'Ik houd de details klein als ik verslag doe van de ziekte'

Columnist Bob Fosko denkt soms dat kanker een imagoprobleem heeft. Zijn vrouw zegt al maanden dat hij niet te veel over kanker moet praten.

Mijn vrouw zegt al maanden dat ik niet te veel over kanker moet praten. En dus houd ik de details klein, als ik zo nu en dan verslag doe van de ziekte. Het gebeurt trouwens ook dat ik lastig word gevallen door positieve gevoelens. Want hoe verdrietig het nieuws ook mag zijn: het krijgt me er niet onder.

Ik loop natuurlijk niet de hele dag liedjes te fluiten en gedichtjes te schrijven, maar denk soms wel dat kanker een imagoprobleem heeft. Misschien moeten ze de slogan van de belastingen erop plakken: ‘Leuker kunnen we het niet maken, wel makkelijker.’

Want ik ben natuurlijk niet de enige die het soms moeilijk heeft. Ik probeer me voor te stellen hoe wij mensen van de naoorlogse generatie zich zouden gedragen als er opeens ‘vaten met bommen’ uit de lucht vallen. Of tanks door de straat rollen en huizen worden opgeblazen. Zusjes of broertjes dood, families uiteengereten, geen sanitair, water, licht of elektra meer. Wij staan er niet vaak meer bij stil, althans ik niet.

Ik denk ook weleens aan meer beroemde doden, zoals Prince bijvoorbeeld. Al bijna vier jaar weg. Nog niet zo lang dus. Dood gevonden in zijn privélift in Minneapolis. Nooit verwacht dat ik hem zou overleven. Even terug naar april 1981 toen mijn leven veranderde. ‘The Midget’ kwam naar Amsterdam en ik daar was ik bij. Puur geluk. Mazzelpik. Niemand kende de kleine man en ik was er toevallig, omdat mijn schoonzusje een vrijkaartje voor me had. Ze werkte bij een platenmaatschappij in Hilversum en bracht altijd interessante albums voor me mee.  

Ik wist vooraf niet waar ik op kon rekenen, maar dit concert schudde mijn wereld door elkaar. De zaal met achthonderd man verstijfde gewoon door het ongekende niveau. In mijn herinnering waren er veel gekleurde mensen en was de groep zo overdonderd, dat niemand durfde te dansen. Soms heb je dat, ja ja. En later kun je zeggen dat je erbij was, met je zwangere vriendin. 

Daar ging ie. Hij bewoog, net 20 jaar oud, in een jarretel en een zwartglimmende regenjas soepeltjes over de monitorboxen en over het Amsterdamse podium. Niet veel later deelde Candy Dulfer het podium met hem en bleef dat jaren doen. Dat mag weleens wat vaker gezegd worden. Dat Candy bij ons hoort. Maar Nederland koelt af. Grote, veelbelovende artiesten komen niet meer deze kant op. We zijn hier niet zo interessant meer. Het gaat niet meer om de kunst, maar om de centjes. Doodzonde!  

Laatste nieuws