googletag.cmd.push(function() { googletag.display('div-gpt-ad-revu_ros_header'); });
Premium

Van zwaargewicht tot zwerver

Je zou een blockbuster over zijn leven kunnen maken. Voordat het zover is, is onlangs de biografie van Rudi Lubbers verschenen. Nieuwe Revu sprak met de bokslegende over vallen, maar vooral over opstaan. ‘Ik ben veroordeeld als drugshandelaar, maar ik heb nog nooit iets met drugs te maken gehad.’
Rudi Lubbers
googletag.cmd.push(function() { googletag.display('div-gpt-ad-revu_ros_inarticle'); });

Dat er bijna een halve eeuw moest passeren voordat de enige Nederlander die het ooit opnam tegen Muhammad Ali zijn eigen biografie kreeg, mag een klein wonder worden genoemd. En niet alleen vanwege Ali. Het filmische leven van Rudi Lubbers kwam in het vizier van auteur John van Ierland na een mysterieus telefoontje. Rini Wagtmans, de oud- wielrenner die in de jaren 60 en 70 met etappezeges furore maakte in de rondes van Italië, Frankrijk en Spanje, belde de auteur elf jaar geleden met een duidelijke boodschap. ‘“Ik heb hier iemand zitten die jij moet ontmoeten. Misschien zit er een leuk boek in voor jou. Ik zou hier nu heen komen als ik jou was.” Dat is alles wat Rini tegen mij zei,’ herinnert Van Ierland zich zijn ontmoeting met Rudi.

‘Toen ik aankwam, moest ik nog een klein stukje achter Rini aan rijden. Hij wilde nog niets zeggen over waar wij precies heen gingen en wie ik daar zou treffen. Het leek wel een ontmoeting met de maffia. Toen ik Rudi eindelijk ontmoette, was hij net weggehaald uit zijn caravan in Swalmen. Als klein jochie had ik zijn grootste gevechten gezien op televisie, dus ik wist wie hij was. Van al die bizarre gebeurtenissen na zijn carrière wist ik op dat moment nog helemaal niets.’

Na een vluchtige kennismaking wist Van Ierland al genoeg: deze man verdient zijn eigen boek. ‘We gingen direct aan de slag, maar na een jaar verloor ik Rudi alweer uit het oog. In 2010 sloeg hij weer op de vlucht. Iedereen raakte hem daardoor kwijt. Alweer.’

Spoedeisende hulp

20 oktober 1973. Een zinderend hete avond in Jakarta. Vanuit zijn presidentiële suite in het Kartika Plaza Hotel rijdt de karavaan van Rudi Lubbers door het bruisende centrum van de Indonesische metropool naar het kolossale Senayan-stadion. Uitzinnige bewoners zwaaien met hun armen en wapperen met hun zakdoekjes. Enkele uren later stapt Lubbers onder luidkeels gejuich van 80.000 toeschouwers in de ring. Tegenover hem torent Muhammad Ali, de grootste sporter aller tijden, boven alles en iedereen uit. Over enkele seconden begint voor Rudi de grootste krachtmeting uit zijn carrière. Voor Ali is het een mooi oefenpotje in aanloop naar zijn rematch tegen ‘Smokin’ Joe Frazier, die hem twee jaar geleden nog klein kreeg. Dit zou de opmars zijn naar de herovering van de wereldtitel tegen George Foreman, tijdens de legendarisch Rumble in the Jungle. Analisten, kenners en fans zijn unaniem: Rudi Lubbers maakt geen schijn van kans. Een knock-out is een zeer reëel scenario.

