Premium

De leeuw slaapt al tachtig jaar slecht

Het is een lange tocht van Mbube naar Black is King van Beyoncé, van de hete heuvels van Zoeloeland naar de glamour van Los Angeles. Toch is dat de route die de wereldberoemde Afrikaanse song heeft afgelegd nadat het in 1939 voor het eerst als 78-toerenplaat aan het vinyl werd toevertrouwd.
De leeuw slaapt al tachtig jaar slecht

Mbube heette het nummer oorspronkelijk, maar werkelijk bekend werd het als The Lion Sleeps Tonight, later onderdeel van de Disney-film en musical The Lion King. Inmiddels zijn er honderden variaties op Mbube verschenen, van Japans tot Deens, van zorgeloze doowop tot alternatieve rock. Zelfs de avant-gardistische geluidskunstenaar Brian Eno waagde zich aan een versie. Nederland ontbrak evenmin. Ilonka Biluska uit Maassluis beet in 1962 de spits af met De Leeuw Slaapt Vannacht. Later gaf André van Duin er met Een boutje en een moertje en een nippeltje zijn eigen draai aan.

Inmiddels is Beyoncé er dus ook mee aan de slag gegaan. Zij liet zich inspireren door het verhaal achter de componist van het liedje, Solomon Linda, een ongeletterde Zuid-Afrikaan die de auteursrechten ruim tachtig jaar geleden voor een appel en een ei weggaf, en wiens nabestaanden slechts een fractie van de miljoenen aan royalties hebben ontvangen. Het nummer is daarmee terechtgekomen in de overvolle arena van witte uitbuiting van zwarte creativiteit. ‘Ik herinner me een gesprek met haar over een zwarte man die een van de belangrijkste nummers uit die film had geschreven, en dat hij daar wel wat geld voor had gekregen, maar geen credit. En dat maakte haar erg kwaad,’ zei Beyoncé’s moeder Tina Knowles-Lawson in een gesprek met The Washington Post. ‘Ik herinner me die dag, ik liep de studio uit, en zij (Beyoncé) zei: “Ik ga een film maken en ik ga het echte verhaal vertellen over wat er gebeurd is.”’

Dat werd Black is King, waarin Beyoncé Afrikanen in ‘al hun vorstelijkheid en pracht’ wil tonen, ‘voordat kolonialisme en slavernij het verleden uitwisten’.
Dit alles gaat over Mbube en de mutaties Wimoweh en The Lion Sleeps Tonight, een Afrikaans-Amerikaans drama in vier bedrijven met open einde.

Geitensik en vettige slierten

Deel een is kundig samengevat in het lange artikel In the Jungle dat de Zuid-Afrikaanse onderzoeksjournalist Rian Malan in 2000 schreef voor het Amerikaanse muziektijdschrift Rolling Stone. Dat bracht de bal aan het rollen en Malans speurwerk zou dienen als basis voor de recente Netflix-documentaire Remastered: The Lion’s Share.

Het is goed om even stil te staan bij Rian Malan (1954), wiens stamboom teruggaat tot de Franse Hugenoten die eind 17de eeuw via Nederland naar Zuid-Afrika vluchtten. Hij is familie van premier D.F. Malan die in 1948 de apartheid bij wet introduceerde. In 1990 schreef Rian het briljante boek My Traitor’s Heart met als hoofdthema de witte haat, liefde en angst voor de zwarte landgenoten. In de loop der jaren onderscheidde hij zich als tegendraadse journalist, buitenstaander, liedjesschrijver en Afrikaner, inmiddels getooid met een geitensik en haar dat in vettige grijze slierten langs zijn nek valt. De documentaire geeft het idee dat zijn bemoeienissen met Mbube te maken hebben met die verknipte achtergrond, met de hoop om als bevoorrechte witte eindelijk iets terug te doen voor de uitgebuite, onderdrukte zwarte bevolking. We komen daar later op terug.

Malan stuitte op het liedje tijdens een braai, toen een bevriende muzikant hem over Mbube vertelde. Hij ging te rade bij Rob Allingham, de alleswetende archivaris van Gallo Records, dat het nummer in 1939 als plaat had uitgebracht. Allingham liet hem drie verschillende versies horen. De tweede, vertelde hij, was de voltreffer, een wiegend ritme van op elkaar inhakende stemmen en daarover heen een zoekende, aftastende sopraan. Ineens, tegen het einde, klinkt uit de keel van Solomon Linda die wereldberoemde melodie van vijftien noten – vooralsnog zonder woorden. Puik deuntje, vonden ze bij Gallo, goed geschikt voor de zwarte platenkopers die inmiddels een flinke afzetmarkt vormden. Ze stuurden Linda na de opnamen met een fooi van 10 shilling naar huis. Copyrights? Daar had hij geen notie van. Linda was een ongeletterde man uit de rurale binnenlanden, die zoals vele duizenden andere jonge zwarte mannen naar goudstad Johannesburg was gekomen om daar werk te zoeken. Dat combineerde hij met optredens van zijn Evening Birds, een a capella ensemble dat traditionele ritmes met de koorzang combineerde die de Amerikaanse Jubilee Singers eind 19de eeuw tijdens twee tournees door Zuid-Afrika hadden geïntroduceerd.

