Verbale groepsverkrachting

Beste raadslid Juliëtte Rot uit Zaandam, En daar stond u dan, in huiselijke sfeer, een paar dagen na die nu al legend...

Beste raadslid Juliëtte Rot uit Zaandam,

En daar stond u dan, in huiselijke sfeer, een paar dagen na die nu al legendarische uitzending van Pauw waarin u het opnam tegen straattuig dat met een zonnebril op in een televisiestudio een buurthuis opeiste.

En nu kwamen ze tijdens een interview van u met RTV Rijnmond voorrijden in hun Audi Q7 om u te intimideren, hun middelvinger op te steken, u toe te schreeuwen dat u ‘geen mens’ bent en u na te roepen dat ze weten waar u woont. Het riep veel bij me op.

Mijn eerste tien gedachten op een rij:

  • Lafaards herken je vaak snel: ze komen altijd in groepen. Een of twee voeren het woord, de anderen zwijgen. Dit valt niet te verwarren met een verschil in leiders en meelopers: bij lafaards is iedereen een meeloper, ook de leider.
  • Mensen met lef herken je vaak al even snel: ze komen vaak alleen.
  • Een groep mannen die één vrouw intimideert: dan moet je altijd voor de vrouw zijn. Ongeacht het onderwerp. Van ‘Daar moet een piemel in’ tot ‘Je bent geen mens’ en alles ertussen in: zo gauw mannen de verbale groepsverkrachting inzetten, zijn de kaarten geschud.
  • Nationale afspraak vanaf nu: met een zonnebril op in een televisiestudio zitten mag, maar pas nadat je veertig jaar in de Golden Earring hebt gezongen.
  • Het is de tragiek van de hulpverlening dat daders zichzelf slachtoffers wanen en daarvoor de taal van de hulpverlening hebben overgenomen. Mensen van hun fiets schoppen en zeggen dat je nou eenmaal een buurthuis mist: dat is de verkrachter die zelf voor de rechtbank over zijn slechte moeder begint.
  • Wie in zo’n geval zegt dat de dader ‘op zich’ gelijk heeft, ‘even los van’ zijn daden, vergeet dat er maar één ding net zo belangrijk is als wát er wordt gezegd: wíe het zegt.
  • Wie in een Audi Q7 met tractorvelgen rondrijdt, had voor dat geld ook zelf een buurthuis kunnen bouwen.
  • Wie dreigt met geweld of intimideert, is geen gesprekspartner meer, waar het ook over gaat. Meepraten is een kwestie van democratie, en wie intimideert, is geen democraat. Punt, over en uit.
  • Ik ben blij dat ik een premier heb die tuig van de richel ‘tuig van de richel’ noemt. Het CDA protesteerde: die taal zou niet premierabel zijn. Goed om te weten dat premier Buma zou spreken over straatschavuiten en randgroeprekels.
  • Waar is ooit het idee ontstaan dat het hard aanpakken van straattuig ‘rechts’ zou zijn? Links kwam toch op voor zwakkeren? Volgens mij rijden de zwakkeren hier niet middelvingerend rond in een SUV, maar zijn het de ouderen, vrouwen en kinderen die de supermarkt niet meer in durven vanwege deze gasten.

Ik las een tweet van de D66-wethouder in uw gemeente. Die vond dat de roep van de VVD om het aanpakken van deze straatterreur een poging was om stemmen van de PVV te winnen.

 

Lees hier meer columns van Leon Verdonschot

Bij D66’ers vraag ik me soms af of ze weleens buiten komen. Tussen gewone mensen met hun dagelijkse sores. Of ze werkelijk begrijpen wat het met het rechtvaardigheidsgevoel van mensen doet die er gewoon wél elke dag het beste van proberen te maken wanneer ze zien dat pure kwaadwilligheid onbestraft blijft. Wat het doet met hun vertrouwen in die democratische rechtstaat waar D66’ers het altijd over hebben.

En dan maar verbijsterd zijn wanneer die mensen naar de PVV lopen. Terwijl het helder is: bij iedere meter die deze Audi vol bedreigers en intimideerders ongestoord door uw stad kan rijden, is de rechtsstaat een meter verder van huis. Moedige mensen als u zijn de Hans Brinker van onze rechtsstraat.

Leon Verdonschot