Premium

‘Ik stond aan de poorten van de hel’

Als veertiger zong hij al over eenzaamheid op een rustige ouwe dag, maar nu deze eenmaal is aangebroken, is de Vlaamse komiek allesbehalve alleen. Z’n geheugen bestempelt hij zelfs als een bankje met daarop zes oudjes, waar telkens iemand vanaf valt.
Urbanus

Urbanus over de grenzen van humor, gênante misstappen, misbruik in Azië en een aftakelend seksleven. ‘Ik ga echt geen speciale pilletjes slikken. Wat niet vanzelf komt, mag wegblijven.’

Ik las ergens dat u helemaal klaar bent met het geven van interviews. Waarom altijd maar de man achter de artiest willen portretteren, vraagt u zich af.

‘Omdat interviews altijd beginnen met m’n nieuwe plaat of show, maar ik voor ik het weet tot over mijn oren in een politiek gesprek zit. Als ik niet voldoende antwoord op vragen, zet men me dan ook nog eens weg als links. Ooit deed ik wel een poging en verklaarde ik tijdens opnames van De Slimste Mens fan te zijn geworden van Bart De Wever (partijvoorzitter Nieuw-Vlaamse Alliantie en burgemeester van Antwerpen, red.). Die man is een grote humorist, maar sinds hij politiek wat voorstelt dien je hem plotseling de rug te moeten toekeren. Nu doen mensen het ineens in hun broek om hem nog een hand te geven, maar ik ben loyaal genoeg om dat nog gewoon te doen. Wel heb ik besloten me niet meer zo vaak over politiek uit te laten. Carrièrematig is het überhaupt verstandiger om tegen zo min mogelijk schenen te schoppen. De kans op veel volk in de zaal is dan groter. Misschien laat ik me er in de toekomst nog eens over uit. Ik ben al een paar jaar bezig met een boek over mijn eigen leven.’

Laten we het over uw vak hebben. Hoe gaat u om met de coronacrisis?

‘Ik mag van geluk spreken dat ik het grootste deel van mijn voorstelling Trecto Pnix al gespeeld had voordat alles in lockdown ging. Ik doe meestal drie jaar met een show, waarvan een jaar in Vlaanderen en twee in Nederland. Jullie hosselen niet op een halve zak grond, maar hebben een heel land tot jullie beschikking met daarin ook nog eens meer theaters. In Holland tourde ik onder de naam Lij Kner Ge Sop, wat je net als de Vlaamse variant fonetisch moet lezen om het te snappen. In totaal staan er nog zo’n dertien shows open die we continu doorschuiven. Spelen in zalen voor maximaal vijftig man publiek, inclusief theaterpersoneel, is geen optie. Dan kan ik net zo goed in een telefooncelletje gaan staan optreden. Hopelijk is de routine in het spelen er straks niet zodanig uit dat er van spontaan overkomen op het toneel geen sprake meer is.’

De islam is bijna heilig, terwijl het christendom compleet weerloos is geworden door iedereen die ertegen schopt en pist

Uw laatste voorstelling bevatte absurde verhalen, grove leugens en gênante situaties. Heeft u daar zelf weleens mee te maken gehad?

Humoristen kunnen het tegenovergestelde van de waarheid vertellen, zonder daarbij te hoeven liegen. Je geeft de mensen een paar feiten en dan trekken ze vanzelf hun conclusie. Alleen dan kom je, vlak aan het einde, nog met een laatste feitje waaruit blijkt dat ze zich compleet misrekend hebben. Of je laat het weg, dat is aan de nieuwsbrenger in kwestie. Een voorbeeld hoe je mensen kunt laten denken wat je wilt, zonder het te moeten uitspreken, is het verhaal van een Vlaamse tv-persoonlijkheid die eens een ernstig auto-ongeluk kreeg. Ten gevolge daarvan belandde hij voor de rest van zijn leven in een rolstoel, maar daar kon hij zich niet bij neerleggen. Samen met zijn vrouw reisde hij af naar Lourdes om de processie te lopen, wijwater te drinken, een kaarsje te branden en zich te laten genezen. Niet lang daarna keerde hij inderdaad zonder rolstoel weer huiswaarts. Een fantastisch verhaal, maar dan komt het laatste ontbrekende stukje: er wordt daar in Lourdes heel veel gestolen, tegenwoordig. Veel van mijn grappen zitten ook zo in elkaar. Ik zet mensen graag op het verkeerde been en dan het liefst op een vrij directe manier.’