Die Jubilee Singers excelleerden in swingende spirituals, vol elementen van hoop, rechtvaardigheid en vrijheid. Talloze Zuid-Afrikaanse zanggroepen spiegelden zich aan de groep. Puik in het pak en met hippe hoeden zongen ze swingende songs die vooral populair werden onder de rurale migranten die emplooi hadden gevonden in de goudmijnen rond Johannesburg. In de primitieve mannenhostels waar de mijnwerkers waren ondergebracht vonden elk weekeinde wedstrijden plaats, waarbij verschillende zanggroepen elkaar fanatiek bestreden – een voorloper van rap battles. De hoofdprijs was een geit. Solomon Linda en zijn combo zongen vele geiten bij elkaar. Malan beschrijft hem als ‘de Elvis Presley van zijn tijd’, lang, slank en scherp gekleed.

Verschillende zanggroepen bestreden elkaar elk weekeinde fanatiek, een voorloper van rap battles. De hoofdprijs was een geit

Toen verscheen Eric Gallo op het toneel, een Italiaanse immigrant die in die snel aanwassende groep zwarte arbeiders een perfecte markt zag voor de platen die hij wilde opnemen in zijn in 1932 geopende Gallo Recording Studio in Johannesburg, de eerste van zijn soort op het continent. Daar zongen Solomon Linda & The Evening Stars dus in 1939 Mbube in de microfoon. Gallo had het goed gezien: het nummer werd met zo’n 100.000 verkochte exemplaren een stevige hit, waar zelfs een muziekgenre naar zou worden vernoemd. Op het label staat geen componist vermeld, slechts African Music Research Copyright.

Buit verdeeld

De song zou zoals zoveel andere nummers uit die tijd in de vergetelheid zijn verdwenen, ware het niet dat hij dankzij een speling van het lot begin jaren 50 aan de andere kant van de oceaan in handen kwam van de Amerikaanse muzieketnoloog Alan Lomax, die hem op zijn beurt liet horen aan zijn zingende landgenoot Pete Seeger, met de vraag: ‘Pete, kun jij hier wat mee?’ Seegers wangen gingen gloeien bij het horen van die eb en vloed van stemmen, dat wiegende ritme en daaroverheen die improviserende sopraan. Dat leende zich fantastisch voor zijn folkgroep The Weavers. Seeger trachtte de klanken te ontcijferen. Uyimbube (jij bent een leeuw) verstond hij als awimoweh en de songtitel werd daarom Wimoweh, wat lekker exotisch klonk. Live oogsten The Weavers veel succes met het liedje, waarop het fijn meedeinen was. Tijd om het op te nemen. Hier en daar, noteert Malan, vooral uit linkse hoek, klonken twijfels: ‘Kan een groep die geheel uit witte leden bestaat liedjes zingen die uit de zwarte cultuur komen?’ The Weavers hadden er geen probleem mee, en in 1951 verscheen het plaatje als 45-toerensingle op het Decca-label. Wederom staat er op het label geen componist vermeld, alleen een naam van degene die de arrangementen had verzorgd, ene Paul Campbell. Dat bleek een verzonnen naam, om problemen rond muziekrechten te vermijden. Seeger beschouwde het als een Afrikaanse traditional, en zoals gebruikelijk in de folkscene kon je die vrij van nieuwe arrangementen voorzien. In hun in songbook uit 1960 verduidelijkten The Weavers die werkwijze: ‘In dit boek vindt u delen die uitvergrotingen of fragmenten zijn van vergeten liedjes. (...) Soms behelst onze bijdrage niet meer dan een uniek arrangement, een toegevoegd couplet of een paar zinnen, of het is gewoon een herformulering van een verhaal of melodie zoals we die oorspronkelijk hoorden.’

De band The Evening Stars met uiterst links Solomon Linda, de componist van de oerversie van The Lion Sleeps Tonight, getiteld Mbube.

