De beste middeleeuwse krijger van Tilburg

Voor sommige winnaars worden er boottochten door de Amsterdamse grachten georganiseerd, voor anderen blijft het bij een broodje kroket in de kantine, of bij een medaille aan de schoorsteenmantel. Nieuwe Revu gaat op bezoek bij de vele bijna onzichtbare winnaars die Nederland rijk is.
Merlyn Janssen

De avond begint te vallen als ik op weg ga naar Merlyn Janssen, de beste middeleeuwse krijgskunstbeoefenaar van Tilburg. Terwijl ik de stad uit rijd, Merlyn woont in een van de rustige buitenwijken, denk ik aan de zwaardvechters die ik ken: Aragorn, Ned Stark en, in zekere zin natuurlijk, Obi Wan Kenobi. Ik vraag me af wat de filmvechterij te maken heeft met hoe het er in de middeleeuwen écht aan toeging. Ik ben benieuwd wat voor man ik aan ga treffen: is Merlyn twee vierkante meter en heeft hij een zwaard op zijn rug hangen dat amper door de deur past? Er is weinig bekend over middeleeuws zwaardvechten, het is geen gewone sport zoals badminton, schaken of basketbal. Ik heb met Merlyn afgesproken bij hem thuis om 20.00 uur, dan kon hij eerst de kinderen nog even op bed leggen.

Fantasy-achtige baard

Als ik om 20.00 uur exact bij hem voor de deur sta, doet Merlyn meteen open. Enthousiast begroet hij me en neemt me mee naar de eettafel, waar we gaan zitten. Merlyn is groot, gespierd en heeft een soort fantasy-achtige baard, maar verder is er weinig middeleeuws aan hem te zien. We praten over Koningsdag en voetbal terwijl hij koffiezet. ‘Zo,’ kruipt Merlyn meteen op de stoel van de interviewer, nadat hij koffie heeft ingeschonken en ook aan tafel komt zitten. ‘Wat is eigenlijk je idee bij middeleeuws zwaardvechten?’

Geen idee. Het lijkt me fysiek best wel zwaar, eigenlijk. Ik bedoel: zo’n gevecht, zo’n veldslag, hoelang duurt dat? Uren? En dan zo’n enorm zwaard? Ik denk dat het best wel zwaar is.

‘Ja, precies. Dat denkt dus iedereen. Ook als we op evenementen staan, vragen mensen altijd als eerste of het niet heel erg zwaar is. Terwijl: het woord zwaard heeft helemaal niets met het woord zwaar te maken. Wacht. Even kijken, hoor.’

Merlyn staat op, rommelt wat in een grote sporttas en tovert een enorm zwaard tevoorschijn dat hij overdwars op tafel legt. Samen bekijken we het ding. ‘Dit is dus een replica uit die tijd.’

En hier vecht jij mee?

‘Nee, dit is echt een replica. Maar het idee van die zwaarden is hetzelfde: in principe moeten ze licht genoeg zijn om met één hand te kunnen gebruiken, maar ook groot genoeg om ze met twee handen vast te pakken, voor de extra controle, zeg maar.’

Het zwaarste zwaard dat ik ooit heb vastgehad woog 1,7 kilo. Eigenlijk is een zwaard zo licht als een pak melk

Merlyn pakt het zwaard vast en laat een paar handgrepen zien. Dan geeft hij het ding aan mij. Een beetje onhandig sta ik met het wapen in mijn hand en probeer het zo nonchalant mogelijk vast te houden. Mijn innerlijke 11-jarige plast bijna in zijn broek van het enthousiasme. Merlyn, geschiedenisdocent van beroep, ziet me kijken en begint meteen weer verder uit te leggen. ‘Ja, er zijn dus heel veel misverstanden over die dingen. Het wordt een slagzwaard genoemd, omdat je daar dan lomp mee op andere ridders in zou kunnen slaan, maar daar gáát dat woord helemaal niet om. “Slag” slaat op strijd, of oorlog. Een slagschip vaart ook niet naar andere schepen toe om ze een mep te verkopen. Een slagzwaard is een oorlogszwaard. Bovendien: 60 procent van de technieken die je gebruikt zijn steken, geen slagen. Maar goed, dit zijn dan die dingen die je in films ziet en waarmee gevochten wordt alsof ze zes, zeven kilo wegen. Maar pas op: de zwaarste die ik ooit in een museum heb vastgehad woog 1,7 kilo. Eigenlijk is een zwaard zo licht als een pak melk.’