‘Toch was ik niet nerveus,’ blikt de oud-bokser uit Heerhugowaard terug. ‘Ik wist goed wat ik zelf kon.’ Hoe hij precies op dit canvas was beland, onder het toeziend oog van 800 miljoen televisiekijkers over de hele wereld, weet Rudi nog steeds niet helemaal zeker. ‘Waarschijnlijk was het Ali opgevallen dat ik een knappe prestatie had geleverd tegen Joe Bugner, een half jaar eerder. Tegen hem vocht ik begin ’73 voor het Europees kampioenschap. Die wedstrijd verloor ik uiteindelijk op punten, maar ik bleef wel mooi vijftien rondes overeind staan. De uitnodiging vanuit het Ali-kamp kwam alsnog totaal onverwachts. Dat was een geweldige eer om tegen zo’n man te mogen vechten. Ali bereidde zich voor op zijn wedstrijd tegen Frazier. Daarvoor wilde hij tegenover een bokser staan, niet tegenover een vechter.’

Onder barre omstandigheden – 28 graden en een hoge luchtvochtigheidsgraad – beginnen Rudi en Ali aan het gevecht. Ali vecht vanaf de eerste seconden zoals de wereld hem kent: aanvallend, fel en bloedfanatiek. Maar de stugge Hollander poeiert de gevaarlijke linkse van The Greatest kundig af, keer op keer. ‘Voorlopig nog geen echte treffers van Ali,’ klinkt het door de televisies en radio’s van miljoenen meegenietende Nederlanders.

Rudi Lubbers buigt wel, maar barst niet in zijn gevecht tegen Ali.

In de tweede ronde ruikt Rudi zelfs een paar kleine kansjes, hij bokst nu ook aanvallender. Dan wordt langzaamaan toch het niveauverschil zichtbaar. Het verdedigingswerk van Lubbers eist zijn tol, ziet ook commentator Ruud ter Weijden. ‘In de hoek van Ali regeerde de rust. In de hoek van Lubbers was het alsof je de deur opendeed naar de spoedeisende hulp.’

De verzorgers van Rudi voeren het gevecht van hun leven om hun bokser overeind te houden tegen de grote Ali. ‘Een verschrikking,’ zou een verzorger uit het Lubbers-kamp later de wedstrijd omschrijven. ‘Een doodvonnis is minder erg dan in die omstandigheden twaalf ronden overeind blijven tegen Ali.’

In een latere ronde keert een flink opgezwollen Rudi zich naar zijn hoek: ‘Jongens, vinden jullie het niet genoeg geweest zo?’ Zijn trainers denken er anders over. ‘Nee! Doorgaan! Je moet het einde halen, Ruud!’ Met een ongekende oerkracht zet de zwaar vermoeide underdog zijn ultieme verzet in. Met een serie counteraanvallen weet Rudi het Ali in de slotfase zelfs nog even moeilijk te maken. In een reactie vuurt de meervoudig wereldkampioen als een mitrailleur zijn stootseries af, maar Lubbers blijft fier overeind. De dodelijke linkse van Ali wordt twaalf rondes lang knap geneutraliseerd door de scherpe Nederlander. ‘Een geweldige prestatie van Rudi Lubbers,’ concludeert Ter Weijden. Diezelfde verslaggever herinnert zich hoe hij Rudi de volgende dag opzocht aan de rand van zijn hotelzwembad. ‘Rudi droeg een zonnebril, dus ik vroeg hem die even af te doen. Ik wilde zijn gezicht wel even bekijken. Nou, daar was weinig van over. Maar een dikke kop is een kleine prijs om te kunnen zeggen dat een Nederlander overeind bleef tegen de grote Muhammad Ali.’

Trainen met Cruijff en Keizer

Gedurende 25 jaar Nederlands kampioen zwaargewicht, nooit verloren van een landgenoot, tot tweemaal toe zijn land vertegenwoordigd op de Olympische Spelen én gebokst tegen de grootste aller tijden. De mooiste momenten van zijn leven dankt Rudi aan het besluit om als 16-jarig jochie toch maar eens een kijkje te nemen in zijn lokale boksschool. ‘Mijn broers boksten daar ook, bij Ome Nelis. Die zomer verveelde ik me een beetje, dus ging ik maar eens binnenkijken op een maandagmorgen. Ik kreeg direct een paar handschoenen toegeworpen, daar mocht ik mee stompen op zo’n grote zak. Dat vond ik wel geinig. Ome Nelis herkende blijkbaar een talent, die wilde dat ik elke dag terugkwam. Die vrijdag kreeg ik van hem een startboekje: “Maandag je eerste wedstrijd, jongen!” riep hij. Dat kun je niet maken, dacht ik bij mijzelf. Maar vanaf de eerste wedstrijd ging het best lekker.’

