Premium

Wel een baby, nog geen seks

Marith schrijft voor Nieuwe Revu over wat ze meemaakt – zowel op haar werk, als op persoonlijk vlak. Deze week krijgt ze seksuele voorlichting, van de kraamverzorgster.
Marith Iedema

Kraamhulp S. schrijft iets in haar boekje aan de keukentafel en mompelt dan: ‘O ja.’ Ze staat op en loopt naar de bank, waar geliefde Duncan en ik zitten. We zijn druk bezig met het uitvoeren van onze lievelingsactiviteit: kijken naar onze pasgeboren zoon die tevreden ligt te slapen met zijn armpjes naast zijn hoofd. ‘God, wat is hij goed gelukt,’ zegt S. Dat zegt ze vast tegen alle kersverse ouders, maar toch lachen we trots onze tanden bloot. We denken er al net zo over.

‘Even het volgende.’ De stem van de kraamverzorgster wordt serieus. ‘Dit is heel belangrijk.’ Met moeite maken we onze blikken los van het minimensje en gaan er eens goed voor zitten. We zijn groen als gras, waar het baby’s betreft. Dus als de deskundige praat, luisteren we geconcentreerd. De informatie die ze tot nu toe gaf, bleek waardevol. Gister legde ze ons bijvoorbeeld uit hoe we ons kind onbedoeld om het leven konden brengen. En holy shit, dat kan op veel manieren! Met je pasgeboren baby in de draagzak rennen om de tram te halen, om maar wat te noemen.

Hond met corona

Dat je niet bij alle kraamverzorgsters goed hoeft op te letten als ze iets zeggen, leerden we trouwens de eerste drie dagen. De collega van S. praatte non-stop, vooral over niet babygerelateerde zaken. Om gek van te worden. ‘Oh, moet je hóren, er heeft een hond corona,’ riep ze dan. Om vervolgens het hele godvergeten artikel voor te lezen.

Maar S. is uit ander hout gesneden, gelukkig. ‘Dit is een beetje ongemakkelijk misschien, maar wel belangrijk.’ Duncan en ik kijken S. vragend aan. ‘Seks,’ zegt ze dan plechtig. ‘Daar moeten we het over hebben.’ Duncan: ‘Oh, dat vinden wij niet ongemakkelijk, hoor. Seks is haar werk.’

Het kan gebeuren dat vrouwen het – om hun mannen niet teleur te stellen – alweer veel te snel doen, en zo lelijke infecties kunnen oplopen

S. kijkt me even verbouwereerd aan. ‘Ik schríjf erover,’ nuanceer ik. ‘Oh, ah. Wat leuk.’ Ze schraapt haar keel en steekt dan van wal. De eerste zes weken is penetratieseks een no-go, legt ze uit. S. kijkt Duncan streng aan. Alsof hij op het punt staat me te bespringen. ‘Dus voor die tijd mag het écht niet. Ja?’ Duncan knikt en hakkelt: ‘Uhm ja, begrepen.’

‘Waarom zeg je dat zo nadrukkelijk tegen hem?’ wil ik weten. Dat zit zo: sommige man- nen hebben na een zwangerschap het idee van: yes, het kind is eruit, we kunnen weer. Het kan gebeuren dat vrouwen het – om hun mannen niet teleur te stellen – alweer veel te snel doen, en zo lelijke infecties kunnen oplopen. S. zucht. ‘Je wil niet weten wat ik heb meegemaakt door de jaren heen.’

Slagveld

Dat wil ik inderdaad niet weten. Toch vraag ik door. Daar heb ik enkele minuten later spijt van. S. vertelt verhalen over kerels die seks eisen van hun pas bevallen vrouwen. Zo eens in de zoveel tijd treft ze ‘een slagveld’ aan, als ze controleert of de boel down under goed heelt. Snuivend: ‘Nou, op die manier dus niet.’ En dan: ‘Ja, jongens, ik kom bij mensen thuis en zie mooie, maar ook verrotte relaties. Gelukkig zit het bij jullie wel snor.’

S. wil het nog over één ding hebben: voorbehoedsmiddelen. Veel mensen denken ten onrechte dat een vrouw die net is bevallen niet vruchtbaar is. Nou wél dus. ‘Dus hou hier rekening mee, als jullie er straks weer voor gaan. Tenzij jullie er direct nog één willen natuurlijk.’

Onze baby rekt zich uit, en hoe schattig dat ook is, het zweet breekt me uit bij de gedachte aan nóg zo’n hulpeloos wezentje. Ik pak mijn mobieltje, bel de dokter en bestel de pil.

Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.

Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?

Abonneer nu en profiteer!

Probeer direct

Laatste nieuws