Kunt u zich na veertig jaar als komiek nog steeds generen?

‘Ik krijg natuurlijk liever goede dan slechte kritieken, maar als je een grote aanhang hebt en je zoveel volle zalen trekt dat je het fysiek niet aankunt en je moet gaan schrappen, dan zal het je toch worst wezen dat er soms wat mensen wegvallen? Jaren geleden heb ik de rollen juist eens omgedraaid en een bekende presentatrice uit Nederland rode wangen bezorgd. Dat was in de tijd dat ik voor de VTM en de VARA een soort Monty Python-achtig programma maakte en ik daar in de talkshow van Sonja Barend over mocht komen vertellen. De redactrice van dienst belde me vooraf op om te zeggen hoezeer ze over de grond hadden liggen rollen van het lachen, maar eenmaal aan tafel was Sonja’s eerste opmerking: “Het is niet goed, hè? Niemand kan het waarderen.” Ze schopte in één klap de poten onder mijn lijf vandaan en dat bracht mij van m’n stuk. Een half jaar later vroeg ze me opnieuw langs te komen en besloot ik, uit wraak, het etterbakje uit te hangen. “Welke boeken leest u zoal?” vroeg Sonja dit keer. “Mijn fiets heeft een snelbinder die nodig aan vervanging toe is,” antwoordde ik. Sonja nogmaals: “Wat is dat voor antwoord? Ik vraag u welke boeken u leest.” Ik daarop: “Thuis heb ik elf kippen rondlopen, maar geen van allen leggen ze eieren.” Ik verpestte moedwillig dat hele interview en Sonja draaide zich met een rode kop van me af. De kijkcijfers gingen door het dak.’

Staat u zelf nooit met het schaamrood op de kaken?

‘Niet vaak, nee. Als in een vol restaurant mijn broek afzakt, dan nog zou ik spelen dat zoiets opzettelijk gebeurt ook. Als ik diep graaf, kan ik me wel een situatie voor de geest halen waarin ik met mijn mond vol tanden stond. Ik was eens op tournee in Vlaanderen met mijn vrienden van cabaretgroep De Nieuwe Snaar. Na een voorstelling dronken we nog wat in een spaghettirestaurant, waar we vanaf ons tafeltje in de hoek een dronken man liederen zagen zingen. “Dat is hier op aarde, de hemel voorbij. Ik heb al zes jaar een uitkering en zes jaar geen werk,” schreeuwde hij. Toen hij me in de smiezen kreeg, hield ik mijn armen gestrekt naar voren met mijn handen in een hoek van 90 graden naar buiten gedraaid. In België is dat het symbool van twee krokodillenpoten en dat staat weer voor iemand die te lui is om te werken. Ik en mijn vrienden lachten hem dus een beetje uit. Daarop haalde de dronken man zijn eigen handen tevoorschijn en was duidelijk te zien dat deze misvormd waren. Jammerlijk in een machine terechtgekomen tijdens een bedrijfsongeval. Ik wist van schaamte niet meer wat ik moest zeggen en was plotseling zelf het mikpunt van spot geworden. Die man was helemaal niet te lui om te werken. Het ging simpelweg niet meer.’

U schopt al een leven lang tegen heilige huisjes aan. Wat is het effect daarvan?