Van Ierland, die de cijfers natrok voor de biografie, vult aan: ‘Nou, dat kun je wel stellen! Rudi vocht zijn eerste wedstrijd op 25 september 1961. Zijn eerste verliespartij was op 11 januari 1964.’ Rudi: ‘Die wedstrijden die ik verloor waren altijd op punten, nadat ik die gasten helemaal de pleuris had geslagen. Dan was er weer een rare jury die dat niet goed had gezien.’ In de jaren 60 en 70 groeit Rudi uit tot boksfenomeen, die steevast volle zalen trekt. Boksanalist Rinze van der Meer looft zijn verdedigende stijl. ‘Rudi was weinig aanvallend, maar hij kon uitstekend counteren en aanvallen vanuit die verdediging. Dan sloeg hij direct een uitstekende serie klappen. Een lust voor het oog.’ Als 19-jarig jonkie verliest Rudi op de Olympische Spelen van 1964 in Tokio van goudenmedaillewinnaar Cosimo Pinto. Vier jaar later strandt hij in de kwartfinales in Mexico.

Een ver­schrikking! Een dood­ vonnis is minder erg dan in die omstandigheden twaalf ronden overeind blijven tegen Ali

In de jaren die volgen, wordt de voormalige hbs-leerling eindelijk profbokser én Nederlands kampioen zwaargewicht. ‘Ik verdiende 1000 gulden per gewonnen duel, maar ik werkte er ook hard voor,’ blikt hij terug. ‘In de jaren 70 trainde ik veel op de Boscross in het Amsterdamse Bos, een trimroute van dik 2 kilometer. Toen ik die route finishte in 9 minuten, hoorde ik iemand roepen: “Ruudje!” Toen ik omkeek, zag ik Rinus Michels staan zwaaien.

“Neem jij die jongens effe mee!” riep hij. Was ik ineens de personal trainer van Cruijff, Keizer, Swart, al die jongens. Daar bleken toch een paar klootzakken tussen te zitten met een betere conditie dan ik. Maar ik ben geen hardloper. Ik ben een bokser.’

De laatste tien wedstrijden gaan voor Rudi zelf de boeken in als de mooiste van zijn leven, en nou niet direct omdat hij zo lekker stond te boksen. ‘Toen stapte mijn manager steeds op mij af, 10 minuten voor aanvang. “Rudi, je moet knock-out gaan in de vierde,” fluisterde hij. Liepen we naar buiten met de dubbele gage. Ik had dan een roodje of twintig op zak, tegen zulke bedragen zeg je niet snel nee.’

Van zijn bed gelicht

Na een glorieus tijdperk als wereldwijd geliefd bokser kantelt in 1986 het lot van Rudi Lubbers spijkerhard. ‘Ik was op de verkeerde plek op de verkeerde tijd,’ vat hij zijn veroordeling tot acht jaar celstraf in de Portugese Algarve met pijn in zijn stem samen. ‘Ik heb het echt niet gedaan. Al die jaren zat ik als onschuldige opgesloten. Ik ben veroordeeld als drugshandelaar, maar ik heb nog nooit iets met drugs te maken gehad. Sterker, ik ben altijd antidrugs geweest. Ik kom uit een kermisfamilie. Als ik van die jochies achter de botsautootjes bezig zag met dat spul, zei ik altijd dat ze daarmee moesten kappen. Dat het slecht voor ze was.’