De Zoeloezangmagie werkte ook in Amerika, en Wimoweh deed het uitstekend op de diverse hitlijsten. Gallo zag hoe dom ze waren geweest om het als ‘traditional’ vrij te geven en liet Linda in 1952 in allerijl een contract ondertekenen waarin hij verklaart dat hij de componist van deze song is, zodat de royalties en auteursrechten alsnog naar Gallo zouden gaan. Linda’s handtekening op het document oogt krachtig en strak, veel te krachtig en strak voor een man die niet kon lezen of schrijven. Hoe dan ook, Gallo en Folkways, de Amerikaanse publisher, kwamen een verdeling van de buit overeen; Gallo zou de inkomsten uit Afrika opstrijken en Folkways die uit Amerika.

Het nummer bestond toen nog steeds uit een verzameling fonetische klanken. Maar dat veranderde toen een zanggroep uit New York het nummer in 1961 wilde opnemen, en songwriter George Weiss, onder meer verantwoordelijk voor Elvis Presleys Can’t Help Falling In Love, de opdracht kreeg om woorden te verzinnen bij die vijftien noten die Linda in 1939 had ingezongen. Weiss begreep dat het liedje over een leeuw ging en kwam op de proppen met: ‘In the jungle, the mighty jungle, the lion sleeps tonight.’ De songtitel werd meteen gewijzigd in The Lion Sleeps Tonight, en voor het eerst verschenen er namen van componisten op het label: die van Weiss, en die van de producers Hugo Peretti en Luigi Creatore, twee handige jongens die er een gewoonte van maakten om nummers in het publieke domein als hun intellectueel eigendom te laten registreren. De auteursrechten werden ondergebracht bij het Amerikaanse bedrijf Abilene.

Zowel The Weavers als The Tokens coverde de fameuze song.

275 dollar per kwartaal

Het was een gouden greep; The Tokens overtroffen moeiteloos het succes van The Weavers en verkochten wereldwijd een geschatte 6 miljoen singles. De coverversies waren bovendien niet aan te slepen. Weiss, Peretti, Creatore en Abilene werden slapend rijk. En zo ving het derde bedrijf aan: een serie juridische kwesties, die hun hoogtepunt bereikten toen Disney in 1994 de film The Lion King uitbracht, gevolgd door de gelijknamige musical, waarin The Lion Sleeps Tonight weerklinkt. Het verscheen daarna op ontelbare kinder-cd’s. Cijferaars hebben berekend dat The Lion Sleeps Tonight zo’n 5 miljoen keer op de radio te horen is geweest, en in minstens twee dozijn films en televisieseries is verwerkt. Volgens een voorzichtige schatting moet het lied in zijn diverse incarnaties zeker 16 miljoen dollar aan auteursrechten hebben opgebracht.

Het feit dat het nummer een Zuid-Afrikaanse oorsprong had en dat de uit duizenden herkenbare melodie was gecomponeerd door een Zoeloe-zanger genaamd Solomon Linda werd volledig genegeerd. The Lion Sleeps Tonight, zo scheen het, was een op-en-top Amerikaans product. Linda zelf zou daar niet over treuren, want hij was in 1962 met zo’n 100 euro op zijn bankrekening overleden, arm, maar dankzij zijn Evening Birds, die steeds maar prijzen bleven winnen, in bepaalde kringen wel legendarisch.

In Amerika gingen Folkways (Wimaweh) en Abilene (The Lion Sleeps Tonight) met elkaar in de clinch: wie bezat de auteursrechten van deze kip die eindeloos gouden eieren bleef leggen? En waar moesten de royalties heen? Linda’s naam kwam in die onderhandelingen niet voor. Dat de erven toch af en toe wat kregen toegeschoven was te danken aan de linkse Pete Seeger, die wroeging had over de ‘diefstal’ van Mbube dat de carrière van hem en The Weavers flink had geholpen. Het ging om een cheque van 1000 dollar en het verzoek aan Folkways om regelmatig wat royalties af te staan aan de Afrikaanse nabestaanden.

Malan beschrijft in Rolling Stone hoe het nummer record na record brak en maar bleef muteren in nieuwe versies, terwijl de dochters van Linda verkommerden in een miezerig huis in een grauwe township nabij Johannesburg. Ze spraken nauwelijks Engels, en net als hun vader hadden ze geen benul van muziekrechten en waren aangewezen op de hulp van een advocaat in Johannesburg die af en toe wat van het uit Amerika gestuurde geld op hun rekening stortte, zo’n 275 dollar per kwartaal, schat Malan. Hij groef verder, maar stuitte in Amerika op een cordon van advocaten, professionele songwriters, producers en publishers. Uiteindelijk, we tekenen 2000, gooit hij de pen in de ring en concludeert dat in de platenindustrie alles draait om uitbuiting en onrechtvaardigheid.

