jaren 80 voor miljoenen euro’s aan panden opkocht en uitgroeide tot de meest beruchte huisjesmelker van de havenstad. Op zijn hoogtepunt had hij vijfhonderd panden in bezit. De gemeente verweet hem destijds dat hij ondermaatse huurwoningen tegen woekerprijzen verhuurde en expres zijn panden liet verloederen. Huurders moesten ratten, lekkages en verrotte vloeren vaak op de koop toe nemen, wat resulteerde in de bijnaam ‘De Krottenkoning’ en de eerste plek op de zwarte lijst van meest malafide huisjesmelkers van Rotterdam. Volgens justitie zou Engel ook bewust onroerend goed hebben verhuurd aan drugsdealers, die hij handig tussen zijn Rotterdamse onderkomens liet rouleren. Als de concentratie dealers in een straat te hoog werd, verhuisde hij de handelaren naar een ander deel van de stad. Eind jaren 90 werd hij tot anderhalf jaar cel veroordeeld voor onder meer deelname aan een criminele organisatie en het faciliteren van drugshandel en belastingontduiking. Uiteindelijk heeft Engel zich in 2007 door de gemeente Rotterdam voor een oprotpremie van rond de dertien miljoen euro laten uitkopen. Met dat geld kocht hij Fort Oranje.

Allemaal criminelen

In Rijsbergen lijkt de geschiedenis zich te herhalen. De camping is sinds de overname door Engel louter in het nieuws vanwege aanhoudende wantoestanden. Tientallen branden, steekpartijen, drugspanden, illegale prostitutie en schrijnende leefomstandigheden: er is geen familiecamping in Nederland waar het zo vaak misgaat als Fort Oranje.

Tijdens onze ronde over de camping lopen we Carola en haar dochter Cathlin (17) tegen het lijf. Ze heeft eigenlijk geen zin in een interview. ‘Weet je, eigenlijk worden we een beetje gek van al die media. De ene cameraploeg is nog niet vertrokken of de volgende staat alweer voor de deur. En het is altijd negatief. Voor de buitenwereld zijn we allemaal criminelen.’

Onderweg naar haar woning blijft de zonnebankbruine Rotterdamse met kort-pittig kapsel doorratelen. Ze vertelt dat ze hier verzeild raakte vanwege financiële problemen. Ook lag ze in de clinch met de jeugdzorg. ‘Gelukkig heeft Engel ervoor gezorgd dat ik hier kon gaan wonen.’ Haar witte bakstenen paleisje oogt acceptabel, zeker vergeleken met de aftandse wrakken die haar voormalige buren hebben achtergelaten.

Wat criminaliteit betreft valt Fort Oranje in het niet bij haar voormalige buurt in Rotterdam- Zuid, claimt Carola. Dat kan zo zijn, maar de gesneuvelde ruit van haar huis heeft ze vast niet zelf ingegooid. ‘Poging tot inbraak. Dat gebeurt toch overal?’ relativeert ze. ‘En ik weet wie het was, dus daar deal ik later wel mee.’

Achterbuurt

Verderop op het park kloppen we aan bij Daniëlle. De van origine Amsterdamse woont met haar man en vier kinderen al acht jaar op het vakantiepark. Ze kwam hier eerst als recreant, werd verliefd en woont sindsdien in een van de weinige woningen die nog in redelijk goede staat verkeren. Binnen loeit de omhekte gaskachel in de ruime, met speelgoed bezaaide woonkamer. Terwijl we plaatsnemen op de bank en haar zoontje half vanaf haar schoot naar de televisie staart, meldt ze direct dat er geen foto’s gemaakt mogen worden. Vanwege alle negatieve publiciteit wil ze absoluut niet het risico lopen dat zij of haar gezin op enig moment geconfronteerd worden met het negatieve stigma dat aan deze camping kleeft. Uit angst voor pesterijen gaat haar zoontje ook niet in Rijsbergen, maar in België naar school. ‘Hij heeft ook nooit vriendjes over de vloer. Als die ouders weten dat hij hier woont, ben ik bang dat hij wordt buitengesloten.’