In het najaar van ’86 zit Rudi met zijn broer op een terrasje in Portugal als twee Nederlanders voorbijlopen en de bokser herkennen. ‘“Hé Ruudje!” riepen ze naar mij. Ze gingen direct bij ons zitten en boden me een bakkie koffie aan. Daarna liepen ze weer weg. Om twee uur, diezelfde nacht, word ik ineens met acht karabijnen van mijn bed gelicht. Ik begreep er werkelijk geen reet van. Een paar weken later veroordeelde de rechter mij als leider van een internationale drugsbende: acht jaar brommen. Diezelfde avond nog werd ik naar mijn celletje gebracht. Het is toch een schande?’

Rudi Lubbers en Muhammad Ali.

Van Ierland nuanceert: ‘Dat is de korte versie van het verhaal. In het boek ga ik veel dieper op zijn arrestatie in, maar het komt erop neer dat Rudi vals beschuldigd werd van bezit van 300 kilo hasj. Volkomen onterecht, maar het ergste is nog dat hij zich er nooit tegen heeft kunnen verdedigen. Tijdens de verhoren ging er van alles mis, tot knullige taalbarrières aan toe.’

Al direct krijgt Rudi in zijn cel hoog bezoek, van ‘ene meneer Moszkowicz’ en Peter R. de Vries. ‘Niet om mij te helpen, maar voor een vies verhaaltje in De Telegraaf. Moszkowicz kreeg vijf minuten om met mij te praten. Na ons gesprek vroeg hij of ik even mijn hoofd uit het raam wilde steken, door de tralies. Stond die Peter R. de Vries al klaar om een fotootje van mij te maken. En ja hoor, de volgende dag, met dikke, vette koeienletters in De Telegraaf: RUDI L. TIEN JAAR CEL. Dat voelde vreselijk. Ik had die hele Peter R. de Vries nog nooit van mijn leven gezien. Ik haat die man.’

Stond die Peter R. de Vries al klaar om een fotootje van mij te maken. En ja hoor, de volgen­de dag met koeienletters in de telegraaf: Rudi L. tien jaar cel. Dat voelde vreselijk

In de Portugese bajes maakt Rudi er het beste van. Als ‘directeur sport’ organiseert hij voetbaltoernooitjes tussen gevangenissen in de regio. ‘Krijg dat maar eens voor elkaar als lulletje uit Nederland!’ lacht hij trots. ‘De directeur respecteerde mij. Diverse keren werd ik uitgenodigd om op zijn kantoortje wedstrijden van Ajax of Benfica te kijken met een warme kop koffie. Ik heb mooie jaren beleefd in de bajes.’

Als een nomade

Na vierenhalf jaar komt Rudi weer op vrije voeten, nadat zijn advocaat het Internationaal Gerechtshof heeft kunnen overtuigen van zijn onschuld. Zijn celstraf blijkt dan slechts het begin te zijn van de misère. Met zijn vriendin Ria kent de voormalig bokser een haat-liefdeverhouding. Naast ruzies en zakelijke conflicten deelt het stel ook haar schulden. Als nomaden trekken zij in een oude caravan door Europa. Overleven doet Rudi niet meer middels uitverkochte bokswedstrijden, maar door suikerspinnen te verkopen op kermissen. Terugkeren naar Nederland vertikt hij. ‘Ik voelde me in de steek gelaten. In Nederland was ik niets meer dan een armoedzaaier met een AOW’tje. Ik werd er aangekeken als een veroordeelde drugscrimineel. Tijdens al die jaren in de gevangenis stak mijn eigen overheid geen hand naar mij uit, ondanks al mijn brieven aan de koningin. Na 25 jaar jouw land te hebben vertegenwoordigd op het hoogste niveau mag je wel iets meer verwachten, toch?’

