googletag.cmd.push(function() { googletag.display('div-gpt-ad-revu_ros_header'); });

‘Een Nederland zonder kunst is een volledig afgestompt Nederland’

James Worthy vergaat van de kunsthonger. ‘Ik wil vluchten in een wereld die niet bestaat. Ik wil kippenvel, omdat ik eindelijk weer eens iets anders dan angst voel. Ik wil geen persconferenties meer. Ik wil een meisje met een gitaar in de oude zaal van de Melkweg. Ik wil Eefje de Visser.’
googletag.cmd.push(function() { googletag.display('div-gpt-ad-revu_ros_inarticle'); });

Zo’n drie maanden geleden zag ik het filmpje voor het eerst. Het kwam overal voorbij. Ik vond het vooral een grappig filmpje. Een oude man die rustig piano blijft spelen tijdens een rumoerige opstand in Barcelona. Terwijl de wereld voor eens en voor altijd in een vuurzee lijkt te zakken, speelt de man zoetvloeiende liftmuziek.

De pianist wordt omringd door zwaailichten en vlammen, maar zolang zijn vingers over de toetsen blijven gaan, kent hij geen angst. Zolang hij muziek maakt, is hij onaantastbaar voor deze door de pandemie gecreëerde hondsdolheid. Achter hem gooien jongens met stenen naar gepantserde busjes. De busjes rijden prachtige rondjes, het lijkt net alsof ze een choreografie voor de pianist hebben voorbereid.

Ik ken het filmpje inmiddels uit mijn hoofd, omdat ik het al drie maanden lang iedere ochtend kijk. De laatste weken lach ik niet meer als ik naar het filmpje kijk, nee, ik put hoop uit de pianist. Hoe hij met zijn muziek de razernij verzacht. De pianist vult een kruik met de allerwarmste klanken en legt deze aan het voeteneind van ons bed.

De oude man doet me denken aan de acht muzikanten die op de Titanic meevoeren. Het waren veelal twintigers. Jonge jongens. Ze hadden van het schip kunnen springen en kilometers kunnen zwemmen. Het water was misschien ijskoud, maar twintigers kunnen alles. Ze hadden naar een eilandje in de buurt kunnen zwemmen. Ze hadden daar het beste album ooit kunnen opnemen. Maar de twintigers bleven aan boord van het schip. Ze maakten muziek om de passagiers te kalmeren. De muzikanten gaven hoop op de meest hopeloze plek.

Dat is wat ik momenteel heel erg in ons land mis. Een orkestje dat gewoon door blijft spelen tijdens het zinken. Nergens is schoonheid die voor afleiding kan zorgen en hierdoor kan niemand aan de lelijkheid ontsnappen. Het onooglijke lijkt al bijna een jaar compleet onontkoombaar. Alles wat aanwakkert, heeft het kabinet onder blusdekentjes verstopt. Alles wat ooit prikkelde, is tegenwoordig juist het tegenovergestelde van een cactus. Alles wat ons zou kunnen troosten, draagt een dwangbuis.

Afgelopen jaar was huidhonger een bijzonder trendy woord, maar mijn huid redt zich wel. Ik heb kunsthonger. Ik verga van de kunsthonger. Ik wil een hamburger van een schilderij, een theaterstuk en een boek maken en de allergrootste hap ooit nemen. Ik wil een boer laten die naar verf en inkt ruikt. Ik wil vluchten in een wereld die niet bestaat. Ik wil kippenvel, omdat ik eindelijk weer eens iets anders dan angst voel. Ik wil geen persconferenties meer. Ik wil een meisje met een gitaar in de oude zaal van de Melkweg. Ik wil dat ze zingt over hoe verliefd ze is op iemand die ik niet ken en dat ze zo goed zingt dat ik die persoon heel graag zou willen leren kennen. Ik wil hoop in de vorm van schoonheid. Ik wil het tegenovergestelde van wetenschap. Ik wil niets meer weten en gewoon weer iets kunnen ontdekken.

Een Nederland zonder kunst is een volledig afgestompt Nederland.

Ik wil Eefje de Visser, Janine Jansen, Kamp Seedorf, Idaly, Daria Bukvić, Hanna Bervoets en Hef op een boot.

Ik wil met een gerust hart naar de bodem zinken.

Laatste nieuws