‘Ik zit echt niet te wachten op een talkshow’

Duistere, onbekende werelden portretteren, waar dan ook op aarde, dat is wat tv-presentatrice Lauren Verster (39) jarenlang deed. Maar omdat ze na tien jaar helemaal klaar was met het vele gereis, zoekt ze tegenwoordig de diepte in Nederland, met een programma als Ik Wil een Kind.
Lauren Verster

‘Een beetje spanning is wel lekker, maar ik ben geen adrenalinejunk.’

Voor Ik Wil een Kind, momenteel te zien bij Avrotros op NPO3, heb je drie jaar lang mensen gevolgd. Dat is best lang...

‘Klopt, dat is héél lang. Ik wist ook niet dat het nog bestond bij tv. Normaal gesproken moet een programma toch echt wel binnen een maand of drie af zijn.’

Waarom duurde het dan zo lang?

‘Omdat deelnemers te maken kregen met nogal wat tegenslagen. Denk aan een buitenbaarmoederlijke zwangerschap van een draagmoeder. Daardoor moet het proces weer van voor af aan beginnen. Of wat te denken van een lesbisch stel dat op zoek was naar een homostel voor een co-ouderschap. Na anderhalf jaar hadden ze die eindelijk gevonden. Heel fijn natuurlijk, alleen wilden die mannen liever niet op tv. Dat valt dan ook af.’

Maar het was het lange draaien wel waard?

‘Jazeker. En het was heel bijzonder. Voor dit programma volgden we mensen die op zoek zijn naar een spermadonor, eicel, draagmoeder of coouder. Met andere woorden: zij hebben een superintense kinderwens, maar niet de mogelijkheden een kindje te maken, omdat ze bijvoorbeeld single zijn of lesbisch. Dat is, nieuwsgierig als ik ben, een heel mooi proces om te volgen.’

De catacomben van Parijs waren enger dan beschoten worden in Colombia. Daar dacht ik echt: ik ga hier dood

Tinder zou ook een optie kunnen zijn.

‘Niet voor deze groep. Deze mensen hebben überhaupt geen seks, ze zoeken echt een zakelijke partner om een kind mee te krijgen. Dat gaat dan via inseminatie, thuis of in het ziekenhuis. En wat je ook niet moet vergeten: in Nederland is het verboden om openlijk een oproep te doen voor een draagmoeder. Dus Tinder, of eventueel Facebook, zou nooit kunnen. Ze gaan wel een datingproces in, precies zoals je zou doen als je op zoek bent naar een liefdespartner, maar in plaats van seks zoeken ze – denk aan een homostel – op speeddates enkel een draagmoeder voor hun toekomstige kind.’

Wat maakt dat voor een tv-maker zo interessant?

‘Omdat ze in een jarenlange achtbaan met ups en downs belanden. Ze daten dus wel, en ze gaan op vakantie en zijn euforisch, maar ze krijgen ook ruzie. Of het mislukt. En wat minstens zo interessant is: het beperkt niet zich tot een kleine groep. Het gebeurt overal om ons heen. Die datingavonden in Nederland zitten bomvol. Ik wist helemaal niet dat er in Nederland zóveel mensen op zoek zijn naar een co-ouder of spermadonor.’

Normaal gesproken zagen we je de wereld over vliegen voor Lauren! en ging je op zoek naar rare leefgemeenschappen. En nu zit je opeens gewoon in Purmerend. Moest je daar niet vreselijk aan wennen?

Lachend: ‘Helemaal niet, I love Purmerend! Nee serieus, ik was zó blij om thuis te zijn. Het reizen ging op een gegeven moment echt tegenstaan. En dat is ook niet zo gek, hè? Ik had meer dan tien jaar fulltime gereisd, werkelijk de hele wereld over. Dan ben je daar op een gegeven moment wel klaar mee.’

Wat stond je zoal tegen?

‘De lange vluchten, de jetlags, of beter gezegd: het moeten presenteren terwijl er een dikke vette jetlag in de weg zit. Verder de hotelkamers. Natuurlijk, er zaten hele fijne tussen. Maar vaak zijn ze onpersoonlijk en hebben ze van die nondescripte kunst aan de muur. Op een gegeven moment kreeg ik al kokhalsneigingen als ik Schiphol zag.’

En dat brak je op?