David en Goliath

Aan het vierde bedrijf komt helemaal geen muziek meer te pas. Dat speelt zich geheel af in de juridische wereld. Het verhaal wordt weer interessant als de briljante Zuid-Afrikaanse copyrightspecialist Owen Dean zich met de zaak gaat bemoeien. Hij neemt op verzoek van Gallo Records de gigantische papierstapel door, en concludeert dat de familie Linda inderdaad geen poot heeft om op te staan, want de rechten liggen bij Folkways en Abilene. Maar dan heeft hij zijn eureka-moment. Hij stuit hij op de British Copyright Act uit 1911, die voorschrijft dat de auteursrechten 25 jaar na de dood van de componist weer bij zijn erfgenamen komen. Die zogenaamde ‘Dickens-clausule’ (ooit bedoeld om de ervan van Dickens te helpen), zo ontdekt hij, geldt voor de Gemenebest, dus ook voor Zuid-Afrika.

Dat de erven toch af en toe wat kregen toegeschoven, was te danken aan de linkse Pete Seeger, die wroeging had over de diefstal van Mbube

Wat volgt is blufpoker van hoog niveau, met als uitkomst dat Disney voor het gerecht wordt gedaagd en het team van advocaat Dean een groot bedrag (tussen 1 en 2,5 miljoen dollar) eist voor uitstaande royalties in Zuid-Afrika. Deans troef is de beslaglegging op Disney-merknamen in Zuid-Afrika (Donald Duck, Mickey Mouse, noem maar op), totdat de uitspraak is gedaan. Hij laat dat volgen door een propaganda-offensief tegen de Amerikaanse multinational, maakt er een David en Goliath-verhaal van. Disney heeft geen trek in negatieve publiciteit in de trant van ‘kindervriend blijkt racistische uitbuiter’ en kiest eieren voor zijn geld. Er volgt een schikking. Het uitgekeerde bedrag blijft geheim, maar overtrof volgens Dean zijn stoutste verwachtingen. ‘Het was een voortreffelijk en gul aanbod,’ verklaarde hij. Disney voegde zelfs nog vijf jaar extra auteursrechten toe, zodat die pas in 2017 zouden komen te vervallen. Daarnaast werd er een trust opgezet die het geld voor de drie dochters van Linda (zijn vrouw en een vierde dochter waren overleden) zou bestieren. Eind goed al goed, zou je denken. Maar nee, de uitspraak vormt de basis voor een explosief scenario met een flinke smak geld, peperdure witte advocaten en nauwelijks opgeleide zwarte begunstigden die de voor hen opgezette trust voor geen cent vertrouwen. In de laatste scènes van de documentaire poogt Rian Malan de drie zussen uit te leggen hoe de zaken ervoor staan. Maar de vrouwen hebben geen trek in zijn verhaaltjes. Hun werden gouden bergen beloofd, maar die bergen bleken flauwe heuveltjes, en ze vermoeden dat de leden van de trust er met hun geld vandoor zijn gegaan. Of anders die advocaten wel. De documentaire sluit af met een stukje tekst waarin de makers zeggen dat ze bij de transacties van de trust geen onrechtmatigheden hebben kunnen vinden, en dat de drie dochters van Linda ieder 250.000 dollar hebben ontvangen.

De Netflix-documentaire The Lion’s Share lijkt vooral olie op het vuur te hebben gegooid. Rob Allingham, de archivaris van Gallo Records, heeft veel kritiek op de film. Te weinig aandacht voor hoe Mbube is ontstaan, zegt hij, ook al heeft hij de makers daar een volle dag over te woord gestaan.

Disney heeft geen trek in negatieve publiciteit in de trant van ‘kindervriend blijkt racistische uitbuiter’ en kiest eieren voor zijn geld

Evenmin werd genoeg licht geworpen op de samenzwering van New Yorkse insiders uit de muziekindustrie, die probeerden te verhinderen dat Linda’s compositie erkend werd als de basis voor The Lion Sleeps Tonight. Om nog maar te zwijgen van die hypocriete George Weiss, de man die dat handjevol Engelse regels verzon, en die daar jarenlang helemaal niks over kwijt wilde, en die het verdomde om de rechten te delen met die arme Zuid-Afrikaan. ‘Weiss, die nota bene aan het hoofd stond van een gilde dat de rechten van componisten moest beschermen,’ foetert Allingham.