De aftakeling van Fort Oranje sloeg volgens de huismoeder toe toen de camping in 2011 met sluiting werd bedreigd. Veel vaste recreanten kozen het hazenpad en lieten hun onverkoopbare stacaravans achter. Daarna verwaarloosde de camping in rap tempo. ‘Alle caravans werden vernield en leeggeroofd, tot aan de koperen leidingen toe. En al die bouwvallen staan er nu nog steeds.’ Daniëlle vindt de situatie nu zelfs zo ernstig dat ze haar kinderen niet buiten de schutting van haar tuin laat spelen. Te onveilig. ‘Aan de overkant liggen de ramen en alles eruit, de speeltuin wordt bijna dagelijks vernield, overal ligt afval en de auto’s rijden hier als gekken door het laantje. Ik laat m’n kind hier echt niet los. Dit is geen camping meer, maar een achterbuurt.’

De familie zou maar al te graag het desolate vakantiepark achter zich willen laten. Een geschikte sociale huurwoning vinden voor een gezin met vier kinderen blijkt lastig. Een huis kopen zit er niet in, temeer ze geen cent vangen voor het vertrek waar ze nu in wonen. ‘Dit raken we niet meer kwijt. En het was hier zo geweldig, echt een gezellige familiecamping,’ vervolgt de Amsterdamse huismoeder. ‘Nu is het een dumpplek voor mensen met problemen.’

Iets wat geheel te wijten is aan de huidige eigenaar, vindt ze. ‘Die man heeft er een hobby van gemaakt om zoveel mogelijk Polen in een caravan te stouwen. Dat hij ook kansarmen opvangt, klinkt misschien aardig, maar je kunt je afvragen of dat soort mensen op een camping thuishoort. Bovendien betalen ze 500 euro per maand voor een aluminium caravannetje. Dat noem ik geen helpen, maar ordinair geld verdienen.’

Treiteracties

Dat de camping is verworden tot een toevluchtsoord voor iedereen die aan lager wal is geraakt, is niet alleen te wijten aan Cees Engel, die de poorten voor iedereen die betaalt wagenwijd openzet. Overheidsinstanties maakten de afgelopen jaren handig gebruik van Engels gastvrijheid en stuurde moedwillig moeilijke gevallen naar het recreatiepark. Mensen met gedragsstoornissen, met torenhoge schulden, exgedetineerden: allemaal kregen ze het advies om bij Fort Oranje aan te kloppen.

Deze explosieve mix van probleemgevallen maakt dat er tijdens de regelmatig gehouden razzia’s van de politie, brandweer, GGD, douane, uitkeringsinstantie UWV en Belastingdienst telkens raak is. Herhaaldelijk worden hennepkwekerijen en harddrugs gevonden, auto’s in beslag genomen en (illegale, uitgebuite) arbeidsmigranten aangetroffen die onder erbarmelijke omstandigheden op de camping wonen.

Bij de meeste recente controle, afgelopen januari, werd voor ruim 30.000 euro aan achterstallige belasting geïnd en beslag gelegd op negentien auto’s. Bij de handhavingsactie werd een bejaarde man in een verrotte caravan aangetroffen. Hij was op meerdere plekken door de vloer gezakt. Een maand eerder werd op een van de kavels een Oost-Europese man ontdekt die van een gammel schuurtje zijn verblijfplaats had gemaakt. Het was een grote bende met vuilniszakken, omringd door afval en een beschimmeld matras.

‘Treiteracties van die achterbakse bende van de gemeente,’ bestempelt Engel de controles, die enkel en alleen zouden zijn opgezet om mensen van de camping weg te jagen. ‘Ze zijn al jaren doelbewust bezig om de camping te sluiten, maar dat gaat ze niet lukken,’ zegt hij zelfverzekerd. Op de misstanden die steevast bij de inspecties aan het licht komen, reageert de achteloze campingeigenaar schouderophalend. ‘Hoe mensen wonen en slapen is hun eigen zaak.