‘Nou, ik snakte meer naar het hebben van een ritme. Dat je ’s ochtends opstaat, jouw eigen kiwi kan eten, naar een yogaklasje kan. Of dat je op je eigen fiets stapt, ’s avonds een flesje wijn met je vrienden kan drinken. En niet te vergeten, dat je bij je man en kind kan zijn. Ik heb dat als zo fijn ervaren.’

Was dat niet heel saai voor je? Jarenlang maakte je in het buitenland de spannendste reportages en ineens zat je elke avond thuis op de bank.

‘Nee joh, dat is juist heerlijk. Er is een verschil tussen hoe iets lijkt en hoe het in werkelijkheid is, hè? Mensen denken dat het een soort vakanties zijn, die reisprogramma’s. Maar dat zijn werkdagen van zeker zestien uur, vaak stoned van de jetlag, eten wanneer de tijd het toelaat, soms in een sloppenwijk, soms bij een benzinepomp. En je bent altijd met collega’s. Hoe leuk die soms ook zijn, het zijn niet je vrienden thuis. Daarom had ik het na tien jaar wel even gezien.’

Maar die opofferingen waren vast niet voor niks.

‘Nee, het was te gek. Groots en meeslepend. Voor Lauren Verslaat en later Lauren! heb ik honderden mooie dingen gemaakt. En ik dank God op mijn blote knieën voor wat ik allemaal heb mogen zien op deze aardbol. Al was het vaak ook best zenuwslopend.’

Op welke manier?

‘Kijk, als je in New York een reportage maakt over iemand die golddiggers aan de rijkste zakenmannen koppelt, weet je dat je weinig gevaar loopt. En dat gevoel heb je ook niet als je een item maakt over Amerikaanse polyamoristen of over een dorp in Engeland waar iedereen permanent naakt rondloopt. Maar als je in El Salvador met bendeleden op stap gaat, een gevangenis in Brazilië binnenloopt of in Nigeria een item maakt over mensenhandel of in Napels over de Italiaanse maffia, tja, dan weet je dat ook dat het weleens mis kan gaan.’

Want hoe goed voorbereid ook, je hebt natuurlijk niet alles onder controle.

‘Nee. Je hebt wel een fixer, iemand die ter plekke alles voor je regelt en iedereen kent. Maar dat is nog altijd geen garantie dat je niks overkomt. Ik zie ze in de sloppenwijken van Rio de Janeiro nog met een mes zwaaien. Dan is het elke keer weer hopen dat het goed afloopt.’

Weleens gedacht: dit loopt niet goed af…

‘Ja, in Colombia, in 2012, toen we in FARC-gebied ineens onder vuur werden genomen, op het moment dat het leger in de jungle een enorme cocaïnefabriek wilde opblazen. Zonder te overdrijven: toen was ik wel even bang dat ik gekidnapt zou worden. Want dat had zo gekund. Kijk naar Ingrid Betancourt, die Frans-Colombiaanse politicus. Of onze eigen Derk Bolt. Die weten er alles van wat er kan gebeuren in FARC-gebied.’

Maar ja, dan zoek je het gevaar ook wel op.

‘Klopt, maar aanvankelijk was het ook niet de bedoeling om die kant op te gaan. We zouden meegaan op een missie buiten FARC-gebied. En dat is nog wel te doen. Je kan daar weliswaar ruzie krijgen met wat cokedealers, maar vergeet niet dat je dan met het leger bent. Zodra die gasten ons zien, rennen ze direct weg. Maar ja, net toen we dat gebied in wilde gaan, riep de generaal me bij zich en vertelde hij dat ze dit lieten schieten omdat ze een tip hadden gekregen van een enorme cocaïnefabriek in FARC-gebied. En dat had voorrang.’

Wat denk je op dat moment dan?

‘Van alles. Al was er voornamelijk twijfel. De generaal vertelde weliswaar dat er tijdens een missie in FARC-gebied nog nooit iemand was omgekomen, maar hij kon me natuurlijk geen garantie geven dat het nooit zou gebeuren. Dit was natuurlijk wel oorlogsgebied.’

Je koos uiteindelijk om mee te gaan. Waarom?

‘Omdat ik dat verhaal wilde maken. Dan kun je wel zeggen: veiligheid gaat boven alles, maar je wil ook met iets terugkomen. Dan heeft de adrenaline die door je lichaam knalt toch de overhand. Al betekent dat overigens niet dat ik ook een adrenalinejunk ben, zoals sommigen misschien denken. Ik heb geen behoefte aan constante adrenaline.’