Via allerlei omzwervingen belandt de voormalig bokser met zijn vrouw op een parkeerterrein in het Limburgse Swalmen. Als ze in 2007 worden gevonden door journalisten van Sportweek, blijkt Rudi volledig van de maatschappelijke ladder afgegleden. ‘We vonden hem in een oude kermiswagen, zonder gas, licht en water,’ blikt Jasper Boks terug. Met zijn onthullende artikel in Sportweek over Rudi sleept de schrijver het verhaal van het jaar in de wacht. ‘Hij waste zich in de plassen en veegde zijn kont af met oude kranten. In de kermiswagen woonde hij samen met ongeveer tien hondjes.’

Lubbers sleet z’n dagen in een oude caravan tussen de zwerfhonden.

Voormalig wielrenner Rini Wagtmans trekt zich de schokkende staat van zijn generatiegenoot aan en zoekt contact. In Meerle, net over de grens in België, regelt Wagtmans een huisje voor het berooide stel. Maar daar gaat het ook weer mis. Nadat de politie in één maand 52 keer heeft moeten aankloppen wegens overlast, vertrekken Rudi en zijn vrouw weer met de noorderzon. Tien jaar lang blijven zij onder de radar.

Stinken als een malle

Mei 2017. Gevoed door de onuitwisbare indruk die het gevecht van Lubbers tegen Ali in Jakarta op hem maakte als dertienjarige jongen, besluit onderzoeksjournalist en programmamaker Bart Nijpels een Andere Tijden Sport-uitzending te wijden aan de bokslegende. Als Wagtmans hem waarschuwt dat Rudi verbitterd is, met niemand meer iets te maken wil hebben en Nederland de rug heeft toegekeerd, zoekt Nijpels contact met Van Ierland. ‘Rini wist dat ik, voordat Rudi voor het kluizenaarschap koos, contact met hem had en misschien wel eens zou weten waar hij zou uitspoken’, zegt Van Ierland. Ruim acht jaar na de valse start van zijn autobiografie-project begint zijn zoektocht naar Rudi opnieuw, samen met Nijpels. ‘Via de zoon van Ria kwamen we Rudi op het spoor. Hij scheen ergens in de middle of nowhere in Bulgarije te zitten, in een camperbusje aan de Zwarte Zee. Het plan was om hem te zoeken en te interviewen voor de camera. Toen we hem vonden, schrokken we ons kapot. Rudi stonk als een malle en waste zichzelf in een beekje met bleekwater. Al het eten dat Rudi en Ria zich konden veroorloven, ging naar hun zwerfhonden.’

En zo herhaalt de geschiedenis zich. Als twee zwervers leven Rudi en Ria en zo’n twintig zwerfhondjes in de wrede kou van de Bulgaarse buitenlucht. Zonder water, stroom en eten voeren zij een gevecht om van dag tot dag te overleven. ‘Weer liet de Nederlandse overheid mij in de steek,’ moppert Rudi. ‘Ze trokken zelfs mijn AOW’tje in, omdat ik daarvoor in Nederland moest verblijven.’

Even sparren met een jeugdige fan in De Kuip, ten bate van de Giovanni van Bronckhorst Foundation.

Met onder meer een dubbele longontsteking is vooral Ria er slecht aan toe. Toch kijkt Rudi zelf met een roze bril terug op die tijd. ‘Voordat we in dat busje sliepen, woonden wij lange tijd in een leuk huis. Daar werden wij uitgezet, omdat wij zoveel hondjes hadden. Dat mocht niet. In de zomer leefden wij prima in dat busje, maar in de winter werd het zwaarder.’

In Andere Tijden Sport sluit de vergeten sportheld vanuit zijn busje af met een even beangstigend toekomstbeeld. ‘Het is hier vies koud. Vannacht bevroren mijn handen en tenen. Overleven zal hier nog een harde klus worden.’ De uitzending doet Nederland opschrikken. Een hulpactie wordt op touw gezet door – wederom – Rini Wagtmans. Uit alle hoeken van de samenleving ontvangen Wagtmans en Rudi bijval. ‘Van een tandarts die Rudi’s gebit wilde renoveren tot aan zakken hondenvoer en duizenden euro’s aan donaties,’ zegt Wagtmans. Door de documentaire leeft Rudi nog, stelt Van Ierland. ‘Zonder die uitzending was zij er in ieder geval niet meer geweest.’ Rudi: ‘Rini is een prachtmens. Hij heeft het leven van mij en mijn vrouw gered.’

