De jongen die zich beroept op zijn zwijgrecht

In het beklaagdenbankje uw wekelijkse portie winkeldiefstal, huiselijk geweld en openbare dronkenschap.
Illustratie verdachte en advocaat

Deze week de 20-jarige L., die ketamine zou hebben verkocht, maar het kan ook chocolade zijn geweest. ‘Misschien heb ik hooguit weleens iets meegenomen.’

Het is een rustige middag als de 20-jarige L. glimlachend de rechtszaal binnen komt wandelen. L. is een gesoigneerde boy, met een donker, glimmend vestje en een allesverhullende, zuinige glimlach. Zonder iets te zeggen gaat hij in het beklaagdenbankje zitten. Nog één keer kijkt L. besmuikt grijnzend om zich heen.

L. wordt ervan verdacht dat hij 2,2 gram mdma in zijn bezit heeft gehad én onder pseudoniemen als Billy en Thomas Jefferson een hele lading ketamine, met als vermoedelijk doel om de hele winkel te verhandelen.

‘Goed, meneer L.,’ begint de rechter streng. ‘U heeft in eerdere stadia niet willen antwoorden, maar op het allerlaatst heeft u toch gesproken. Toen zei u: “Alles was voor eigen gebruik.” Niet om te verkopen, zeg maar. Maar de politie verdenkt u ervan dat u ketamine verkocht. Is dat voorgekomen, meneer L.?’

‘Nou, ja, nee, een halfjaartje of zo. Niet echt gehandeld, maar ik heb het gewoon meegenomen voor vrienden. Alsof het een vriendendienst was, zeg maar. Ja, nou ja, en ik kreeg er soms dan wat geld voor.’

‘Ja, want wat ik hier lees, is dat u ook keta meegenomen heeft voor Kevin. Zijn vader zou aan de bel getrokken hebben.’

Ik heb die ketamine gewoon mee­ge­no­men voor vrienden. Alsof het een vriendendienst was, zeg maar

Baken onder auto

L. knikt als de rechter begint te vertellen over Kevin en zijn vader. De rechter verzucht dat Kevin nogal verslingerd was aan de ketamine, en dat zijn vader uiteindelijk met grote zorgen zijn heil bij de politie heeft gezocht, die op haar beurt een baken onder de auto van L. heeft geplaatst, waaruit allerlei parkeerplaatsen en handelslocaties naar boven kwamen drijven.

‘Ketamine werkt als drug,’ verduidelijkt de rechter tegen L., ‘maar weet u dat het ook als narcosemiddel wordt gebruikt?’

L. knikt.

‘Weet u wat het effect is van ketamine?’

Dan verstrakt L.’s gezicht. Hij kijkt een keer naar zijn advocaat en schudt zijn hoofd.

‘Zwijgrecht.’

‘Pardon?’

‘Ik beroep me op mijn zwijgrecht, want dat verschilt per lichaam.’

Hortend en stotend gaat het gesprek verder. Elke keer als de rechter begint over wat de effecten zijn van ketamine, of wanneer hij begint over het al dan niet verhandelen van drugs, haalt L. zijn schouders op en beroept hij zich op zijn zwijgrecht. Elke keer dat L. zijn mond houdt, lijkt de rechter geïrriteerder te worden.

Eén groot misverstand

‘En heeft u dan ook weleens aan anderen ketamine verkocht tegen, wat u dan noemt, een vergoeding?’

Weer haalt L. zijn schouders op en glimlacht.

‘Ik zal het best weleens een keertje wat meegenomen hebben, ja, als ik voor mijn eigen gebruik ook wat ging halen.’

De rechter zucht en wrijft een keer met zijn handen over zijn gezicht. L. wil geen kant op, en lijkt geen enkele zin te hebben om mee te werken aan het proces.

‘En kent u dan ene Tim?’ probeert hij na een paar seconden stilzwijgen dan maar.

‘Ja, die ken ik,’ antwoordt L.

‘Die zegt dat hij ketamine en jointjes bij u heeft gekocht.’

‘Nee, nee, nooit gebeurd.’

‘Liegt ie dan?’

‘Zwijgrecht.’

‘En de jeugd bij het jeugdhonk? Die zou ook bij u gekocht hebben.’

‘Zwijgrecht.’

‘U wilt daar niets over zeggen?’

L. knikt. De rechter schudt mistroostig zijn hoofd.

‘En Gerrit-Jan zegt dat hij ketamine kocht bij u. Uiteindelijk gebruikte hij zoveel dat hij op zijn werk in elkaar is gestort. Klopt dat?’

‘En Sven? Die zegt dat hij ook per keer een gram of twee bij u kocht. Hij zegt dat het allemaal ons kent ons is. Dat het allemaal via Facebook gaat en via Snapchat. Dat u er zelfs een eigen Facebookpagina voor had.’

Weer schudt L. zijn hoofd, alsof alle beschuldigingen allemaal op één grootmisverstand berusten.

‘Nee, nee, misschien heb ik hooguit weleens wat voor hem meegenomen, op een feestje of zo.’

‘Maar zoveel? Dat klinkt toch allemaal heel anders dan af en toe wat meenemen voor vrienden?’

‘Zwijgrecht.’

‘Ik las dat uw oma ook naar de politie heeft gebeld, omdat ze zich zorgen maakte over u. Wilt u daar wat over zeggen?’

‘Zwijgrecht.’

Dan wordt het zwijgen de rechter te veel. ‘Maar dit zijn toch gewoon persoonlijke vragen? Dáár hoeft u toch niet over te zwijgen?!’

Toch wil L. er niets over kwijt. Ja, vooruit, één ding dan toch: zijn opa en oma proberen macht uit te oefenen op hem en doen dat op deze manier.

‘En u hebt geen adres? Bent u zwervende?’ De rechter blijft proberen een opening te vinden bij L.

‘Nee hoor.’

‘Nee?’

‘Nee, ik slaap in hotels.’

‘Oh? Wat voor werk doet u dan om die hotels te betalen?’

‘Ik ben heftruckchauffeur. Met glas, dus dat is vrij specifiek werk.’

Kofferbakchocolade

Dan bemoeit de officier van justitie zich met het gesprek. Eigenlijk wil de officier maar één ding van hem weten. ‘Wat vindt u nou écht van dit hele gebeuren?’

‘Ik beroep me op mijn zwijgrecht.’

Dan is de beurt aan de advocaat van L., die het belachelijk vindt dat L. als drugsdealer terechtstaat. Immers: ketamine geldt niet als drugs, maar als medicijn. En, bovendien, meldt de advocaat, L. heeft ook in chocolade gehandeld, en dat deed hij vanuit de kofferbak. ‘Ja, dan kun je natuurlijk niet weten of hij op die parkeerplaatsen ketamine verkocht of chocolade, dat gewoon legaal is.‘

Even valt iedereen stil. Na wat formaliteiten verzucht de rechter, tegen beter weten in, of L. nog een laatste woord heeft.

‘Nee, dankjewel.’

De rechter lijkt maar weinig onder de indruk van het betoog van de advocaat. Ook het hele chocoladeverhaal wuift hij min of meer weg. L. stapt de zaal uit met een taakstraf van honderd uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken. 

window._taboola = window._taboola || []; _taboola.push({ mode: 'alternating-thumbnails-a', container: 'taboola-below-article-5dcd40173a51f', placement: 'Below Article Thumbnails 2', target_type: 'mix' });