Geeft zoiets ook een kick?

‘Op dat moment wel. Maar dat veranderde toen we, nadat ik urenlang met een kogelvrij vest van minimaal tien kilo door de jungle had gelopen, bij die fabriek aankwamen waar onder een groot blauw zeil vloeibare cocaïne stond te pruttelen. Want we waren nog niet binnen of we werden vanuit de bossen onder vuur genomen.’

Wat doet dat met je?

‘Heel gek: de wereld wordt ineens heel koud. En ook heel gek: je wordt op zo’n moment heel berekend. Heel rationeel.’

Waar denk je dan aan?

‘Je denkt vooral heel praktisch. Zo van: ik moet eruit, ik moet weg. En dat was niet makkelijk. Want de fotograaf die ik voor mijn programma volgde liet me door alle paniek volledig in de steek. Bovendien kon de helikopter die ons zou oppikken niet landen, want dan zouden ze beschoten worden. Uiteindelijk ben ik maar op hoop van zegen die tent uitgerend en achter een boom gaan schuilen.’

En nu kun je het dus nog allemaal navertellen…

‘Ja, na een lange tocht door de jungle konden we alsnog worden opgepikt op een berg. Maar op het moment dat je iedereen ineens in het Spaans hoort schreeuwen en die schoten hoort denk je wel: nu gaat het mis. Kijk, een beetje spanning is wel lekker, maar zóveel… Al wist ik natuurlijk van tevoren dat die kans erin zat. Ik besloot zelf mee te gaan. Al zou ik dat nu, als moeder, nooit meer doen.’

Was de trip naar Colombia het engste dat je hebt meegemaakt?

‘Nee. Het lijkt misschien onschuldiger, maar veel enger vond ik vorig jaar in Parijs, toen ik daar een reportage maakte over een feest dat ver onder de grond, in de catacomben, werd gegeven. En met ver onder de grond bedoel ik ook echt ver onder de grond. We moesten via een putdeksel op een verkeersrotonde tientallen meters afdalen het riool in, waar het nat en pikdonker was. En de gangen op een gegeven moment zo lang en nauw waren dat we plat op onze buiken naar voren moesten schuiven en we regelmatig vast kwamen te zitten.’

Oei…

‘Ja, ik zie nog de bebloede kop van mijn geluidsman… Al was dat nog niet eens het ergste. Waar ik me meer zorgen over maakte was onze gids. Die bleek namelijk zo dronken dat hij letterlijk en figuurlijk de weg kwijt was. Zoek dan maar eens de uitgang, in een ondergronds doolhof waar je telefoon niet werkt. En toen hij ook nog eens verdween en ons in het donker, en tot onze middel in het water, alleen achter liet, dacht ik echt: ik ga hier dood. De redactie in Nederland wist wel dat we daar onder de grond zaten, maar dat doolhof beslaat zowat de oppervlakte van Parijs, dus hoe gaan ze ons op tijd vinden? Uiteindelijk heeft een collega van die dronken gids ons gered, maar ook dat doe ik dus nooit meer. Maar niet alle reizen waren eng hoor, soms ook gewoon interessant.’

Ik vond het best sexy om honderden aantrekkelijke jonge stellen en vrouwen te zien die seks met elkaar hebben

Zoals die elite swingersclub in Engeland.

‘Ja, daar zou ik uit mezelf niet zo snel zijn heengegaan. Ik hoor mezelf al zeggen: schat, ga je mee naar een orgie? Al moet ik zeggen dat ik, toen ik daar eenmaal binnen was, het best sexy vond om honderden aantrekkelijke jonge stellen en vrouwen te zien die seks met elkaar hebben. Pas toen ik er daadwerkelijk was zag ik wat er opwindend aan was. Niet dat ik mee kon doen. Dan was ik er thuis meteen uitgegooid, haha.’

Wat zoek je als programmamaker in zo’n onderwerp?

‘Het is interessant omdat je mensen volgt die een ander leven kiezen dan gemiddeld. Dat wil ik graag laten zien. Zo van: kijk, zo kan je ook leven. Zoals in een commune, in de woestijn of hippiedorp. Die kiezen hun eigen pad, ongeacht wat anderen daarvan vinden. Dat heb ik altijd heel boeiend gevonden.’