Maar goed, even ter verdediging van de Aragorns van deze wereld: als je een veldslag van een uur of zes hebt, dan wordt het natuurlijk loeizwaar.

‘Weer zo iets: ik denk dat er geen enkele veldslag is waar mensen daadwerkelijk zes uur aan het vechten zijn. Het is ook een tactisch gebeuren. Boogschutters, terugtrekken, aanvallen, pauzeren, alles. Ik denk dat zelfs de beste MMA-vechter met zijn blote handen – dus zonder wapens – het nog niet eens zes uur volhoudt. Het is gewoon een raar beeld dat mensen hebben, dat mensen urenlang non-stop vechten, terwijl: als je even logisch nadenkt, snap je dat dat nergens op slaat.’

Merlyn Janssen (1978) is de beste krijger van Tilburg.

Aanmodderen

Maar even voor de goede orde, jij dacht dus op een gegeven moment: weet je wat ik doe? Ik ga op middeleeuws zwaardvechten. Hoe kóm je op dat punt?

Merlyn vertelt over hoe hij een jaar of twintig geleden in zijn studententijd veel interesse had in martial arts, in zwaardvechten. ‘Ik ben een beetje rond gaan kijken, maar dan kom je er dus achter dat er voor middeleeuws zwaardvechten eigenlijk helemaal niks is, buiten modern schermen. Internet bestond net, dus daar konden we ook nog niet echt terecht. Kwamen we uiteindelijk uit bij een re-enactmentvereniging. Maar ja: daar was de eerste prioriteit dat je kloppende kleding moest hebben, een achtergrondverhaal, en helemaal moest investeren in je personage, om dan één keer per maand ergens op een veldje in België wat te kunnen aanmodderen met mensen die er blijkbaar net zo weinig van weten als wij.

Merlyn vertelt verder over hoe hij daarna maar begonnen is met aikido en kendo, over hoe hij bij toeval bij een replica-zwaard van Braveheart terechtkwam, en in diezelfde winkel een bericht zag hangen van iemand die graag wilde leren zwaardvechten. ‘Uiteindelijk waren we met zijn vijven. Toen zijn we een keer op bezoek gegaan bij The European Historical Combat Guild. Een club die elk jaar bijeenkwam in Leeds. Historici, re-enactors, allerlei mensen die geïnteresseerd waren. Wat bleek: overal in musea zijn boeken te koop waarin de historische krijgskunst uitgelegd wordt. Boeken van weleer, van de mensen uit die tijd.’

En dat was het? Toen zijn jullie met die boeken onder je arm het in een gymzaaltje gaan uitproberen? Een soort middeleeuwse Youtube-tutorial?

‘Ja, eigenlijk wel, ja. En dat is dus inmiddels dusdanig gegroeid dat we sinds een tijdje ook daadwerkelijk een bond hebben in Nederland en dat er steeds meer mensen mee bezig gaan.’

Allemaal door jullie?

‘Ja, nou ja, wij zijn er wel mee begonnen, ja.’

En wil je nou de beste zwaardvechter worden, of spreekt hier toch de historicus die gewoon alles, of zoveel mogelijk wil weten?

‘Moeilijk. Maar ik denk dan toch: wedstrijden winnen is tijdelijk. Niemand weet over twintig jaar nog wie de honderd meter sprint won op het EK van 2014. Ik vind het sparren, het atletische, óók te gek, maar ik vind het nog mooier om alles te leren over de middeleeuwse krijgskunst.’ 

window._taboola = window._taboola || []; _taboola.push({ mode: 'alternating-thumbnails-a', container: 'taboola-below-article-5df3064ab9a05', placement: 'Below Article Thumbnails 2', target_type: 'mix' });