‘Vroeger beperkte zich dat tot lezersbrieven in de krant van mensen die zich, terecht, mogen uitspreken wanneer ze zich gekwetst voelen. Soms pas ik daarna een grap aan, maar mijn publiek moet zich wel altijd blijven beseffen dat ik in feite toneel sta te spelen met een mix van waargebeurde en verzonnen verhalen. Of dat dan je smaak is, is aan jou. Niet de hele wereld hoeft mij fantastisch te vinden. Bob Dylan heeft ook zowel fans als mensen die hem een verschrikkelijke zaag vinden. Scheld me af en toe maar eens flink uit, dat houdt me met beide benen op de grond en voorkomt dat ik ga zweven. Mijn lied Madammen met een Bontjas, een poging dat statussymbool te bekladden, leverde bijvoorbeeld zowel een samenwerking met Marianne Thieme van de Partij voor de Dieren op als boze brieven van kledingwinkels. Waarom ik dan niet ook meteen vrouwen met een hoofddoek aanpakte, was hun relaas. Heel simpel, omdat ik de miserie die je daarvan krijgt niet over m’n hoofd wil uitstrooien.’

Humor is een gevaarlijk goed geworden?

‘Ik ben er mede verantwoordelijk voor dat het Nieuwe Testament langzaamaan wordt afgebrokkeld, maar de meeste collega’s durven daar niets meer over te zeggen. Ik vrees dat ik daar inmiddels wel in mee moet gaan. Waarom mag je om de ene godsdienst nog wel lachen en om de andere niet? De islam is bijna heilig, terwijl het christendom compleet weerloos is geworden door iedereen die ertegen schopt en pist. Lachen met de kerk laat ik daarom vandaag de dag achterwege. Ik wil er niet op straat om worden aangevlogen. Zelfs van iemand als Hans Teeuwen heb ik de indruk dat hij zich wat meer inhoudt. Godsdiensten zijn delicater geworden, helemaal na de moord op Theo van Gogh.’

Maakt uw brede publiek – van kinderen tot volwassenen en bejaarden – het ook lastig steeds weer een nieuw programma samen te stellen?

‘Dat is altijd al mijn probleem geweest. Grapjes voor kinderen vinden volwassenen al snel te flauw en omgekeerd begrijpt de jeugd er niets van als ik me meer op hun vader en moeders richt. Dat mijn shows al generaties lang meegaan en op de meest vreemde manieren weer bij me terugkomen, vind ik echter wel een leerrijk fenomeen. Studenten van toen zijn advocaten en rechters van nu, waar ik dan zomaar ineens thuis mag komen voor een kijkje in de keuken. Zij hebben nu zelf kinderen die op hun beurt dezelfde shows zien waar vroeger hun ouders van genoten. Laatst stond er een jongetje voor mijn deur met een oude lp en de vraag of ik deze wilde signeren. Toen ik hem opende, zag ik dat ik ’m in 1986 al eens had getekend voor zijn moeder. Het is leuk om zo lang mee te mogen gaan en verschillende generaties te raken.’

André van Duin heeft de malle hoedjes als zeventiger vaarwel gezegd. Vindt u dat prijzenswaardig of een belediging voor de oudere komiek?

‘Ik apprecieer dat wel. Je moet op een gegeven moment oppassen dat je geen parodie wordt van jezelf. In België zijn ze nu bijvoorbeeld bezig om een musical te maken van de Urbanus-stripverhalen en 22 van mijn liedjes, maar ik ga die rol absoluut niet zelf spelen. Laat dat een jongere artiest maar doen. Stoppen als cabaretier doe ik dan weer niet en ook André had, met zijn mimiek, net zo goed nog even door kunnen gaan. Krijgt hij morgen een beroerte en zijn mond staat helemaal scheefgetrokken, dan is er nog niets aan de hand. Niemand zal het merken, haha. “Nou dan stop ik wel hoor, idioot,” lachte hij in onvervalst Rotterdams toen ik hem dat tien jaar geleden al eens vertelde. André en ik delen hetzelfde genre en zijn beide weleens jaloers geweest op collega Rowan Atkinson, die als Mr. Bean de hele wereld veroverde. Daarvoor was ons excuus altijd dat we ons met de Nederlandse taal moesten beperken tot dit kleine grondgebied, maar hij liet zien dat je ook zonder spraak wereldwijd succes kunt boeken.’