Paradijsvogels worden zij ook wel genoemd.

‘Ja, of gekkies. Maar niet door mij, hoor. Sterker nog, het is juist gekker om een half leven lang iets te doen omdat je denkt dat het hoort, terwijl je daar eigenlijk zélf helemaal niet happy van wordt. Terwijl je ergens anders, bijvoorbeeld in zo’n swingersclub of commune, juist veel gelukkiger bent. Zeg nou zelf: het is toch veel gekker om elke zondag door de stad te lopen om dingen te kopen die je eigenlijk al hebt. Daarom snap ik heel goed dat iemand zegt: ik word rastafari, ik ga dat geloof aanhangen en lekker de hele dag blowtjes roken. Want dat is natuurlijk helemaal geen verkeerd leven.’

Zou dat ook iets voor jou zijn?

‘Nou, als het aan mij lag, zou ik best een tijdje in een commune willen wonen. Lijkt me best grappig. Neem de commune in Damanhur, in de Italiaanse bergen waar iedereen een plantennaam en een dierennaam heeft. Ik ben daar al eens geweest voor een reportage. Dat is een heel vredige plek. Maar dan zou ik er niet permanent willen verblijven, hooguit een deel van het jaar. Daarvoor hou ik te veel van de grote stad. Bovendien is het een utopie dat in zo’n groep nooit irritaties zijn. Dat heb je natuurlijk overal, zelfs in een commune waar op het eerste gezicht alleen maar leuke mensen zijn. Maar goed, dat gaat nooit gebeuren. Want ik krijg mijn geliefde nooit mee.’

Wat maakt zo’n commune dan zo interessant?

‘Je bent daar volledig afgesneden van constante verleidingen. Want dat is natuurlijk wel een dingetje in deze samenleving. Waar je ook komt, waar je ook bent, je wordt constant geconfronteerd met reclame en billboards. Omdat ze willen dat we iets kopen. En met uitjes, restaurants, nieuwe telefoons... En dus moet je je halve leven hard werken, want anders kan je dat allemaal niet betalen. En dus staan we elke ochtend in de file en zijn we moe in het weekend, terwijl je eigenlijk bijna niks nodig hebt om gelukkig te zijn.’

Dus jij koopt bijna niks?

‘Was dat maar waar. Ik neem me het wel voor en het lukt ook wel een tijdje, maar na een paar maanden ga ik toch weer genadeloos de mist in. Ben ik toch weer gaan online gaan shoppen. Ik worstel daar wel mee, hoor, al beperk ik wel zoveel mogelijk de prikkels van buitenaf. Zelf zit ik bijvoorbeeld niet op social media. Ik vind het heerlijk, maar sommigen vinden dat niet slim van me, omdat het commercieel niet handig is. Maar ik heb er gewoon geen zin in. En weet je waarom? Ik word er zo onrustig van. Je bent namelijk weg uit het moment zodra je iets post. Dan ben je steeds met je telefoon bezig en mis je het moment helemaal. Ik zet trouwens ook hele dagen mijn telefoon uit, of ik laat ’m thuis liggen. Ik kan het iedereen aanbevelen.’

Dat geeft je energie?

‘Ja, ik merk dat ik juist op dat soort momenten tot veel meer creatieve ideeën kom. Het geeft ruimte in je hoofd, en dat is zo belangrijk. Dat maakt het leven zoveel interessanter. En dat niet alleen, doordat je meer energie krijgt, kun je ook veel meer energie ergens instoppen. Hopelijk inspireer ik met de mensen die in mijn programma’s volg op mijn beurt weer anderen.’

Ben je niet bang dat de NPO dit soort programma’s wegbezuinigt?

‘Nee, bang is niet het goede woord, want ik heb er geen invloed op. Maar het zou natuurlijk wel heel jammer zijn als we dit soort programma’s niet meer kunnen maken. Al ben ik ervan overtuigd dat er altijd wel een plek is, of platform, waar je leuke verhalen kan vertellen. En dat is maar goed ook. Want anders dan veel van mijn collega’s heb ik totaal geen ambitie om een grote te show te doen, of een talkshow. Daar zit ik echt niet op te wachten. Ik wil gewoon leuke verhalen maken, dat is wat me trekt. Maar dan wel in Nederland. Zeg nooit nooit, maar voorlopig hoop ik wel even hier te kunnen blijven.’