Als zwervers leven Rudi en Ria en zo’n twintig zwerfhondjes in de wrede kou van de Bulgaarse buitenlucht. Zonder water, stroom en eten

Voor Ria komt de hulpactie net op tijd. Onderkoeld en ondervoed wordt zij opgenomen in het ziekenhuis. Met behulp van Wagtmans’ stichting Rudi Lubbers Aftersport neemt de oud-bokser zijn intrek in een aanleunwoning in de Amsterdamse Bijlmer. Hij moet wennen aan zijn nieuwe leven in de ‘normale wereld’, maar volgens Lubbers lukt dat steeds beter. ‘Ik word als een soort oude held gezien sinds die documentaire, dat is best leuk. De buschauffeurs herkennen mij van vroeger. Ik mag dan wel 75 zijn, er stappen nog steeds jongedames op mij af voor een selfie.’

Met boksen houdt hij zich nog maar weinig bezig, al kan hij nog met gemak een paar snelle stoten demonstreren. Een uitgestorven kunst, stelt de oud-kampioen. ‘Boksen is boksen niet meer. Die gasten van tegenwoordig zijn allemaal slachters.’ Ria ligt nog altijd in een verzorgingstehuis in Amsterdam-Oost, een aantal kilometer verderop. ‘Ik kom nog elke dag bij haar,’ zegt een emotionele Rudi. ‘Af en toe zegt zij rare dingen, maar wat kan mij dat schelen. Ik hou van haar en zij van mij.’

Een brief naar de koningin

Na 35 jaar zitten de ingrijpende gebeurtenissen in Portugal de bokskampioen nog steeds flink dwars. Niet alleen de onterechte veroordeling, maar ook het tekortschieten van hulp vanuit zijn vaderland en – bovenal – het moeten missen van zijn kinderen. ‘Ik was 12 jaar toen mijn vader werd gearresteerd,’ herinnert Vanessa Lubbers zich. ‘Ik werd door de directeur uit de klas gehaald, hij vertelde mij het nieuws. Dat is onmogelijk, dacht ik. Tijdens zijn gevangenschap schreef ik maandelijks met hem. Eén keer per jaar zocht ik hem op, al werden wij soms keihard geweigerd aan de deur, na 2000 kilometer reizen. Met mijn vaders onschuld aantonen hield ik mij niet bezig. Daar was ik te jong voor, al heb ik weleens een brief naar de koningin geschreven. Nooit antwoord op gekregen natuurlijk.’

Rudi, verbeten: ‘Ik wacht al 35 jaar op antwoorden uit Den Haag. Ik zal niet rusten voordat ik die heb.’ Na zijn onterechte straf lang te hebben geslikt, heeft de strijdlustige bokskampioen zich omringd met advocaten en ombudsmannen. De schadeclaim voor zijn celstraf wordt eerdaags ingediend. ‘Nog steeds heeft mijn eigen land zich niet geëxcuseerd voor wat mij allemaal is overkomen.’

Lubbers vecht voor gerechtigheid, maar meer nog voor de toekomst van zijn kinderen. ‘Door die straf ben ik tekortgeschoten in de opvoeding van mijn kinderen. Hiermee hoop ik iets moois voor hen te kunnen achterlaten. Ik heb Muhammad Ali overleefd. Dan moet ik dit gevecht ook kunnen overleven.’

Rudi Lubbers – De man die bleef staan, John van Ierland, Noblesse Uitgevers, €19,99

Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.

Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?

Abonneer nu en profiteer!

Probeer direct

Laatste nieuws