U bent bijna een kwart eeuw ouder dan uw vader (47) ooit geworden is. Hoe kijkt u naar de dood?

‘Een mens is zodanig gebouwd dat je het verlies van een dierbare mentaal en fysiek uiteindelijk wel overleefd. Temeer omdat herinneringen je troost kunnen bieden. Mijn moeder is ondertussen ook gestorven. Zij was 94 en dementerend. In een liedje daarover zing ik: “Iedereen is langer dood dan hij ooit heeft geleefd.” En zo is het. Mijn vader is al langer weg dan dat ik hem ooit levend heb gekend. In de opvoeding naar mijn eigen kinderen heb ik verschillende dingen van hem overgenomen, maar ik zie mezelf niet als overdreven streng. Daar was ik als rondreizende artiest überhaupt te weinig voor thuis om dat te kunnen zijn. Om zijn overlijden een plekje te geven ben ik op mijn 21ste gaan reizen door Pakistan, Afghanistan, Tibet en Kathmandu in Nepal. Daar deed ik dingen die ik in België nooit zou doen en ook nooit meer gedaan heb, zoals marihuana op een banaan plakken en deze opeten. Ik rookte niet, dus dit was het alternatief. Het duurde daardoor iets langer voordat het inwerkte en ook langer voordat ik weer nuchter was. Later is mij in theaters nog weleens een jointje aangeboden, maar dat heb ik altijd geweigerd. Ik word al stoned van een appel, kan niet meer dan vier biertjes drinken en heb mezelf graag onder controle.’

U bent tijdens die reis de meest vreselijke dingen tegengekomen.

‘Ik reisde rond met een Amerikaan en een Vietnamees met wie ik op een overbevolkt treinstation van Mumbai belandde. Duizenden mensen schuilden er voor de gutsende regen en de ratten liepen er zo tussen je benen door. We werden aangesproken door een Indiër die wel een hotel voor ons wist te vinden. Het was “just around the corner”, maar na die corner volgde er nog een en nog een, tot we ruim een kilometer verder bij een klein krot aankwamen waar een stuk of zeven meisjes van een jaar of elf halfnaakt voor ons klaarstonden. “You choose, very cheap,” klonk het. Dat is toch verschrikkelijk? Dat zoiets je gewoon wordt aangeboden?’

Bleef het daarbij?

‘Ook in Old Delhi stond ik oog in oog met kindermisbruik. Elke ochtend haalde ik daar een trosje bananen op de markt van de 130 dollar die ik nog over had om te overleven. Al het andere geld had ik aan bedelende kinderen op straat gegeven of ik was ervan beroofd. Op een gegeven moment ben ik daar noodgedwongen mee gestopt. Als je van je hart geen steen maakt, beland je uiteindelijk in dezelfde situatie. Geen geld meer naar locals dus, maar bij het bananenkraampje ging ik toch weer overstag. Naast mij stond een man met een klein kind in z’n armen, dat wild om zich heen stampte en het schuim om de mond had. “Please, give me a few rupee to buy him some milk,” smeekte de man. Ik besloot daarop mijn trosje bananen van die dag maar over te slaan, maar kreeg al snel spijt. Enkele minuten later zag ik die man het kind weer terug op de stoep leggen en kocht hij drugs voor zichzelf. Een hoteleigenaar vertelde me later dat ik was opgelicht. Bedelaars pakken daar dagelijks stervende kinderen van straat en breken dan een armpje of beentje om het te laten huilen. Staan ze voor een westerling, in hun ogen wandelende pinautomaten, dan draaien ze de breuk ongezien nog wat harder aan. Door het ware verhaal te kennen, stond ik aan de poorten van de hel. Dat zoiets bestaat! In de Himalaya houden ze er een ander systeem op na. Daar neem je als toerist een stuk of drie straatkinderen onder je hoede voor wie je ook een bordje rijst met groente koopt als je zelf gaat eten. Vertrek je weer, dan zorg je ervoor dat een andere toerist deze taak van je overneemt. Een nobele gedachte, al maakt dat die kids volgens locals ook kwetsbaarder. Door die continue zorg zijn ze niet meer gehard tegen het koude klimaat en sterven ze binnen mum van tijd als er eventjes geen toeristen zijn.’