Onderkruipers

Ook Rian Malan is weinig gelukkig met The Lion’s Share. Via e-mail slaakt hij een virtuele ‘smartekreet’ over de manier waarop hij is geportretteerd. ‘God heeft me voor mijn vele zonden gestraft door een regisseur (Sam Cullman, red.) op me af te sturen, die enorm woke was op een manier die ik op mijn oude dag niet meer kon verdragen.’

Oké, mailt hij een alinea verder, het was geen onaardige kerel, maar zijn morele intensiteit was ‘wat verontrustend’. ‘Sam stond erop om mij als woke Dutchman (Afrikaner) te portretteren die zich uit een diepgeworteld schuldgevoel over kolonialisme, neo-kolonialisme, kapitalisme, de Wereldbank en apartheid in het Mbube-strijdgewoel had gestort. Ik probeerde hem ervan te overtuigen dat ik ook maar een gewone rugbyfan ben. Maar daar wilde hij niks van weten, dus ik zat zo’n vijf uur voor de camera, eindeloos dezelfde vraag te beantwoorden. Uiteindelijk, uitgeput en snakkend naar een shaggie, zei ik iets in de geest van: “Oké, Sam, ik geef je wat je wilt, ik heb me op deze kwestie gestort om boete te doen voor mijn raciale en koloniale zonden.”’

De Zuid-Afrikaanse onderzoeksjournalist Rian Malan in 1991

Waar het volgens Malan op neerkomt, is dat hij gewoon zijn journalistieke instinct volgde en dacht fuck, daar zit een goed verhaal in. ‘Was ook zo! Maar tijdens mijn onderzoek liep ik steeds op tegen rijke Amerikanen, die duidelijk vonden dat er geen reden was om Afrikanen serieus te nemen. Wij zijn onderkruipers, doen er niet toe. Linda werd nooit betaald voor zijn compositie, en ik stond als sukkel in de regen voor hun kantoor te wachten, tevergeefs aanbellend. Toen dacht ik, daar komen ze niet mee weg, dergelijk machtsmisbruik en die ongekende arrogantie. Iemand moet wat doen.’

Zijn doel was aanvankelijk simpel: ‘Noem die Zoeloe in de credit, for fuck’s sake. En geef zijn dochters ook een flink stuk van de cake, er is zoveel mee verdiend.’

Maar het ging veel verder dan dat. Een schijnbaar eenvoudig muziekverhaal over de uitbuiting van een ongeletterde zwarte Afrikaan door arrogante witte Amerikanen veranderde in een juridisch steekspel dat nu al zo’n twintig jaar duurt. En in plaats van een feestelijk eindpunt kwam er een giftige staart, met onenigheid tussen alle partijen. Het was moeilijk aan de dochters uit te leggen dat je al een fortuin kwijt bent om een topadvocaat als Owen Dean alleen maar het dossier te laten doornemen. ‘Het werd heel snel heel naar. Deel van het probleem was dat witte advocaten voor de familie gingen beslissen, en dat maakte ze wantrouwend. Ze wilden hun eigen toekomst bepalen en het geld naar eigen believen uitgeven,’ zegt Malan. Uiteindelijk hield hij het voor gezien. Met de nieuwe Lion-films en -soundtrack ontstonden er nieuwe problemen, en regisseur Cullman vertelde de zussen dat hij een betere Amerikaanse advocaat zou regelen dan de Zuid-Afrikaan Dean, die door Malan werd aangeraden. ‘Ik heb de familie toen gezegd dat ik genoeg had van al die bullshit. Hier is mijn nummer, zei ik, bel me maar als je me nodig hebt. Dat was negen maanden geleden. Ik heb niks meer van ze gehoord,’ aldus Malan.

Maar de muziek leeft voort, eindeloos. En Allingham is erg trots dat de door hem geredde versie van Mbube nu bij Beyoncé-concerten weerklinkt. ‘Mijn dochter in Brooklyn heeft me een clip van de livestream gestuurd waarin de originele opname van Linda klinkt. Die is afkomstig van de originele 78-toerenplaat die ik heb bewaard.’ Hoe weet hij dat zo zeker? Omdat, zegt hij, hij de plaat in 1994 naar een Amerikaanse geluidstechnicus stuurde voor een ‘remastering,’ een soort opschonen. ‘De tape die ik kreeg teruggestuurd, was iets uitgerekt, wat je kunt horen in een heel klein, maar herkenbaar piepje in het intro. En dat is de versie die nu overal circuleert. Zoals ik mijn dochter whatsappte: Queen Bey owes me big time!’

Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.

Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?

Abonneer nu en profiteer!

Probeer direct

Laatste nieuws