Dat is niet mijn verantwoordelijkheid.’

Het is vooral te wijten aan de media dat Fort Oranje er niet goed op staat, zo stelt hij. ‘Het wordt allemaal overdreven. In werkelijkheid valt het reuze mee.’

De gemeente Zundert, waar Rijsbergen onder valt, ziet dat duidelijk anders. De camping is al jaren een doorn in het oog van burgemeester Leny Poppe-de Looff, die al sinds haar aantreden tevergeefs pogingen doet om Fort Oranje op slot te gooien. In 2011 strandde een poging om het park te sluiten omwille van brandgevaar in de rechtbank van Breda. Wettelijk gezien staat de burgemeester machteloos en doet ze een dringend beroep op de Tweede Kamer om de wet aan te passen. Onlangs kreeg ze bijval van de Tilburgse burgemeester Peter Noordanus, eveneens voorzitter van de Taskforce Brabant Zeeland die tegen de drugscriminaliteit strijdt. Volgens Noordanus zijn steeds meer verouderde vakantieparken door falend toezicht criminele schuilplaatsen geworden.

Verpauperde vakantieparken zijn kwetsbaar door de komst van steeds meer luxere recreatieparken. Ondernemers accepteren daarom permanente bewoning en huisvesting van arbeidsmigranten. In een neerwaartse spiraal worden het broeinesten van criminaliteit, concludeert de taskforce. Burgemeesters moeten steun krijgen om de situatie weer onder controle te krijgen, vindt de Tilburgse burgervader. Hij vindt ook dat de wet moet worden uitgebreid om in de ergste gevallen een park te kunnen sluiten. ‘De sluiting van bewust verwaarloosde vakantieparken kan jarenlange verloedering en slepende procedures voorkomen,’ schrijft Noordanus, die daarmee onder andere zinspeelt op het dossier Fort Oranje. Verschillende Tweede Kamer-fracties hebben de gemeente Zundert inmiddels te kennen gegeven in gesprek te willen gaan over de sluiting van het vakantiepark (zie kader).

Sensatie voor de deur

Op nummer 27 van veld D tref ik een oude bekende, Henk Besems. Bij deze jolige Bredanaar was ik drie jaar geleden op de koffie. En ook nu zijn we welkom in z’n huis, waar vrijwel niets aan is veranderd. De familieportretten hangen nog steeds aan de muur, dezelfde kitscherige boeddhabeeldjes staan op precies hetzelfde houten tv-meubel en ook de groene kunstlederen hoekbank is blijven staan. Zijn vrouw heeft hem spijtig genoeg wel verlaten. Ondanks zijn scheiding is Henk het levende bewijs dat het leven ook drastisch kan verbeteren op Fort Oranje. Zeven jaar geleden zat hij diep in de schulden. Hij dacht makkelijk geld te verdienen door een wietplantage te beginnen, maar werd gepakt en stond van de ene op de andere dag op straat. Hij klopte aan bij Cees Engel. Doordat hij een goedkope woning kon krijgen, heeft hij al zijn schulden kunnen afbetalen en is hij op het rechte pad beland.

Besems is gelukkig op Fort Oranje en zou het liefst tot aan zijn dood op de camping willen blijven wonen. ‘Ik heb leuk contact met al mijn buren, mijn kinderen en kleinkinderen wonen dichtbij én ik heb af en toe ook nog sensatie voor de deur,’ doelt hij op de zwaailichten die met enige regelmaat over het terrein scheuren als er weer ergens de pleuris is uitgebroken.

De onophoudelijke pogingen om Fort Oranje te sluiten, vindt hij onbegrijpelijk. ‘Waar moeten al deze mensen straks naartoe dan? Worden die allemaal op straat gezet? Ze moeten juist blij zijn met een man als Engel. Die vangt tenminste de mensen op die aan de grond zitten. Dat kan ik van de gemeente niet zeggen. Die heeft mij laten barsten toen ik uit mijn huis werd gezet.’