We hebben het over vijftig jaar geleden. Inmiddels bent u 71 en een halve eeuw artiest.

‘Ik heb altijd heel makkelijk van de ene op de andere identiteit kunnen overspringen. Bevind ik mij in de publieke ruimte dan ben ik het mannetje Urbanus die overal mee wegkomt, zit ik thuis dan kan ik toch ook wel de serieuze vader Urbain zijn die soms wat kan zeuren. Een man die goed nadenkt over wat hij wel en vooral niet moet doen. Als je populariteit groeit, dan nemen ook de figuren die je voor zijn of haar karretje willen spannen toe. Voor je het weet, ben je ambassadeur van iets, dus ik ben voorzichtiger geworden met ja zeggen tegen dingen.’

Nederlanders moeten altijd erg lachen om onze anale driehoek van dor­pen. Vlak onder Antwerpen heb je het plaatsje Kontich, met daarnaast Aartselaar en Reet

Hoe staat u er qua gezondheid voor op deze leeftijd?

‘Mijn geheugen is een bankje geworden met daarop een stuk of zes oudjes. Telkens als er een nieuw oudje aanschuift, valt er aan de andere kant een af. Ouder worden is een natuurlijk proces dat je moet accepteren. Mijn seksleven wordt bijvoorbeeld ook alsmaar zachter en zachter en het kan me ook steeds minder en minder schelen. Ik ga echt geen speciale pilletjes slikken of elke dag met mijn testosteron aan de slag. Wat niet vanzelf komt, mag wegblijven.’

Seksgrappen waren juist jarenlang uw stokpaardje.

‘Wat aanslaat, ligt eraan in welk land ik sta. Nederlanders moeten bijvoorbeeld altijd erg lachen om onze anale driehoek van dorpen. Vlak onder Antwerpen heb je het plaatsje Kontich, met daarnaast Aartselaar en Reet. Wat zuidelijker ligt Beffe en een plaatselijk biertje noemen we een contje. Wij gebruiken uit Nederland dan weer het gezegde: eerst gaan we naar Amsterdam, dan naar Rotterdam en ten slotte kom ik in U-terecht. Deze grappen zijn al zo oud als de vooroordelen dat Belgen dom zijn en Nederlanders gierig. Ik heb dat echter nooit zo ondervonden en zie het ook niet als belediging. Eerder als folklore. Toen in 2004 Indonesië werd overspoeld door een tsunami, bleken jullie Hollanders tien keer zoveel te hebben gedoneerd dan wij Belgen. Hoezo gierig, nu waren jullie juist dom, haha. Niets mis mee om te helpen waar nodig, natuurlijk, maar wel leuk om daardoor het grapje eens te kunnen omdraaien.’

NIEUWE REVU ONTMOET URBANUS

Waar? In twee verschillende landen. Revu belt op vanuit Nederland, Urbanus neemt op in België.

Wanneer? Op het moment dat België net door Nederland op ‘corona-oranje’ is gezet, onze zuiderburen doen een dag later hetzelfde met ons.

Verder nog wat? Urbanus is goedgemutst. Hij staat namelijk aan de vooravond van zijn 25-jarig huwelijksjubileum met Nadine Mignon. Daarvoor laat hij opnieuw trouwfoto’s maken in dezelfde kleding als een kwart eeuw geleden.

Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.

Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?

Abonneer nu en profiteer!

Probeer direct

Laatste nieuws